Zaterdag 28/11/2020

Achtergrond

Hoe een Belg het Groningse gasgeheim onthulde

Aanleg van een pijp­leiding voor Ne­der­lands aardgas in 1964.Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad

Precies zestig jaar geleden bracht een Belg Nederland in rep en roer met een onthulling: in de Groningse bodem was een gigantische hoeveelheid gas gevonden. Nederland ­verzweeg dat, zo blijkt ook uit deze voor­publicatie uit Gas, maar heel Europa hoorde het te weten, vond CVP-politicus Victor ­Leemans. Wie was hij, en wat dreef hem?

Het was steenkoud in Straatsburg, die vrijdagmiddag 14 oktober 1960. In de vergaderzaal van het Europees Parlement keken sommige parlementariërs op hun horloge. Het liep tegen zessen, het weekend lonkte, maar er stonden nog zeker zeven sprekers op de lijst. Of zij hun bijdrage kort wilden houden, vroeg de voorzitter met klem. Op de agenda stond een verslag van de commissie voor het energiebeleid van de zes landen (Italië, Frankrijk, West-Duitsland en de Benelux) van de EEG, ‘nopens vraagstukken in verband met aardolie en aardgas’.

Het rapport was opgesteld door Siep Posthumus, een Friese chemicus, die behalve in het Europees parlement ook in de Tweede Kamer zat voor de PvdA. Hij had de opdracht gekregen meer inzicht te bieden in de mogelijkheden van aardolie en aardgas voor de Europese energievoorziening. In de Verenigde Staten werd aardgas al volop gebruikt, maar in de EEG speelde het nauwelijks een rol. De Fransen hadden aardgas gevonden in hun kolonie Algerije, maar hoeveel dat was, wat men ermee van plan was, en of de andere landen van de gemeenschap daar ook iets aan konden hebben, was de vraag. Dus toog de energiecommissie onder aanvoering van Posthumus naar Algerije. Met een tweemotorig vliegtuig van Air Algérie vertrokken veertien Europarlementariërs en vier ambtenaren op dinsdagmiddag 1 maart 1960 uit Parijs.

Naast Siep Posthumus zat zijn Belgische collega, de christendemocraat Victor Leemans. Leemans, in 1901 geboren in het smokkelgebied tussen Vlaanderen en Zeeland, had als jongen nooit bevroed dat hij zich op een dag zou bezighouden met de Europese energiepolitiek. Het was ook niet iets dat hij nastreefde. Zijn interesse ging uit naar filosofie en sociologie, maar als zoon van een molenaar moest hij onderaan de ladder beginnen.

Hij werd onderwijzer op de katholieke lagere school in Stekene, zijn geboortedorp. Zijn filosofische interesse voerde hem al jong naar rechtse Duitse denkers. Hun wereldbeeld sloot aan bij het Vlaamse nationalisme dat Leemans aanhing, en dat gevoed werd door zijn aversie tegen de arrogantie van de Franstalige Belgen.

Van onderwijzer werkte Leemans zich op tot voorzitter van een rechts georiënteerde vakbond, die sympathie had voor het opkomende nazisme in Duitsland. De genegenheid was wederzijds: toen de Duitsers in mei 1940 België binnenvielen en een militair bestuur instelden, zochten ze een nieuwe topambtenaar voor het ministerie van economische zaken. Victor Leemans werd gevraagd, en hij besloot zijn talenten in dienst te stellen van de nationaalsocialistische zaak. Je kon de bezetter voor van alles gebruiken: om rekeningen te vereffenen, om verraad te plegen, of om als Vlaamse buitenjongen, die zich gekrenkt voelde door de Franstalige minachting voor alles wat zich Vlaams voelde of Nederlands sprak, je eigen ambitie te verwezenlijken.

Die keuze kwam hem duur te staan. Nauwelijks waren de nazi’s in het najaar van 1944 uit België verdreven of Victor Leemans werd net als andere ‘zwarten’, zoals collaborateurs heetten, gearresteerd. Zijn huis werd leeggehaald, hijzelf gevangen gezet. Daarmee kwam hij er nog relatief goed vanaf, want sommige geestverwanten werden in de dierentuin van Brussel in een hok gestopt en te kijk gezet.

CVP-senator Victor Leemans (1901-1971).Beeld BELGA

De ‘repressie’ tegen foute Belgen begon streng en stoer, maar vlakte na verloop van tijd af, alsof men het gedoe alweer beu werd. Na een paar maanden kwam Leemans op vrije voeten. Hij werd in 1948 buiten vervolging gesteld en kreeg daarna nieuwe kansen: een christelijke werkgeversorganisatie stelde hem aan als studiemedewerker, dagblad De Standaard liet hem beschouwingen schrijven, en voor de Christelijke Volkspartij (CVP) werd hij zelfs senator. De CVP ontfermde zich nogal over vervolgde ‘zwarten’. Prominente partijleden zetten zich in om collaborateurs uit de gevangenis te krijgen en ze steunden de gezinnen van ‘getroffenen’ – Vlamingen die ten onrechte in de gevangenis of het interneringskamp zouden zitten, of die overdreven zwaar gestraft zouden zijn.

Van zijn vroegere ‘religieuze en nationalistische geestdrift’, zoals hij het zelf omschreef, kwam Leemans na de oorlog behoorlijk terug. Met interesse volgde hij nu de initiatieven voor meer samenwerking tussen Europese landen. Toen in 1958 de Europese Economische Gemeenschap werd opgericht, vaardigden de Belgische christendemocraten Victor Leemans, de bedachtzame beschouwer, af als hun vertegenwoordiger in het Europees parlement.

Een dag na aankomst in Algiers vlogen de Europarlementariërs en hun ambtenaren in een gecharterde DC-3 van Algiers nog eens 1.500 kilometer naar het zuiden, de Sahara in. De mannen bezochten twee dagen lang oliebronnen en ze bezichtigden het beginpunt van een oliepijplijn naar Tunesië. Ze waren onder de indruk van de kwaliteit van de asfaltwegen door de olievelden in de woestijn. Ze lieten zich voorlichten over alle technische details, en filosofeerden onderling over de vraag wat Europa zou kunnen met aardgas, dat bijproduct van olie. Terug in Algiers wachtte op vrijdagavond een diner in het zomerpaleis van president Ferhat Abbas en daarna de reis naar huis.

Eenmaal weer in Nederland gaf delegatieleider Posthumus een persconferentie in Den Haag. Hij kwam met een waarschuwing: er dreigde een probleem voor het gezamenlijke Europese energiebeleid, want Frankrijk stond op het punt om grote hoeveelheden olie en aardgas uit de Sahara te halen – méér dan de gehele EEG ooit nodig kon hebben. Zulke bodemschatten gaven de ene lidstaat wel erg veel voordeel boven de andere. Bovendien, als Frankrijk dat gas in Europa zou gaan verkopen, zou dat een ongekende klap zijn voor de steenkolenindustrie. Enkele kranten noteerden de waarschuwende woorden.

Bij de daaropvolgende bespreking in Straatsburg introduceerde Posthumus die koude vrijdag zijn rapport met de mededeling dat er ook na de reis naar de Sahara veel ‘ondoorzichtig’ was gebleven, vooral rond aardgas. De oliemaatschappijen die het gas in de Algerijnse woestijn oppompten hadden beslist niet het achterste van hun tong te laten zien.

Goed bewaard geheim

De eerstvolgende die nu het woord kreeg, was Victor Leemans. Een van de onderdelen van het rapport van de gewaardeerde collega Posthumus, herhaalde hij nog maar eens, was de vondst van olie en gas in de Sahara, en de mogelijke intrede daarvan in ‘onze gemeenschap’.

“Welnu, dames en heren, inmiddels is ons een niet minder grote verrassing bekend geworden, met name het ontdekken in Nederland van aardgasreserves die geschat worden op 300 miljard kubieke meter. Indien deze gegevens juist zijn en indien het ook waar is dat samen met het Sahara-gas ook Nederlands gas op de markt wordt aangeboden, dan staan wij voor een nog dringender geworden noodzakelijkheid de ordening van de energiemarkt in de Gemeenschap nu eindelijk tot stand te brengen.”

Leemans voegde er meteen een omfloerste waarschuwing voor Nederland aan toe: “Degenen die in onze economie de grootste kansen hebben en krijgen, moeten ook weten dat zij grotere verplichtingen hebben.” De zaal applaudisseerde.

Wát zei Leemans daar? Een wakkere verslaggever van het ANP veerde op. Dat er in de provincie Groningen aardgas was gevonden, was al bijna een jaar bekend. Maar zovéél gas? Driehonderd miljard kubieke meter? Omgerekend naar het verbruik in 1958 zou Nederland met deze hoeveelheid gas zes eeuwen vooruit kunnen. Zes-hon-derd jaar. Bestond er ergens ter wereld zo’n enorm gasveld? Hij zei het zo terloops, die Belg, maar deze opmerking was groot nieuws.

De verslaggever maakte er een twaalfregelig bericht van. De radionieuwsdienst las het bericht zaterdagmiddag voor: ‘De Belgische senator, Leemans, zou met deze mededeling een tot nu toe goed bewaard geheim hebben onthuld.’

Op maandag volgden de kranten. Trouw bracht het nieuws nog met een vraagteken: ‘Enorm aardgasveld in Groningen?’, maar Het Vrije Volk wist zeker: ‘Aardgasveld in Groningen van enorme omvang’. Het Nieuws­blad van het Noorden leek daarentegen de ophef niet te snappen: ‘Wij hebben regelmatig berichten ge­publiceerd over al dan niet geslaagde boringen.’

Victor Leemans sloeg het debat in Nederland geamuseerd gade. Hij hield het erop dat hij ‘van bevoegde zijde’ had vernomen hoeveel gas er in Groningen was gevonden. Belangrijker vond hij wat er met het gas zou gebeuren. Het delen van energiebronnen was volgens hem een essentieel onderdeel van de gemeenschap die landen van de EEG vormden. Die samenwerking wilde hij op elke mogelijke manier bevorderen. Dat was hij aan zichzelf verplicht, vond hij. Hij had iets goed te maken na zijn verkeerde keuzes van vroeger. ‘De omstandigheden veranderen en het is normaal dat ook een mens een evolutie doormaakt’, vond hij.

En wie nu zijn bron was, ‘van bevoegde zijde’? Het antwoord nam Victor Leemans in 1971 mee in zijn graf.

Emiel Hakkenes, Gas. Het verhaal van een Nederlandse bodemschat, uitgeverij Thomas Rap, 352 p., 22,99 euro.  

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234