Zondag 21/04/2019

Interview

Filosoof René ten Bos: "Wil je iets doen voor het milieu? Stop dan met het scheren van je kut onder de douche"

Filosoof René ten Bos over onze invloed op de planeet: 'Roep niet te snel: yes, we can.'' Beeld Eric de Mildt

Is de mens een pest of een zegen voor de aarde? René ten Bos (°1959) wil er niet meteen een uitspraak over doen. Dat hebben we zelf in handen, zegt de goedlachse filosoof die ons vooral wil behoeden voor mensen die beweren de waarheid te kennen.

Stel dat je verdwaald bent in een bos, wat is dan de beste manier om er weer uit te komen? Vooral niet meteen als een kip zonder kop gaan lopen, denk je dan, maar dat is wel wat de grote filosoof René Descartes beweerde. Wanneer je maar lang genoeg in dezelfde richting rent, kom je er vanzelf wel uit, zei hij.

Maar misschien kun je veel beter rustig gaan zitten en kijken of je ­herkenningspunten opmerkt die maken dat je je thuis gaat voelen in dat bos. Misschien ga je dan beter inzien waar je bent en hoe de weg naar buiten loopt.

De aanpak van Descartes is typisch voor de manier waarop wij dingen doen: direct, ondoordacht en vertrouwend op wat er in ons hoofd gebeurt en niet op wat de wereld te bieden heeft. Het is de aanpak van de narcist en de solipsist. Voor de grote problemen van vandaag, zoals klimaatwijziging of de verzuring van de oceanen, is dat misschien niet de juiste manier van werken. We weten immers nog te weinig over die fenomenen om er specifieke acties aan te koppelen. We zien de weg uit het bos nog niet. Geduld, scepsis en terughoudendheid moeten daarom onze leidraden zijn.

Dat is wat de Nederlandse filosoof René ten Bos beweert in zijn nieuwste boek Dwalen in het antropoceen. Dwalen, inderdaad, want ook al werd de term ‘antropoceen’ reeds in de jaren 60 door Sovjetwetenschappers gebruikt om het huidige geologische tijdperk aan te duiden waarin de mens in staat is om heden en toekomst van de aarde te bepalen, een halve eeuw later lopen de meningen over het wat, hoe en waarom ervan nog steeds flink uit elkaar.

Volgens Nobelprijswinnaar Paul Crutzen is het antropoceen bijvoorbeeld begonnen met de uitvinding van de stoommachine in 1784. De Britse filosoof Timothy Morton beweert daarentegen dat de oorsprong van alle kwaad veel verder terug in de tijd ligt en dat we de oorzaak van de huidige en toekomstige ecocatastrofes kunnen traceren tot bij de Mesopotamiërs. Zij ontdekten immers rond 6.000 v. Chr. dat een planmatige en logische omgang met de wereld bijzonder efficiënt was.

Verwaand

Maar niet alleen de datering blijft een twistpunt onder experts. Dat de mens verantwoordelijk is voor de klimaatwijziging, betwijfelt praktisch niemand meer, maar over de mate waarin dat zo is, wordt nog steeds hevig gediscussieerd. Zet twee antropoceenexperts bij elkaar en je krijgt drie meningen, zo lijkt het wel, tot er een derde bijkomt die tussen neus en lippen opmerkt dat de term antropoceen op zich toch ook wel problematisch is. Hoe verwaand moet je immers niet zijn om een heus geologisch tijdperk naar jezelf te noemen?

“Vooral geologen vinden die naam getuigen van hoogmoed”, zegt René ten Bos. “Anderen zeggen dan weer dat je de mens niet in zijn geheel verantwoordelijk kunt ­stellen, omdat niet alle mensen even schuldig zijn. Veel mensen zijn ­eerder slachtoffer dan schuldige. Zo komen feministen op het idee om de man de schuld te geven. Zij spreken dan van het androceen. Marxisten geven het kapitaal de schuld. Zij hebben het over het capitaloceen.

“Het is dat soort geneuzel dat wetenschappers zo populair maakt bij het grote publiek. (lacht) Maar zo’n naam is echt wel belangrijk. Wat is het eerste wat God doet in de Bijbel? Namen geven. Zo kon hij met zijn zelfgeschapen werkelijkheid omgaan. Heel veel wetenschap is gebaseerd op die gedachte. Als je een naam hebt voor iets, kun je het beschrijven. Dan weet je waarover je het hebt en dan kun je er iets aan doen. Of dat hoop je toch.”

Maar dat is slechts schijn?

René ten Bos: “Natuurlijk. We weten echt niet zo veel over de grote samenhangen op aarde, wat voor mij reden genoeg is om argwanend te staan tegenover de stelling dat klimaatverandering en verzuring van de oceanen zaken zijn van wetenschap en techniek. Zij moeten het maar oplossen, zegt men dan en dan wordt vooral in de richting van geo-engineering gedacht.

“Je kunt wel aerosols de atmosfeer in spuiten om de temperatuur op aarde te verlagen of verhinderen dat oceaanwater in de Noordelijke IJszee terechtkomt door een dam te bouwen over de Beringstraat, alleen weet niemand welke consequenties dat zal hebben. Dan zit je opeens in Frank Westermans Ingenieurs van de ziel, waarin beschreven werd hoe Sovjetwetenschappers beslisten om rivieren te verleggen en daardoor kolossale ecologische problemen veroorzaakten.

“Dat ‘yes we can’-denken lijkt me heel gevaarlijk. Een beetje bescheidenheid siert een mens. Een ecosysteem is immers geen motor die je uit elkaar kunt halen en vervolgens weer in elkaar kunt passen. Dus doet de filosofie haar intrede, want het is de taak van de filosofie om bezig te zijn met dingen die we niet goed begrijpen. We leven immers in eschatologische tijden, al moet opgemerkt dat elke generatie haar eigen eschatologie (leer van het einde van de wereld, red.) heeft.

“Ik ben inmiddels 57 en kan dus wat relativeren. Toen ik 20 was, gingen we ten onder aan de atoombom en even later zag ik mijn in het rond neukende studenten aan aids sterven. Vandaag dreigt de ecocatastrofe.”

Juist, maar de klimaatverandering is toch veel erger dan aids?

“Er wordt inderdaad een veel ­grotere groep mensen bedreigd, de mensheid als collectief, in feite. Er zijn wetenschappers die beweren dat over 30 of 50 jaar de planeet ­volstrekt onbewoonbaar zal zijn.

“Nu ben ik van nature een ontzettend vrolijk en optimistisch mens (lacht luid), maar we kunnen de ­problemen niet weglachen. Ik was onlangs in Calcutta. De helft van het jaar waden de mensen daar tot hun middel door de straat. Of kijk wat in Jakarta gebeurt. Die stad zinkt per jaar tussen de 5 en 10 centimeter de bodem in. Sommige bestuurders willen daar iets aan doen, in het bijzonder christelijke, maar daar zijn de moslims het niet mee eens, dus klagen ze hem aan wegens goddeloosheid. Grappig vind ik dat.”

Vinden ze dat in Jakarta ook?

“Sommige mensen wellicht wel. Er zijn immers verschillende attitudes mogelijk tegenover catastrofes en die hebben veel te maken met je persoonlijke psychologie. Wij denken weleens dat alleen linkse mensen met ecologie bezig zijn, maar dat is niet zo. Ook rechts is allesbehalve apathisch.

“Iedereen houdt van de natuur. Alleen uit zich dat verschillend. De een wordt sarcastisch en cynisch, de ander wordt er apathisch van en steekt zijn kop in het zand, terwijl een derde melancholisch wordt. Vroeger was het allemaal beter, zeggen zij dan. Dan hadden we nog écht koude winters. Zoals de taxichauffeur die ik in Irkoetsk ontmoette en die bang was dat het zachte klimaat de morele weerbaarheid van de jeugd zou ondermijnen.”

Waarom aanvaarden we niet dat de aarde een dynamisch systeem is? Waarom moeten we per se alles bewaren zoals het is, zowel onze binnensteden als het klimaat?

“Toegegeven, veel ecologisch denken vertoont een conservatieve trek, maar tegelijkertijd treur ik om ieder dier dat uitsterft. Telkens als er een bijzonder beest uitsterft, laat ik er een tattoo van zetten op mijn lichaam. Het gaat me echt aan het hart dat een dier als de Tasmaanse buidelwolf er niet meer is. Het punt is dat niet duidelijk vast te stellen is wanneer een dier echt uitgestorven is.

René ten Bos: 'Telkens als er een bekend dier uitsterft, laat ik er een tattoo van op mijn lichaam zetten.' Beeld Eric de Mildt

“Neem nu de Siberische tijger. Momenteel leven er nog een stuk of 400 van in het wild. Strikt gezien is het beest niet uitgestorven, maar het heeft nog nauwelijks een ecologische functie. Er leven meer Siberische tijgers in dierentuinen dan in het wild.

“In Australië woedt een hevige discussie of de Tasmaanse buidelwolf terug moet komen. In principe kan dit dier terug tot leven worden gewekt. Stel dat je er zo vier kweekt, zal dat dan de basis zijn voor een gezonde wilde populatie? Ecologisch gezien is dat onzin, pure sentimentaliteit, maar het is jammer dat je tegenwoordig door een jungle kunt lopen waarin geen gevaarlijke dieren meer wonen.

“Op het Australische Kangaroo Island stond ik ooit oog in oog met een goanna-hagedis, zo’n beest dat meer dan vijf meter lang kan worden. Die hagedis stond verschrikkelijk naar me te blazen. Nu is een beet ervan niet dodelijk, maar ze kan wel nare gevolgen hebben. Mijn hartslag ging de hoogte in en ik stond ­versteend, tot ik me groot maakte en zo hard schreeuwde als ik kon, toen ging die hagedis van schrik op de loop. Achteraf voelde ik me toch een stuk nederiger.

“Dichteres Judith Herzberg zei ooit dat alleen de hardere vogelsoorten overblijven, zoals meeuwen, eksters en kraaien, terwijl de softere verdwijnen. Ik vond dat een mooie constatering waar je natuurlijk een dichteres voor nodig hebt.”

Moet sentimentaliteit dan onze leidraad vormen op ecologisch vlak?

“Nee, je moet multidisciplinair denken. Je mag de wereld net zo min exclusief aan exacte wetenschappers overlaten als aan menswetenschappers. En het minst van al aan ethici, natuurlijk. We kunnen ­treuren om een dwerguiltje dat zal verdwijnen als in Amerika een bos omgehakt wordt. De families van de houthakkers zullen dan weer zeggen dat het inkomen van driehonderd man afhangt van dat bos en dat er elders nog genoeg dwerguilen zitten. Daar kun je dan vervolgens ook weer om treuren.

“Stel dat ik het voor het dwerguiltje opneem en jij voor de houthakkers. Ik noem jou dan een afschuwelijke antropocentrist en jij zegt dat ik een domme zoöfiel ben. Mooi is dat. Schieten we daar iets mee op? Natuurlijk niet. Je moet nooit denken dat mensen met een andere opinie dan de jouwe amoreel zijn. Die hebben ook hun moraliteit, alleen leggen ze andere prioriteiten.

“Met ethiek alleen kom je er dus niet. Je moet in zo’n geval kiezen, en zo’n keuze is politiek. Er zijn altijd belangen in het spel en die belangen botsen, al hoop ik dat ze zachtjesaan meer in lijn zullen gaan liggen en het voortbestaan van de planeet vooropstellen.”

Wat denkt u van het marxistische capitaloceen als alternatief voor het antropoceen?

“Iedere discussie over duurzaamheid is overbodig zolang de aard van het kapitalisme niet ter sprake komt. Je kunt het kapitalisme echter niet voor alle kwaad op de wereld verantwoordelijk stellen. Het heeft zijn donkere kanten, maar er zit ook iets moois in de gedachte dat wanneer je een vreemde ontmoet, je die niet meteen als vijand of bedreiging ziet, maar wel als iemand met wie samengewerkt kan worden.

“Alleen mag het natuurlijk ook niet zo zijn dat die twee zo goed met elkaar samenwerken dat de rest van de wereld er last van heeft. En dat is vandaag het geval. Praktisch alle bedrijven worden geleid door economen en die hebben geen flauw benul van het antropoceen. En dat geldt ook voor politici. In de recentste Troonrede van de Nederlandse koning is het woord klimaat één keer gevallen, maar een concrete inhoud is er niet aan gegeven.”

De marxisten hebben toch gelijk wanneer ze zeggen dat niet dé mens verantwoordelijk is voor het antropoceen, maar wel bepaalde mensen. Amerikanen bijvoorbeeld een stuk meer dan Afrikanen.

“Ik heb heel wat marxistische ­vrienden en die vreten net zo graag in restaurants als jij en ik. Ze vliegen van het ene marxistische congres naar het andere, waar ze dan lustig op hun iPhone zitten te tokkelen. Lang leve het marxisme dus.

“Wat me tegenstaat aan marxisten, is dat ze zo zeker weten waar het allemaal door komt: het kapitaal. Ze weten precies wie de schuldige mensen zijn en wie de goede. En waarom die goede het juiste denken en alle anderen het verkeerde. Dat irriteert me mateloos.

“Ik weet dat niet hoor, wat het goede denken is. Ik heb geen blauwdruk liggen die ons naar het paradijs voert. Het kapitalisme is echt niet het enige systeem dat catastrofale consequenties heeft gehad voor de natuur. In politiek correcte kringen mag je het niet zeggen, maar alle antropologen weten dat de eerste bewoners van Australië, degenen van wie de aboriginals afstammen, 40.000 jaar geleden de diprotodon hebben uitgeroeid, wellicht het grootste buideldier dat ooit op aarde leefde. De mens is gewoonweg een bijzonder invasieve diersoort.”

We zijn te succesvol voor deze aarde?

“Wanneer je de mens bekijkt als een puur biologisch wezen is dat zeker zo, en uiteindelijk zal het ook zijn dood worden, voegen sommigen er dan aan toe.

“Persoonlijk vind ik dat een te sombere redenering. Wij kunnen onze toekomst wel degelijk sturen denk ik. Wie willen wij zijn? En wie kunnen wij zijn? Dat zijn de vragen van onze tijd. Denderen we lekker door op hetzelfde spoor of gaan we duurzaamheidsinitiatieven ontwikkelen?

“Veel van die discussies gaan over onderliggende mensbeelden. Misschien moeten we een meer vrouwelijke kijk op de wereld ontwikkelen omdat de mannelijke toch wel heel overheersend en uitbuitend is gebleken? Ik weet het niet, maar we moeten zeker op een andere manier over de natuur gaan denken. Dat er bijvoorbeeld geen onderscheid is tussen cultuur en natuur. Of dat de natuur er niet is voor de mens om van te genieten. De natuur heeft een soort ondoorgrondelijkheid. Het is niet iets daarginds. We hebben haar veel te lang geobjectiveerd. We zitten er middenin.”

We hebben een menswetenschap nodig die niet de mens, maar wel de planeet centraal stelt?

“Ja, een aardse menswetenschap, en ik denk dat we wat dat betreft veel van geologen kunnen leren. Zij kunnen immers steeds op een mooie manier de relevantie van de mens wegdenken.

“En er moet een attitudeverandering komen. We moeten met z’n allen wat minder antropocentrisch worden, al is ook dat een zaak van botsende belangen en keuzes. Als mijn kinderen iets overkomt, ga ik ook niet denken: goh laat ons eens wat minder antropocentrisch zijn. Het idee dat alles fundamenteel gelijk is op aarde beaam ik intellectueel gezien wel, maar in mijn handelen als moreel sensitief mens doe ik dat natuurlijk niet. Dan zijn sommige dingen toch weer iets belangrijker dan andere.”

En wat betekent dat concreet? Wat moeten we doen om de ­catastrofes van het antropoceen af te wenden?

“Op individueel vlak weten we dat ondertussen vrij goed. Het probleem is echter dat individuele initiatieven vaak niet veel uitmaken op wereldschaal. Ik eet bijvoorbeeld al mijn hele leven geen vlees. Ecologisch is dat heel verstandig, maar dat neemt niet weg dat de vleesconsumptie wereldwijd ieder jaar toeneemt. Mijn eigen bijdrage is hier dus irrelevant.

“Hoe extrapoleer je je individuele acties op wereldschaal? Dat is de cruciale vraag. We moeten gaan inzien dat verre problemen vaak oorzaken en gevolgen hebben in ons privéleven. Vandaag zitten we bijvoorbeeld met een waterprobleem omdat veel te weinig mensen nog een tuintje hebben. Ze hebben liever tegels. Daardoor spoelt het regenwater de riolering in, wat leidt tot uitdroging van de bodem. Of neem douchen. Dat kun je in vijf minuten, maar toch staan steeds meer mensen een half uur onder de douche omdat ze zich niet alleen wassen, maar ook nog eens scheren. Wil je dus iets doen voor het milieu? Stop dan met het scheren van je kut.”

René ten Bos, Dwalen in het antropoceen, Boom, 191 p., 20 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.