Maandag 03/08/2020

Groene gerechtigheid

Hoe de Nederlandse klimaatzaak de Belgische hoop vergroot

Advocaat Roger Cox en Urgenda heffen het glas op de overwinning.Beeld AP

Ze zijn vaak weggezet als naïeve groene ridders, maar de Nederlandse klimaatzaak Urgenda haalt nu wel een historische slag thuis. In een precedent legt de rechter de staat meer klimaatactie op. "Hopelijk is hij hier even moedig", zegt de Belgische Klimaatzaak.

Walk the talk. Doe wat je belooft. Dat is de boodschap van het Nederlandse gerecht aan de staat over het klimaatbeleid. De rechter verplicht het land zijn broeikasgasuitstoot met een kwart te doen zakken in vergelijking met 1990. Daarmee levert de vraag van de milieu-organisatie Urgenda aan justitie om de opwarming te erkennen en in te grijpen een wereldprimeur op.

Het vonnis geeft niet alleen de zeer gelijkaardige klimaatzaak bij ons een fikse duw in de rug, het overtuigt anderen elders maar kan ook een oppepper zijn voor de slabakkende internationale klimaatonderhandelingen. Juridische afdwingbaarheid is een heikel punt. "Daarom wordt dit vonnis een topic op de volgende klimaattop eind dit jaar in Parijs, want het geeft burgers de kans hun land aansprakelijk te stellen", zegt een insider.

In de rechtszaal in Den Haag, die vol zat met supporters, juristen en wereldpers, zette rechter Hans Hofhuis van naaldje uiteen hoe hij tot zijn oordeel kwam. "Erg spannend. Wij waren de hele tijd op een 'desondanks'-moment aan het wachten. Maar dat kwam er gewoon niet en toen was er applaus en gejuich", zegt Stijn Meuris vanuit Den Haag. Samen met elf andere Belgen trekt hij de klimaatzaak in ons land.

Ook advocaat Roger Cox (zie kader), die de juridische argumentatie uitbouwde en daarmee geschiedenis schrijft, luisterde nerveus naar de uitspraak van zeventig pagina's. "Pas toen de rechter stelde dat de Europese klimaatafspraken doorslaggevend zijn, wist ik: 'Het is beklonken.' Dat was onwerkelijk. Niet in de zin dat ik niet geloof in de zaak, dat ben ik altijd blijven doen Maar nu kreeg ik tranen in de ogen", zegt de altijd rustige jurist lichtjes verbaasd.

"Ik ben een pragmaticus. Je bereidt je toch voor op een nederlaag, ook al weet je dat je zaak verdraaid goed ineensteekt. Net voor de uitspraak stelde ik me al voor hoe we zouden verliezen en hoe ik daaruit dan weer de energie zou putten om in beroep te gaan", zegt Cox.

Dat was dus nergens voor nodig. De rechter doet wat Cox al die maanden nooit durfde dromen en volgt zijn juridische argumentatie over de hele lijn.

Op het internationale toneel gaat Nederland ermee akkoord om de opwarming onder de twee graden te houden tegenover 1990, zo stelt de rechter vast. In 2010 kwamen alle landen overeen de temperatuurstijging onder de volgens wetenschappers riskante twee graden te houden in vergelijking met pre-industriële niveaus. En voor industrielanden impliceert dat volgens diezelfde klimaatwetenschap een uitstootreductie tussen 25 en 40 procent tegen 2020 in vergelijking met 1990.

Maar in eigen land onderneemt de regering veel te weinig om dat waar te maken. Nederland koerst aan op een vermindering van 17 procent in 2020. Dat betekent dat "de staat haar zorgplicht tegenover de burgers niet nakomt en onrechtmachtig handelt", zo staat in het vonnis.

Van alle tegenargumenten is brandhout gemaakt.

Het belangrijkste punt waarop de zaak werd aangevallen, is de scheiding der machten die justitie verbiedt de politiek te sturen. Maar wanneer het gerecht vaststelt dat het beleid de burgers blootstelt aan gevaren, moet de rechtbank rechtsbescherming bieden, ook in zaken tegen de overheid. Tegelijkertijd past de rechter terughoudendheid toe, zo staat er. Daarom is het rechterlijk bevel beperkt tot 25 procent, de ondergrens van de norm van 25 tot 40 procent.

Beeld AP
Beeld AP
Beeld AP

Calimerocomplex

Ook dat het een ideologische kwestie is, dat het allemaal zo erg niet is en trouwens ook ver weg, zijn stellingen die hier juridisch zijn ontkracht. Op basis van de wetenschappelijke rapporten van het VN-klimaatpanel (IPCC), die de Nederlandse overheid ook erkent, is onomstotelijk bewezen dat de opwarming een ernstige bedreiging voor de wereld vormt. Mét voor een land dat onder de zeespiegel ligt ook heel concrete schade. Nederland zal ook merken dat het klimaat elders in de wereld verandert waardoor sommige invoerproducten duurder worden.

Een ander vaak gehoord tegenargument is dat een afdoende uitstootvermindering 'lastig is voor een klein land' en dat grotere landen, nog minder doen. Die calimeroredenering is dé klassieker in klimaatonderhandelingen. Maar ze houdt juridisch geen steek, volgens dit vonnis: "De staat kan zich niet verschuilen achter het argument dat de oplossing van het wereldwijde klimaatprobleem niet alleen afhangt van Nederlandse inspanningen. Elke vermindering van uitstoot draagt namelijk bij aan het voorkomen van een gevaarlijke klimaatverandering. Nederland zou als geïndustrialiseerd land voorop moeten lopen."

Bovendien stelde Nederland tot in 2010 een uitstootvermindering van 30 procent tegen 2020 voorop. Dat werd door een nieuw rechts kabinet afgezwakt. Maar het land heeft met andere woorden zelf al toegegeven dat het die inspanningen aankan.

Tot slot, zo redeneert de rechter, is de overheid gebonden aan een zorgplicht tegenover de burgers en moet ze de bevolking dus beschermen tegen gekende risico's en gevaren. Advocaat Cox trekt hier de vergelijking met asbest. Ook daarvan is duidelijk aangetoond dat het kankerverwekkend is en overheden en bedrijven zijn verplicht mensen ertegen te beschermen. Wie dat niet doet, is strafbaar.

De zorgplicht van een overheid primeert volgens dit vonnis op de economische belangen, als die al in het gedrang zouden zijn. Want de rechter stelt dat de kosten van de opgelegde verplichting niet onaanvaardbaar hoog zijn. Daarenboven blijkt dat "een reductie met minstens 25 procent het meest kosteneffectief is. Wordt echter niet snel genoeg werk van die overgang gemaakt, dan zullen de totale kosten oplopen."

Maar ook wanneer het nodige groene beleid meer kost, kan dat volgens de rechter geen argument zijn om de klimaatactie niet te verwezenlijken. Zelfs dan primeert namelijk het zorgprincipe dat overheden verplicht burgers en milieu te beschermen.

In de uitspraak staat geen dwangsom en de staat kan natuurlijk in beroep gaan. Op de vraag hoe het bevel dan af te dwingen is zegt Cox: "Het is hier de traditie dat de overheid rechterlijke bevelen volgt. Doet ze dat niet, dan kunnen wij dat nog altijd afdwingen met dwangsomprocedures. Of er een beroep komt is koffiedikkijken. Maar hoe dan ook moet de staat dit bevel uitvoeren tot een eventueel beroep het oordeel weerlegt. Als staat zeggen dat je het niet eens bent met de vaststelling van een rechter dat je de burgers tegen schade moet beschermen, lijkt me echter lastig te verkopen. Het aansprakelijkheidsrecht is hier doorslaggevend. Dat blaas je niet zomaar omver. Het heeft duidelijk een rol te spelen in de klimaatkwestie.Buitenlandse collega's kunnen het voortaan gebruiken in gelijkaardige zaken."

De kans dat die er komen is niet gering. "Iedereen zei: 'Dit gaat nooit gebeuren'", zegt Urgenda-directeur Marjan Minnesma. "Er zijn heel wat buitenlandse juristen geïnteresseerd, maar ze waren afwachtend en leken uit te gaan van verlies. Maar deze uitspraak betekent dat mensen over de hele wereld dezelfde eisen kunnen stellen." Verschillende organisaties kondigden al aan een gelijkaardige rechtszaak aan. In Noorwegen zijn de voorbereidingen ver gevorderd.

Het verst staat de Belgische Klimaatzaak, eind 2014 is opgestart door elf initiatiefnemers, waaronder enkele bekende gezichten. "Wij onthouden dat de rechter oordeelt dat de zorgplicht van de staat primeert. En dat een klein land die plicht niet kan ontlopen omdat het een klein land is", zegt Meuris. Een uitspraak in ons land zou voor eind 2016 zijn. Meuris: "Afwachten of de Belgische rechter even moedig is als deze."

Marjan Minnesma, oprichtster en directeur van duurzaamheidsorganisatie Urgenda.Beeld ANP


Burgerplatform dat vriend, vijand en zichzelf verrast

Zelfs vrienden van burgerplatform Urgenda zijn verrast over het Haagse vonnis dat de regering verplicht tot verdergaande CO2-reductie.

Het bestaat nog maar acht jaar en moest aanvankelijk opboksen tegen gevestigde organisaties. Toch wist Urgenda vriend en vijand te verrassen met een gewonnen rechtszaak tegen de staat, die wellicht meer effect heeft op het klimaatbeleid dan jarenlang bivakkeren op de barricade.

Urgenda heette in 2007 nog 'de Urgenda' en stond voor een wensenlijstje ('urgente agenda') dat vier keurige activisten en sympathisanten achterlieten in een ingezonden artikel in NRC Handelsblad. Tegenwoordig noemt de beweging zichzelf een 'burgerplatform', hoewel twee van de oprichters van destijds, Marjan Minnesma en Jan Rotmans, daarin nog wel de belangrijkste burgers lijken te zijn.

De Nationale Postcodeloterij is de belangrijkste financier. Ook energiebedrijven Alliander en Eneco en de ASN-bank betalen mee.

Anders dan collega-organisaties, met betalende leden of donateurs, is de stichting vooral een netwerk. Daarin zitten veel prominenten.

Joris Wijnhoven van Greenpeace Nederland is vol bewondering voor de pressiegroep. Die heeft met verstand van zaken de rechter een "revolutionaire uitspraak" ontlokt.

Het 'unique sellingpoint' van Urgenda is volgens Wijnhoven dat het volledig zelfstandig werkt en snel kan opereren. "Wij zijn lid van een internationale organisatie. Dat heeft voordelen: wij kunnen Shell aanpakken bij olieboringen in arctisch gebied. Maar de schaduwkant is dat we soms minder wendbaar zijn."

Urgenda is minder bekend bij het grote publiek, "maar trekt zich daar niets van aan", zegt hij. "Daar kunnen wij en andere milieuorganisaties nog iets van leren. Het was initiatiefnemer van een klimaatmars, maar die was in vaktermen 'unbranded', hij werd niet gehouden onder iemands naam. Het werkt inderdaad prima om de gebeurtenis voor zichzelf laten spreken. Waarom al die labels van al die organisaties? Rond de klimaatconferentie in Parijs gaan we dat idee zeker overnemen."

Zenuwen achter de schermen

Het Nederlandse juridisch precedent baant in ieder geval de weg voor de Belgische zaak, die zo goed als dezelfde eisen stelt maar wel een dwangsom vraagt. "De Belgische rechter zal alvast niet meer moeten piekeren over de vraag of dit geen al te rare zaak is. Dat is het duidelijk niet", zegt Cox. Zijn Belgische confrater Dennis Philippe beaamt. "Een zeer positieve wending. De belangrijke juridische principes die hier gelden, zijn perfect toepasbaar in het Belgisch recht. Bovendien krijgt de klimaatwetenschap van het IPCC hier echt juridisch gewicht. Het is geen ideologisch debat, maar een op feiten gebaseerde schending van het aansprakelijkheidsrecht."

Achter de schermen veroorzaakt de uitspraak zowel in de Belgische als Europese beleidsmiddens duidelijk zenuwachtigheid. De bevoegde ministers Joke Schauvliege en Christine Marghem, die samen met hun Waalse en Brusselse collega's door Klimaatzaak zijn gedaagd, blijven karig met commentaar. "Dit vonnis staat los van de Belgische zaak. Wij hebben onze eigen argumenten en gaan die hier verdedigen", zegt Schauvliege.

Joke Schauvliege.Beeld BELGA

Advocaat Roger Cox, de man die de staat uitdaagde

"Ik ben hier al zo lang mee bezig en ik geloof hier zo hard in." Het was de dag van zijn leven. Roger Cox, de advocaat die zich op het ontontgonnen terrein van de klimaatrechtspraak begaf, liet zijn tranen de vrije loop na de uitspraak.

Het zorgprincipe waar de rechter in zijn vonnis zo op hamert, was ook de eerste motivatie van Roger Cox om zich op het onontgonnen terrein van de klimaatrechtspraak te begeven. De altijd piekfijn uitgedoste jurist had gisteren in Den Haag de dag van zijn leven. Na de uitspraak hief hij het glas met zijn collega's en zijn vrouw die hem mee door deze uitdaging loodste. "Dit is een ontlading van formaat", klonk hij enkele uren nadien aan de telefoon.

Anderhalf jaar geleden werd de rechtzaak officieel in gang gezet door de milieu-organisatie Urgenda. Maar Cox was toen al veel langer bezig met het idee. "De klimaatkwestie leerde ik eind 2005 kennen. Ik las de berichten, hoorde wetenschappers en ging kijken naar The Inconvenient Truth van Al Gore. Het hakte er diep in. Ik heb twee kinderen van nu 12 en 14 jaar. Beseffen dat je hun toekomst hypothekeert is een zware dobber. Ik ben me daarom gaan inzetten voor het thema. Ik organiseerde screenings van Gores film, organiseerde congressen."

Maar op den duur bekroop Cox het gevoel dat dat niet meer volstond. "Het is pas na een hele tijd dat ik het verband met mijn eigen vak legde en de opties ging bestuderen." In 2010 mondde dat uit in het boek Revolutie met recht, waarin Cox aantoont hoe de staat op dit moment de burger niet afdoende beschermt tegen de opwarming en hoe internationaal en nationaal recht daarop kunnen ingrijpen.

De stap naar de rechtszaak die door Urgenda werd aangespannen leek evident, maar betekende pionierswerk en maandenlang schaven om de argumentatie solide, aanvaardbaar en vooral waterdicht te krijgen. Kritiek en scepsis was er uiteraard. Wie daagt de staat nu uit over een ideologische kwestie, zo luidde een van de redeneringen. Cox wist echter dat de opwarming van de aarde al lang geen meningsverschil meer is en dat principes uit het mensenrecht en het aansprakelijkheidsrecht duidelijk soelaas konden bieden om dat punt hard te maken in de rechtszaal. "Maar je bent echt nooit zeker. Dit was nieuw terrein", zegt Cox, die de overwinning gaat vieren met vrouw en kinderen. "De kinderen hebben via de uitspraak in de klas gevolgd en ik heb ze in juichen zien uitbarsten. Dit leeft sterk bij deze generatie en ik ben erg blij dat ik alles op mijn terrein heb kunnen doen om een verschil te maken."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234