Woensdag 01/12/2021

Haïti is veranderd in de hel

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Van onze verslaggever Maarten Rabaey in Port-au-Prince

In Port-au-Prince heersen 48 uur na de vernietigende aardbeving chaos en dood. Het Rode Kruis schat het aantal doden voorlopig op 45.000 à 50.000. In zwaar getroffen wijken zoals Delmas zoeken mensen wanhopig met de handen tussen het puin van hun huizen. Op de trottoirs ontbinden lijken in de tropische hitte.

Van het Collège Marie-Anne op de heuvel Christ-Roi, in de wijk Delmas, staat geen steen meer recht. Rond de puinhopen van de vroegere klaslokalen hangt de indringende geur van de dood. Bestoft, en daarom bijna nauwelijks zichtbaar, ligt boven op enkele betonnen steunbalken het levenloze lichaam van een kind. Niemand heeft de moeite gedaan om het ontbindende stoffelijke overschot te bedekken. De mensen lopen langs met hun T-shirts in de neus geduwd. Wat verderop liggen er langs het trottoir nog een paar doden. Ze zijn bij elkaar gelegd, om zoals het vuilnis te worden opgehaald. Het is een scène die zich op een kilometer afstand een paar keer zal herhalen.

In Delmas is er voor de doden geen tijd. Hier wordt alleen nog gezocht naar overlevenden. Maar 48 uur na de aardbeving zijn binnen- of buitenlandse reddingsploegen hier nog niet langsgekomen. De bewoners zoeken dan maar zelf wanhopig met de handen in het puin. Een enorm risico, want veel gebouwen dreigen nog verder in te storten door de naschokken of omdat ze te zwaar beschadigd werden.

"Onder het puin van het hotel Les Flamboyants heb ik nog hulpkreten gehoord", zegt Marlène Piettelus-Bassin (38). "Ik hoorde kreten. 'Hier zijn we, hier zijn we, geef ons water.' Maar ik had geen water. Niemand heeft nog water. En het was te gevaarlijk voor mij en de omstanders om er bij te komen. Het is vreselijk. Gruwelijk. Ik heb er geen woorden voor."

Wezenloos en uitgeput
Piettelus-Bassin (38) bekomt met een glas water dat een medewerker van de Franse ambassade in Port-au-Prince haar net toestopte. "Zes uur heb ik gewandeld vanuit mijn dorp naar de hoofdstad om mijn ouders te zoeken in Delmas, maar in hun straat staat geen huis meer recht. Ook van mijn nichtjes heb ik geen nieuws meer."

In de Franse ambassade, op een boogscheut van Delmas, lopen de medewerkers wezenloos rond, uitgeput na onafgebroken in de weer te zijn geweest sinds de aardbeving. In de binnentuin zit een attaché nerveus een sigaret te roken. Samen met enkele gendarmes en personeelsleden is hij de enige die hier achterbleef om landgenoten, of Haïtiaanse echtgenotes van Fransen zoals Piettelus-Bassin, te helpen. Hun hoofdgebouw kunnen ze vanwege instortingsgevaar niet meer betreden. Het betonnen dak van de garage achteraan is ingestort.

Een Haïtiaans-Nederlands koppel, woonachtig in Brussel, komt er om assistentie vragen om te worden geëvacueerd. Alix Pierre-Louis en Alice Coonen waren op familiebezoek toen de aardbeving toesloeg. "Ons huis bleef recht, mijn buren zijn dood", zegt Alix' broer Lionel. Hij is architect. "Vooral betonnen huizen zijn ingestort", zegt hij. "De huizen met hout, of met houten structuren zoals het onze, hebben het beter overleefd omdat ze elastischer zijn."

Gestage stroom ontheemden
Het drietal maakt zich grote zorgen om de komende dagen. "Er is nauwelijks drinkwater, brandstof of medische zorg. Als de doden niet snel geborgen worden zullen epidemieën uitbreken." De Haïtianen die niet de luxe hebben om een buitenlandse vlucht te nemen zoeken familieleden op het platteland op. Op de uitvalswegen is een gestage stroom van ontheemden te zien die een veiliger oord opzoeken. Zij die niet weg kunnen of willen, hokken samen in tentenkampen in het midden van de stad. Op elk beschikbaar stuk gras bivakkeren mensen. Waar er geen groen is, spanden ze zeilen over de straat.

Chauffeurs, zoals Ernst Bien-Aimé van de Belgische ngo Protos, moeten halsbrekende manoeuvres uitvoeren om op hun bestemming te raken. Als de brandstofvoorraad dat nog toelaat tenminste. Voor de lege pompstations staan ellenlange files die invalswegen blokkeren. De verkeerschaos dreigt de hulpverlening te bemoeilijken.

Search-and-rescue-teams
Op de buitenlandse luchthaven zelf komen de hulpacties ondertussen op gang. Een Belgische Airbus met een zeventigtal leden van B-Fast aan boord en het urgentieteam van spoedarts Luc Beaucourt landde gisterochtend (lokale tijd) als een van de eerste buitenlandse reddingsteams in Port-au-Prince. De search-and-rescue-teams met honden maakten zich op om later op de dag nog de stad in te trekken.

De luchthaven Toussaint Louverture heeft als nadeel dat er weinig parking is, wat de coördinatie van een grootschalige luchtbrug bemoeilijkt. Toch slaagden gisteren ook Amerikaanse, Braziliaanse, Mexicaanse en Spaanse hulpvliegtuigen erin te landen. Amerikaanse militairen en blauwhelmen beveiligen de luchthaven, waarvoor groepjes mensen samentroepten die hopen eerstdaags geëvacueerd te worden. Een groep Belgen zal mogelijk vandaag al, of zaterdag, door de Belgische Airbus meegenomen worden naar Brussel.

De veiligheidsrisico's zijn in veel wijken te groot geworden. Niet alleen is de situatie onleefbaar, de buitenlandse diplomaten vrezen in sommige buurten ook voor geweld. "Er zijn al plunderingen gemeld", zegt de Franse culturele attaché. "De mensen hebben honger en dorst. En er is nagenoeg niets meer."

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234