Zondag 14/08/2022

InterviewTopdokter Alaaddin Yilmaz

Geen arts ter wereld kan wat Hasseltse topdokter Alaaddin Yilmaz doet: ‘Iemand moet de eerste zijn, toch?’

 Alaaddin Yilmaz: ‘Ik loop echt niet met een dikke nek rond. Maar het is toch 
noodzakelijk dat men weet wat er allemaal kan?’ Beeld © Stefaan Temmerman
Alaaddin Yilmaz: ‘Ik loop echt niet met een dikke nek rond. Maar het is toch noodzakelijk dat men weet wat er allemaal kan?’Beeld © Stefaan Temmerman

Geen arts ter wereld kan wat de Hasseltse cardiochirurg Alaaddin Yilmaz (51) uit ­Topdokters kan: eender welke hartoperatie uitvoeren zonder het borstbeen te moeten openleggen. ‘Maar in de Action sta ik met mijn mandje gewoon achter in de rij.’

Ann Van den Broek

Van alle specialisten die in dit seizoen van Topdokters op Play4 de revue passeren, is Alaaddin Yilmaz zonder concurrentie degene die het meest tot onze verbeelding spreekt. Je hart geef je niet in eender welke handen, dat al om te beginnen.

Maar wie hartoperatie zegt, denkt ook meteen aan een opengemaakt borstbeen en maandenlange revalidatie. Niet zo wanneer je op de tafel belandt bij Yilmaz. Hij kan elke hartoperatie uitvoeren ‘via een klein gaatje’, zoals de cardiothoracaal chirurg dat zelf zegt.

BIO * geboren in 1970 in Emirdağ, Turkije * studeerde geneeskunde aan Rijksuniversiteit Gent * promoveerde in 1996 tot dokter in de genees-, heel- en verloskunde * sinds 2002 vooraanstaand chirurg met name in de cardiothoracale heelkunde (hart en va­ten in de borst­hol­te) * ontwikkelde enkele baanbrekende chirurgische technieken * woont in Hasselt, getrouwd, twee kinderen

Van overal komen de patiënten dan ook naar het Jessaziekenhuis. Uit alle hoeken van het land, maar ook Nederlanders, Duitsers en Russen hebben de Stadsomvaart in Hasselt in hun gps zitten. Net voor wij Yilmaz’ uiterst sobere kabinet binnenstapten, was er nog een patiënt uit Bulgarije op visite. Getuige daarvan de werkelijk gigantische bokaal honing uit eigen tuin op Yilmaz’ bureau. Waarom ze die reis ondernemen, blijkt al meteen na onze eerste vraag.

U bent een pionier op het vlak van hartoperaties via kijkoperatie. Hoeveel chirurgen wereldwijd zijn er die die techniek beheersen?

“Die echt alle operaties kunnen via een gaatje? Eentje. Er zijn zeker chirurgen die ook een simpele één-bypass, een aortaklep of een mitralisklep (hart­klep tus­sen lin­ker­boe­zem en lin­ker­ka­mer, red.) kunnen opereren via een gaatje. Maar iemand die alles kan? Die kan wat ik kan? (glimlacht voldaan) Neen.

“Klinkt dat onbescheiden? Ik loop nochtans echt niet met een dikke nek rond. Het is niet dat iedereen aan de kant moet wanneer ik een zaal binnenkom. Maar het is toch noodzakelijk dat men weet wat allemaal kan? Dat patiënten eindelijk beseffen dat hartchirurgie mogelijk is zonder dat hun borstkas wordt opengelegd. Als het echt, echt niet anders kan: oké, misschien moet het dan. Maar dat is bijna nooit het geval. Mensen weten dat nog te weinig.”

Hoe komt het dat u de enige bent die dit kan?

“Iemand moet altijd de eerste zijn, niet? Zo gaat dat toch met alles? Er is altijd een gek die het eens op een andere manier doet. Een pionier, heet dat dan. Daarom ben je nog geen cowboy, ook al word je dan vaak zo bekeken. We hebben hetzelfde gezien toen men eind jaren tachtig, begin jaren negentig begon met de laparoscopische operaties, via een gaatje in de buik. De ‘groten der aarden’ vielen de chirurgen die daarmee begonnen ook aan. Die eersten waren nog van de school van: een buik moet open, je moet er met je hele hand in kunnen, goed kunnen voelen.

“Allemaal niet nodig. Je moet alleen zien waar je naartoe moet gaan. Een klein gaatje is daarvoor genoeg. Maar als je iets doet wat anderen niet kunnen, wordt dat altijd met argwaan benaderd. Ik heb de reacties ook gekregen. ‘Dat is gevaarlijk, dat is gek, dat kun je niet maken, dat is spelen met het leven van een mens!’”

Maar dat is het toch ook? U kunt toch niet even proberen of het wel zal lukken?

“Oefenen zit er inderdaad absoluut niet in. Dus werk je stapsgewijs. Het eerste wat ik gedaan heb, is deze grote snee (wijst een afstand van zo’n 20 cm aan) verkleinen tot deze snee (houdt de vingers 5 cm uit elkaar). En daarna heb ik de incisie verlegd van het midden van de borstkas naar recht boven het hart. Toen ging er een wereld voor me open: ik zag alles!

“Dat is een lang proces, ik ben al twintig jaar bezig met die techniek steeds verder te verfijnen. En natuurlijk moest ik me bij iedere stap ook verantwoorden bij verschillende commissies, moesten collega’s oordelen of ik het wel kon riskeren. Het tegendeel van wat een cowboy doet, dus.”

Maar één patiënt was ooit de eerste. Zegt u dan ook: ‘ik heb dit nog nooit gedaan, meer zelfs, niemand ter wereld heeft dit al ooit gedaan. Maar zou ik het op u mogen uittesten?’

“Dat is precies wat ik heb gezegd.

“Ik werkte nog in Nederland. Er kwam een jonge vrouw van 25 jaar bij mij, alleenstaande moeder van drie kinderen, die een nieuwe hartklep nodig had. Dokter, zegt ze, ik moet snel hersteld zijn, want als ik niet kan werken, kan ik niet voor mijn kinderen zorgen. Ik zeg: ik heb ooit gelezen dat het zou moeten kunnen via een klein sneetje. Ik heb het wel nog nooit gedaan. Mag ik het bij jou proberen? Doe maar, zegt ze. Geen probleem. Het was ook een berekend risico: als het niet lukte, dan schakelden we gewoon over op de klassieke operatie. Maar het lukte wel.

“Achttien jaar geleden is dat. Haar foto heb ik altijd op zak. Zij was de eerste die mij haar leven en lichaam toevertrouwde om dit te proberen. En ja, ze is nog altijd kerngezond en is niet meer opnieuw geopereerd moeten worden. (lachje)

“En zo is het gestart. Eerst met de aortaklep te vervangen, daarna de mitralisklep, bypasschirurgie, aortachirurgie en nu lukt dus alles.”

Uw eerste patiënte was er eentje van 25, maar in Topdokters zagen we u al een vrouw van 90 opereren. Staat er geen limiet op de leeftijd?

“Minder en minder, net door de manier waarop ik opereer. Vroeger dacht je: oei, iemand van tachtig, als ik die mens zijn borstkas openleg, dan is die de laatste maanden van zijn leven enkel aan het proberen genezen. Wat heel waarschijnlijk niet zal lukken. Die lichamen kunnen dat niet meer aan. Maar nu is de ingreep veel minder drastisch en het herstel veel sneller en makkelijker. Dus is er veel meer mogelijk, ook op hoge leeftijd.

“Het succes van hartchirurgie hangt niet enkel af van de chirurg, maar vooral van de invasiviteit van de chirurgie zelf. Hoe meer schade je toebrengt aan het lichaam, hoe slechter de uitkomst zou kunnen zijn. Wij beperken de invasiviteit tot een minimum, waardoor de uitkomst des te beter zal zijn.”

Deze vrouw woonde nog zelfstandig en werkt in haar moestuin. Zou u ook geopereerd hebben mocht het een 90-jarige zijn uit een woonzorgcentrum wier grootste inspanning een potje scrabble eens per week is?

“Waarom niet? Die persoon kan perfect fysiek nog in orde zijn. Dan mag die persoon toch nog vele jaren scrabble blijven spelen, als ik die kan helpen?”

U bent daar trots op, zie ik.

“Ja. Kijk naar mij. Ik ben een allochtoon, ik kom uit een arbeidersgezin, ik had het moeilijk om erbij te horen op school. Wij kenden ook niemand die dokter was. Wij kenden zelfs geen studenten. Vandaag komen jongeren met mij praten om te weten wat ze moeten doen om hetzelfde te bereiken. Maar in de jaren tachtig waren er geen voorbeelden in de allochtone gemeenschap in Gent.”

Uw familie komt, net zoals quasi alle Gentse Turken, uit Emirdağ. Wanneer zijn zij hier terechtgekomen?

“In 1974 — ik was een paar jaar oud — is mijn vader als eerste naar hier gekomen. Eigenlijk kwam hij enkel op bezoek bij zijn zus die hier al tien jaar woonde. Hij is gebleven. In Turkije moest mijn vader eigenlijk niet werken, omdat de familie wat gronden bezat. Maar na een maand bleek dat het leven hier toch duurder was en er van zijn geld niet veel meer overschoot, dus is hij hier beginnen werken in een textielfabriek in Lokeren: Gonzalez Cock. Zijn vader was gestorven, zijn moeder niet lang erna ook en zijn zus zat in België. Er was toch niemand meer om naar terug te keren. Dus na een tijdje heeft hij zijn familie ook laten overkomen.”

In de reeks zegt u: ‘Wat ik ook zou worden, het moest iets zijn waarbij ik mensen kon helpen’. Waarom?

“Dat zit in de familie. We zijn thuis met vijf, en een van mijn zussen is verpleegster, een broer is fysiotherapeut, een andere broer is getrouwd met een arts. Hij is huisvader. (lacht)

‘De foto van de jonge vrouw die mij als eerste haar leven en ­lichaam toevertrouwde om dit te ­proberen, heb ik altijd op zak.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘De foto van de jonge vrouw die mij als eerste haar leven en ­lichaam toevertrouwde om dit te ­proberen, heb ik altijd op zak.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Die zorgzaamheid hebben we van mijn grootmoeder, de moeder van mijn vader. Zij was een vroedvrouw, maar daarnaast ook een medicijnenvrouw. Voor iedere kwaal kende zij een kruid. Wie ziek was, wie niet zwanger kon worden, kwam van heinde en verre naar haar voor hulp.”

Binnen de klassieke geneeskunde wordt daar vaak meewarig naar gekeken.

“Ik ben nogal van het principe: baat het niet, dan schaadt het niet. Ik ben zelf helemaal niet pro medicijnen. Ik was nog veel te jong toen mijn grootmoeder stierf, dus ik heb haar kennis niet overgekregen. Maar mijn vader kent er wel veel van. Voel ik me niet goed, dan ga ik altijd eerst aan hem vragen wat ik kan doen, voordat ik een Dafalgan inneem. Dat is de uiterste strohalm.”

Een collega Topdokter van u, oncoloog Baki Topal, schreef na zijn deelname aan het programma enkele jaren geleden in deze krant een aanklacht tegen racisme: ‘Gisteren nog bruin crapuul, vuil uitschot, een barbaar die het leven niet waard is... Vandaag ben ik hoogleraar aan een van ‘s werelds meest prestigieuze universiteiten.’ Herkent u dat?

(knikt) “Dat is gewoon de realiteit. Spijtig hè? Ik was vijftien, zestien jaar en wilde wat bijverdienen. Thuis kregen wij vijf frank zakgeld. Dus dan ga je van horecazaak naar horecazaak je diensten aanbieden en overal zeggen ze nee. Zo blij dat ik was toen ik werk vond: in de Volvo, als industrieel schoonmaker. Pas jaren later had ik door hoezeer ik daar met mijn gezondheid gespeeld heb, dat waren zware chemische producten waarmee ik toen moest werken. Maar ik kreeg 170 frank per uur, een goeie 4 euro nu. Ik was zielsgelukkig.

“Ik herinner me nog goed dat ik was afgestudeerd, ik kon beginnen als assistent in de Sint-Jozefskliniek in Gent. Ik kom daar aan en de eerste reactie was: o, jij spreekt Nederlands? Ik was zo verbaasd. Wat hadden ze dan gedacht? Ik had net geneeskunde gestudeerd in Gent. Wel ja, dat waren ze niet gewoon, allochtonen die Nederlands kunnen. Misschien moet je dan wat meer buiten komen, heb ik geantwoord, ik ben heus niet de enige.”

Krijgt u vandaag nog soms commentaar op uw afkomst?

“Nee. Mensen die bij mij terechtkomen, dat gaat over hun leven of dood. Wanneer ze weten dat ze bij jou terechtkomen omdat je zo’n specialist bent in je vak, gaan ze geen vragen stellen over de taal die je al dan niet spreekt.”

U bent naar het schijnt wel een übermacho.

“Pardon?”

En zit u ofwel aan de coke, of aan de antidepressiva.

(lacht) “U bedoelt dit spul? (wijst naar zijn flesje cola)

“Oké, ik snap waar u naartoe wilt. Het vooroordeel over cardiochirurgen wil inderdaad dat ze nogal haantjes zijn. Maar dat we allemaal middelen gebruiken, dat is totaal niet waar. Het is wel zo dat we onder gigantische druk staan omdat we met een extreem belangrijk orgaan werken. Het is erop of eronder, goed of slecht, leven of dood. Als ik iets verkeerd doe, is er geen tussenweg. Maar daar sta ik dus niet constant bij stil. Ik voel me helemaal geen übermacho of übermensch.”

Moet je toch niet uit speciaal hout gesneden zijn om dat te doen?

“Het is een vak zoals een ander. Je moet de juiste mentaliteit hebben, je wilt alles doen voor een goede uitkomst. Maar voel ik me daardoor specialer dan een ander? Je zou me even over straat moeten zien lopen. Daar, nog een allochtoon, zou je zeggen, wanneer je me ziet achteraan in de rij bij de kruidenier of met mijn mandje in de Action. Ik ga me toch niet gedragen als (strekt koket de nek) ‘een hartchirurg’?”

Hebt u dat van thuis meegekregen?

“Correct. Altijd bescheiden blijven, nooit naast je schoenen lopen. Ik geef dat mijn kinderen ook mee. Ik heb een zoon van bijna 11 en een dochter van 12. Ik heb ze in de meest zwarte school gezet die we in Hasselt konden vinden. Het gemeenschapsonderwijs: zeker 60 procent is van buitenlandse origine. Ik wil voor mijn kinderen geen rode loper uitrollen, ze mogen er wat voor knokken.”

U zou ook kunnen redeneren dat u uw kinderen juist wilt besparen wat u zelf hebt moeten meemaken, dat ze het makkelijker hebben.

“Nee. Stel dat ik hen laat opgroeien in een beschermde cocon, en daarna laat je de wereld los op hen. Dan is er nog een kans dat ze slagen in het leven, maar de kans is even groot dat ze zo’n klop krijgen dat ze de dieperik ingaan. Ik ben ervan overtuigd: als je meer moeite moet doen als kind, ga je het makkelijker hebben later. Dus ik wil dat ze van meet af aan leren hoe de wereld in elkaar zit. Die is niet helemaal wit, niet iedereen heeft gelijke kansen.

“Bovendien, ze hebben het al veel makkelijker dan mijn vrouw en ik destijds. Wij steunen hen constant op zoveel manieren. We helpen hen in hun beslissingen, we helpen hen met hun schoolwerk. Dat zijn dingen die onze ouders niet konden.”

Uw vrouw is een Nederlandse van Turkse afkomst. Is die achtergrond toevallig, of was dat belangrijk voor u?

“Voor mij zelf was dat eigenlijk op zich niet belangrijk, maar voor mijn ouders wel. En daardoor was het voor mij ook belangrijk. In onze cultuur is onze familie de basis van alles, en dus neem je belangrijke keuzes ook in samenspraak met je familie.

“Weet je wat het ook is? Wij weten niet wat er gaat gebeuren wanneer we die Turkse cultuur lossen. Ik heb een goede jeugd gekregen van mijn ouders, terwijl ik in de klas hoorde van kinderen wier ouders gescheiden waren of aan de alcohol zaten. Dan besef je: ik heb het eigenlijk wel goed. En dan probeer je later ook na te bootsen wat je van hen gezien hebt.”

U voedt uw kinderen ook Turks op?

“Hm, ik weet eigenlijk niet hoe Turks onze opvoeding is. We praten thuis in ieder geval Nederlands. Tot groot verdriet van hun grootouders kunnen ze amper een paar woorden Turks. Erg hè. Daarom heb ik mijn zoon, die hier in Hasselt op voetbal zat, speciaal naar Genk gestuurd. Zodat hij de taal ook wat meer kan oppikken. In Hasselt zijn er procentueel weinig Turken.”

Hij speelt bij Turkse Rangers nu?

“Effectief. (lacht luid) En met succes. Hij maakt nu zelfs al eens mopjes in het Turks en komt ook in contact met heel andere thuissituaties dan die van ons. Dat is goed.”

Uw dagen hier in het ziekenhuis beginnen vaak al om 7 uur ‘s ochtends. We zien in Topdokters hoe u dan nog snel even over en weer rijdt naar huis om uw kinderen op te pikken en hen af te zetten aan school. Hoe lukt de combinatie werk-gezin?

“Het zou beter moeten. Veel beter. Ik heb voor dit werk gekozen, investeer daar heel veel in, ben hier heel vaak al om zeven uur ’s ochtends om al wat dingen te regelen voor de dag echt begint. Maar mijn gezin is er ook nog. Mijn vrouw was daar heel duidelijk in, toen we negen jaar geleden van Nederland naar België verhuisden: ‘Jij brengt de kinderen naar school, ik haal ze op’. In Nederland deed zij alles en was het evenwicht helemaal zoek. Dus nu hebben we goede afspraken en ik hoor haar niet klagen, dus ik wil dat liefst zo houden.” (lacht)

De Morgen publiceerde enkele jaren geleden een prijswinnend dossier over dokterslonen. Dat was een huzarenwerk: weinig dingen zo ontransparant als hoeveel een arts verdient.

“Ik vind dat we daar transparant over moeten zijn, maar als leek kun je niet weten hoeveel de prestatie van een arts waard is. Er zijn artsen die voor een consultatie 500 euro rekenen, omdat ze een bepaalde naam hebben. Ik niet, nee. Ik ben geconventioneerd. Hoeveel zal dat dan zijn bij mij? 25 euro of zo? En een hartoperatie kost zo’n 2.000 euro.”

Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) wil iets doen aan dat gebrek aan transparantie.

(knikt) “Terecht, het systeem is ook slecht in België. Je krijgt hier niet echt betaald naar prestatie. Een plastisch chirurg vraagt honderden euro’s om een klein litteken te doen verdwijnen. Wie een knie opereert die een beetje scheef staat, verdient ongeveer de helft van wat wij krijgen voor een operatie op leven en dood. Sorry, maar de verantwoordelijkheid van een hartchirurg valt niet te vergelijken met die van een orthopeed.

‘Ik ben nogal van het principe: baat het niet, dan schaadt het niet. Ik ben zelf helemaal niet pro medicijnen.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik ben nogal van het principe: baat het niet, dan schaadt het niet. Ik ben zelf helemaal niet pro medicijnen.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik vind dat wij meer moeten verdienen voor een ingreep. Bovendien kan een goeie orthopeed per dag tien of twintig heupen en knieën opereren. Die hebben zes zalen naast elkaar liggen en dat is binnen, buiten, binnen, buiten, hop volgende. Bij ons duurt een ingreep gemiddeld drie à vier uur, met voor- en nazorg erbij vijf uur. Wij kunnen dus onmogelijk tien operaties op een dag doen.”

Wilt u zeggen hoeveel u verdient?

“Nee. Maar dat kunt u makkelijk zelf uitrekenen, als u weet dat ik een paar honderd ingrepen per jaar doe. Maar let wel, die 2.000 euro voor een operatie, die is bruto, uiteraard. Minus de afdrachten voor het ziekenhuis, de welgekende belastingen van meer dan 50 procent en niet te vergeten de beloning van mijn zeven man sterk personeel. Veel blijft er dan niet meer over.”

U leeft aan een hoog, zeer intensief tempo. Bent u bang om zelf ooit ziek te worden?

“O, maar ik mankeer al van alles. Ik heb een hernia. Een frozen shoulder ook. Hoger dan dit (heft zijn rechterarm half omhoog) raak ik niet meer. Dat is van iedere dag urenlang voorovergebogen te staan met opgetrokken schouders.”

Hoe slaagt u erin om u zo veel uren per dag zo intens te concentreren?

“Ja, geen idee, ik kan dat. Ik weet dat er chirurgen zijn die daardoor maar één operatie per dag aankunnen, maar bij mij lukt dat om er meerdere na elkaar te doen. Drie, soms vier per dag. Maar dan ben ik daarna wel compleet kapot.”

Hoe doet u daarna aan decompressie?

“Of ik yoga doe of zo, bedoel je? Er zijn mensen die dat doen. Of die naar muziek luisteren. Ik niet. Ik wil gewoon zo veel mogelijk normale dingen doen. Gewoon thuis zijn.

“En als mijn vrouw dan niet moeilijk doet, ben ik al heel gelukkig. Zoals bij de meeste mannen, zeker?”

Hebben de makers u lang moeten overtuigen vooraleer u wilde meedoen?

“Al ongeveer zolang ik hier werk, zeggen ze dat ik in Topdokters zou moeten zitten omdat niemand kan wat ik kan. En dan zeg ik: wel, dat ze me dan vragen.”

U vindt dat u er al veel eerder in had moeten zitten?

“Eerlijk gezegd wel, ja. Hoeveel mensen hadden hun borstkas níét moeten laten openzagen wanneer ik jaren geleden al in dat programma gezeten had? Daarvoor doe ik het: dat mensen weten dat ze aan hun hart geopereerd kunnen worden via een klein gaatje. En omdat ik hoop dat we nu ook meer ruimte krijgen om mensen op te leiden. Want sorry voor de uitdrukking, maar het opleidingssysteem voor hartchirurgie in België sucks. Er is er gewoon géén.

“Ik heb mijn opleiding genoten in Nieuwegein, het grootste hartcentrum van Nederland. In België moet je eerst zes jaar algemene chirurgie volgen, en vervolgens heb je ‘interesse in’. Dan kun je op een dienst cardiochirurgie meelopen, assisteren en hopelijk leren opereren. Maar er bestaat geen concrete opleiding. Een schande. We proberen dat met een groep cardiochirurgen wel te veranderen, maar het systeem is log, zo log.

“Neemt niet weg dat het niveau van de zorg in België zeer goed is, maar echt zéér goed. We mogen best een stuk trotser zijn op wat wij doen. Je hoort zo vaak: maar in Amerika doen ze x en y. Dan zeg ik: dat interesseert me niet wat ze daar doen, hier is het gewoon beter.”

Al helemaal in het begin van de pandemie klonken er dure beloften over meer investeringen in de zorg. Hebt u daar twee jaar later een goed oog in?

(nijdig) “Dat is allemaal al lang vergeten. Het eerste jaar riep men dat onze verpleegkundigen een premie gingen krijgen. Duizend euro kregen ze, waarvan ik toen al vond: is het dat maar? En dan moesten ze de helft nog teruggeven aan de belastingen. (scherp) Goed bezig gasten, echt waar, goed bezig. Dat is toch niet normaal, joh!

“Ik ben zo pissed op de politiek. Is dat hoe ze omgaan met de mensen die er álles aan gedaan hebben om mensen te redden? Stank voor dank, krijgen ze. En vandaag is het weer over naar de orde van de dag. Voor de politiek dan toch. De verpleegkundigen, die krijgen vandaag de echte weerbots. Twintig procent van het verplegend personeel in het Jessa Ziekenhuis is momenteel afwezig. In andere ziekenhuizen is dat net zo. Niet omdat ze corona hebben, nee, omdat ze het niet meer aankunnen. En ik begrijp dat, echt.”

De verhalen van de covidverpleegkundigen die getraumatiseerd het beroep vaarwel zeggen, zijn gekend.

(pisnijdig nu) “Daar in Brussel, is daar ooit iemand van op een covidafdeling geweest? Wisten die überhaupt wel wat de zorg op die afdelingen inhield? Hoe verpleegkundigen mensen alleen zagen sterven? Hoe zij geen tijd hadden om hen te troosten? Hoe zij uren en uren in vreselijk zware pakken moesten werken, twee jaar aan een stuk? Ik ben wel zeker van niet. Weet je wat ik gemist heb, in al die commissies die beslisten over de maatregelen? De stem van de verpleegkundige.

‘Mensen die bij mij terechtkomen, dat gaat over hun leven of dood. Die gaan zich geen vragen stellen over de taal die je al dan niet spreekt.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Mensen die bij mij terechtkomen, dat gaat over hun leven of dood. Die gaan zich geen vragen stellen over de taal die je al dan niet spreekt.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Onlangs kwam onze ziekenhuisdirecteur op visite op de afdeling. En hoe is het hier, vroeg hij. Niet goed, zeg ik. Ik zat daar met een aantal verpleegkundigen. ‘Wanneer krijgen zij hun premie eindelijk eens?’ We zijn ermee bezig, zei hij. Ik wil het zien. Ik wacht erop. Ik heb al gezegd dat ik met veel plezier bereid ben om een deel van mijn loon af te staan om mijn verpleegkundigen beter te kunnen betalen. Ik ben er honderd procent zeker van dat elke specialist daartoe bereid zou zijn. Maar in ruil wil ik dan wel dat ik zeggenschap krijg over hun functioneren. Dat lijkt me maar fair. Maar dat kan dan weer niet.

“Ach jongens, er is niks veranderd, niks. En er gaat ook niks meer veranderen. Ze geven geld uit aan dit en dat, maar de zorg? Die is alweer vergeten.”

Mogen we het nog even over uw naam hebben? Uw ouders moeten in een zeer poëtische bui geweest zijn bij uw geboorte.

“En toch heeft het niks te maken met de wonderlamp. (lacht) Dat sprookje is pas later naar boven gekomen. Alaaddin was een Seltsjoekse sultan (het Groot-Seltsjoekenrijk bestreek in de middeleeuwen een gebied van Anatolië tot het noorden van Pakistan, red.). Hij was de enige sultan die geregeerd heeft zonder maar één keer oorlog te voeren en toch zijn grondgebied heeft vergroot. Hij wilde de macht aan het volk geven, hen onderwijzen, de mensen helpen. Hij heeft alleen maar goede zaken gedaan.

“Ik heb de naam aan mijn grootmoeder te danken. Zij was met de bus naar Mekka gereisd en op de terugweg waren ze gestopt bij zijn begraafplaats in Turkije. Mijn grootmoeder heeft zich dan verdiept in zijn leven en gezegd: mijn volgend kleinkind zal naar hem vernoemd worden. En dat was ik dus.”

U was dus al een beetje voorbestemd, Alaaddin die de mensen wil helpen.

“Ja. Ik geloof daar ook in, dat je naam voor een stuk al bepaalt wie je wordt. (schalks) Geef toe, als je Ronny hoort, dan weet je het toch al? Het is een Marina. Dat komt wel ergens van, in je naam zit al een waarheid vervat. Waarom wordt in diezelfde families geen Joëlle of een Bernard geboren?”

We zijn nu heel benieuwd naar de namen van uw kinderen.

“Daar hebben we ook heel goed over nagedacht. Mijn vrouw wilde onze dochter Eleysa noemen, de Turkse versie van Elisa. Dat bleek de dochter van een van de volgelingen van de profeet die goeie dingen gedaan heeft. Dat vond ik prima. Voor onze zoon heb ik dan Selim gekozen. Dat was een Ottomaanse sultan die zeer streng, maar ook zeer rechtvaardig was. Wat hij zei, deed hij ook. En ook dat leeft al door in mijn zoon, vind ik. Hij is zéér rechtuit.” (lacht)

Topdokters, elke dinsdagavond op Play4.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234