Woensdag 23/10/2019

Wetenschap

Heeft Mohammed echt bestaan?

De heilige Koran. Beeld THINKSTOCK

Welke bewijzen zijn er eigenlijk voor het bestaan van Mohammed? En wat zeggen de historische bronnen over zijn leven? "Laat ik het zo zeggen: hij is een krachtige persoonlijkheid."

Heeft de profeet Mohammed wel bestaan? Er is een revisionistische school die dat openlaat. Volgens revisionisten, overwegend Duitsers, is het levensverhaal van Mohammed bijvoorbeeld geënt op dat van Abraham en Mozes. Munten-expert en Iran-kenner Volker Popp meent dat Mohammed is gemodelleerd naar de Perzische profeet Zarathoestra. Christoph Luxenberg - een schuilnaam - baarde enige jaren geleden opzien met zijn these dat mozaïekteksten in de Rotskoepelmoskee in Jeruzalem geen betrekking hadden op Mohammed, zoals altijd was aangenomen, maar op Jezus. Luxenberg meent dat 'Mohammed' zich in de islamitische geschriften gaandeweg heeft ontwikkeld van een bijvoeglijk naamwoord ('zeer prijzenswaardig') tot eigennaam.

De revisionisten wijzen op het ietwat schimmige karakter van Mohammed in de Koran, waarin hij slechts vier maal wordt genoemd. Op het feit dat het levensverhaal van de profeet ruim honderd jaar na diens dood, in 632, werd opgetekend op basis van mondelinge overleveringen die per definitie onbetrouwbaar zijn - of anders wel oncontroleerbaar.

Maar van een serieuze richtingenstrijd is geen sprake, in elk geval niet meer. "Mohammed heeft zonder twijfel bestaan", verklaarde revisionist Patricia Crone in 2008 zonder voorbehoud. "We gaan ervan uit dat Mohammed heeft bestaan", zegt ook mediëvist Maaike van Berkel, die op de Universiteit van Amsterdam colleges verzorgt over de historische Mohammed. "We weten ongeveer waar en wanneer hij leefde en we kennen zijn gedachtengoed. Waar we veel minder van weten, is de historische context waarin hij opkwam, het Mekka van de late 6de, vroege 7de eeuw. Maar inmiddels gaat vrijwel niemand er nog van uit dat alle verhalen over Mohammed 150 jaar na zijn dood zijn verzonnen."

Een overdaad aan bronnen is er niet, zegt Petra Sijpesteijn, hoogleraar Arabisch aan de Universiteit Leiden. "Op het Arabisch schiereiland zijn geen getuigenissen behouden gebleven van het doen en laten van Mohammed uit de tijd waarin hij leefde. En ik heb ook niet de illusie dat die er ooit zullen komen."

Mohammed wijdt de zwarte steen in Mekka, beide uit de Jami Al-Tawarikh (geschiedenis van de wereld), c. 1315, Tabriz. Beeld Library of the University of Edinburgh

Buiten het Arabisch schiereiland zijn wel verwijzingen naar Mohammed gevonden. In een Griekse tekst uit de tijd van de Arabische verovering van Syrië, tussen 632 en 634, wordt 'een valse profeet' genoemd 'die tussen de Saracenen verscheen'. Het moest wel de wegbereider zijn van een dwaalleer, meende de auteur. Echte profeten manifesteren zich immers niet met 'zwaard en strijdwagen'. Hieruit kan worden opgemaakt dat Mohammed nog persoonlijk is voorgegaan in de strijd tegen het Byzantijnse Rijk. In een Armeens geschrift uit 661 wordt Mohammed bij naam genoemd als de prediker van een monotheïstische geloofsleer.

Van de mens Mohammed mag dan weinig bekend zijn, hij was, aldus Patricia Crone, wel de enige grondvester van een wereldreligie naar wie in een contemporaine bron wordt verwezen. De bronnen over Mohammed zijn dan niet talrijk, zegt Sijpesteijn, ze zijn wel consistent in hun verwijzing naar een profeet die op het Arabisch schiereiland een nieuwe religie had gesticht. "Er is verschil van mening mogelijk over tal van zaken die de vroege islam en Mohammed betreffen, maar voor het bestaan van een profeet die Mohammed wordt genoemd, zijn meer aanwijzingen dan de these dan hij is verzonnen."

Leven

De historische Mohammed moet omstreeks 570 in Mekka zijn geboren. Op ongeveer 40-jarige leeftijd zou hij, tijdens een ontmoeting met de aartsengel Gabriël, zijn eerste openbaring hebben gekregen. Tot zijn dood, vermoedelijk in 632, zouden er nog vele volgen - die in de Koran werden samengebracht. Zijn monotheïstische leer botste met de (heidens/polytheïstische) geloofsopvattingen van de Mekkaanse elite. In 622, het jaar 1 van de islamitische jaartelling, ontvluchtte Mohammed zijn geboortestad, vergezeld door een kleine schare getrouwen.

Mohammed vestigde zich in het 400 kilometer noordwaarts gelegen Yathrib (later Medina genoemd). Daar maakte hij zich verdienstelijk als arbiter tussen rivaliserende stammen. De door hem gestichte vrede was echter broos: hij raakte in conflict met de Joodse gemeenschap in Medina en de naburige oase Khaibar, hetgeen uitmondde in een slachtpartij onder zijn tegenstanders. Tezelfdertijd bond Mohammed de strijd aan met de Mekkaanse elite. Na een paar veldslagen - met wisselend succes - keerde hij in 628 als triomfator naar Mekka terug. In de daarop volgende decennia liepen Mohammeds volgelingen het Byzantijnse Rijk, het Perzische Rijk en het Iberisch schiereiland onder de voet.

Mohammed was weliswaar een belangrijke figuur in de beweging die nu met hem wordt vereenzelvigd, maar zijn positie als de enige voorbeeldige moslim is een latere constructie, zegt Petra Sijpesteijn. "Hij behoorde tot de eerste generatie moslims die allemaal zeer gerespecteerd waren. Later is het onderscheid tussen Mohammed en de rest vergroot."

"Je kunt alles op Mohammed projecteren", meent Maaike van Berkel. "Voor de een was hij een krijgsheer, voor de ander een wetgever of een wijze vader. Het beeld van Mohammed is afhankelijk van de tijdsomstandigheden, de plaats van handeling en het belang van degenen die zich op Mohammed beroepen. Hij was een interessante hervormer die bijvoorbeeld vrouwen zekere rechten gaf. Zo kende hij vrouwen het recht toe op een aandeel in erfenissen en verbood hij ouders die een jongetje wilden maar een meisje kregen het kind te doden - zoals in oude tijden gebruikelijk was. Dat was een sympathieke kant van Mohammed. Maar daarnaast had je de krijgsheer, die zijn tegenstanders genadeloos afstrafte. Die was beduidend minder sympathiek."

Voor Petra Sijpesteijn is Mohammed "een krachtige persoonlijkheid, laat ik het zo zeggen". Hij wist de rivaliteit tussen Arabische stammen te beteugelen en is daardoor met enige goede wil als nation builder aan te merken. En hij mobiliseerde de massa's - als socialist avant la lettre - "met een krachtige boodschap van gelijkheid". In zijn leer kon elke gelovige zich zonder tussenkomst van een geestelijke met God verstaan - mits hij zich aan de religieuze voorschriften hield.

Daaraan ontleende de islam mogelijk het elan dat hij in de confrontatie met heidense culturen aan de dag legde. "De islam beschikte over de kracht van het nieuwe. De veroveringen werden in een koortsachtige sfeer tot stand gebracht. 'We gaan het doen', dat was de clubgeest waarmee de aanhangers van Mohammed waren bezield." Zij ontleenden een gevoel van urgentie aan de verwachting dat het einde der tijden nabij was. "Voor het zover was, wilden zij een zo groot mogelijk gebied onder hun heerschappij brengen."

Bekering

Dat wil niet zeggen dat de veroveringen waren ingegeven door de wens het geloof van Mohammed over de wereld te verspreiden. "De veroveraars noemden zich aanvankelijk niet eens moslims", zegt Sijpesteijn, "maar 'gelovigen' of 'mensen die de migratie gemaakt hebben', naar de veroverde steden. Pas omstreeks 730, honderd jaar na de dood van Mohammed, gaan ze zich 'de mensen van de islam' noemen." De veroveraars legden lange tijd ook weinig animo aan de dag voor de bekering van niet-moslims tot hun geloof. "Integendeel. Niet-moslims waren een onontbeerlijke bron van inkomsten: ze betaalden meer belasting. De islam was het geloof van de Arabische heersers. Die hadden er geen enkele behoefte aan om dit privilege met de onderworpenen te delen."

"De macht van de islam werd gevestigd met het zwaard, maar niet het geloof zelf', zegt Maaike van Berkel. 'Bekeringsdwang bleef dus lang uit. We vermoeden dat pas in de 10de eeuw de christenen in Spanje massaal overgingen naar de islam. Egypte was misschien nog veel langer overwegend christelijk."

Wat de veroveraars dan wél dreef? "De zucht naar geld en avontuur", vermoedt Sijpesteijn. "Ik denk dat het tamelijk banaal was. Jongemannen verveelden zich dood in Medina, hadden geen zin om de dadelboerderij van hun vader over te nemen, en wilden wel wat zien van de wereld. De religie wakkerde die reislust aan."

De vraag blijft waarom Mohammed onder moslims zo weinig wetenschappelijke belangstelling heeft gewekt - anders dan Jezus in de christelijke wereld. "Dat heeft met de complexiteit van Jezus te maken", vermoedt Van Berkel. "Jezus was mens maar tevens de zoon van God. Dat is altijd een lastige constructie geweest waarover theologen zich het hoofd hebben gebroken. Mohammed is altijd mens geweest."

Onder moslim-wetenschappers heerst inderdaad niet de neiging om Mohammed kritisch tegen het licht te houden, zegt Sijpesteijn. "Hun religie is het kader waarbinnen zij onderzoek verrichten." Zelf heeft zij echter niet het gevoel in haar bewegingsvrijheid als onderzoeker te worden beperkt.

De grenzen van de geloofsovertuiging knellen echter beduidend meer voor revisionisten. Zij publiceren vaak onder pseudoniem, raken geïsoleerd binnen hun beroepsgroep of verliezen hun wetenschappelijke aanstelling - een lot dat de Duitse islamoloog Günter Lüling in 1972 trof. Lüling procedeerde tot 1980 vergeefs tegen zijn vroegere werkgever, de Universiteit van Erlangen. Als revisionist gold hij toen al niet meer. Wie blijft volhouden dat Mohammed niet heeft bestaan, is al een poos dissident.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234