Zondag 17/11/2019

Analyse Onderwijs

Hoe het Vlaams onderwijs van zijn voetstuk viel. En hoe het er weer bovenop moet geraken

Beeld Sven Franzen

Naar aanleiding van het nieuwe schooljaar publiceren dit artikel opnieuw. 

Begin deze eeuw was Vlaanderen nog de absolute wereldtop op onderwijsvlak. Ondertussen is de kwaliteit zodanig gedaald dat de kop niet langer in het zand gestoken mag worden, zeggen experts. Hoe konden we op redelijk korte tijd zoveel van onze pluimen verliezen? En hoe geraken we er weer bovenop?

Hoe is het zover kunnen komen?

Dat het slecht gaat, is onmiskenbaar. Opeenvolgende internationale studies en nationale peilingproeven gaven die trend al langer aan. Voor wie nog twijfelde, gaf de studie van onder meer professor emeritus Jan Van Damme van de KU Leuven (DM 1/4) waarin hij verschillende onderzoeksresultaten met elkaar vergeleek, de doorslag. Of zoals OESO-onderwijstopman Dirk Van Damme het gisteren in deze krant verwoordde: “Er is een ernstig probleem met de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs.” 

Professor onderwijskunde Bieke De Fraine (KU Leuven) maakt het concreet. “De daling is heel algemeen. Nederlands gaat erop achteruit, net zoals wiskunde, Frans en wetenschappen. Het enige lichtpuntje uit alle onderzoeken is dat de politieke kennis van leerlingen in het tweede middelbaar stijgt. Sorry, maar daar word ik niet blij van.”

Hoe komt dat nu? Het is de vraag van 1 miljoen. Niemand die er precies de vinger op kan leggen hoe het komt dat Vlaanderen begin jaren 2000 nog een absolute koploper was en sindsdien op zowat alle vlakken een steile duik gemaakt heeft. “Wellicht ligt er een verandering in de jaren negentig mee aan de basis”, geeft pedagoog Pedro De Bruyckere (Arteveldehogeschool/Universiteit Leiden) een voorzichtige voorzet. “Het duurt namelijk even voordat effecten van hervormingen doorsijpelen. Maar wat dan precies dit effect veroorzaakt heeft?”

Reeks ‘Code rood in de klas’

De kwaliteit van het Vlaams onderwijs daalt fors, zo blijkt uit een nieuwe overzichtsstudie. De Morgen gaat op zoek naar de oorzaken én speurt naar oplossingen.

De Fraine gaat ervan uit dat het aan een veelheid van factoren ligt. “Het aantal anderstalige leerlingen is toegenomen en we weten dat dat een effect heeft. Maar we weten ook dat dit maar een gedeelte van de verklaring kan zijn. Net zoals het dalende niveau van de instromers in de lerarenopleiding en misschien ook het dalende aantal uren dat er gaat naar vakken zoals Nederlands en wiskunde, ten voordele van bijvoorbeeld ICT en burgerzin.”

Beeld Sven Franzen

Dat de manier van lesgeven in de loop der jaren is veranderd, kan ook een rol spelen. “Dat er minder ex cathedra wordt gedoceerd, kan repercussies hebben op kennistesten”, zegt onderwijssociologe Mieke Van Houtte (UGent). “Maar wie weet heeft dat weer net een positief effect op praktische competenties?” Zinnige conclusies trekken is ook volgens haar onmogelijk. “Bovendien is niet alleen ons onderwijssysteem de afgelopen jaren veranderd, ook de maatschappij is dat. Dat kan ook een rol spelen.”

Ook Van Damme draagt in zijn onderzoek geen stellige verklaringen aan, maar roept op tot meer onderzoek. “En terecht”, vindt Van Houtte. “Het enige wat we vandaag zeker kunnen zeggen, is waar het níét aan ligt. Ik zag sommigen al de hervorming van het secundair onderwijs met de vinger wijzen. De hervorming die pas op 1 september in zal gaan. Sorry, maar dat slaat dus nergens op.”

Daalt het onderwijsniveau alleen in Vlaanderen?

Het antwoord is kort: neen. Heel wat andere Europese landen en regio’s doen het eveneens niet goed. Ver moeten we daarvoor niet gaan kijken: ook in Franstalig België gaat het onderwijsniveau erop achteruit. Dat de twee landsdelen weer naar elkaar toegroeien, heeft dus vooral te maken met de scherpte van de Vlaamse daling. 

Maar ons op de borst kloppen of de ernst van de situatie milderen omdat Vlaanderen op sommige aspecten het oude lichtende voorbeeld Finland inhaalt, is eveneens misplaatst, zegt pedagoog De Bruyckere. “Dat komt gewoon omdat Finland nog feller zakt dan wij”, zegt hij nuchter. 

Finland is een goed voorbeeld van hoe het wel nuttig kan zijn om over het muurtje te gaan kijken, maar dat we ons tegelijk niet te veel mogen richten op de praktijken in andere landen. Om te beginnen omdat het ene land nooit het andere is. “Maar ook omdat we dan altijd gaan kijken welk systeem een goede presteerder op dat moment hanteert”, zegt De Bruyckere. “Terwijl de Finnen in de jaren 2000 natuurlijk de vruchten plukten van het beleid een decennium eerder.” 

Ook van Duitsland, dat recent een opmars maakte in de PISA-studies, kunnen we niet noodzakelijk veel opsteken. Zij hebben de stijging vooral te danken aan het opdrijven van het aantal lesuren in de lagere school. Iets wat Vlaanderen altijd al veel beter deed. 

Toch is er iets dat we wel van Nederland kunnen leren, vindt De Fraine. “Daar gaat men uit van opbrengstgericht onderwijs. In Nederland kijken ze wat de effecten zijn van hun onderwijssysteem op de leerlingen. Maar hier wordt dat al snel afgedaan als kindermishandeling: onderwijs moet vorming zijn, geen opbrengsten genereren, luidt het dan. Maar zo weet je natuurlijk ook niet wat je onderwijs eigenlijk oplevert.”

Zal de hervorming van het secundair onderwijs Vlaanderen weer wereldtop maken?

Wat moeten we dan wel doen? Een onderwijscommissie oprichten, zoals Nederland tien jaar geleden deed met de commissie-Dijsselbloem? Voor verschillende deskundigen mag dat zeker gebeuren.

Beeld Sven Franzen

Maar zo’n commissie heeft enkel zin op één grote voorwaarde, zeggen de experts: dat de politiek vervolgens ook luistert. “Er is al zoveel wetenschappelijk onderzoek gevoerd in Vlaanderen", zegt Van Houtte. “Maar wat gebeurt daarmee? Bitter weinig. Je ziet de wetenschappelijke evidenties keer op keer doorkruist worden door ideologisch en politiek geïnspireerde interventies.”

Ze verwijst naar onderzoeken die uitwijzen dat een sociale mix op school wenselijk is, omdat het de schoolresultaten positief beïnvloedt. “En toch wil de politiek daar niet in mee. Uit ideologische overwegingen.” Of kijk naar het M-decreet, zegt ze. “Vandaag stellen we vast dat dat de draagkracht van leerkrachten ver overstijgt. Dat hebben wij voorspeld: het M-decreet kon alleen werken wanneer daar voldoende mensen en middelen tegenover zouden staan. En toch is het ingevoerd zonder aan die voorwaarden te voldoen.”

Maar het mooiste voorbeeld voor het niet-luisteren van de politiek, vindt Van Houtte de op stapel staande en veelbesproken hervorming van het secundair onderwijs: die is niet wetenschappelijk onderbouwd. Veel heil verwacht de onderwijssociologe er ook niet van. “Uit de analyse van Van Damme blijkt dat het de laagste presteerders zijn die er het felst op achteruitgaan. Die leerlingen zitten vooral in tso en bso. Maar er verandert nauwelijks iets aan die onderwijsvormen, dus dan zie ik ook niet hoe ze erop vooruit kunnen gaan.”

Ook De Fraine twijfelt of de modernisering van het secundair onderwijs veel zoden aan de dijk zal zetten. “Punt is vooral dat we niet weten of het zal helpen. Zolang we geen heldere oorzaken kennen, kan je ook geen heldere oplossingen aanreiken. Voor al die leraren, inspecteurs en directeurs die zo gedreven hun werk doen: ik hoop echt dat men nu eindelijk bereid is om de kop uit het zand te halen.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234