Zaterdag 21/09/2019

reportage

Het warme verhaal van een wetenschapper die smolt voor zijn 7 ganzenkinderen

Opstartcursus. Beeld rv

In een simpele blog hield vogelonderzoeker Michael Quetting zijn collega’s op de hoogte van zijn leven als ‘vader’ van zeven jonge gansjes. Maar wat begon als een puur wetenschappelijk experiment, mondde uit in het boek Opeens ganzenvader: een emotionele rollercoaster te land, te water en in de lucht. 

Man werpt zich op als vader van zeven ganzenkuikens, om er vervolgens tien weken lang mee de natuur in te trekken. De synopsis van het boek Opeens ganzenvader klinkt eerder als die van een Amerikaans namiddag­programma à la My Strange Addiction. Ook een filmpje van de ganzenvader in kwestie met zijn koddige kuikens doet de wenkbrauwen fronsen – eentje ervan kakt zijn shirt korrelig bruin.

Het is dan ook met lichte scepsis dat we ons opmaken voor een Skypegesprek met Michael Quetting, de man die dat alles deed “in naam van de wetenschap.”

Maar Quetting is geen weirdo, laat staan een ­bomenknuffelaar. Hij is een vogeldeskundige, en voor hem was dit experiment doodserieus. “Het idee kwam van het Max Planck Instituut voor Vogelkunde, waar ik werk. We hadden nieuwe dataverzamelaars ontwikkeld, en die wilden we graag testen bij vliegende vogels. Daarvoor zijn ganzen perfect, omdat ze het gemakkelijkst een mens als ouder aanvaarden”, verklaart de Duitser op het Skypescherm. Net als in zijn boek vertelt hij vlot en grappig, en vooral met veel kinderlijk ­enthousiasme over zijn avontuur. “Omdat ik met een ultralightvliegtuig kan vliegen, werd ik aangeduid voor de opdracht. De bedoeling was dat ik uiteindelijk zou opstijgen met de ganzen in mijn kielzog. Samen in V-formatie. Dat was bovendien altijd al mijn droom: als kind was ik gek van de jarentachtigfilm Fly Away Home, waarin het hoofdpersonage hetzelfde doet. Ik heb geen dan ook seconde getwijfeld.”

De spanning stijgt. Beeld rv

Kluizenaarsleven

Een fragment uit het boek: “Papa is hier en wacht op jullie!”, fluister ik de eieren toe, en bij de klank van mijn stem piepen ze meteen opgewonden. Niet te geloven; na de geboorte van mijn zoon heeft het meer dan een week geduurd voor hij de eerste keer naar me lachte.

Om ervoor te zorgen dat de ganzen hem echt zien als hun ouder, laat Quetting niets aan het toeval over. Hij leest de eieren voor, legt zijn oude sokken in de broed­machine en draagt de pasgeborenen de eerste dagen bijna onafgebroken in zijn trui. Dat hij daarmee ­verandert in een soort rondwandelende stoma, zal hem worst wezen. “Ze volgden me overal en dachten daadwerkelijk dat ik hun vader was. Bij ganzen gaat het niet om soort, maar puur wie hen kan beschermen.”

Michael Quetting met zijn zeven gevederde kinderen."In het begin was ik er een beetje beschaamd voor, maar wat ik voor de ganzen voelde was echte liefde." Beeld rv

Maar wat begon als een uitgekiend, rationeel plan, krijgt al snel een heel andere wending. Want zodra hij een vader is voor de gevederde baby’s, neemt hij ze ook onder de imaginaire vleugels als zijn kinderen. Het resultaat: slaaptekort, lichte gehoorschade en heel wat scheve blikken, maar vooral een volledig gesmolten hart. “Ik had al vaker met dieren gewerkt, dus ik was van plan om dit op dezelfde professionele manier af te handelen. Ik ben niet eens zo’n grote dierenvriend. Maar dat veranderde al vanaf de eerste seconden. Toen ik ze vasthad en ze van die piepgeluidjes maakten… Dat was bijna zoals toen ik voor het eerst mijn baby in de armen had. In het begin was ik er een beetje beschaamd voor, maar wat ik voor de ganzen voelde was echte liefde.”

Tien weken lang trekt Quetting zich met zijn ganzen terug in een caravan, midden in een verlaten grasveld. Om de band zo intens mogelijk te maken, duikt hij volledig in de ganzenwereld. Geen smartphone, geen badkamer, en nauwelijks menselijk contact. Zijn dagen vult hij met de ganzen voederen, samen door het gras waggelen en in de vijver peddelen. Hij ontdekt hoe elk ganzenkind een eigen persoonlijkheid heeft. Er is de waterrat, de leider, de knuffelaar, de bemiddelaar, de koppigaard en de verantwoordelijke grote broer. 

Mee naar de wc. Beeld rv

Allemaal wijken ze geen moment van zijn zijde. Zelfs niet in het kleinste kamertje, zo bewijst een van de meest memorabele scènes uit het boek: Ik heb me amper op de pot laten zakken, of ik hoor een erbarmelijk gejammer van buiten komen. Dus zwaai ik de wc-deur open en roep geïrriteerd: “Ik ben er toch! Kom dan maar gewoon binnen!” Twee seconden later hebben de zeven kleine deugnieten zich rond mijn voeten verzameld. Ze nestelen zich tegen elkaar aan onder mijn broek, die op mijn enkels hangt. Voor mij betekent dat een halfuur gedwongen en in krampachtige houding stilzitten op de wc.

Op den duur gaat zijn kluizenaarsleven zelfs zo ver, dat Quetting zélf ganzentrekjes krijgt. Hij snatert tegen zijn kroost, noemt ze ‘zijn kids’ en stoort zich niet meer aan de tsunami aan ganzenkeutels in de caravan. Maar evengoed ontpopt hij zich als nauwlettend beschermheer tegen de rondcirkelende buizerds boven hen. “Normale dingen zoals een dagelijkse douche verliezen al snel hun belang. Andere zaken, zoals continu een oog op de lucht houden voor onweer of roofdieren, worden dan weer essentieel.”

Therapie

Een metamorfose waar de meeste mensen vriendelijk voor zouden bedanken, maar voor Quetting blijkt het ganzenleven precies de therapie waar zijn geest naar snakte. Zijn leven als ganzenvader loopt immers parallel met een moeilijke periode als mensenvader. “Ik had net een scheiding achter de kiezen, en had alle stress maar nauwelijks verwerkt. De zomer met de ganzen was een soort helend sluitstuk. Een beetje zoals de Mount Everest beklimmen of op pelgrimstocht gaan: mensen doen dat om met zichzelf in contact te komen. Bovendien kwam ik weer in contact met de natuur.”

Waterpret. Beeld rv

Intussen liggen die perikelen al drie jaar achter hem, maar nog altijd wordt Quetting een beetje week als hij erover vertelt – en dat zelfs via een koel medium als Skype. Nu nog roept hij zijn ganzenherinneringen weer op wanneer hij het even moeilijk heeft. “De ganzen ­leerden me dat geluk en zelfvertrouwen van binnenuit komen. Wij mensen leven in het verleden of de ­toekomst. Vooral in de toekomst: we denken altijd aan de volgende brief van de verzekeringsmaatschappij. Toen leefde ik volledig in het hier en nu.”

Schuldgevoel

Zoveel levenslessen en ontroering – je zou bijna vergeten dat het hier wel degelijk om een wetenschappelijk ­experiment gaat. Dat wordt pijnlijk ­duidelijk halfweg het boek, wanneer de schattige donsjes hebben plaatsgemaakt voor krachtige vleugels. Die moeten op hun beurt getraind worden voor het ultieme doel: het vliegtuig volgen richting hemel, om zo data te verzamelen in de lucht. Als dat lukt, kunnen de vogels ­dienen als mobiele weerstations, ­poortwachters van de dreigende klimaatverandering. Een nobele lotsbestemming, al blijft er één euvel: een gans is een gans, en die wil liever eten dan de wereld ­redden. “De grootste crisis had ik toen ik dacht dat het experiment zou mislukken. De ganzen hadden door dat het niet loonde om in een cirkel te ­vliegen. Frieder, de meest eigenwijze gans, leerde de rest om wel op te stijgen, maar dan weer af te draaien ­richting grasveld.”

Zwemles. Beeld rv

Op dat moment komen Quettings rollen als ganzenvader en die als wetenschapper serieus met elkaar in botsing. Wat doe je met een gans waar je ontzettend gehecht aan bent, maar die wel je hele onderzoek overhoop gooit? “Ik wist echt niet wat doen. Enerzijds wou ik hem niet alleen in de kooi laten huilen om zijn broers, anderzijds hadden we heel veel geld in dit project gepompt. Dit was niet gewoon een zelfontdekkingsreis, ik moest met resultaten komen.” Uiteindelijk liet Quetting de pubergans vrij. Maar hij was al zo al gewend aan mensen, dat hij doodleuk met ze ging zwemmen. Eten verzamelen, lukte het getemde dier nauwelijks.

“In heel wat experimenten worden de dieren achteraf gedood wanneer hun gedrag extreem werd veranderd. Voor mij kon zoiets niet. Maar de ganzen waren totaal niet bang van mensen.”

Zo staat het in het boek:
Die neiging om jezelf verwijten te maken, is bij adoptieouders natuurlijk nog een graadje sterker. Ik vroeg me continu af of Frieder zich bij een echte ganzenmoeder misschien anders zou hebben gedragen.

Hoe meer Quetting de ganzen de lucht in jaagt, hoe schuldiger hij zich voelt over de artificiële omgeving waarin hij ze grootbrengt. Zeker wanneer Nemo – de stoerste en meer bazige gans – het loodje legt, nadat zijn poot blijft haken in de kooi. “Dat was enorm hard”, vertelt Quetting moeizaam. Het lijkt alsof er nu nog een rilling door hem gaat wanneer Nemo’s naam valt. “Dat waren gevoelens die ik niet had verwacht. Ik was verantwoordelijk voor die kooi. Ik weet dat er in de natuur ook ­gevaren zijn, maar toch voelde ik me constant schuldig. Ook toen ik er tijdens het vliegen eentje kwijtraakte – de angst greep me bij de keel, en ik bleef maar zoeken om ze terug te vinden.”

Samen de lucht in! Beeld rv

Toch heeft Quetting het project nooit vervloekt. Hoe heftig ook de emoties, hoe betreurenswaardig de data of hoe groot de risico’s – spijt heeft hij nooit gehad. “Integendeel! De ervaring met de ganzen in het bos was het meer dan waard. Er waren zo veel mooie momenten. Zeker samen vliegen was fantastisch. Soms kwamen ze zo dicht dat ik hun veren kon strelen.”

Na drie maanden komt het project ten einde, met meer dan 60 vluchten op de teller. Van de overgebleven ganzen belanden er twee in een kinderboerderij, twee andere gaan fulltime restjes schooien bij een restaurant en eentje vindt aansluiting in het wild. Zodra Quetting de laatste gans heeft uitgewuifd, weet hij dat zijn leven voorgoed veranderd is.

“In de moderne wereld kijk je niet verder dan je smartphone, maar ik heb geleerd mijn blik te openen. Terugkeren naar de natuur, en het leven respecteren voor wat het is. Als ik een spin zie, klop ik hem niet langer dood. Ik eet ook geen ­gevogelte meer, en ben me veel meer bewust van wat ik eet. Misschien heb je daarvoor niet eens ganzen nodig en volstaan een paar weken wildkamperen. Maar ik zou het in elk geval ­iedereen aanraden.”

Michael Quetting, 'Opeens ganzenvader', uitgeverij Lev., 240 p., 18,99 euro Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234