Donderdag 03/12/2020

AchtergrondSociale media

Hoe Facebook en co. uw gedrag sturen: ‘Techbedrijven zijn net sektes’

Beeld uit de Netflix-documentaire 'The Social Dilemma'Beeld Exposure Labs/Netflix

Anno 2020 liken, sharen, scrollen en swipen we met zijn allen vrolijk door het leven. Dat Silicon Valley een pak geld verdient aan de persoonlijke data die we op die manier gretig afstaan, weten we ondertussen wel. Maar er is meer aan de hand: in de Netflix-documentaire The Social Dilemma trekken klokkenluiders uit de industrie aan de alarmbel. 

Grote namen uit de techindustrie, zoals Tristan Harris (voormalig design ethicist bij Google) en Tim Kendall (voormalig CEO bij Pinterest), doen in de documentaire uit de doeken hoe Google, Facebook, Twitter en consorten ons bewust verslaafd maken aan hun platforms. Die drie stipjes die ons laten weten wanneer onze gesprekspartner aan het typen is? Niet zomaar een handigheidje, zo blijkt, maar een slimme truc om ons net wat langer in de app te houden, wachtend op het antwoord.

The Social Dilemma laat zien dat er talloze technieken en nudges (slimme duwtjes in de rug) zijn ontworpen om ons steeds vaker op de app te doen klikken en langer door de feed te doen scrollen, om zo meer geld in het laatje te brengen. Maar, zegt Harris, dat hadden we eigenlijk kunnen weten: “Als het product gratis is, ben jíj het product.”

Kenneth Dée (techjournalist bij VTM Nieuws en HLN): “De techbedrijven verdienen geld aan je aandacht. Hoe langer je er aanwezig bent, hoe meer advertenties je te zien krijgt en hoe groter de kans dat je op eentje klikt.”

Wouter van Noort (techjournalist bij de Nederlandse krant NRC): “Bovendien kunnen ze dan ook meer data over je verzamelen, waardoor ze de advertenties steeds gerichter kunnen maken. Je zult sneller klikken op een advertentie die aansluit bij jouw interesses. Ze hebben er dus alle baat bij dat je zoveel mogelijk tijd op hun platforms doorbrengt. Dat heet de aandachtseconomie.”

Ze maken ons verslaafd?

Pieter Reuse (Vlaamse software engineer bij Google): “Het is niet zo eenduidig als ze het in The Social Dilemma doen lijken. Ik spreek hier uit eigen naam, maar als een software engineer een feature ontwikkelt voor pakweg de chatfunctie in Gmail, dan heeft hij zijn werk goed gedaan als jij daardoor vaker gaat chatten. Dat is nu eenmaal de graadmeter voor succes in onze job. Voor ons is het best moeilijk om in te schatten of we een product beter en efficiënter hebben gemaakt, of juist verslavend.”

Michaël Opgenhaffen (professor digitale media en journalistiek, KU Leuven): “Ze ontwikkelen die nudges wel degelijk met het doel om je vaker naar hun platform te lokken. Ik geloof alleen niet dat Mark Zuckerberg destijds Facebook heeft gestart met een Gargamel-achtig doel om alle smurfen in de wereld te manipuleren. In eerste instantie wilde hij wellicht vooral kijken hoe ver hij kon geraken met het platform, hoe snel hij het ledenaantal kon laten groeien. Maar toen Facebook echt groot werd, moest hij een verdienmodel ontwikkelen. Later trok het bedrijf naar de beurs. Dan spelen er andere belangen mee en gaat het om winstmaximalisatie.”

Michaël Opgenhaffen: 'De trucs van de techbedrijven zijn als goocheltrucs: eens je ze doorziet, verdwijnt het effect.'

Van Noort: “Het is allesbehalve een toevallige bijwerking. In The Social Dilemma komen klokkenluiders aan het woord die met eigen ogen hebben gezien hoe die bedrijven hun producten doelbewust verslavend maken. Soms deden ze het zélf. Het zijn echt wel grote namen uit de sector. Zij leggen haarfijn uit hoe de techbedrijven bewust nieuwe features bedenken die gericht zijn op onze menselijke zwaktes, en hoe daar intern onderzoek naar wordt gedaan.”

“Ik heb ooit Nir Eyal geinterviewd, een gedragswetenschapper van Stanford University die het boek 'Hooked' heeft geschreven. Dat is een soort handleiding voor developers en marketeers over hoe je mensen verslingerd kunt maken aan je product. Eyal heeft het héél druk als consultant in Silicon Valley.”

“In de beginjaren van Google en Facebook schoven er ook geregeld mensen uit de casinowereld aan tafel in de ontwikkelingsfase van hun producten. Het minste wat je dus kunt zeggen, is dat de grote techbedrijven al jaren actief informatie inwinnen bij mensen wier job het is om consumenten verslaafd te maken. Echt onschuldig zijn ze dus niet.”

Reuse: “Toch vind ik niet dat je Google zomaar kunt vergelijken met sociale media als Facebook of Twitter. Onze producten zijn vooral functioneel. Ik zit in het team dat aan de Google Search-app werkt. Bij ons geldt juist dat hoe mínder tijd gebruikers op ons platform doorbrengen, hoe beter ons product werkt. We willen dat ze zo snel mogelijk vinden wat ze zoeken.”

In de documentaire hebben ze het vaak over 'big tech' of 'Silicon Valley', maar kunnen we alle grote techbedrijven over één kam scheren?

Van Noort: “Daar maak ik mezelf soms ook schuldig aan: big tech als één grote monoliet zien. Het zijn verschillende bedrijven met verschillende culturen en ethische afwegingen. De mailbox van Google is niet hetzelfde als de tijdlijn van Facebook. Vergeleken met de concurrenten is Google ietsje transparanter. Maar de verdienmodellen van zowel Google als de socialemediabedrijven steunen op gepersonaliseerde advertenties, dus de morele valkuilen zijn dezelfde.”

Dée: “Facebook en andere sociale media pushen je voortdurend om steeds meer dingen met anderen te delen. Zo verzamelen ze meer data over je, en breng je ook meer tijd op hun platform door. Hoe meer privacy je opgeeft, hoe beter voor hen. Bij Google is het andersom: daar is jouw vertrouwen in het feit dat het je data bijhoudt én bewaakt, juist het belangrijkst. Neem nu Google Drive: daar staan al je documenten op, misschien zelfs foto's van je bankkaart of paspoort. Als die zouden uitlekken, ga je die dienst niet meer gebruiken.”

Reuse: “Ik kan niet voor andere techgiganten spreken, maar Google wil een force for good zijn. Onze slogan was niet voor niets jarenlang: 'Don't be evil'. We proberen bewust het juiste te doen, ook op het vlak van schermgebruik en mogelijke verslaving.”

“In 2016 is het YouTube-algoritme ook afgestapt van het doel om zoveel mogelijk watch time te behalen. Op zich was de schermtijd een logische maatstaf voor succes, maar opnieuw kun je je dan afvragen: als mensen steeds langer naar video's kijken, betekent dat dan dat we YouTube verslavend hebben gemaakt, of net zeer efficiënt en gebruiksvriendelijk?”

Tristan Harris zegt dat het bedrijf teams in dienst heeft wier job het is om onze psychologie tegen ons te gebruiken.

“Ik heb persoonlijk geen weet van zo'n team bij Google. Het zou me niet verbazen als bijvoorbeeld Facebook het wel heeft, om vanuit de psychologie te kijken hoe ze gebruikers langer op de site kunnen houden.”

“Kijk, als bedrijf heb je de wettelijke plicht om zoveel mogelijk geld binnen te rijven voor je aandeelhouders. De industrie is dus niet per se de grote boeman, ons kapitalistisch systeem heeft er ook veel mee te maken.”

Van Noort: “Daar ben ik het niet mee eens. De vijf meest waardevolle bedrijven ter wereld verzamelen data en verkopen advertenties. Het zijn monopolisten: er is geen alternatief meer. En als er dan eens een nieuwe speler op de markt komt, maakt die gebruik van precies dezelfde technieken, omdat ze veruit de meest winstgevende zijn. Dit is geen klassiek kapitalisme, maar eerder antikapitalisme. Ze kopen ook alle concurrentie op, soms op oneerlijke wijze.”

Je schreef in 2017 het boek 'Is daar iemand?', over onze verslaving aan de smartphone. Daarvoor ging je langs bij enkele techbedrijven in Silicon Valley.

Van Noort: “Wat me daar erg opviel, is dat die bedrijven bijna sektes zijn - 'De cirkel' van Dave Eggers is wat dat betreft een raak boek. Ze draaien heel erg om de grote leider, de founder, zien 'de wereld veranderen' als hun missie, en hebben een erg sterke bedrijfscultuur. Ze bieden natuurlijk ook een zeer aantrekkelijke omgeving: allemaal jonge, slimme mensen van over de hele wereld. Dat roept meteen de vraag op: hoe gaan ze daar om met tegengeluiden? Wordt kritiek genoeg gehoord? Of zijn mensen er zo van overtuigd dat ze het goede doen voor de wereld, dat ze blind worden voor de keerzijden?”

Reuse: “Bij Google is er helemaal geen sektarische cultuur. Toen vorig jaar in het nieuws kwam dat het bedrijf artificiële intelligentie zou inzetten voor de olie-industrie, heb ik me daar intern negatief over uitgelaten. Dat heeft geen enkele invloed gehad op mijn carrière. Ook interne kritiek op beslissingen van de bedrijfstop kan absoluut, hoor.”

Van Noort: “Het verbaast me dat programmeurs blind blijven voor de ethische vragen die de praktijken van Google oproepen. Ik zie een sterke parallel met hoe de banken zich gedroegen bij de financiële crisis in 2008. In de jaren voordien waren er ook allerlei nieuwe producten gemaakt die volslagen destructief bleken, en dat was ook niet per se met een slechte intentie. Er zaten geen kwaadaardige mannetjes bij de banken die dachten: haha, we gaan het financiële systeem zodanig kapotmaken dat we de diepste recessie in 80 jaar krijgen! Het probleem was niet dat die mensen immoreel handelden, maar amoreel: zonder moreel kader. De teneur was: 'Tja, wij proberen ook maar gewoon ons product te optimaliseren en het beste te doen binnen het verdienmodel', zonder dat verdienmodel in vraag te stellen.”

Wouter van Noort: 'Bij mijn ronde in Silicon Valley viel me op dat die techbedrijven bijna sektes zijn.'

MACHINE VAN WOEDE

De grote techbedrijven zijn erin geslaagd om door te dringen tot zowat elk aspect van ons leven.

Dée: “Dat is precies het probleem. Ze kunnen intussen alle facetten van ons leven beïnvloeden, ook de politiek en het maatschappelijk debat. Zuckerberg durft nog steeds niet toe te geven dat de Amerikaanse verkiezingen beïnvloed zijn door de sociale media.”

“Ik denk dat Twitter en Facebook ook in België invloed hadden op de federale verkiezingen. Als je ziet hoe zwaar Vlaams Belang in sociale media heeft geïnvesteerd en wat hen dat heeft opgeleverd in het stemhokje... Dat lijkt mij geen toeval. Vlaams Belang speelt ook erg in op alarmistische boodschappen. Voor VTM Nieuws heb ik er vorig jaar een analyse van gemaakt: de reacties op hun posts zijn bovengemiddeld negatief, boos of gefrustreerd.”

Van Noort: “Om op te vallen in de aandachtseconomie moet je je vaak ergens tegen afzetten. Want wat trekt meer de aandacht dan tegendraadsheid? Zulke posts roepen sterke emoties op bij anderen, waardoor ze er massaal op reageren, of het bericht delen. Een platform als Facebook vindt dat geweldig, want al die mensen blijven weer net ietsje langer online. Zulke berichten worden door het algoritme beloond met betere zichtbaarheid op de tijdlijn.”

Opgenhaffen: “Dat zorgt voor een enorme polarisering. Vroeger had je een uitgesproken mening over zaken als religie of politiek, nu is het alsof je over álles een extreme mening moet hebben, en liefst in extreme bewoordingen.”

“Ik denk dat het gros van de mensen zich nog steeds in de grijze, genuanceerde zone bevindt, maar zij zitten in een zwijgspiraal. Zij laten minder van zich horen, omdat je met een gematigde mening meteen het verwijt krijgt een tjeef te zijn, of iemand zonder ruggengraat. Bovendien krijgen ze minder aandacht van de algoritmes. De gematigde groep zwijgt dus steeds meer, de extremen laten zich meer en meer horen, en dat alles wordt versterkt door de algoritmes.”

‘In de beginjaren van Google en Facebook schoven er mensen uit de casinowereld aan tafel, mensen wier job het is om consumenten verslaafd te maken aan hun producten.’

Tim Kendall, de voormalige CEO van Pinterest, noemt de sociale media een machine die draait op verontwaardiging en woede.

Van Noort: “Ze spelen in op de fundamentele menselijke zwaktes die we allemaal hebben: we denken in termen van 'wij' en ‘zij'. We zijn gevoelig voor zaken die negatieve stereotypes over 'de ander' bevestigen. We willen graag dat onze groep moreel superieur is. Alle informatie die dat bevestigt, vinden we lekker om te delen en te liken.”

Opgenhaffen: “Polarisering is van alle tijden: in elk debat heb je voor- en tegenstanders. Alleen, vroeger waren mensen voor of tegen abortus, euthanasie, migratie. Nu zie je ook affectieve polarisering: het gaat niet alleen over het onderwerp, maar ook over de boodschapper. Kijk naar Marc Van Ranst: voor een bepaald deel van de bevolking kan hij niks goeds meer zeggen. Alles wat hij zegt, is per definitie verkeerd, simpelweg omdat het uit zíjn mond komt. Die shift is er vooral gekomen op sociale media, omdat mensen meteen zien wie wat zegt.”

Van Noort: “Het verweer van Facebook is steevast: 'Ons platform is gewoon een spiegel van de samenleving.' Maar dan is het toch wel een heel enge lachspiegel geworden: het verdienmodel vervormt de werkelijkheid, het versterkt negatieve en tribale emoties.”

Tim Kendall ziet de toekomst somber in. Als mensen elke dag zaken zien die hen verontwaardigd en woedend maken, dan komt er een burgeroorlog van.

Van Noort: “Dat is een heel heftige uitspraak, maar veel denkers zeggen dat al enkele jaren luidop. Ik vond zulke voorspellingen lang té apocalyptisch. Als journalist heb ik vaak geaarzeld of ik die uitspraken wel zo zou opschrijven. Maar als je nu naar de overkant van de oceaan kijkt...”

Pieter Reuse: 'Voor ons is het heel moeilijk in te schatten of we een product beter hebben gemaakt, of verslavend.'

DIGITALE ZOMBIES

The Social Dilemma suggereert dat techbedrijven onze data willen gebruiken om ons gedrag te sturen. Kunnen ze dat al?

Opgenhaffen: “Het idee dat het doelgericht afvuren van enkele posts het gedrag van mensen kan veranderen, is veel te optimistisch. Neem nu Cambridge Analytica, het onderzoeksbureau dat op basis van onze data ons stemgedrag wilde sturen met gerichte advertenties. Verscheidene studies hebben het effect daarvan ontkracht. Zo efficiënt was het helemaal niet.”

Dus de Amerikaanse professor die in The Social Dilemma fijntjes opmerkte dat tech en drugs de enige industrieën ter wereld zijn die naar hun klanten verwijzen als 'gebruikers'...

Opgenhaffen: “...leverde gewoon een sappige quote af. De hypodermic needle theory, die stelt dat je bepaalde ideeën rechtstreeks in ons brein kunt injecteren via sociale media, wordt door sociale wetenschappers heel luid tegengesproken. Gelukkig maar, anders waren we allemaal al lang digitale zombies geworden.”

‘Vijfenzestigplussers zijn de grootste verspreiders van fake news, niet de jongeren. Hen moeten we dringend uitleggen hoe sociale media werken.’Beeld Jeroen Los

Zijn de techbedrijven verantwoordelijk voor de verspreiding van fake news?

“Ik vind het niet de verantwoordelijkheid van Google om over de waarheid te waken. Vergelijk het platform met een prikbord in een gang: als mensen daar leugens ophangen, is dat dan de verantwoordelijkheid van degene die het bord er heeft gehangen? Maar ik ben wél van mening dat als je er iets aan kunt probéren te doen, je dat moet doen. Degene die het prikbord heeft opgehangen, kan dus geregeld eens gaan kijken en eventueel dingen verwijderen. Maar als bijvoorbeeld Vlaams Belang foto's uit Syrië post en beweert dat het om beelden uit Oostende gaat, vind ik het niet de verantwoordelijkheid van Facebook om dat inhoudelijk te checken. Dat is gewoonweg onmogelijk. Je kunt niet élke dag élke post van élke gebruiker controleren, daar is het medium te groot voor geworden.”

Van Noort: “Ze hebben er heel lang over gedaan, maar inmiddels zijn de techbedrijven het er wel over eens dat ze toch deels verantwoordelijk zijn. Ze deden lange tijd alsof ze een neutraal platform aanboden, niets meer dan een doorgeefluik, maar dat is verre van de waarheid. Twitter censureert nu bijvoorbeeld af en toe tweets die niet door de beugel kunnen, zelfs als ze van een president komen.

“Tegelijkertijd zijn ze nog steeds ongelooflijk laks. Zeker tijdens de coronapandemie: de samenzweringsvideo's en -posts vlogen in het rond op YouTube en in allerlei Facebookgroepen. En het is niet alsof die problemen van gisteren zijn: de techbedrijven konden perfect zien aankomen dat de pandemie een enorm gevaarlijke stroom van desinformatie in gang zou zetten.”

Volgens The Social Dilemma gaat fake news zes keer sneller rond dan echte nieuwsverhalen.

Opgenhaffen: “Wat fake news zo populair maakt, is de confirmation bias: mensen gaan op zoek naar informatie en ervaringen van anderen die hun overtuigingen bevestigen. Dat is heel verleidelijk: 'Zie je wel, ik ben niet gek, deze en deze bron zeggen hetzelfde.' En de anderen, tja, die zien het verkeerd. Je vindt online altijd bewijzen voor jouw overtuiging.

“Daarnaast zijn mensen gewoon vatbaar voor verhalen die net wat sappiger, smeuïger en extremer zijn dan het doodgewone nieuws. Daar zijn we allemaal in meer of mindere mate vatbaar voor - het zijn echt niet alleen maar de gekkies.”

Als je in Google ‘klimaatverandering is...’ typt, wordt die vraag automatisch aangevuld. Welke resultaten je te zien krijgt, is echter afhankelijk van waar je woont en wat Google al over je weet. Zo zal een non-believer sneller te zien krijgen dat klimaatverandering eigenlijk een hoax is.

Reuse: “The Social Dilemma insinueert dat dat bewust gebeurt, terwijl het een onverwacht gevolg is van het feit dat we steeds de meest relevante informatie aan de gebruiker willen geven. Als jij in Google zoekt naar 'leuke restaurants', heb je niks aan zoekresultaten over restaurants in New York. Daarom zijn de resultaten altijd toegespitst op je locatie en je interesses. Dat is simpelweg het resultaat van het algoritme dat zich buigt over je zoekopdracht en je de best mogelijke resultaten wil tonen.”

“Google behandelt politieke zoekopdrachten op dezelfde manier als zoekopdrachten naar restaurants: als we daarin een onderscheid maken, zouden we de zoekresultaten juist wél manipuleren.”

Van Noort: “Dat is een heel aantrekkelijk argument. Natuurlijk hoef ik geen schoenenwinkel in Ouagadougou op mijn timeline te zien, dat is volstrekt logisch. Maar het wordt wel gevaarlijker als het gaat om politieke ideeën en wetenschappelijke informatie over bijvoorbeeld de klimaatverandering. Dat lijkt me toch van een andere orde dan welk restaurant er bij je in de buurt is. Het gaat dan om de fundamenten van onze democratie: kunnen we overeenstemming bereiken over de waarheid, over feiten?”

Opgenhaffen: “Ik krijg ook liever advertenties voor sportschoenen en gitaren dan voor jurken en tamboerijnen, maar als het gaat over correcte informatie en nieuws, kunnen we de techbedrijven niet van hun verantwoordelijkheid ontslaan. Wie is er nu voorstander van een aanbod waarin je vooral nieuws krijgt vanuit één hoek?”

Dée: “In zekere zin gebeurt dat al. Facebook en Google bieden ons nieuws aan op basis van wat ze al over ons weten: onze locatie, onze interesses, onze politieke voorkeur... Dat is zorgwekkend.”

Van Noort: “Als je iedereen in een eigen bubbeltje stopt, helemaal op maat gemaakt, en als dat ook geldt voor feitelijke informatie over wat er in de wereld gebeurt, dan zit je op een hellend vlak. Je wilt toch dat een bedrijf dat zich als missie stelt om alle informatie van de wereld toegankelijk te maken, ook die democratische functie serieus neemt?”

Krijgen we in onze 'filterbubbel' alleen nog maar nieuws te zien dat ons wereldbeeld bevestigt?

Opgenhaffen: “Het is een misvatting dat we alleen dingen op onze tijdlijn zien die aansluiten bij onze visie. Er glippen nog steeds andere meningen door. Ik volg Trump niet en zijn visie staat ver van de mijne, maar zijn tweets komen wel op mijn tijdlijn terecht, omdat die geretweet worden door mensen die ik wél volg. Die filterbubbel is dus niet hermetisch afgesloten.”

“De zogenoemde echokamer is wél een probleem: het fenomeen waarbij je je terugtrekt in een kamer met alleen maar gelijkgestemden die voortdurend schouderklopjes aan elkaar uitdelen. Dan maakt het niet uit hoe divers en uitgebreid het nieuwsaanbod is, je negeert het toch.”

De vraag is: wat kunnen we er nog aan doen? Moeten we allemaal onze sociale media verwijderen?

Opgenhaffen: “Absoluut niet. Wat me stoorde aan The Social Dilemma, is dat de makers alle voordelen van sociale media uit het oog verliezen. Dan denk ik niet alleen aan het sociaal contact, maar ook aan de protesten in de Arabische wereld, of Black Lives Matter. Die bewegingen werden mogelijk gemaakt door sociale media.”

Dée: “Wat meer mediawijsheid zou al veel helpen, denk ik. Mensen moeten bewuster met sociale media omgaan en zich afvragen waarvoor ze die precies gebruiken: voor hun werk, om contact te houden met vrienden, om een lief te vinden? Zo kun je je gebruik terugbrengen naar de essentie en zit je niet elke dag hersenloos te scrollen in die eindeloze feed.”

“Ik geloof wel dat mensen uiteindelijk slimmer zullen worden. Net zoals we nu bij een flyer van een politicus meteen weten dat het verkiezingspropaganda betreft, gaan mensen in de toekomst ook onlineboodschappen beter kunnen inschatten. Ik ben dan ook een technofiel: ik geloof meer dan anderen in de positieve krachten van technologie.”

Kenneth Dée: 'De reacties op posts van Vlaams Belang zijn bovengemiddeld negatief, boos of gefrustreerd.'

GIFTIG EN DESTRUCTIEF

Opgenhaffen: “The Social Dilemma vergelijkt de nudges die techbedrijven gebruiken met tovenarij, maar eigenlijk zijn ze een vorm van goochelen. En zodra je een goocheltruc doorhebt, verdwijnt de magie en dus ook het effect: dáár zit de mogelijke oplossing. Ik geloof niet echt in regulering door de overheid, maar misschien kan zij wel transparantie opleggen. De trucjes gebruiken mag, maar dan moeten de gebruikers ook weten hoe ze werken. Dat zal ze vanzelf minder effectief maken.”

“Tegelijkertijd moeten we inzetten op mediawijsheid en digitale geletterdheid. Vijfenzestigplussers zijn de grootste verspreiders van fake news, niet de jongeren. Hen moeten we dringend uitleggen hoe gerichte advertenties en algoritmes werken. Het is niet langer voldoende om te weten op welke knopjes je moet drukken om de computer te gebruiken.”

Dée: “Jongeren zijn zich een pak bewuster van de gevaren van het internet. Toen de naaktfoto's van die BV's uitlekten, heb ik de reacties op sociale media in de gaten gehouden. In de media die een iets ouder publiek aanspreken, werd schande gesproken over het feit dat ze überhaupt naaktfoto's hadden gemaakt. Op TagMag en andere media voor jongeren waren ze vooral verontwaardigd over het feit dat ze die foto's online hadden gedeeld. Dat stemt me wel positief over de toekomst.”

Van Noort: “Ik geloof niet in mediawijsheid alléén. Toen ik mijn boek schreef, dacht ik ook: zo moeilijk is het toch allemaal niet, er zit toch een uitknop op dat ding? Maar daar ben ik niet meer van overtuigd. Die supercomputers zijn zó sterk en de menselijke zwaktes zó ingebakken.”

“Tristan Harris heeft daar een mooie metafoor voor: als je op Google iets zoekt of op Facebook iets liket, dan activeer je met die ene klik de snelste supercomputers ter wereld, die vervolgens een potje schaak gaan spelen met jouw brein. En dat verlies je altijd. Je brein wint het niet van de technologie die zij in huis hebben. Dan gaat het niet meer over te weinig wilskracht van onze kant. Het systeem faalt: het verdienmodel blijkt aan alle kanten destructief en giftig te zijn voor je psyche en voor de maatschappelijke dynamiek. Misschien moeten we het probleem dus toch in de kern aanpakken en eens goed kijken naar dat verdienmodel.”

Ligt de oplossing dan toch bij de overheid?

Opgenhaffen: “Ik vrees dat de belangen - zowel commercieel als politiek - daar te groot voor zijn. De politici die de sociale media moeten reguleren, zijn zélf afhankelijk van de platforms en spenderen er veel advertentiegeld.”

Van Noort: “Op zich ben ik geen fan van regulering. Ik ben voorstander van lekker doen waar je zin in hebt, maar dit fenomeen belemmert mensen om dat te doen. De techbedrijven zijn té goed geworden in nudging en in het ontnemen van je autonomie. Gelukkig vragen wetgevers in Europa én de VS zich steeds vaker af of ze die monopolies niet moeten aanpakken. Misschien moet het gebruik van onze persoonlijke data ingeperkt worden en de macht meer bij de gebruikers komen te liggen. We zijn er nog lang niet, maar ik denk dat we op een kantelpunt zitten. Daar kunnen documentaires zoals The Social Dilemma alleen maar bij helpen.”

The social dilemma is te zien op Netflix.

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234