Donderdag 20/06/2019
Jonas Dhaenens, stichter en CEO van Combell.

Portret Jonas Dhaenens

Hij bouwde als 16-jarige een website voor zijn vader, nu is zijn bedrijf 1 miljard euro waard

Jonas Dhaenens, stichter en CEO van Combell. Beeld ID Jonas Lampens

Wat in 1999 begon met 1.000 euro om een website voor zijn vader te bouwen, is twintig jaar later een webhostingbedrijf ter waarde van meer dan 1 miljard euro. CEO Jonas Dhaenens (36) schreef het eigenzinnige succesverhaal van Combell als puber vanuit zijn slaapkamer.

“Toen we 14 jaar waren stond Combell al op een papiertje op de schoolbank. Jonas wist toen alleen dat hij een bedrijf wilde uitbouwen en dat het internationaal moest klinken: ‘Ook in Japan moeten ze onze naam kunnen uitspreken’”, vertelt Frederik Poelman, Benelux-directeur van het Gentse webhostingbedrijf Combell. Poelman was als jeugdvriend een bevoorrechte getuige van hoe CEO Jonas Dhaenens (36) in 1999 het bedrijfje uit de grond stampte dat nu als tweede Belgische start-up de kaap van 1 miljard euro rondt. Als team.blue weliswaar, de nieuwe naam na een megafusie met de Nederlandse sectorgenoot TransIP.

Dat leest u goed: Dhaenens richtte Combell, dat bedrijven helpt een website op te zetten met een domeinnaam of serverruimte, op als zestienjarige knaap. “Van kleins af was Jonas al iemand die meer neus had voor zaken dan voor spelletjes”, zegt vader Luc Dhaenens over dat opmerkelijke parcours. Hij zag zijn elfjarige zoon niet voetballen, maar vennootschapsstructuren uittekenen en later De Tijd lezen. De ondernemersgeest zit hem in het bloed: moeder heeft een voedingswinkel, vader een verzekeringskantoor.

Unicorn

Toen vader Dhaenens een website nodig had, weekte de zestienjarige zoon omgerekend zo’n 1.000 euro los om die te bouwen. Een domeinnaam was vlak voor de eeuwwisseling nog een omslachtig vehikel, via de post aan te vragen.

“Hij had een hostingpakket gevonden in Engeland, en had de plaats die over was verkocht aan andere zelfstandigen in de buurt”, herinnert Luc Dhaenens zich. De jonge Jonas zat toen ’s avonds op zijn slaapkamer “helpdesk te spelen” en factureerde vanuit de bvba van zijn ouders. De eigen vennootschap werd pas opgericht na de liberalisatie van .be-adressen in 2000: “Hij was er als de kippen bij om ‘domeinnaam.be’ te claimen. Je moet er maar aan denken.”

Een hele serie overnames en twintig jaar later is Combell, of team.blue dus, een ‘unicorn’, de term die in de techwereld gebruikt wordt om start-ups te benoemen die dankzij investeringen de kaap van 1 miljard euro ronden. Denk: Airbnb, SpaceX of Deliveroo. Ook de rest van de cijfers van team.blue zijn indrukwekkend: 170 miljoen euro omzet, 600 werknemers en 1,2 miljoen klanten in België, Nederland, Zwitserland, Denemarken en Zweden. Over een globaal plan wordt luidop gedroomd.

Beeld RV

Marc Coucke

Het lijkt wel een verhaal met Steve Jobs-allure, maar Dhaenens spiegelt zich liever aan Marc Coucke of een bedrijf als AB Inbev: schaalvergroting als ultiem streefdoel. Een beetje on-Belgisch eigenlijk. “Ik weet nog dat we in het begin bij een Nederlandse concurrent gingen kijken om bij te leren. Die hebben we intussen overgekocht”, vertelt Poelman. De eerste vijftien jaar werden al meer dan 20 bedrijfjes geïntegreerd, sinds 2014 zijn daar nog 35 overnames bijgekomen. Toen pas ging Combell extern kapitaal zoeken bij een investeringsfonds: eerst Waterland en sinds vorig jaar het Britse HG Capital.

Die (internationale) stroomversnelling was nodig, zegt Poelman. In de techwereld is het vandaag eten of opgegeten worden. In de Gentse techscene wordt alvast met veel bewondering gekeken naar het ‘playbook’ van Combell. “Ze hebben een goed basisproduct – betrouwbare hosting – heel geduldig uitgebouwd met de nodige diensten en innovaties”, zegt Pieterjan Boutens van Showpad, die Dhaenens een “superondernemer” noemt.

De gedurfde keuzes die gemaakt worden spreken eigenlijk voor zich. Dhaenens, die na een middelbare opleiding ‘boekhouden-informatica’ voor handelswetenschappen koos, zag zijn bedrijfje op dat moment aan een rotvaart groeien. Zijn jeugdvriend Poelman was intussen al aan boord, Combell telde een paar honderd klanten en dus kwam van studeren niet veel in huis. Voor nieuwjaar al kreeg vader het nieuws: ik stop ermee. “Ik verdiende toen wel al 8.000 euro bruto per maand. Dat vonden mijn ouders ook wel overtuigend”, zei Dhaenens daar ooit over in Vacature.

Er is ook de rode draad die door het verhaal van Combell loopt: “De grootste van de kleinsten zijn”, zegt Poelman. Dhaenens is een schoenmaker die bij zijn leest blijft: aanlokkelijke voorstellen om ook websites te ontwerpen of datalijnen te verkopen, werden afgeslagen. Het is die nichestrategie die ervoor zorgde dat 71 procent van de Belgische websites vandaag niet op infrastructuur van Proximus of Telenet leunt, maar op die van Combell. Van de kleine zelfstandigen tot grote klanten als KBC en IKEA. 

Aimabel figuur

Wat maakt de webhosting van Combell, toch een vrij onzichtbare dienst voor de leek, dan zo goed? Volgens Bart De Waele (van digital agency Wijs) is die onzichtbaarheid net een sterkte. “Het is geen simpele dienst, maar ze zorgen heel goed voor hun klanten”, zegt De Waele, die merkt dat Dhaenens ondanks de internationale groei van zijn bedrijf een verankerd blijft in de lokale start-upwereld als een “aimabel en bereikbaar figuur”. 

Dhaenens lijkt zo iemand met 101 zaken aan het hoofd. Dat eist duidelijk ook een tol. In De Tijd zei hij daarover begin dit jaar: “Bij het sluiten van een recente deal ben ik op restaurant even flauwgevallen.” “Hij slaapt veel te weinig”, beaamt Poelman. Het ondernemende beestje is blijkbaar moeilijk te temperen. Zou er straks, gezien zijn grote voorbeeld, een voetbalclub volgen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden