Maandag 05/12/2022

InterviewPim Martens

Hoogleraar Pim Martens breekt lans voor ‘dierzaamheid’: ‘De grootste dierenliefhebbers hebben zelf geen huisdieren’

Pim Martens over dierentuinen: 'Een dier in een kooi heeft natuurlijk nog weinig te maken met de wilde natuur.' Beeld AFP
Pim Martens over dierentuinen: 'Een dier in een kooi heeft natuurlijk nog weinig te maken met de wilde natuur.'Beeld AFP

Nee, de dieren op de veehouderij hebben het niet best. Maar dat geldt net zo goed voor veel van onze huisdieren, stelt hoogleraar Pim Martens in zijn boek Dierzaamheid. ‘Een dier dat gewend is om in een bos in Roemenië te leven, kun je niet zomaar in een flat in Amsterdam droppen.’

Jorn Lelong

“De grootsheid van een natie en haar morele vooruitgang kan beoordeeld worden door de manier waarop haar dieren worden behandeld.” Mocht Mahatma Gandhi hem niet voor geweest zijn, dan had de Nederlandse hoogleraar Pim Martens ongetwijfeld deze uitspraak in het leven geroepen. Hij promoveerde in toegepaste wiskunde en biologische wetenschappen, vandaag doceert hij duurzame ontwikkeling aan Maastricht University. Maar als het aan hem had gelegen, mocht dat gerust veranderd worden in ‘dierzame ontwikkeling’.

“Het concept duurzaamheid was tot twintig jaar geleden voor heel wat mensen onbekend. Dat toont dat ons bewustzijn daarover gegroeid is. Maar vandaag is duurzaamheid een label geworden dat bijna overal op geplakt kan worden. ’s Ochtends kun je je tanden poetsen met duurzame tandpasta, met je duurzame auto haast je je naar je duurzame baan. Het concept duurzaamheid gaat hand in hand met economische activiteiten, en zo wordt het makkelijk misbruikt.”

U vindt dat het tijd is voor een nieuw begrip: dierzaamheid.

“Het stoort me dat in tal van discussies rond klimaatopwarming en duurzaamheid amper aandacht uitgaat naar de rol en het welzijn van dieren. In de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties zijn er 17 doelen bepaald in tal van thema’s als honger, armoede, vrede. Maar geen enkel doel gaat specifiek over dierenwelzijn. Ook in de European Green Deal is dierenwelzijn niet veel meer dan een voetnoot. Het toont aan hoe mensgericht onze duurzaamheidsplannen zijn. Dieren worden beperkt tot medeplichtigen in het klimaatdebat, bijvoorbeeld koeien en hun methaanuitstoot, ofwel tot een economisch goed.”

In De heilige natuur spreekt u twaalf inheemse en religieuze leiders uit verschillende werelddelen over onze band met de natuur. Hoe anders gaan zij om met dieren?

“Ik denk dat het voornaamste verschil is dat met name de inheemse leiders zichzelf niet boven de dieren plaatsen, maar dat ze dieren als gelijken zien. Wij handelen veel meer vanuit een beheersperspectief, alsof dieren er louter zijn om onze doelen te dienen.”

De inheemse leiders die u sprak, gaven wel allemaal aan dat ze vlees aten. Waar zit het verschil dan?

“Er is een groot verschil in respect. Ze doden inderdaad ook dieren. Maar allemaal gaven ze aan: we doden niet meer dan wat we nodig hebben. En als ze dieren doden, bedanken ze hen. Ze zijn zich veel meer bewust van het leven dat ze nemen, want ze beschouwen zich allen als deel van de natuur waar zowel mensen en dieren deel van uitmaken.”

In Dierzaamheid besteedt u veel aandacht aan onze voedingsindustrie. Symboliseert die voor u hoe wij hier naar dieren kijken?

“We hebben een heel tegenstrijdige houding tegenover dieren. De Nederlandse rooms-katholieke bisschop Harrie Smeets zei me eens: ‘Zo hard we doorslaan in het vertroetelen van onze huisdieren, zo hard slaan we door in onze slechte behandeling van andere dieren.’ Dat vat het goed samen. We behandelen onze honden en katten alsof het baby’s zijn, terwijl we varkens of koeien, die net zo goed pijn ervaren en gevoelens hebben, schandalig behandelen. De grootschalige bio-industrie is inderdaad het toonbeeld van hoe verheven we ons als mens boven de dieren voelen.”

Hoe moet het dan anders? Alleen maar kleinschalige bioboerderijen mogen dan wel beter zijn voor het dierenwelzijn, qua uitstoot, natuurbehoud en voedselvoorziening zijn net intensieve landbouwbedrijven vele malen interessanter.

“Nee, iedereen die alleen voedsel uit zijn eigen tuintje eet zal het inderdaad niet worden. Maar de manier waarop we nu voedsel produceren, is ook niet houdbaar. We moeten meer op de lange termijn denken. In plaats van ons voedsel steeds ver te halen, moeten we kijken hoe we onze eigen landbouwgronden het efficiëntst kunnen inzetten. Dat kan door gewassen op een slimme manier met elkaar af te wisselen, zodat je regeneratieve landbouw krijgt. Op de korte termijn levert dat misschien minder op, maar als de biodiversiteit en de vruchtbaarheid van de grond verbeteren, haal je dat op lange termijn weer in.

“Daarnaast ligt een deel van het antwoord natuurlijk bij ons consumptiegedrag. Is het nodig om op elk moment van het jaar bananen te kunnen eten, of elke dag vlees te eten? Gelukkig zie ik dat de jongere generaties dat vandaag veel meer in vraag stellen.”

Spreekt u dan niet over een heel beperkte groep? Zolang frikandellen goedkoper blijven dan fruit, zullen minder gegoede mensen nog steeds sneller geneigd zijn om vlees te kopen.

“Dat klopt. Om echt een transitie te krijgen in onze voedingspatronen, moeten er op elk niveau veranderingen komen. Je ziet dat daar al meer aandacht voor komt. Waar je vroeger tal van fastfoodketens of snackbars naast school vond, wordt dat vandaag sneller in vraag gesteld. Maar natuurlijk moeten we ook nadenken over hoe we met prijsprikkels ons consumptiegedrag kunnen beïnvloeden, bijvoorbeeld met een vlees- of koolstoftaks. Het kan in elk geval niet langer het geval zijn dat je vlees voor spotprijzen kunt kopen.”

U plaatst ook vraagtekens bij de vele dierproeven die vandaag gebeuren. Toch zijn die voor vele takken in de wetenschap nog steeds belangrijk om vooruitgang te boeken, kijk maar naar de ontwikkeling van coronavaccins en -medicijnen.

“Dierproeven zijn veeleer een automatisme, maar ze zijn lang niet voor elk onderzoek geschikt. Metastudies hebben aangetoond dat we het nut van dierenproeven overschatten. Het is bijlange niet zo dat een middel ook bij mensen veilig en effectief is omdat dat bij ratten het geval is, en vaak blijven dierenproeven niet reproduceerbaar.”

In België zijn universiteiten en farmaceutische bedrijven verplicht om te communiceren over welke dierproeven ze doen, en voor welk onderzoek. Volstaat dat?

“Het is in elk geval beter dan klakkeloos dieren gebruiken om nieuwe middelen op te testen. Maar daarnaast moet je natuurlijk kijken hoe je het aantal dierproeven kunt verminderen. Met nieuwe technieken als kunstmatige modellen en celkweken heb je al alternatieven, die moeten verder ontwikkeld worden. De voornaamste reden dat dierproeven toch nog standaardpraktijk zijn, is omdat de wetgeving daarrond volgens mij niet aangepast is aan de huidige wetenschap.”

Net zo kritisch bent u over de manier waarop we met huisdieren omgaan. Wat loopt daar mis?

“De grootste dierenliefhebbers hebben geen huisdieren, denk ik wel eens. Dat geldt uiteraard niet voor iedereen. Huisdieren zijn zo goed als de enige dieren waar we nog mee in contact komen, en huisdieren hebben kan bijvoorbeeld zeker een manier zijn om kinderen respect voor dieren bij te brengen.

“Maar je kunt er niet omheen dat er veel misgaat met hoe we huisdieren houden. Heel wat mensen nemen bijvoorbeeld knaagdieren in huis en houden die in een kooi, terwijl dat helemaal niet de omgeving is waarin zij zich het prettigst voelen. Veel konijnen of hamsters vinden het bijvoorbeeld absoluut niet prettig om opgepakt te worden, daar krijgen ze stress van. Ik heb zelf als kind een hamster gehad die ik overdag voortdurend wou oppakken, terwijl dat eigenlijk nachtdieren zijn. Sommige dieren zijn gewoon niet geschikt om als huisdier te houden, zeker niet in onze leefomgeving. Meer kennis over wat die dieren hun natuurlijke leefomgeving is, zou al veel helpen.”

Nederland telt 27 miljoen huisdieren, las ik in uw boek. Wat u betreft zou dat wat minder mogen?

“Ja, al wil ik mensen vooral niet de boodschap geven dat ze geen huisdieren zouden mogen hebben. Het gaat er gewoon om dat je ook nadenkt over wat voor die dieren het prettigst is. Is het echt nodig om op een kleine flat twee honden en drie katten te houden? Dat is niet alleen nadelig voor die dieren, het is ook nadelig voor het milieu. Want ook die dieren moeten natuurlijk eten hebben.

“Veel van die huisdieren halen we bovendien uit buitenlandse asielen. Dat is goedbedoeld, we denken er een goede daad mee te doen om zwerfhonden een liefdevolle thuis te geven. Maar inmiddels is daarrond ook een industrie ontstaan, en het is er moeilijk om te controleren welke stichtingen nu wel of niet betrouwbaar zijn. Los daarvan gaan mensen er ook te snel van uit dat die dieren daarop zitten te wachten, terwijl ze vaak amper menselijk contact gewend zijn of gedragsproblemen hebben. Een dier dat gewend is om in een bos in Roemenië te leven, kun je niet zomaar in een flat in Amsterdam droppen. Daar miskijken nogal mensen zich op.”

De huisdieren die we vandaag kunnen kopen, zijn ook het product van onze schoonheidsidealen en wensen. Geen duidelijker voorbeeld daarvan dan de mopshond, die volgens een recente Britse studie bijna twee keer meer kans maakt op ernstige gezondheidsproblemen en daardoor eigenlijk niet meer als typische hond beschouwd kan worden. Moeten we het fokken daarvan verbieden?

“Dat vind ik wel. Kortsnuitige honden als de mopshond of de Franse buldog zijn typische voorbeelden van hoe menselijk ingrijpen erg schadelijk gevolgen heeft voor de gezondheid van dieren. Die rassen worden al lang gefokt omdat we nu eenmaal dieren mooi vonden die op een mens leken: met kleinere neusgaten en ondiepe oogkassen. Nog steeds zijn mopshonden ontzettend populair. We vinden het schattig hoe ze snurken, terwijl dat eigenlijk een teken is dat die dieren ademproblemen hebben, vaak hun hele leven lang. Wie echt van honden houdt, zou zich net moeten uitspreken tegen het fokken van zulke honden.”

'Het zou prachtig zijn als dieren als berggorilla’s veilig in het wild kunnen leven, maar vandaag is dat niet zo.’ Beeld Getty Images
'Het zou prachtig zijn als dieren als berggorilla’s veilig in het wild kunnen leven, maar vandaag is dat niet zo.’Beeld Getty Images

Zijn dierentuinen en dierenwelzijn te verzoenen volgens u?

“In een ideale wereld zouden we volgens mij geen dierentuinen hebben. Ook daar dienen de dieren toch vooral als vermaak van de mens, en nog steeds worden op regelmatige basis dieren vanuit het wild naar een dierentuin overgeplaatst.

“Tegelijk zie je dat heel wat dierentuinen vandaag wel degelijk bewuster omgaan met de dieren die ze herbergen. Dierentuinen krijgen bovendien een andere rol toebedeeld. Naast amusementsparken zijn het ook centra voor wetenschappelijk onderzoek of educatie geworden. Af en toe worden vanuit de dierentuin ook dieren terug geïntroduceerd in de natuur, al wordt dat aantal vaak overschat.”

Gaat de kritiek op dierentuinen niet voorbij aan het feit dat de natuur voor heel wat dieren ook geen idyllische, maar vaak levensgevaarlijke plek is?

“Daar valt zeker wat voor te zeggen. Mensen als primatoloog Jane Goodall of Sir David Attenborough halen dat ook aan: het zou prachtig zijn als dieren als berggorilla’s veilig in het wild kunnen leven, maar vandaag is dat niet zo. Dierentuinen kunnen dus helpen om dieren te behouden die anders zouden verdwijnen, al geldt dat uiteraard niet voor elk dier dat in een dierentuin te vinden is.

“Daarnaast moeten we ons natuurlijk bedenken dat de natuur voor veel dieren een onveilige plek is geworden door menselijk toedoen. Dieren komen in gevaar door stroperij, houtkap en omdat ze hun natuurlijke omgeving verliezen. Dat aanpakken zou de eerste prioriteit moeten zijn.”

U zei dat huisdieren nuttig kunnen zijn om onze band met de natuur te vergroten, en om meer respect te krijgen voor dieren in het algemeen. Geldt dat dan ook niet voor dierentuinen?

“Dat durf ik te betwijfelen. Het klopt natuurlijk dat we in dierentuinen in aanraking komen met dieren die we hier nooit in het wild zouden tegenkomen. Maar onderzoek toont bijvoorbeeld aan dat mensen in dierentuinen gemiddeld maar 20 tot 80 seconden bij een dier blijven voor ze doorlopen naar het volgende. De meeste mensen gaan naar de dierentuin om een leuke dag te hebben, maar ons echt informeren en leren over de dieren zit er vaak niet bij.

“Daarnaast heeft een dier in een kooi natuurlijk nog steeds weinig te maken met de wilde natuur. Ik ben onlangs naar Blue Planet II, de nieuwe documentaire van Sir David Attenborough gaan kijken op groot scherm in de Ahoy. Ik vind dat tien keer mooier dan dieren bekijken in een dierentuin, en je kunt er veel meer van leren over hoe die dieren leven. Ik kan me voorstellen dat kinderen straks in virtual reality te midden van het dierenrijk kunnen wandelen. Dat lijkt me voor hen ook veel boeiender dan nog maar eens naar de dierentuin te gaan.”

Dierzaamheid van Pim Martens, Maarten Reesink & Karen Soeters is uitgegeven bij Noordboek en kost 24,90 euro.

null Beeld GF
Beeld GF

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234