Maandag 21/10/2019

In memoriam

Game over voor de vader van het videospel: Atari is in rouw

Ted Dabney (links) met medewerkers Nolan Bushnell, Fred Marincic en Allan Alcorn in 1973 met een Pong-console in de burelen van Atari, Santa Clara, Californië. Beeld Al Alcorn/Computer History Museum

Met klassieker Pong en de Atari-spelconsole kun je Ted Dabney gerust de vader van het videospel noemen. Hij stampte een nieuwe industrie uit de grond vanuit zijn dochters slaapkamer, en kocht daarvan een zeilboot.

Asteroids en Space Invaders, Missile Command en het iconische Pac-Man: het waren maar enkele van die eerste spellen die je kon spelen op een console van Atari. Ze muntten uit door hun ­eenvoud én door het feit dat ze gruwelijk verslavend waren.

Die eenvoud was alvast geen keuze. In de lente van de jaren 70 waren computers nog te sloom om een videospel aan te sturen. Ted Dabney, zoon van een boekhouder die door zijn vrouw in de steek was gelaten, kwam op het idee om het zónder computer te proberen. Programmeren had hij geleerd bij het leger en thuis vond hij de ruimte voor een werkplek.

“Mijn dochter was niet blij. Ik zette haar uit haar slaapkamer en sleepte de spullen aan die ik nodig had. Ik knutselde met elektronica, triplex en nepmahoniehout. Het werd een raar ding, maar het deed waarvoor het gemaakt was.”

Wat hij zopas op zijn sloffen had uitgevonden, was ’s werelds allereerste spelconsole. Samen met zijn zakenpartner, de gedreven ingenieur Nolan Bushnell, richtte hij in 1971 een bedrijfje op dat ­aanvankelijk Syzygy zou heten. Toen bleek dat die naam al bestond, veranderden ze hem in Atari.

Het eerste spelletje dat ze ontwikkelden, Computer Space, flopte. Maar het jaar daarop kwamen ze met Pong, dat gerust het oercomputerspel genoemd kan worden. Veel meer gebeurde er niet dan dat je een wit balletje met behulp van verticale streepjes op het veld moest zien te houden. Maar dat was o zo spannend.

De spelconsole paste in een houten behuizing die klein genoeg was om een plek te vinden naast flipperkasten in drankgelegenheden. Je kreeg ze aan de praat door er een muntstuk in te werpen. Het eerste exemplaar stond in Andy Capp’s Tavern in Sunnyvale, Californië. De machine gaf echter al vlug de geest. “Toen een technicus zich ernaartoe haastte, bleek ze zo tjokvol muntjes te zitten dat er geen enkel meer bij kon.”

De prille spelconsole vond ook haar weg naar tienduizenden huiskamers, waar opgroeiend grut zich te buiten kon gaan aan een nieuwe verslaving. De oprichters van Atari deden gouden zaken. Ze schoten goed op met elkaar en wierven als personeel oude bekenden en voormalige babysits aan. Ze kochten samen zelfs een zeilboot van tien meter, die ze begrijpelijkerwijs Pong doopten.

Naarmate het bedrijf groeide, verzuurde helaas hun relatie. In 1973 liet Ted zich voor een te klein bedrag door zijn zakelijke partner uitkopen. Hij begon een restaurant waar videospellen stonden. Programmeren deed hij alleen nog voor zijn tweede vrouw, als die een kook- of boekhoudprogramma nodig had. In 1995 schakelden ze over op een kruidenierswinkel. “De houtkachel brandde er bijna altijd”, herinnert zich zijn dochter. “Er waren boeken en stoelen waarin bezoekers konden ­blijven hangen.”

Ted Dabney werd oud genoeg om nog net mee te maken dat retro­consoles weer übercool werden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234