Zondag 20/10/2019

Rolpatronen Gezin

Historisch onderzoek toont aan: vaders werden bewust uit het gezin verdreven

Spotprent uit het begin van de 20ste eeuw: ‘Papa, ga je al die kindjes in je huwelijksmand stoppen?’ Beeld AVG-Carhif, Brussel

Mama die voor de kinderen zorgt en papa die het geld binnenbrengt: het is geen natuurlijk gegroeid rollenpatroon, maar het resultaat van een van hogerhand opgelegd gezinsmodel. Dat blijkt uit een nieuwe studie. En daar zijn moeders én vaders nog steeds de dupe van.

Het levert wel idyllische plaatjes op. Moeder staat glimlachend, doorgaans met voorgebonden short, met één hand in de pot te roeren en troost met de andere een kleintje. Op een afstand kijkt vader tevreden toe. Het harmonieuze beeld geeft de indruk dat het zo moet zijn. Dat het iets natuurlijks is. Dat iedere speler gecast is volgens zijn of haar interesses, capaciteiten én vrije wil.

Klopt niets van, blijkt uit een nieuwe studie van het AVG, het archiefcentrum gespecialiseerd in vrouwengeschiedenis. Op vraag van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) onderzocht het hoe van in de negentiende eeuw tot nu omgegaan werd met ouderschap. Het resultaat is opmerkelijk. De studie toont het bestaan van een politieke wil, van in de negentiende eeuw tot rond de jaren 1960, om een nieuw gezinsmodel te creëren én op te leggen.

“We merken dat in de negentiende eeuw de vader- en moederrollen sterk uit elkaar worden getrokken”, stelt Els Flour van het AVG, die meewerkte aan de historische studie. “Vaders worden expliciet buiten beeld geduwd, en alle aandacht gaat naar wat vrouwen zouden kunnen doen als ze zich volledig zouden toeleggen op het moederschap. Niet dat in de eeuwen ervoor de taken van mannen en vrouwen identiek waren, maar ze waren wel beiden actief op de twee fronten: de zorg voor de kinderen en het gezinsinkomen.”

Nieuwe experts

Na de industriële revolutie verandert dat. Voordien draaide het vooral rond landbouw en handel, nu wordt arbeid weggetrokken van het huis. Tegelijkertijd groeit bij de leidende klasse het besef dat iets gedaan moet worden aan de armoede bij de arbeidersklasse, want die armoede leidt tot grote sociale conflicten en hoge kindersterfte. Er wordt gezocht naar een betere manier om de samenleving te organiseren, en gescheiden rollen voor mannen en vrouwen lijken een oplossing.

“Op dat moment komen veel dingen samen”, stelt Els Flour. “Godsdienst speelt een grote rol. Geestelijken zijn ervan overtuigd dat mannen en vrouwen eerder complementair zijn dan gelijk. Wetenschappers komen met publicaties die benadrukken dat vrouwen fundamenteel anders zijn dan mannen. Ze hebben fundamenteel andere interesses en een fundamenteel ander lichaam, die hen richten naar het gezin. In combinatie met het gevoel dat er dringend een einde aan de sociale spanningen moet komen, leiden die dingen ertoe dat zowel wetenschappers, politici als sociale commentatoren vrouwen de rol toebedelen de gezinnen te redden. Het moederschap wordt moreel opgewaardeerd.”

Alle gewicht van het gezin komt daardoor op de vrouwen te liggen. Vanaf het einde van de negentiende eeuw krijgen ze de steun van een resem nieuwe experts: pedagogen, kenners van het jonge kind, mensen gespecialiseerd in hygiëne. Flour: “Die gaan zich allemaal tot die vrouwen richten, terwijl artsen vroeger vooral mannen aanspraken over belangrijke dingen. De nieuwe experts hebben veel gezag. Het leidt ertoe dat de papa’s nog meer weggeduwd worden. Een vader wordt wel geacht de oudere kinderen te begeleiden en naar de arbeidsmarkt te loodsen, maar met de kleintjes heeft hij niets meer te maken.”

De verbeelding intomen

De rollen worden steeds verder uit elkaar getrokken. Moeders krijgen van de overheid en allerhande instanties gerichte boodschappen over hoe ze als goede moeder voor hun kind kunnen zorgen en hoe ze het best een huishouden bestieren. Moeders worden geacht zich exclusief met het gezin en het huishouden bezig te houden. Vaders moeten uit werken gaan, actief zijn in de buitenwereld en ook geïnteresseerd zijn in wat er in die buitenwereld gebeurt. De leidende klasse is ervan overtuigd dat op die manier de beste sociale uitkomst kan worden verkregen.

Er wordt ook een heel arsenaal ‘overtuigingsmiddelen’ ingezet om het nieuwe model verspreid te krijgen in de samenleving. Aangepast onderwijs voor meisjes is daar een belangrijk onderdeel van. Het onderwijssysteem vertrekt op alle niveaus van twee veronderstellingen: dat bij meisjes het accent moet liggen op moederschap en bij jongens op beroepsbekwaamheid, en dat vrouwen minder intelligent zijn dan mannen. 

De enige redenen waarom meisjes recht hebben op een zekere opleiding zijn de moraal en het gezin. Het gaat erom haar verbeelding in te tomen en haar gezond verstand te vormen. Ze moet vooral een goede opvoedster en huishoudster worden. Vrouwen worden opgeleid voor hun ‘natuurlijke opdracht’.

‘Wat men het meisje leren moet’: omslag van een schoolboek uit 1960. Beeld AVG-Carhif, Brussel

Je ziet ook een heel scala aan huishoudcursussen voor vrouwen opduiken, zegt Flour. “We zien zelfs een verandering in het speelgoed: terwijl poppen voordien meestal volwassen figuren afbeeldden, wordt nu de babypop dominant. Meisjes krijgen dat zorgende van jongs af ingepeperd. Er worden raadplegingen voor zuigelingen opgezet die zich exclusief op moeders richten. Er vrouwen krijgen heel fel de boodschap: dit is jullie taak.”

Vaders krijgen dan weer meer de boodschap: bemoei jullie er niet mee, jullie zijn te onhandig, te klunzig. Mannen worden niet geacht zich met luiers en flesjes bezig te houden. Ze zijn daar niet voor gemaakt, is het achterliggende idee. De achting voor vaders daalt fel, en hun positie wordt ingenomen door kinderspecialisten.

Onhaalbaar model

Het klassieke rollenpatroon werd dus opgelegd, en ook nog eens vrij hardnekkig en agressief gepromoot, waardoor de norm geïnternaliseerd werd. Vaders noch moeders waren zich er na verloop van tijd nog van bewust dat het om van buitenaf opgelegde voorschriften ging die ze niet zelf hadden gekozen, en dat het ooit anders was. Tegelijkertijd was het opgelegde model voor heel wat gezinnen niet haalbaar. Die combinatie leidde tot veel frustratie.

“We kunnen wel zeggen dat het niet werkte”, stelt Flour. “Het model was ontstaan binnen de burgerij, waar het mogelijk was rond te komen met één inkomen, dat van de man. De vrouw had tijd en ruimte om voor de kinderen te zorgen en besteedde huishoudelijke taken zelf uit. Maar in arbeiderskringen was het veel moeilijker om rond te komen met één inkomen. Ook al was de norm duidelijk, toch gingen de meeste vrouwen in de negentiende eeuw werken. Bovendien zijn gezinsvormen altijd al divers geweest. Er waren toen ook ongehuwde koppels met kinderen, alleenstaande moeders en vaders en nieuw samengestelde gezinnen. Voor al die groepen was het opgelegde model onhaalbaar.”

Collectieve voorzieningen

Vrouwenorganisaties merkten vooral vanaf het interbellum dat hun leden lang niet allemaal gelukkig waren met de rol die hen werd opgelegd. Moeders voelden dat te veel van hen verlangd werd, want er kwamen alsmaar meer regels waaraan ze moesten voldoen bij de zorg voor hun kinderen en bij hun huishouden.

Ook mannen bleken niet allemaal gelukkig met hun rol, die volledig buiten de opvoeding van de kinderen lag. Velen waren niet blij met de rol van boeman waarin ze geduwd werden – vader stond voor het gezag. Hij werd van de kinderen vandaan gehouden, tenzij om ze te straffen. Flour: “Over hoe mannen zich voelden, bestaan wel veel minder historische bronnen. Al zien we dat na de Tweede Wereldoorlog organisaties als de Kristelijke Werknemersbeweging (KWB) cursussen voor vaders organiseerden. Daaraan zie je dat het leefde.”

Wanneer vader zich moeit, loopt alles mis. Postkaart, begin 20ste eeuw. Beeld AVG-Carhif, Brussel

In de jaren 1960 begon het tij te keren. De tijdsgeest veranderde helemaal, vooral door de economische conjunctuur. De economie trok aan, er waren veel jobs die ingevuld moesten worden en vrouwen werden beter opgeleid. 

In de jaren 70 besefte de overheid ook dat ze meer moest investeren in collectieve voorzieningen, zoals crèches, om vrouwen de kans te geven uit werken te gaan. Vanaf de jaren 80 kwam ook een gelijkekansenbeleid op gang. Voortaan werd niet enkel meer het kerngezin gepromoot, maar werd de diversiteit in gezinsformatie aanvaard.

Verplicht vaderschapsverlof?

Het opgelegde rolmodel, dat meer dan een eeuw zwaar gepromoot werd en in de geesten kroop, blijft tot vandaag doorwerken, meent Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, dat de studie bestelde. 

“Het zit impliciet in veel maatregelen en wetgeving. We zien in de studie dat het in de negentiende en in het begin van de twintigste eeuw heel manifest aanwezig was. Nu zal wellicht niemand meer vlakaf zeggen: vrouwen moeten aan de haard blijven, mannen moeten kostwinner zijn. Maar de gedachte is niet helemaal weg. Kijk naar de kinderopvang. Er is een Europese regel die zegt dat er voor één op de drie kinderen een plaats moet zijn. Dat wil dus zeggen dat onze maatschappij meent dat twee op de drie kinderen in familiale context opgevangen kunnen worden. Dat zegt iets.”

Idem dito met het vaderschapsverlof, meent Stevens. “Na de geboorte van een kindje krijgt de mama drie maanden en de papa tien dagen vrij. Dat geeft een impliciete boodschap over wat de rol van de vader is. Als je vanuit het ideaalbeeld vertrekt dat papa en mama de zorg voor het kindje delen, dan moet je dat vaderschapsverlof uitbreiden en verplicht maken.”

Weinig mannelijke rolmodellen

De grootste uitdagingen vandaag liggen bij de vaders, meent Stevens. “Als we het hebben over de combinatie van zorg en werk, dan zie je dat de rollen voor vrouwen veel breder zijn geworden. Je kunt een topcarrièrevrouw met kinderen zijn of beslissen geen kinderen te krijgen, en alles daartussen in. Voor al die rollen zijn er ook rolmodellen. Voor mannen is dat niet zo. De rollen die mannen bij de combinatie werk-gezin kunnen opnemen, zijn veel minder duidelijk. Er zijn ook veel minder rolmodellen. Ik kan niet meteen een bekende man opnoemen van wie ik weet dat hij geworsteld heeft met combinatie arbeid-gezin en die op zoek moest gaan naar oplossingen.”

Terwijl mannen in de praktijk wel degelijk vragende partij zijn om tijd met hun gezin door te brengen, zeker als er een nieuw kindje is. “We zien in onze dossiers dat het voor vaders lang niet altijd vanzelfsprekend is om vaderschaps- of ouderschapsverlof op te nemen”, zegt Stevens. “Een jonge bankier die een maand ouderschapsverlof aanvroeg, vertelde dat zijn directe chef aan de grote baas is gaan uitleggen dat het zeker niet was om een nieuwe job te zoeken, maar dat hij écht graag tijd wou doorbrengen met zijn dochtertje. Dat zegt veel over de manier waarop er nog altijd naar gekeken wordt.”

De naweeën van het opgelegde model zijn wel stilaan aan het wegebben. Vooral bij de jongere generaties geven papa’s aan meer tijd te willen doorbrengen met de kroost.  Dat blijkt uit het aantal aanvragen voor ouderschapsverlof, die in stijgende lijn gaan. Stevens: “We merken dat papa’s vooral geïnteresseerd zijn in de flexibele vormen van ouderschapsverlof: een dag in de week thuis of op woensdagnamiddag. Daarmee geven ze een duidelijk signaal: ja, ik wil mijn professioneel leven een versnelling lager zetten om meer bij mijn kinderen te zijn, maar ik wil niet helemaal uit de arbeidsmarkt stappen gedurende enkele maanden.”

Mama-papa-kindjes-gezin

Als één ding heel duidelijk is door deze studie, dan wel dat beleid cruciaal is voor hoe we denken over vader- en moederrollen, meent Stevens. “Maar weinig mensen zijn zich er bewust van hoe hard de impact van het beleid kan zijn op iets wat veel mensen als heel natuurlijk beschouwen, namelijk vader of moeder zijn.”

Daarom moeten we ook alert blijven, meent ze, nu conservatieve krachten staan te popelen om mee dat beleid uit te stippelen. De uitspraak van een kersvers Vlaams Belang-parlementslid dat het holebihuwelijk en de holebi-adoptie voor haar ‘een brug te ver’ zijn, maar vooral ook de uitspraak van haar voorzitter Tom Van Grieken dat ook hij een mama-papa-kindjes-gezin verkiest, zetten de voelsprieten op scherp. 

“Ik denk dat geen enkele verworvenheid van emancipatorische bewegingen voor altijd gegeven is, maar ik ben niet bang dat alle verworvenheden opeens op de schop zullen gaan. Ik ga ervan uit dat maar een minderheid wil dat we teruggaan naar de tijd toen meisjes bepaalde studies niet of wel mochten volgen. Maar een conservatief wereldbeeld waarbij het kerngezin sterk gepromoot wordt ten nadele van andere gezinsvormen is wel problematisch als het ook een beleidsvisie wordt. Dan krijgen veel mensen de boodschap dat ze minderwaardig zijn.”

Het is een visie die ook niet werkt, meent Stevens. “Dat toont deze studie aan. Je mag als overheid allerlei idealen hebben en een model ook willen opleggen, de werkelijkheid is veel diverser dan het ideaalbeeld. En zo’n opgelegd model creëert vooral ongelukkige mensen.”

‘Moeders en vaders. Geen vanzelfsprekende gelijkheid. België, 19de -21ste eeuw’ is te downloaden op https://igvm-iefh.belgium.be. Op de site kan ook een gratis papieren exemplaar besteld worden.

Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234