Woensdag 22/05/2019
.

Milieu

Hoe stoppen we met plastic?

. Beeld DM

Greenpeace-activist Will McCallum schreef een leidraad om te stoppen met plastic. Dat is geen sinecure. ‘We hebben met zijn allen een wegwerpcultuur gecreëerd.’

Zijn functieomschrijving ontrafelt niet onmiddellijk dat Will McCallum (34) voor Greenpeace de wereldwijde strijd tegen plastic aanvoert. Als head of oceans vallen de wereldzeeën onder zijn takenpakket. Maar in de praktijk vervult hij vooral de rol van luis in de pels van de plasticindustrie. Het heeft iets ironisch, vindt hij. “Eigenlijk zou dat niet mijn taak moeten zijn, aangezien plastic op het land wordt geproduceerd en niets met de zee te maken heeft.”

Lees ook: Hoeveelheid plastic in zee sinds 2000 aanzienlijk toegenomen

De Brit schreef het boek, zeg maar gerust handleiding, Hoe je stopt met plastic. Het puilt uit van de concrete tips en trucs om plastic af te zweren. De kernboodschap: hou het klein, hou het simpel en hou het dicht bij jezelf. Van hulp bij de boodschappenlijst en een bamboetandenborstel tot kledingadvies. 

Beeld Biosphoto

Zelf spreekt hij van een ‘rijzende vloedgolf aan plastic’ die lastig te keren is. Maar helemaal machteloos is niemand. “We kunnen de geschiedenis niet terugdraaien en terugkeren naar een wereld zonder plastic. Ik geloof wel dat we de schade kunnen beperken. Dat is ook onze verantwoordelijkheid. De plasticproductie gaat nog steeds alleen maar omhoog. Bedrijven kiezen vooral goedkopere en nog giftigere soorten van plastic met weinig aandacht voor de gevolgen.” 

McCallum, die jarenlang training gaf aan milieulobbyisten, maakte van gedragsbeïnvloeding zijn vak. Een deel van het boek gaat over de vaardigheid van het actievoeren. Hoe schrijf je vervuilende bedrijven aan? Hoe genereer je succesvol aandacht bij de politiek? Hoe mobiliseer je jouw gemeenschap? 

Tijdens een expeditie in de Arctische wateren was McCallum getuige van de buitensporigheid van ons doorgeslagen plasticverbruik. Midden in het schilderachtige landschap van de Noordelijke IJszee, een baken van ongereptheid, dobberde een flitsend roze stuk plastic doelloos in het rond. “Dat was heel ontnuchterend.”

U schrijft dat het bijna onmogelijk is om als consument niet ‘medeplichtig’ te zijn aan de grote hoop plastic.

“Klopt. De consument is niet verantwoordelijk voor het milieuleed. Zijn gedrag is het gevolg van de keuzes die de politiek en bedrijfswereld maakten. Die zijn ook geneigd om het plasticprobleem af te schuiven op de consument. Denk aan het betalen voor plastic tasjes of de inzameling van plastic. Maar geen consument krijgt graag een beschuldigende vinger naar zich gewezen, zeker als iedereen hetzelfde doet als jij. Het is dus veel beter om de producenten aan te pakken.”

Welk baat hebben politici bij de aanpak van dit probleem?

“Vooral de lokale politiek kan hier munt uit slaan. Plasticvervuiling is zichtbaar en concreet, de politicus die de achtertuin belooft schoon te maken, kan rekenen op verkiezingswinsten. Mensen willen geen rommel. Het zijn ook mensen die stranden en parken opruimen. Ik hoop daarbij dat burgers verder kijken, het grote plaatje en het belang van globale actie inzien.”

Wie treft het plasticprobleem het meest?

“De armsten lijden het meest, dat is een constante bij alle milieuproblemen. Vanuit Europa exporteren we bergen plastic afval naar Azië. Van Coca-Cola of Pepsi, tot Unilever: de meest vervuilende bedrijven hebben hun hoofdkwartier in het Westen. We creëren hier een probleem dat we prompt naar de andere kant van de wereld verplaatsen. Daar is de impact een stuk groter. Het is hier dus minder zichtbaar, waardoor de noodzaak tot actie hier minder doordringt.”

Maar plastic staat inmiddels wel op de agenda van westerse landen. Keerpunt was volgens McCallum eind 2015 het besluit van de Amerikaanse president Obama om microbeads aan banden te leggen. Deze plastic bolletjes, niet groter dan sesamzaadjes, zijn onder meer te vinden in allerhande cosmeticaproducten. Obama kreeg daarbij steun van Republikeinen.

Will McCallum. Beeld Alamy Stock Photo

McCallum: “Dat in zo’n giftig politiek speelveld Republikeinen en Democraten zich verenigden rond zo’n milieuthema, was veelzeggend. Het creëerde bewustzijn over de noodzaak tot schone oceanen.” 

Ruim twee jaar later tekenden ook 193 landen de VN-resolutie tegen de plasticvervuiling van de oceanen. McCallum:  “Dat zelfs de VN, een orgaan dat zich normaal gezien met het tempo van een tanker voortbeweegt, een eenstemmig geluid laat horen tegen plastic, is een krachtig signaal.” Ook media speelden hun rol. De BBC-documentaire Blue Planet II bijvoorbeeld liet zien hoe plastic een ravage aanricht in de natuur en hielp in het ‘populariseren’ van de kwestie.

Maar juist nu de milieubeweging volgens u terrein wint, zie je ook dat het populisme goede zaken doet en de scepsis voedt.  Wat is de psychologie daarachter?

“Hoe nadrukkelijker een kwestie in het publieke bewustzijn komt, hoe harder tegenstanders zich roeren. Het milieuactivisme beleeft een vruchtbare periode. We zijn mainstream geworden. Sceptici voelen die omwenteling en verheffen hun stem. Er komen zo veel problemen van alle variëteiten op ons af, dat er verzadiging optreedt.

“Die bulk aan problemen werkt soms vermoeiend: je kijkt het nieuws, leest de kranten – wees maar eens een alleenstaande ouder, een oudere of een hardwerkende arbeider die lange dagen maakt. Het is geen apathie, maar eerder oprechte moeheid. Velen hebben simpelweg geen ruimte in hun leven om dit plasticprobleem toe te laten.”

Beeld REUTERS

Hoe verander je die vastgeroeste gedragspatronen?

“Niemand kan van de ene op de andere dag geheel plasticvrij leven. Dat is een voorbode voor een mislukking. De eerste stap is aanvaarden dat het tijd zal kosten. Dat is essentieel om ontmoediging te voorkomen. Daarna is het kwestie van stap voor stap opbouwen tot goede gewoontes. Kijk maar naar het groeiende gebruik van herbruikbare koffiebekers en waterflesjes.”

Dat zijn kleine ingrepen; is geheel plasticvrij leven wel realistisch?

“Waarom zou het niet kunnen? De mens is in staat om ongelooflijk snel veranderingen door te voeren als de nood het hoogst is, zo leert de geschiedenis. Gebrek aan politieke wil is het enige wat ons in de weg staat.”

Sinds het verschijnen van uw boek heeft de EU plastic wegwerpartikelen, zoals rietjes, wattenstaafjes en bestek verboden. Is dat dan geen politieke wil?

“Dat verbod is een grote stap, dat geef ik toe, maar de tijdlijn moet concreter en preciezer. Het is nog lang niet genoeg. Dwingende wetgeving is broodnodig, grondiger dan wat er nu ligt. Er zijn heel veel industrieën en sectoren waar heel veel winst te halen is. Waar enorme reductie relatief makkelijk is.  Er is verandering op komst, dat merk je wel. Nooit eerder had ik gesprekken op dit niveau met politici over de plasticproblematiek. De antiplasticbeweging heeft zich in hun hoofden genesteld en is het bewustzijn van de politiek binnengedrongen. Die groeiende wil moet zich nog uitbetalen in vastomlijnde politieke besluiten en actie.”

Wat is het belangrijkste wapen voor milieu­bewegingen als Greenpeace om een wezenlijk verschil te maken?

“Bedrijven en politici zijn zich meer dan ooit bewust van onze opvattingen door sociale media. Die zijn een enorm wapen in die strijd. Neem het Britse warenhuis Marks & Spencer: een klant die een foto online gooide van een overdadig in plastic verwikkelde bloemkool-slice was het enige wat nodig was om hun gedrag te veranderen. Facebook en Twitter deden hun werk en enkele uren later, stopte de keten met de verkoop van het product. Bedrijven willen maar wat graag de harten van hun klanten winnen. De invloed van de consument valt niet te onderschatten. Je macht gaat verder dan simpelweg alleen geen plastic rietjes kopen. Het is een kwestie van die macht aanwenden.”

Maar soms zijn verpakkingen onmisbaar, bijvoorbeeld om voedselverspilling te voorkomen.

“Er zijn zo veel factoren die bijdragen aan voedselverspilling. Ik kan leven met plastic herbruikbare verpakkingen, maar waarom zou het plastic voor eenmalig gebruik moeten zijn? Daarnaast: het gebruik van plastic nam toe, samen mét de voedselverspilling. Bijvoorbeeld omdat marketeers zo veel mogelijk willen verkopen. Commerciële motieven spelen vaak mee.” 

Heeft plastic volgens u dan geen enkel bestaansrecht?

“Ik begrijp dat het flexibel en goedkoop materiaal is, en natuurlijk is plastic niet intrinsiek slecht materiaal. Kijk naar de medische sector, daar zijn sommigen heel afhankelijk van wegwerpplastic, zoals patiënten die alleen maar via een rietje kunnen drinken. Mensen die geen toegang hebben tot drinkbaar water zijn ook op plastic flessen aangewezen. Alle omstandigheden zijn verschillend. Maar een excuus voor een passieve houding onder consumenten en bedrijven is het niet.”

Beeld REUTERS

Wat is het alternatief?

“Waar het mij om gaat is die wegwerpcultuur die we met zijn allen hebben gecreëerd: ongezond, voor zowel mens als natuur. We kunnen leven zonder plastic voor eenmalig gebruik, dat weet ik zeker. We moeten naar een punt waar alles herbruikbaar is of een duurzaam karakter heeft. Dat is mogelijk én noodzakelijk. Alternatieve materialen zouden volledig composteerbaar moeten zijn en niet biologisch afbreekbaar, wat geen goede optie is. Idealiter wordt het materiaal gemaakt met overwegend gerecycled materiaal. Dat kan papier of karton zijn.”

U schrijft ook over hoe je andere mensen meekrijgt. Wat is de beste strategie?

“Hou het simpel. Niet iedereen is helemaal in de ban van het plasticprobleem. Het is best mogelijk dat het bedrijf, de persoon die je benadert nooit eerder over het probleem heeft nagedacht en jij de eerste bent die hem daarop attendeert. Daarom moet je, wanneer je een ruimte betreedt, nooit uitgaan van vijandigheid van de tegenpartij. Ga ervan uit dat je wat met hen deelt.

“Aan het einde van het gesprek kan je die persoon een heel simpele en concrete opdracht meegeven die weinig moeite kost. Bij de trainingen die ik aan lobbyisten gaf, bleken mensen aanvankelijk moeite te hebben met die essentiële, onontbeerlijke diplomatische houding. Om hun doel te halen, stelden ze zich heel agressief op. Maar het gaat om beïnvloeden in plaats van beschreeuwen.”

McCallums stappenplan voor het stoppen met plastic:

1. Zet de toon en koop plasticvrije spullen: een herbruikbare waterfles, koffiekop, of draag- en rugtas voor je boodschappen. Een boterhammendoos en bewaardozen voor in de keuken.

2. Doe alle plastic weg: begin in de badkamer en ga via de slaapkamer tot je in de keuken eindigt. Controleer cosmeticaproducten op microplastics, ruim plastic wegwerprietjes en bestek op. Stuur producten terug naar de winkel met de boodschap dat wegwerpspullen geen plek in je huishouden hebben.

3. Verspreid het plasticvrije woord. Vrienden en familie nemen snel goede raad over. Geef hen handige tips en toon aan dat plasticvrij leven best makkelijk is.

4. Maak plasticvrije plannen. Maak een lijstje met winkels in de buurt die minder plastic gebruiken, zoals een groenteboer die je fruit en groenten laat inpakken zoals jij wilt. Begin met je eigen lunch in je broodtrommel mee te nemen.

5. Start je eigen plasticvrijcampagne. Praat met ondernemingen hoe ze hun plasticgebruik kunnen verminderen. Schakel je netwerk in om die aanpak te keren. Waarom plastic wegwerpbestek en -koffiebekers? Hebben ze wel eens kartonnen trays in plaats van piepschuim overwogen?

Will McCallum, Hoe je stopt met plastic. vertaling: Fred Hendriks. Meulenhoff boekerij, Amsterdam 223 blz. €15,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.