Zondag 15/12/2019

Wetenschap

Fruitvliegjes vervelend? Niet als u deze Nederlandse robotversie ziet

Guido de Croon met de robotfruitvlieg. Beeld Henri Werij

Nu zijn fruitvliegjes alleen maar ontzettend vervelend. Maar de robotversie van de Nederlandse Technische Universiteit Delft kan in de toekomst heel handig zijn.

Insecten zijn ware luchtacrobaten. Wendbaar en snel als ze een vijand willen ontwijken, of een slaande hand. Maar met hetzelfde gemak hangen ze stil in de lucht als ze een geurig hapje in het vizier krijgen. En voor die vliegkunsten hebben ze maar één of twee vleugelparen tot hun beschikking en een klein stel hersenen. Hoe doen ze dat, vragen ­biologen zich af. Hoe bouw je zoiets na, denken technici.

Wetenschappers van de TU Delft hebben die laatste vraag deels beantwoord. In het vakblad
Science van deze week beschrijven ze hun ­robotje dat kan vliegen als een fruitvlieg. Met zijn spanwijdte van 33 centimeter en 29 gram aan gewicht is hij weliswaar een stuk groter dan zo’n vliegje (een paar millimeter en microgram), maar qua vliegprestaties doet hij nauwelijks onder voor zijn natuurlijke voorbeeld.

Loopings

Het Delftse robotje heeft een topsnelheid van 25 kilometer per uur, maakt met gemak haakse bochten, loopings of spiraalvluchten, terwijl hij met zijn batterijtje minutenlang in de lucht weet te blijven.

De robot heeft twee paar lichte folievleugels die 17 slagen per seconde maken. Wil hij naar rechts, dan flapt hij links wat sneller; zet hij de vleugels schuin, dan draait hij met zijn neus omhoog. “Die bewegingen zijn ontkoppeld”, zegt Guido de Croon, een van de onderzoekers. “Dat is wel zo prettig. Anders zou je, bij een bocht naar links, ook meteen omhoog gaan.”

Die vleugelbewegingen vormen de basis voor de computerprogramma’s waarmee de ­robot zijn manoeuvres uitvoert. Het mooie is, zegt De Croon: “Het programma voor een ontsnappingsmanoeuvre bevat slechts draaiingen om twee assen, niet die om de derde, verticale as. Maar die bleek die zelf uit te voeren. Tijdens zo’n manoeuvre draait hij zijn lijf zo dat hij naar voren blijft kijken. Dat is het gevolg van natuurlijke dynamica. Net als de fietser die met losse handen rijdt, rechtdoor blijft gaan.”

Dat was ook voor biologen interessant om te horen – Wageningse onderzoekers waren bij de studie betrokken. Zo doet een vlieg dat dus, hij hoeft niet na te denken hoe hij zelf de bocht doorkomt, dat gaat van nature goed. De Croon: “Maar van een vlieg weten we dat niet, we kunnen niet tijdens de vlucht in zijn hersens kijken. In die van een robot wel.”

De Delftenaar heeft meer oog voor toepassingen van de robot. In kassen bijvoorbeeld, waar ze de temperatuur of de luchtvochtigheid in de gaten kunnen houden. “Ze kunnen een eind vliegen, dan even stil hangen en vervolgens weer verder. Drones kunnen dat ook, maar die gaan bij hoge snelheden inefficiënt om met hun energie. Er moet nog van alles ­gebeuren. In zo’n kas moeten ze autonoom hun weg kunnen zoeken, objecten kunnen ontwijken en ook in zwermen kunnen opereren. Zo ver zijn we nog lang niet maar deze ­robotvlieg is een goed startpunt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234