Zondag 19/01/2020

Wetenschap

Het ontstoken brein: hoe een verstoord immuunsysteem tot psychische problemen kan leiden

Beeld Antonia Hrastar

Er zijn sterke aanwijzingen dat een verstoord immuunsysteem kan leiden tot ernstige psychische klachten. Behandelaars zijn niet erg gespitst op deze “dwarsverbanden tussen lichaam en geest”, waardoor patiënten tussen wal en schip vallen. 

“Lars was een gezonde jongen. Het ging goed op school, hij speelde lekker hockey en had leuke vrienden. Op zijn dertiende moest hij worden geopereerd aan een gedraaide teelbal. Hij herstelde snel, maar in de maanden daarna werd hij opeens angstig, depressief, agressief en extreem moe. We kregen hem niet meer wakker voor drie uur ’s middags. Hij durfde niet meer naar buiten, kon niet meer naar school. Sloot zich vaak op in de badkamer. Een ramp.”

Van meet af aan vermoedt Ellen,  de moeder van Lars, dat er een verband is tussen de fysieke en psychische problemen van haar zoon. Maar de uroloog zag het anders: “Dit staat los van elkaar.” De kinderarts zat op dezelfde lijn.

En dus ging Ellen met hem naar de psychiater, die een depressie vaststelde en autisme en die antipsychotica en antidepressiva voorschreef. “Die pillen deden niks voor hem. Helemaal niks. Het sterkte mijn vermoeden dat de oorzaak niet psychisch was. Ik kom uit een familie waar veel auto-immuunziekten voorkomen, zelf heb ik de auto-immuunschildklierziekte van Hashimoto. Het is bekend dat auto-immuunziekten vaker gepaard gaan met depressies. Misschien had Lars ook wel iets aan zijn immuunsysteem.”

Over de hele linie ziek

De Nederlandse hoogleraar medische immunologie Hemmo Drexhage zoekt al bijna dertig jaar naar het bewijs dat ernstige psychische klachten kunnen worden veroorzaakt door een verstoord immuunsysteem. Het ultieme bewijs is nog altijd niet geleverd, maar hij durft de stelling aan dat er twee soorten depressies bestaan. “Je kunt depressief raken van ingrijpende gebeurtenissen, bijvoorbeeld als je je baan verliest of als je kind overlijdt. Dat zijn psychogene depressies die geen fysieke oorzaak hebben”, aldus Drexhage. “Maar een groot deel van de zware depressies vindt zijn oorsprong in verstoringen van het immuunsysteem en het daaraan gekoppelde hormonale systeem. Deze mensen voelen zich over de hele linie ziek en dat zijn ze ook. Wij vinden overal afwijkingen: in het bloed, in de immuuncellen, in de bijnierschorshormonen. Deze mensen hebben ook een hogere kans op infecties en op slagaderverkalking en auto-immuunziekten.”

Er zijn sterke aanwijzingen dat ook andere ernstige psychische ziekten als schizofrenie, bipolaire stoornissen,  vormen van autisme en postnatale depressies voortkomen uit een slecht afgesteld immuun- en hormonaal systeem.

Op aandringen van Ellen controleerde het ziekenhuis de schildklier van Lars en werd hij geprikt op antistoffen. De waarden waren hoog. “Op het randje”, vonden de artsen, maar er volgde geen verdere actie, een halfjaarlijkse controle zou voldoende zijn. Ellen ging te rade bij een alternatieve, orthomoleculaire arts. Ze voelde zich in de steek gelaten. “Dat zien we vaker”, zegt Drexhage. “Somatische artsen weten weinig van psychische aandoeningen. Op dwarsverbanden tussen lichaam en geest zijn ze minder bedacht. En bij veel psychiaters is geen aandacht voor fysieke klachten. Patiënten met fysieke en geestelijke klachten voelen zich van het kastje naar de muur gestuurd en vallen vaak tussen wal en schip. En dus komen zij vaak in het alternatieve circuit terecht.”

Stapje voor stapje uit het dal

De alternatieve arts constateerde bij Lars voedselallergieën, een verzwakt immuunsysteem en, zag hij op een EEG, afwijkingen in de hersenen. Gewapend met een streng dieet, probiotica en supplementen voor het immuunsysteem en de hersenen gingen Ellen en Lars naar huis. Stapje voor stapje klom Lars uit het dal. Zijn depressiviteit loste op, zijn angsten verdwenen en de agressie ook. De extreme vermoeidheid bleef, evenals de kenmerken van autisme.

Ellen legde alle testresultaten van de alternatieve arts voor aan de reguliere kinderarts die haar zoon had behandeld, waarna opnieuw een serie onderzoeken werd gestart. Lars bleek, net als zijn moeder, de schildklier-auto-immuunziekte van Hashimoto te hebben. “Sinds hij daarvoor medicijnen krijgt, is hij weer fitter. We zijn er nog lang niet. Hij kan nog steeds verlamd zijn van vermoeidheid, maar na vier jaar kunnen we eindelijk weer aan de toekomst gaan denken.”

Dat Lars psychisch opknapte nadat zijn auto-immuunziekte werd behandeld, bewijst natuurlijk niet direct dat de auto-immuunziekte de oorzaak was van de depressie, de angsten, de agressie en het autisme. Maar dat er een samenhang is tussen fysieke en mentale aandoeningen staat wel vast. Patiënten met een ernstige stemmingsstoornis, zoals een zware depressie, hebben drie keer zo vaak diabetes type 1 en type 2 – ook een ziekte met sterke immuunafwijkingen. En patiënten met een bipolaire stoornis lijden drie keer zo vaak aan een auto-immuunziekte van de schildklier. Reuma gaat bij vier op de tien patiënten samen met depressieve klachten. Bij MS is dat een kwart. Ook reuma en MS zijn auto-immuunziekten.

Lang werd gedacht dat een auto-immuunziekte de levenskwaliteit aantast, waardoor een depressie wordt uitgelokt. Een andere verklaring is dat we zo geprogrammeerd zijn dat een infectie ons lusteloos en moe maakt,  zodat we gedwongen worden tot rust en daardoor fysiek sneller herstellen. Maar dat is hooguit een klein deel van het verhaal.

Verkeerd afgesteld

Inmiddels is wel duidelijk dat zodra zich ergens een ontsteking voordoet, immuuncellen cytokinen aanmaken, een soort chemische boodschapperstoffen die hun onderlinge communicatie bevorderen. Die cytokinen kunnen doorreizen naar de hersenen, waar ze miscommunicaties veroorzaken tussen zenuwcellen, vooral in hersengebieden die de stemming reguleren. Patiënten met een auto-immuunziekte maken aanhoudend veel cytokinen aan, die dus voortdurend hun deprimerende werk in de hersenen kunnen doen.

Kúnnen doen. Immers: lang niet alle mensen met een auto-immuunziekte hebben last van psychische problemen. Drexhage: “We weten dat de cytokine-route een van de routes is van een auto-immuunziekte naar stemmingsklachten. Maar er is ook een andere. Aan auto-immuunziekten en een deel van de stemmingsstoornissen ligt dezelfde onderliggende afwijking in het afweersysteem ten grondslag: het staat verkeerd afgesteld. Bij de ene patiënt vallen die verkeerd afgestelde afweercellen het eigen lichaam aan, met een auto-immuunziekte als gevolg. Bij andere patiënten zie je die fout afgestelde afweercellen vooral in het brein. Als die afweercellen, in het brein heten ze microglia, alsmaar in de vechtmodus staan, hebben ze geen tijd voor hun andere belangrijke taak: het brein opbouwen en onderhouden. Met als ultiem gevolg: een psychische aandoening.”

Beeld Antonia Hrastar

Bij de pechvogels leidt zo’n verkeerd afgestelde afweer tot allebei: een auto-immuunziekte plus een psychische aandoening.

Steven Wester (47) is zo’n pechvogel. Hij heeft sarcoïdose, een immunologisch bepaalde ontstekingsziekte, die je eigen organen aanvalt. Het begon met een klaplong in 2006. Zijn baan als elektricien werd een onmogelijke opgaaf. Uiteindelijk werd ook het werk op kantoor hem te zwaar. “Ik heb zo weinig energie. Ik moet kiezen tussen mijn gezin en mijn werk, want ik heb 12 tot 16 uur slaap nodig.”

Toen hij zijn werk moest opgeven, werd hij depressief van alles wat er was gebeurd. Tenminste, dat dácht Wester. Maar drie jaar geleden stelde een psychiater een autistische stoornis vast, niks depressie.

‘Verhelderende gedachte’

“Toen vielen alle puzzelstukjes op hun plek”, zegt Wester. “Ik heb het altijd moeilijk gevonden met prikkels om te gaan. Er dreigde altijd al paniek als dingen anders liepen dan ik had gedacht. Dat was lastig, maar ik kon ermee leven. Nu ik er zoveel problemen bij heb: de sarcoïdose, de vermoeidheid, de gedwongen werkloosheid, speelt mijn autistische stoornis veel heftiger op. Ik raak nu al in paniek als de pindakaas op is.”

Dat zijn sarcoïdose en autisme allebei voortkomen uit een verkeerd afgesteld afweersysteem is niet bewezen. “Maar het is voor mij een verhelderende gedachte. De zwakte die ik psychisch voel, voelt zó als een lichamelijk ding. Ik voel mij beter begrepen.”

In het nieuwste grootschalige Europese onderzoek naar het immuunsysteem en psychische aandoeningen (Moodstratification) gaan Drexhage en zijn Europese collega’s voor het eerst ingrijpen bij (kleine aantallen) patiënten om het immuunsysteem te corrigeren en zo de stemmingsregulatie te verbeteren. Proefpersonen met een ernstige depressie – bij wie het immuunsysteem vooral lijkt te kampen met vervroegde veroudering – krijgen experimentele medicijnen tegen auto-immuunziekten. 

Ook wordt gekeken naar het effect op de stemming van twee maal per week intensief sporten. Want van sporten is bekend dat het depressies kan verzachten en dat het de vervroegde veroudering van het immuunsysteem voorkomt. Proefpersonen met een bipolaire stoornis – bij wie de afweercellen waarschijnlijk te scherp staan afgesteld omdat ze er te weinig van hebben – krijgen middelen om de thymus te stimuleren meer afweercellen aan te maken.

Heftige stress

Een ontregeld immuunsysteem kan een erfelijke kwestie zijn, waar je wel of geen last van krijgt. Of waar je pas last van krijgt na een zwangerschap, omdat het immuunsysteem dan extra wordt uitgedaagd. Of waar je pas last van krijgt na heftige stress door een grote tegenvaller in je leven. Een ontregeld afweersysteem kan ook het gevolg zijn van een ernstig trauma, opgelopen in de kindertijd. Drexhage: “Langdurige stress in de jeugd zet het afweersysteem op scherp. Dat staat nu wel vast. Wat wij eigenlijk met ons onderzoek doen is ernstige psychische problemen biologisch verklaarbaar maken. Op celniveau.”

Dat wil niet zeggen dat een patiënt niet kan worden geholpen met psychotherapie, benadrukt Drexhage. “Dat kan je helpen om beter bestand te zijn tegen stress. Het effect van stressvermindering, je leren ontspannen en gedragsaanpassingen moet je niet onderschatten, ook al is er een biologische oorzaak. Ik hoop alleen dat de psychiater je doorverwijst naar het ziekenhuis als er mogelijk een lichamelijke oorzaak is voor de stemmingsproblemen, zodat die behandeld kan worden.”

De resultaten van Moodstratification worden in 2022 verwacht. Als de patiënten baat hebben bij de interventies, kan er met echt grote groepen patiënten geëxperimenteerd gaan worden. Het gaat nog zeker tien jaar duren, schat Drexhage, voordat psychiatrische patiënten van deze inzichten gaan profiteren.

“Ik heb het altijd al gezegd”, zegt Drexhage (71). “Ik maak dat niet meer mee.”

Steven Wester leidt, sinds hij weet dat hij autisme heeft, een supergestructureerd leven en daar heeft hij baat bij. Ook fysiek is hij stabiel, dankzij medicijnen tegen zijn auto-immuunziekte.

Lars maakt weer plannen voor de toekomst. Hij heeft rijlessen genomen. Terug naar school zit er nog niet in, maar via examencommissies kan hij ook een diploma halen. En hij heeft ook al weer even op het hockeyveld gestaan.

De echte namen van Ellen en Lars zijn bekend bij de redactie. De onderzoekers van het ErasmusMC-ziekenhuis in Rotterdam houden geregeld voorlichtingsbijeenkomsten voor mensen met auto-immuunziekten en psychiatrische problemen. https://moodstratification.eu.

Wat zijn auto-immuunziekten?

Het immuunsysteem bestaat uit een grote groep cellen en eiwitten die infecties en overbodige celresten opruimen. Als het immuunsysteem infecties opruimt, gaat dat gepaard met ontstekingsverschijnselen zoals koorts, zwellingen, roodheid, pijn of een grieperig gevoel. Het opruimen van celresten gebeurt iedere dag. Daar merken we niets van. Een auto-immuunziekte ontstaat als er bij het opruimen van lichaamseigen celresten iets verkeerd gaat. Bijvoorbeeld als ook goed werkende cellen in bepaalde organen worden opgeruimd. Bij een andere vorm van auto-immuunziekten ontstaan er ontstekingsreacties bij het opruimen van overbodige cellen. Dat er een samenhang is met psychische aandoeningen wordt al vermoed sinds het begin van de 20ste eeuw, toen bekend werd dat psychiatrische patiënten vaak opknapten na hevige koorts. Geïnspireerd op dit idee besmette de Weense psychiater Julius Wagner-Jauregg zijn patiënten met malaria. Bij de helft zag hij een duidelijke verbetering. In 1927 won hij er zelfs de Nobelprijs voor de geneeskunde mee. Toch vond zijn therapie geen doorgang, want zo’n 20 procent van zijn patiënten overleed aan de gevolgen van de malaria.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234