Dinsdag 23/04/2019

Dinosaurussen

Het Jurassic Park-effect: er worden meer dinosauriërs dan ooit ontdekt

Vliegen kon de ­velociraptor niet, maar gevleugeld was hij wellicht wel. Hij zag eruit en gedroeg zich ook als een arend. Beeld RV

Dinosauriërs waren veel slimmer dan we tot nu toe dachten en ze hadden bijna allemaal veren, zegt Amerikaans paleontoloog Steve Brusatte. "De eerste vleugels zijn gevonden bij dino’s die zo groot waren als paarden!"

Steve Brusatte: “Misschien moeten we beginnen bij het einde. Het einde van het Krijt, zo’n 66 tot 70 miljoen jaar geleden. Een periode waarover we veel weten. De wereld was toen heel anders dan nu. Het was veel warmer. De polen hadden geen ijskappen, op Antarctica groeiden bossen, en de zeespiegel stond veel hoger. Europa stond goeddeels onder water, het was een verzameling eilanden, een beetje zoals de Filipijnen nu. En op die eilanden leefden dinosaurussen. Heel ongebruikelijke, want als dieren geïsoleerd raken, krimpen ze en krijgen ze allerlei rare trekjes. In Roemenië leefden bijvoorbeeld langnekdinosauriërs die niet zoals elders zo groot waren als een Boeing 747, maar zo klein als een koe.

“Dit was de wereld die verstoord raakte door die meteoriet die 66 miljoen jaar geleden opeens naar beneden kwam. Een heel ongewone wereld, door onze ogen gezien. Het zou je bijvoorbeeld opvallen dat er nog helemaal geen uitgestrekte graslanden waren, en maar weinig bloemen en bloeiende bomen. Op open plekken zou je varens hebben gezien en primitieve planten zoals paardenstaarten en mossen, maar geen weides of velden zoals we die nu kennen.

“Er waren talloze soorten dino’s, en ze verschilden erg in maat: van formaat duif tot enorme langnekken. Sommige exemplaren zou je meteen zien, maar andere niet, zoals je in een bos ook niet meteen egels ziet. Weer andere, zoals de eendenbekdinosaurussen, waren net zoiets als herten of bizons vandaag. Ze leefden waarschijnlijk in kuddes en kwamen algemeen voor; we vinden hun botten en ­skeletten voortdurend.

“En ja, misschien zou je soms een roofdier zien, zoals je nu soms een vos ziet. Maar vergis je niet. Door films stellen we ons de T-Rex voor als een dier dat altijd brullend en bijtend rondrende. Maar hedendaagse roofdieren, zoals leeuwen, zijn ook niet de hele dag op jacht: de meeste tijd slapen ze. Dinosauriërs zoals de T-Rex zullen zich in veel opzichten hetzelfde hebben gedragen.”

“Lange tijd leek het erop dat de krokodillen de wereld gingen overnemen. Dinosauriërs, zoogdieren en krokodillen ontstonden min of meer tegelijkertijd, zo’n 250 miljoen jaar geleden op het supercontinent Pangea. En een jaar of 50 miljoen lang waren het de krokodillen en hun directe verwanten die succesvoller waren dan de dinosaurussen. Ze leefden op meer ­plekken, bezetten meer ecologische niches, hadden een grotere verscheidenheid aan ­soorten en leefwijzen.

Geen saaie hagedissen

“Toen was er die tweede uitsterfgolf, aan het einde van het Trias, 200 miljoen jaar geleden, toen het supercontinent begon op te breken en er door de kieren enorme vulkanen tot uitbarsting kwamen. Dat leidde tot extinctie, die de krokodillen keihard trof. De dinosaurussen daarentegen leken er nauwelijks door getroffen. Dit was het moment waarop ze zich verspreidden over de wereld.

“Het interessante is: er was niets voorbestemds aan de dinosaurussen, niets wat hen beter of specialer maakte. Geluk had er misschien mee te maken, want extincties zijn niet per se logisch. Het enige wat je achteraf kunt zeggen, is dat het continent waarop ze leefden in stukken brak en dat ze het overleefden. De zoogdieren trouwens ook. Maar die ­werden gewoon maar niet groot. De zoogdieren werden heel goed in het leven in kleine ruimtes, in de schaduw.

“Dinosaurussen hebben iets magisch, iets wat mensen ogenblikkelijk fascineert. Ze zijn nog ­fantastischer dan draken of eenhoorns of ­zeemonsters, gekker dan alles wat de mens ooit in mythen en sprookjes heeft bedacht. En ­dinosaurussen waren écht. Die combinatie is wat volgens mij veel mensen aanspreekt: zó vreemd en groot, en toch kun je hun botten in het museum bekijken.

“We ontdekken meer dinosaurussen dan ooit: gemiddeld één nieuwe soort per week! En de film Jurassic Park zit daar zeker voor iets tussen. Veel mensen van mijn generatie werden daar als kind door gegrepen. Het is een wereldwijde belangstelling, want ook de Chinezen doen mee; de Argentijnen leiden wetenschappers op; overal verschijnen nieuwe vakgroepen; en het zijn niet meer alleen mannen maar ook vrouwen. Jurassic Park heeft het veld zoveel goed gedaan!”

Steve Brusatte en een collega-paleontoloog bij het eerste dinofossiel-met-veren ooit ontdekt, in 1996 in Noord-China. Beeld BELGAIMAGE

“Ongetwijfeld het belangrijkste nieuwe inzicht is de ontdekking van veren. In de tijd dat Jurassic Park werd gemaakt, was dat nog onbekend: de eerste fossielen met veren werden pas gevonden in 1996 in Noordoost-China, op een plek waar ­vulkaanas de dinosauriërs bedekte, zodat hun lichamen nier vergingen... Waardoor je dus de veren zag.

“Dat was de gamechanger, de grote omwenteling. We beseffen nu pas dat dinosauriërs veel meer gemeen hadden met vogels dan we altijd dachten. Dit waren niet de grauwe, geschubde dieren die we ons altijd voorstelden - van die saaie, groene, uit de kluiten gewassen hagedissen. Nee: ze hadden veren en gedroegen zich als vogels. Ze voedden hun jongen op als vogels, ­hadden nesten als vogels, hadden breinen zoals vogels.

Scannen in de schedel

“Dat laatste weten we door met CAT-scanners in hun schedels te kijken. We weten nu dat ­dinosaurussen behoorlijk intelligent waren, veel slimmer dan we altijd dachten. Ze waren net zo slim als moderne vogels en zoogdieren.

“En de veren hebben de mogelijkheid ontsloten om ook iets te kunnen zeggen over hun kleur, iets wat we altijd onmogelijk achtten. Bij ­sommige dino’s zijn de veren zo goed bewaard gebleven dat je de melanosomen ziet, de pigmentdragers. En door die te vergelijken met de melanosomen van moderne vogelveren, kun je zeggen welke kleur de veer gehad moet hebben. Dat is ongelooflijk.

“Wat we zien, duidt erop dat hun wereld zeer kleurrijk was. We hebben nog maar een handvol dino’s bestudeerd, en zelfs daar zien we al een enorme verscheidenheid aan kleuren en kleur­patronen. Sommige waren wit, sommige zwart, sommige bruin, of zelfs rood. Er waren dinosaurussen met meerdere kleuren, sommige droegen schutpatronen als camouflage, andere hadden ringen met kleuren om hun staart zoals een wasbeer, weer andere hadden iriserende, glimmende veren zoals kraaien.

“Dinosauriërs moeten net zo divers in kleuren en kleurpatronen zijn geweest als vogels vandaag. Ze gebruikten kleuren om zichzelf te camoufleren en zich te verstoppen voor roofdieren, maar ook voor uiterlijk vertoon, om partners aan te trekken, om rivalen te intimideren.”

“Het heeft er bovendien alles van weg dat zowel veren als vleugels zich ontwikkelden om heel andere redenen dan om te vliegen. Het eerste ­verrassende is dat haast alle dinosaurussen veren hadden. Overal waar de fossielen goed genoeg bewaard zijn, worden ze teruggevonden met veren. Maar het zijn vaak kleine veren -- meer als haren, uitsteeksels. Deze dieren konden overduidelijk niet vliegen, daar waren ze ook te groot voor. Dus waarschijnlijk ontwikkelden ze veren om warm te blijven.

Brusatte aan het werk in Portugal, in 2010. Beeld ISOPIX

“Hetzelfde geldt voor vleugels. De eerste ­vleugels zijn gevonden bij dino’s die zo groot waren als paarden! Veel te groot om te vliegen. Misschien waren hun vleugels aanvankelijk bedoeld voor uiterlijk vertoon, want we weten dat de veren ervan zeer kleurrijk waren.

“En pas veel later, toen je een kleine dino had met vleugels, kon hij een beetje gaan experimenteren met die vleugels. Ze gaven hem wat lift, een beetje luchtweerstand. Zo is vliegen waarschijnlijk ontstaan: haast per ongeluk. De evolutie heeft de dinosaurussen in elk geval niet tientallen ­miljoenen jaren richting vliegen geduwd. De meeste componenten van het vliegsysteem ­evolueerden om heel andere redenen.

Een kop als een badkuip

“Maar laten we vooral niet vergeten dat dinosaurussen nog bestaan! Vogels zijn er nog, vogels zijn dinosaurussen. We dragen de erfenis van de dinosauruswereld nog altijd bij ons. Waarom? Dat is een van de grote, openstaande vragen van de paleontologie. Want er stierven 66 miljoen jaar geleden wel degelijk ook vogels uit. En intussen had je al die raptors, die zich net als vogels gedroegen, maar wel verdwenen. Dus wat was het met die paar overlevende vogels, dat zij ­overleefden en de rest niet?

“Nee, ik geloof eerlijk gezegd niet dat we ooit DNA zullen vinden en de dino’s kunnen laten ­herrijzen, zoals in
Jurassic Park. En ik vind het best. De dinosaurussen hebben hun tijd gehad, 150 miljoen jaar lang hebben ze de aarde ­overheerst.

“Maar als het tóch zou kunnen? Het is nogal cliché, maar dan zou ik op zo’n
Jurassic Park-eiland de tyrannosaurus rex willen aantreffen: mijn favoriete dino. Een dier zo groot als een bus, met een kop zo groot als een badkuip, en kaken waarmee hij de botten van zijn prooien versplinterde. Er is geen dier dat nu maar enigszins in de buurt komt.”

Steve Brusatte, 'De opkomst en ondergang van de dinosaurus', Ambo Anthos, 22,99 euro. Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.