Dinsdag 18/05/2021

Interview

Google-directeur Thierry Geerts: ‘Die smartphone heb je straks niet meer nodig’

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

De homo sapiens is dood, leve de homo digitalis! Tenminste als het van Thierry Geerts (54), topman van Google België, afhangt. ‘We zitten op een kantelpunt in de geschiedenis. Ik geloof niet in een zuiver digitale wereld maar we moeten nu wel leren wat we digitaal kunnen doen en wat niet.’

Wanneer we Thierry Geerts spreken doen we dat digitaal, al videobellend. Minder fijn dan in het echt, werpt hij terecht op. “Maar ik zie er ook de voordelen van in. Voor de coronacrisis was ik iedere morgen en avond twee uur onderweg naar Brussel. Nu heb ik elke dag twee uur extra waarin ik bezig ben met mijn familie en mijn Engels bijschaaf. Het is het beste bewijs dat de digitalisering ons verdomd goed vooruit helpt en ieder van ons menselijker maakt. Eigenlijk bestaat de homo sapiens niet meer, wij zijn homo digitalis geworden.”

‘Homo digitalis’ is ook de titel van uw nieuw boek, waarin we kunnen lezen dat we ons op een kantelpunt bevinden. Als we binnen dertig jaar op dit moment terugkijken: wat zal corona op het vlak van digitalisering echt in gang hebben gezet?

“Het zal alles versneld hebben. Voor de pandemie kon je ook van thuis werken en al videobellend iedereen ter wereld contacteren, maar zeker in België dachten we: moet dat echt? Wie het deed, werd als een nerd beschouwd. Nu heeft iedereen kunnen inzien dat videobellen een nuttige tool is. Het gaat niet om de technologie op zich, maar wel om hoe die ons leven makkelijker maakt. Ik pleit dus niet voor meer technologie en geloof helemaal niet in een puur digitale wereld, maar wel dat we kunnen leren wat we beter digitaal kunnen doen en wat niet.”

“We zullen in de toekomst nog altijd reizen om landen te bezoeken, maar veel minder om een document te ondertekenen of om te vergaderen. We zullen nog steeds naar de supermarkt gaan om ons te laten inspireren over wat we vanavond willen eten, maar dezelfde flessen water die we iedere week opnieuw nodig hebben, laten we wel gewoon aan huis leveren. Daarvoor gaan we niet in de file staan.”

De belangrijkste revolutie van de komende jaren wordt, zo lezen we, ‘ambient computing’. Wat is dat?

“Technologie krijgt een plaats tussen het behangpapier en de muur. Dat kan, want alles dat met elektriciteit verbonden is, kan je met behulp van een chip ook met het internet verbinden. En zo kan je een aantal interessante dingen doen. Wanneer we nu in onze auto stappen, nemen we onze smartphone, openen we Waze, tikken we een adres in en bevestigen we onze gsm met behulp van zo’n plastic houder op ons gestroomlijnd dashboard. Terwijl we rijden, toont Waze de weg, maar zien we ook berichten binnenkomen. Dat is gevaarlijk en stresserend.”

“In de toekomst - en dat gebeurt nu al in recente wagens - zullen we instappen en tegen onze auto zeggen: ‘breng me naar de volgende afspraak’. Omdat onze agenda met de wagen verbonden is, weet die naar welk adres we moeten. Waze zal getoond worden op het scherm van onze auto, zonder dat we meldingen ontvangen. Hetzelfde als je kookt: in plaats van op je smartphone te googelen naar recepten en ondertussen door andere zaken te worden afgeleid, vraag je aan je slimme luidspreker ‘hoe maak ik waterzooi?’, waarna je het recept op een scherm ziet verschijnen en kan koken. Je smartphone heb je eigenlijk niet meer nodig. Op termijn zal die ook helemaal verdwijnen. Je ziet soms karikaturen van hoe een homo sapiens kromgebogen naar zijn gsm staart. Wel, daar moeten we van af.”

Eigenlijk wordt technologie dus almaar efficiënter?

“Dat is de bedoeling. Het moet ons helpen. Wat niet helpt en ons zo lang mogelijk aan een toestel probeert vast te klampen, is slecht. Goede technologie verdwijnt naar de achtergrond en is er wanneer je het nodig hebt.”

In uw boek schrijft u dat de bankensector een schoolvoorbeeld van digitalisering is.

“Tijdens de financiële crisis was niemand fier op zijn bank. Nu vertelde iemand onlangs tegen mij dat hij de KBC-app had gedownload en nu zonder iets te doen een ondergrondse parking van Q-Park kan in- en uitrijden. De bareel gaat automatisch open en de afrekening van de parkeerkosten gebeurt automatisch. In plaats van een hiërarchische en sombere instelling is een bank nu iets dat ons helpt in ons dagelijks leven. Dat is toch ongelooflijk? De apps van KBC en Belfius staan trouwens hoog in de wereldwijde ranking van bankapps.”

Voor welke sectoren in ons land is de situatie bijna hopeloos?

“Retail. Geen enkele Vlaming staat op en denkt: ik ga vandaag shoppen in Nederland, maar als je op Google zoekt naar iets dat je wil kopen, kom je in zeven op de tien gevallen in een buitenlandse winkel terecht. Het voorbije jaar hebben we gemerkt dat onze winkels er niet klaar voor waren. Kleine zelfstandigen moeten beseffen dat ze een winkel echt kenbaar moeten maken op het internet - en dan heb ik het zelfs nog niet over een webshop.”

Een deel van de verklaring voor de gebrekkige e-commerce ligt in de regelgeving en discussies over nachtwerk, maar is het ook een kwestie van ingesteldheid? Zijn wij als Vlamingen te achterdochtig wanneer het over digitalisering gaat?

“Achterdochtig is niet het juiste woord. Conservatief wel. We zijn iets trager dan bijvoorbeeld Nederlanders, die helemaal warm worden van digitale vooruitgang. Hier zeggen we: ‘interessant, dat moeten we eens bestuderen’, waarna we ons allerlei vragen gaan stellen over wat kan en niet kan. We zouden er beter gewoon aan beginnen en dan bijsturen waar nodig, in plaats van zoveel drempelvrees te hebben. Er is niemand die op voorhand weet welke richting iets precies zal uitgaan. Ik kan wel zeggen dat de smartphone uit ons leven zal verdwijnen, maar hoe en wanneer? Dat weet ik niet. Dat weet niemand.”

Klopt het cliché dat die drempelvrees leeftijdsgebonden is en vooral ouderen niet mee willen of durven?

“Nee, ik denk dat de kloof tussen generaties overroepen wordt. Het mooiste voorbeeld zagen we vorig jaar: mensen in een rusthuis leerden op een uurtje tijd hoe ze moesten videobellen. Omgekeerd zijn er in de groep van pas afgestudeerde jongeren die niet in het digitale verhaal willen of durven te stappen, vaak omdat ze verkeerd geïnformeerd zijn. De scholen van vandaag bieden niet echt een digitale opleiding. Kinderen leren de straat oversteken - en dat is belangrijk - maar ze leren niet hoe ze zich moeten gedragen op de digitale snelweg waar ze zich vroeg of laat ook op begeven. Dat vind ik gevaarlijk. Het meest gebruikte paswoord in België is nog altijd 123456. Tja, dat is alsof je de stopcontacten in je huis bloot laat.”

“Kinderen en jongeren moeten leren over technologie, maar ook leren met technologie. Vandaag steken we dertig kinderen in een ruimte waar ze zeven uur lang op hun poep moeten luisteren naar een leraar die elk jaar opnieuw hetzelfde vertelt. Sommige lessen gaan te snel - ik kon zelf bij chemie moeilijk volgen - en anderen te traag - in mijn geval wiskunde. Laat daarom één leraar de theorie op een boeiende manier vertellen, film dat en gebruik dat in tien verschillende klassen. De leerlingen kunnen zelf de snelheid waarop ze de theorie verwerken, bepalen en er zijn meer leerkrachten die hun handen vrij hebben om hen te helpen.”

Mogen kinderen dan nog naar school?

“Zeker, want het onderwijs heeft ook een sociaal aspect. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat maandag een thuiswerkdag is. Wie de middelen heeft om thuis de videolessen te bekijken, doet dat thuis. Bij wie dat moeilijker ligt, kan dat op school doen, want je moet absoluut vermijden dat kwetsbare leerlingen uit de boot vallen.”

U doet er alles aan om ons ervan te overtuigen dat we de digitalisering moeten omarmen. Heeft u er ook vertrouwen in dat dat zal lukken?

“Ja, ik zie het glas halfvol. Ik wil zeker niet zeggen dat we er momenteel niets van bakken, maar ik zou graag hebben dat we de digitalisering met meer enthousiasme verwelkomen en dat de angst verdwijnt. Weet je hoeveel een smartphone in 1989 zou gekost hebben? Met een camera, kaarten, een encyclopedie, video’s, een telefoon en heel veel rekenkracht erin? Zo’n 30 miljoen euro. Eigenlijk heeft de digitalisering multimiljonairs van ons gemaakt. Het is een positieve evolutie, net zoals elektriciteit en de komst van computers dat ook ooit waren. We hebben er ons iedere keer aan moeten aanpassen en zullen dat ook nu moeten doen. De vraag is alleen nog hoe: angstig en met tegenzin? Of toch maar met volle goesting?”

Homo digitalis van Thierry Geerts, uitgegeven bij Uitgeverij Lannoo, ligt nu in de winkel voor 19,99 euro.

null Beeld RV
Beeld RV
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234