Woensdag 16/10/2019

reportage

“Het kan voor kinderen best voordelig zijn om hardwerkende ouders te hebben”

Kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens: “Verbondenheid creëren kun je ook door samen met de kinderen in de zetel te hangen.” Beeld Illias Teirlinck

Open Vld-politica Mercedes Van Volcem en NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch ­zeiden deze week dat ze veel meer tijd spenderen aan hun werk dan aan hun kinderen. Verdienen ze een pedagogische tik om de oren? Of hebben kinderen minder aandacht nodig dan we denken?

In een ver verleden was het stoer om te zeggen dat je carrière je verhinderde om je kinderen te zien opgroeien. Het betekende dat je belangrijk was. Dat de samenleving je niet kon missen. Zelf wilde je uiteraard meer tijd met je kroost doorbrengen. Je ouderhart hield niet op met bloeden omwille van al die gemiste schoolmusicals. Maar de wereld had je nu eenmaal nodig. En grootmoedig als je was, maakte je je individuele verlangens ondergeschikt aan het grotere bedrijfsbelang. Iémand moest zich opofferen om de mensheid naar een gesofisticeerder beschavingsniveau te leiden.

Gebruikte ik daarnet het woord ‘in een ver verleden’? Mm.

Vorige week vrijdag liet Open Vld-politica Mercedes Van Volcem (47), gegriefd omdat de partij haar plaats op de West-Vlaamse kamerlijst aan Kathleen Verhelst had gegeven, in een persbericht het volgende optekenen: ‘Door mijn politieke carrière hebben mijn kinderen hun mama weinig gezien en zelden lekker eten gegeten. Elke minuut vrije tijd heb ik in de uitbouw van de partij gestoken. En nu dit.’

Nauwelijks een dag later blikte ook Peter Vandermeersch (58), die op 1 september stopt als NRC-hoofdredacteur, in een afscheidsinterview terug op zijn chronische gebrek aan een privéleven: ‘Mijn vrouw heeft onze zoon opgevoed. Ik heb die jongen bij wijze van spreken de hand geschud in het laatste jaar van de basisschool en zie hem nu weer terug in zijn eerste jaar op de universiteit. Dus je betaalt een flinke prijs. Je ziet je kind niet opgroeien, je vervreemdt van je vrouw.’

Na het lezen van die verklaringen was mijn eerste reactie – ik moet daar van mijn chef weekend eerlijk in zijn: ‘Poseurs. Zélf voor jullie carrière kiezen en toch een eind wegjammeren over het familiale gat in jullie hart. Komedianten zijn jullie. Farizeeërs. Aanstellers.’

Een paar dagen later besluit ik beide kroostontkenners – mijn verontwaardigde brein heeft hen inmiddels op een venijnig neologisme getrakteerd – even te bellen.

Mevrouw Van Volcem, u hebt alsnog een verkiesbare plaats op de Kamerlijst gekregen. Dat is slecht nieuws voor uw kinderen.

Mercedes Van Volcem: “Nee, want ze zijn ondertussen 18 en 20, ze kunnen nu zélf hun eten klaarmaken. (lacht) Ach, ik had die zin over mijn kinderen misschien beter geschrapt. Ze krijgen sinds vorige week voortdurend te horen: ‘Awel, thuis geen eten gehad?’ (lachje) Maar als je achttien jaar voor je partij hebt geleefd en je wordt plots opzijgezet, communiceer je wat emotioneler dan gewoonlijk. In ieder geval: maak u over mijn kinderen geen zorgen. Ze stellen het uitstekend. En ze zijn mijn grootste fans: ze hebben vorige week heel hard met me meegeleefd.”

Mercedes Van Volcem: “Mijn zoon zei ooit: ‘Politiek is jouw passie. Als je ermee stopt, ben je binnen de kortste keren depressief’.’ Beeld Illias Teirlinck

Was die passage over uw kinderen niet wat flauw? Als u het al die jaren zo erg vond dat u uw kinderen te weinig zag, had u uw leven toch anders kunnen organiseren?

“U mag uit die ene zin in mijn persbericht niet besluiten dat ik de voorbije achttien jaar verscheurd werd door een enorm innerlijk conflict. Ik heb er bewust voor gekozen om me op mijn politieke carrière te storten. Daar heb ik geen spijt van. En ik heb evenmin het gevoel dat mijn kinderen eronder geleden hebben. Ik heb mijn zoon ooit gevraagd: ‘Moet ik uit de politiek stappen zodat ik wat vaker thuis kan zijn?’ Zijn antwoord was: ‘Politiek is jouw passie. Als je ermee zou stoppen, ben je binnen de kortste keren depressief. Dan hebben we ook niets aan jou.’ Dat heeft me gerustgesteld. Al zeg ik soms tegen mijn vriendinnen: ‘Vier vijfde werken lijkt mij ideaal.’”

Waarom doet u dat dan niet?

“Omdat ik dat als lijsttrekker in Brugge niet kan maken. Ik kan tegen al die mensen die zich op vrijwillige basis uitsloven voor de partij moeilijk zeggen: ‘Bekijk het maar, ik heb vanaf nu elke week een dag vrij.’ Iederéén moet offers brengen in leven. Ook ik. Maar wees gerust: als een van mijn kinderen mij nodig heeft, sta ik desnoods midden in een vergadering op en ga ik naar huis. Ik ben wel een politiek beest maar ik ken nog altijd mijn prioriteiten.”

Wanneer ik Peter Vandermeersch aan de lijn krijg, vraag ik hem of we na zijn NRC-interview medelijden met hem moeten hebben. “Medelijden? Omdat ik gezegd heb dat ik privé een prijs heb betaald voor het hoofdredacteurschap? Welnee. Mijn privéleven kwam tijdens het interview even ter sprake en ik wilde het onderwerp niet uit de weg gaan. Maar het was allerminst de bedoeling om te zeuren over gemiste familiale kansen. Ik wist op voorhand dat mijn NRC-job mijn familiale leven geen deugd zou doen. En dat is ook gebleken: ik heb met mijn zoon wellicht niet de innige band opgebouwd die sommige vaders wél met hun zoons ontwikkelen. Maar ik heb er professioneel ontzettend veel voor in de plaats gekregen. Het is het allemaal waard geweest.”

Denkt uw zoon daar hetzelfde over?

“Ik denk niet dat er grote trauma’s aan het licht zouden komen wanneer je hem bij de psychiater op de bank zou leggen. Hij heeft het er bij momenten zeker moeilijk mee gehad dat ik er niet vaak was. Maar hij heeft er ook van genoten dat ik mijn afwezigheid heb gecompenseerd met allerlei vormen van verwennerij. We boekten minstens één keer per jaar een vader-zoonvakantie. Dan gingen we door Schotland fietsen of in de Oostenrijkse bergen wandelen. En ook in de weekends deden we samen vaak leuke dingen.”

Peter Vandermeersch: “We boekten minstens één keer per jaar een vader-zoonvakantie.” Beeld Illias Teirlinck

Gaat u op een dag niet betreuren dat u een flink stuk uit het leven van uw zoon hebt gemist?

“Dat zou kunnen. Als ik morgen op sterven lig, denk ik misschien: ik had méér tijd met hem moeten doorbrengen. Maar voor hetzelfde geld word ik 90 en zeg ik als oude knar tegen mijn zoon: ‘Ach, jongen, die negen Nederlandse jaren waren niet verkeerd. Ze vertegenwoordigen maar een klein deel van onze tijd samen.’”

Uitzinnige dingen

Ik stop mijn verbolgenheid weer in mijn mentale wachtkamer – daar waar ook de vraag ‘Kun je wel meestappen in een klimaatbetoging als je elk jaar naar een exotisch oord vliegt?’ op een definitief antwoord zit te wachten – en verplicht mezelf tot de volgende overweging: hebben Peter Vandermeersch en Mercedes Van Volcem misschien een punt? Is ouderlijk absenteïsme voor kinderen minder schadelijk dan we met z’n allen – en ik voorop – lijken te denken?

Een Amerikaanse studie uit 2015 geeft afwezige ouders geestelijke munitie om hun gedrag te verantwoorden. De studie, gepubliceerd in The Journal of Marriage and Family, brengt het verband in kaart tussen de tijd die ouders met hun kinderen doorbrengen en het intellectuele en emotionele welzijn van hun nageslacht. En wat blijkt? De hoeveelheid tijd die ouders in hun kinderen investeren, heeft nagenoeg géén effect op kinderen tussen drie en elf jaar en een minimaal effect op adolescenten. Dat is vergelijkbaar met de impact van de tactische beschouwingen van Marc Wilmots op het spel van de Rode Duivels.

“Wat voor personen je kinderen later worden, heeft niets te maken met de hoeveelheid tijd die je als ouder met hen doorbrengt”, zegt Melissa Milkie, socioloog aan de universiteit van Toronto en een van de auteurs van het onderzoek. “Dat wil niet zeggen dat je je kinderen aan hun lot mag overlaten. Het geeft alleen aan dat wát je samen doet, veel belangrijker is dan de hoeveelheid tijd die je in elkaars gezelschap spendeert.”

De Nederlandse Rosanne Hertzberger (34) – microbiologe en columniste – zal het graag horen. In haar NRC-column van vorige week veegt ze vrolijk de vloer aan met het ‘tijdsintensieve ouderschap’ dat tegenwoordig overal gepropageerd wordt. ‘De ouders van vandaag brengen veel meer tijd door met hun kinderen dan de ouders van de jaren zeventig’, schrijft Hertzberger. ‘Een gemiddelde mamadag is samen met je kind puzzels maken, waterverven, juichen als er een toren staat, koekjes bakken, muziek maken en ongeveer elk uur een boekje lezen, want dat is goed voor de woordenschat, de veilige hechting, de creativiteit en de cognitieve ontwikkeling. (...) De opvoeding, die vroeger vanzelf leek te gaan, kost vandaag een onredelijke hoeveelheid energie.’

Rosanne Hertzberger: “De ouders van vandaag lijken enkel oog te hebben voor het geluk van hun kinderen. En dat is nergens voor nodig.” Beeld rv

Moeten we onze kinderen uit zelfbehoud weer leren negeren? “Dat is misschien wat sterk uitgedrukt”, zegt Hertzberger vanuit Rotterdam. “Maar ik denk wel dat veel ouders zich momenteel vergalopperen. Ze krijgen te horen dat elke minuut extra aandacht van papa en mama weer een paar IQ-punten winst oplevert. En dus verplichten ze zichzelf om hun kinderen voortdurend te stimuleren. Maar ik heb een sterk vermoeden dat ze dat eigenlijk helemaal niet zo leuk vinden. Zelf kan ik makkelijk tien dingen bedenken die ik op een dinsdagochtend liever doe dan met mijn kinderen een Lego-kasteel bouwen. Het internet uitlezen over glycogeen synthase kinase 3 in het endometrium, bijvoorbeeld. (lacht) Of, zoals ik ook in mijn column schreef: mijn nieuwe boek schrijven. Bijslapen.

“Of ik kritiek heb gekregen op mijn stukje in de NRC? Reken maar. ‘Ik heb medelijden met je kinderen’, schreef iemand. ‘Where is the love?’, vroeg iemand anders zich af. Wat ik wél een interessante reactie vond, was: ‘Jij wil niet met je kind met de Lego-blokken spelen, maar je kind wil dat wel met jou.’ Dat klopt namelijk. Kinderen, zeker als ze nog klein zijn, zijn het liefst van al fulltime bij hun ouders. De vraag is alleen of je op die wens moet ingaan. Kinderen willen de meest uitzinnige dingen; je kunt niet alles doen wat ze verlangen.

“Ik kies voor de middenweg: de ene keer laat ik mijn kinderen tekeergaan in een binnenspeeltuin en amuseren ze zich te pletter, de andere keer sleur ik ze mee naar een museum en vervelen ze zich dood. Ik vind mijn wensen even belangrijk als die van hen. Maar de ouders van vandaag lijken enkel oog te hebben voor het geluk van hun kinderen. En dat is nergens voor nodig. We bewijzen onze kinderen geen dienst door hen permanent in het middelpunt van onze belangstelling te laten rondhuppelen. Later zullen de mensen om hen heen ook niet alles uit hun handen laten vallen om hen gelukkig te maken.”

Tijd om mijn licht op te steken bij de auteur van Opvoeden is een groeiproces, een opvoedkundig standaardwerk dat – in al dan niet beduimelde staat – in elke Vlaamse boekenkast pronkt. Peter Adriaenssens, hoe schadelijk zijn al die hardwerkende, tijdens zwemlessen driftig mails beantwoordende ouders nu eigenlijk voor hun kinderen? Voor hoeveel kampen kunnen ze hun koters inschrijven vooraleer de monitors van dienst overwegen om de Kinderbescherming te bellen?

Naar de pizzeria

“Het kan voor kinderen best voordelig zijn om hardwerkende ouders te hebben”, zegt kinder- en jeugdpsychiater Adriaenssens. “Het hangt er een beetje van af hoe de ouders in kwestie tegenover hun werk staan. Als ze hun job gráág doen, zullen ze hun kinderen leren dat een beroeps­leven best leuk kan zijn. Maar als ze voortdurend klagen over hun job, zullen ze hun kinderen doen denken dat werken een synoniem is van afzien. Als je als ouder de keuze maakt om hard te werken, is het belangrijk dat je je gelukkig voelt bij die keuze.

“Tegelijkertijd moet je je natuurlijk wel bewust zijn van je opvoedingsopdracht. Je kinderen hebben je nodig. Het volstaat niet om op het werk een goede manager te zijn, je moet ook je gezin kunnen managen. Ik ken hardwerkende ouders die in hun gezin een aantal vaste rituelen hebben geïntroduceerd. Eens om de zes weken gaan ze met het hele gezin op weekend, bijvoorbeeld. Of ze ronden elke vrijdagavond in de plaatselijke pizzeria gezamenlijk de week af. Zulke gebruiken kunnen óók verbondenheid creëren. Het zijn momenten waarop je als ouder opnieuw je oor te luisteren kunt leggen bij je kinderen: ‘Vertel eens, waar zijn jullie mee bezig?’

“Maar je kunt je evengoed verbonden voelen door samen in de zetel te hangen of samen te eten. Qualitytime is niet: tijd die gespendeerd wordt aan bijzondere activiteiten. Het is vooral: tijd die je op een betekenisvolle manier met elkaar doorbrengt. Ik raad ouders aan om minstens één keer per dag samen met hun kinderen te eten. Tijdens gezinsmaaltijden wordt er veel gepraat en leren je kinderen opinies te vormen. Dat zijn ongelooflijk waardevolle momenten.”

Yolo!

Ik haal de verontwaardiging waarmee ik aan dit stuk begon opnieuw van stal en leg haar voor aan de expert. Ouders die zeven dagen op zeven powerpointpresentaties maken maar toch knorren dat ze hun kinderen niet vaak genoeg zien: moet een mens daar nu compassie mee hebben? “Nee”, zegt Adriaenssens. “Je moet als ouder maar de gevolgen dragen van de keuzes die je maakt. Maar als je bedrijf zijn Belgische vestiging sluit en je wordt gedwongen om vier dagen per week in Amsterdam te gaan werken, héb je niet zoveel keuzes. De rekeningen moeten betaald worden, je wilt je levensstijl behouden en er is misschien ook niet zo gauw een andere job beschikbaar. In zo’n geval is enig begrip wel op zijn plaats.”

Heeft de yolo-generatie nog veel mededogen voor druk-druk-druk-ouders? “Steeds minder. Jongvolwassenen die pochen dat ze keihard werken, krijgen van leeftijdgenoten onmiddellijk vragen als: ‘Zie jij je kinderen en je partner dan nog wel?’ Dat zijn opmerkingen die je vroeger niet hoorde. De jongeren van vandaag zijn de familiale formats uit het verleden aan het corrigeren. Dat strekt hen tot eer. En het is ongetwijfeld een prima zaak voor hun toekomstige kinderen.”

Slotsom: alles komt goed. Behalve de tactische beschouwingen van Marc Wilmots.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234