Zondag 20/10/2019

Huis van Hiele Herman Tournaye

Fertiliteitsarts Herman Tournaye: ‘Ik had het geluk dat ik een patiënt bij me kreeg die zei: snij maar in mijn teelballen’

Herman Tournaye: ‘Ik ben een ADHD’er, maar ik zie dat meer als een zegen dan een vloek. Ik kan gewoon veel dingen tegelijk.’ Beeld Bob Van Mol

Nieuw leven scheppen, een mooier beroep kan er niet bestaan, maar verwacht van fertiliteitsarts en ‘Topdokter’ Herman Tournaye (58) geen overdreven wollige uitspraken. Hij noemt zichzelf een ADHD’er, en volgens zijn vrouw heeft hij maar een laag EQ. ‘Je moet gewoon het geluk hebben dat iemand zegt: ‘Snij maar in mijn ballen’.’

Professor dr. Herman Tournaye is een wereldautoriteit op het vlak van fertiliteit. Hij staat aan het hoofd van het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde (CRG) van het UZ in Brussel, met 190 werknemers, én hij is vader van vijf kinderen. Je zou denken dat zo iemand niet veel tijd en energie meer overhoudt voor hobby’s. Maar wanneer dokter Tournaye de boomgaard van Willem Hiele verkent, vermeldt hij en passant dat hij net 150 liter appelcider heeft gebotteld van zijn eigen oogst. Wanneer een gerechtje op tafel komt dat ‘Purple Rain’ heet, vertelt hij dat hij Prince twee keer live heeft gezien, “de beste concerten van mijn leven”. Wanneer onze fotograaf Bob zijn camera bovenhaalt, vraagt Tournaye – een begenadigd amateurfotograaf – hem naar de beste beeldbewerkingssoftware.

“Ik vind gewoon alles interessant”, zegt Tournaye, met een jongensachtige grijns.

Het is zijn niet aflatende drive en dadendrang die hem aan de top van zijn vakgebied bracht, en – ja, hij weet het – ook mensen wel eens op de kast jaagt. “Ik ben een ADHD’er, maar ik zie dat meer als een zegen dan een vloek”, zegt hij. “Ik kan gewoon veel dingen tegelijk.” Wij daagden hem uit om een paar uur stil te zitten op een stoel, een prachtige maaltijd te degusteren én ondertussen honderduit te vertellen over de ontwikkelingen in zijn fascinerende vakgebied. “Als jullie hier straks een coherent verhaal van kunnen maken, chapeau.”

BIO 

* geboren op 6 mei 1961 in Mechelen * studeerde ­gynaecologie aan de VU Brussel * ging daarna aan de slag bij het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde (CRG) van het UZ Brussel, is nu hoofd van deze afdeling * fertiliteitsarts ­gespecialiseerd in onvruchtbaarheid, in het bijzonder bij mannen * behoort tot de ­wereldtop in zijn ­vakgebied * was te zien in VIER-serie Topdokters * heeft vijf kinderen, van wie drie uit  een vorige relatie

Het fertiliteitscentrum van het UZ Brussel is al jarenlang wereldwijd toonaangevend. Mannen en vrouwen die een medisch duwtje in de rug nodig hebben bij het volbrengen van hun kinderwens, komen hier terecht. “Van Syrische vluchtelingen tot presidenten, CEO’s en BV’s”, vertelt Tournaye. Een op de vier patiënten komt uit het buitenland; vooral uit het Midden-Oosten vinden mensen hun weg naar de wachtzaal in Jette.

Het team van Tournaye tekent voor een derde van alle ivf-procedures in ons land. “Vorig jaar deden we er exact 5.550”, zo weet hij uit het hoofd. Het centrum is bovendien gespecialiseerd in het behoud van de vruchtbaarheid bij kankerpatiënten en in de opsporing van erfelijke ziektes bij embryo’s.

U begon uw carrière bijna dertig jaar geleden. Hoe oud is de oudste Tournaye-baby ondertussen?

Herman Tournaye: “Goh, dat weet ik niet precies. Maar ik heb al een aantal patiënten gehad die werden doorverwezen door hun eigen ouders, omdat ik hen destijds met een zwangerschap heb geholpen. Dus ik ben al grootvader in zekere zin.”

Hij vindt het nog altijd de mooiste tak binnen de geneeskunde, en een ideale plek voor een novelty seeker, zoals hij zichzelf noemt. “Aan het begin van mijn carrière waren de middelen eerder beperkt. Een vrouw met een slechte eileider konden we ivf aanbieden. Een man met vruchtbaarheidsproblemen konden we helpen met donorzaad. En dat was het ongeveer. Geen enkel medisch vakgebied ontwikkelt zo snel als het onze.”

De grote doorbraak in zijn carrière beleefde Tournaye met onderzoek naar mannelijke onvruchtbaarheid. “Pure serendipiteit was dat. Ik had het geluk dat ik een patiënt bij me kreeg die zei: snij maar in mijn teelballen. (lacht) Zo ontdekte ik dat een deel van de mannen die voorheen onvruchtbaar werden verklaard, wel zaad in hun teelballen hadden dat voor ivf kan worden gebruikt. Je moet gewoon weten waar het te zoeken.”

“Je moet daar echt niet slim voor zijn”, zegt de internationaal geprezen fertiliteitsarts. Het is duidelijk dat we niet bij hem moeten aankloppen voor overdreven heroïek of het romantiseren van zijn beroep. “Het begrijpen van processen, dat fascineert mij mateloos. Waarom iets werkt, hoe iets in elkaar steekt. Onlangs moest ik mijn laptop laten repareren. Als dat ding dan wordt opengevezen, wil ik daar het liefst bijblijven. Ik ben gewoon een nieuwsgierige mens.”

Sinds hij in het VIER-programma Topdokters werd opgevoerd, is er iets veranderd, zegt Tournaye. “Natuurlijk wordt de focus altijd op enkele opmerkelijke cases gelegd. Sindsdien weten alle hopeloze gevallen mij te vinden. (lacht) Vandaag nog kreeg ik een vrouw op consultatie, met een drie centimeter dik medisch dossier.”

Herman Tournaye bewondert de kookkunsten van Willem Hiele. Beeld Bob Van Mol

Hij weet dat de reputatie van zijn centrum erg goed is. “Laten we zeggen dat de helft van de centra in België goed presteren. Maar wat ik zorgwekkend vind, is dat er elk jaar ook een vijftal zijn die volgens de statistieken schandalig slecht scoren.”

Een voorbeeld? “Vrouwen van 36 jaar of jonger die een eerste ivf-poging krijgen met één embryo, hebben in het ene fertiliteitscentrum van België 45 procent kans op een kind. In een ander centrum slechts 16 procent. Dat is toch een flagrant verschil? Maar in België kan een patiënt die cijfers nergens raadplegen.”

Heb je als patiënt niet het recht om het centrum te kiezen dat de beste slaagkansen biedt?

“Nee, blijkbaar is dat een enorm taboe. Enkel de gemiddelde resultaten voor heel België worden bekendgemaakt.

“In België zie ik ook een zekere nonchalance op dat vlak. Vaak verkiezen mensen in eerste instantie een ziekenhuis dicht bij huis. Patiënten die vijf cycli elders hebben geprobeerd, komen voor hun laatste terugbetaalde poging naar ons. Wij noemen dat het ‘zesde-cyclussyndroom’.

“Buitenlandse patiënten die een volledige behandeling zelf moeten financieren, zie ik hemel en aarde bewegen om de juiste informatie te vinden. Zij willen de beste slaagkansen voor hun investering – voor één ivf-cyclus betalen zij in België de volledige kostprijs van 7.000 euro, en daar komen nog reis- en verblijfskosten bij.”

Er worden in België per vrouw zes ivf-pogingen door de mutualiteit terugbetaald. Ook puur financieel zou het toch wenselijk zijn als die behandelingen enkel in de beste centra plaatsvinden?

“De terugbetaling koppelen aan efficiëntiecijfers, ja, als het aan mij ligt mag daar zeker over gesproken worden.”

“Die regelgeving van de ziekteverzekering, ik snap daar niks van. Ik wik mijn woorden, want als mens heb ik mevrouw Maggie De Block (minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid in de afscheidnemende regering, red.) heel graag, ze studeerde samen met mij geneeskunde aan de VUB. Maar enerzijds creëert ze netwerken van ziekenhuizen om kostenefficiënt te werken, en anderzijds beslist ze dat preventieve vruchtbaarheidsbehandelingen voor kankerpatiënten – zoals het invriezen van eicellen en zaadcellen – in heel België worden terugbetaald. Wat zie je dan? Plots zijn er zeventien centra in ons land die zich met onco-fertiliteit bezighouden. Natuurlijk bereiken wij door onze vijftien jaar aan ervaring betere resultaten. Wij hebben daar veel tijd en geld in geïnvesteerd.

“Stel dat je een kankerpatiënte bent die voor een chemobehandeling haar eicellen laat invriezen. Bij ons ligt de slaagkans op een zwangerschap, volgens de laatste cijfers, rond de 30 procent. Ik zie in de rapporten centra met slaagkansen van 6 procent!”

Als student aan het Atheneum van Keerbergen wist Herman Tournaye één ding heel zeker: bioloog wilde hij worden. “Ik was de kerel die plankton ging vissen in het Mechels Broek om onder de microscoop te leggen.” Tot ze hem in het PMS – de toenmalige centra voor leerlingenbegeleiding – statistieken voorlegden. “Het waren de crisisjaren, eind jaren 1970. Kijk eens naar geneeskunde: niemand aan den dop!”

Tournaye komt niet uit een doktersdynastie. Mama was regentes lichamelijke opvoeding en bleef thuis om voor hem en zijn oudere zus te zorgen; papa werkte als vertegenwoordiger in de houthandel. Het maakte hem een beetje een buitenbeentje op het Atheneum van Keerbergen, dat de naam had een eliteschool te zijn – politicus Rik Daems en wereldvermaard microbioloog Peter Piot zijn beroemde alumni. “Als je iets wil bereiken in het leven, zul je er zelf voor moeten werken, dat heb ik meegekregen van thuis.”

Tijdens een lezing, te zien op YouTube, toont Tournaye een foto van zijn 18-jarige ik: een rugzaktoerist, met schouderlang haar, die staat te liften in Marokko. De laatste zomer voor hij zijn studie geneeskunde aan de VUB zou starten. “Die eerste jaren kregen we vooral fysica, dierkunde, plantkunde. Al die vakken die niks met geneeskunde te maken hadden, vond ik interessant. (lacht) Maar als het over de geneeskundige praktijk ging, liep ik een beetje verloren.”

Tot hij in het vierde jaar tijdens een stage op de dienst gynaecologie van dokter Schoysman in Vilvoorde belandde, een van de ivf-pioniers in ons land. “Ik zag hem in de weer met eicellen en zaadcellen in een petrischaaltje. Dat was een wereld die voor mij openging. Een puurdere toepassing van biologie bestaat niet.” Het was daar en dan dat hij besloot om gynaecologie te studeren. “Ik begon toen zelfs naar de les te gaan. (lacht)

“Toen had ik mijn plek gevonden. Gynaecologen en zeker fertiliteitsartsen zijn een bijzondere soort binnen de geneeskunde. Er is geen plaats voor grote ego’s; wij kunnen alleen iets bereiken als we goed samenwerken, met embryologen, laboranten, verpleegkundigen. Wij zijn de beste teamplayers.”

Het waren woelige jaren, eind jaren 1980, toen Tournaye tijdens zijn opleiding in het UZ Brussel terechtkwam. Geregeld haalde zijn leermeester Professor Jean-Jacques Amy de voorpagina’s van de kranten, omdat hij illegale abortussen uitvoerde. “Dan verliet ik met een patiënt mijn kantoor, en stond de gang vol rijkswachters, gewapend met mitrailleurs en honden. Ik ziet het nog zo voor mij: hoe hij werd meegesleurd, luid protesterend, om een nacht in het cachot door te brengen.”

Herman Tournaye: ‘Wie zijn wij om te beslissen wie er een kind verdient en wie niet? Wij zijn God de Vader niet. Maar wij mogen als team wel beslissen dat we aan een bepaald project niet willen meewerken.’ Beeld Bob Van Mol

Zijn ogen fonkelen als hij het vertelt: “Ik ben misschien niet de mens die zelf op de barricades gaat staan zoals professor Amy dat deed (in 1990 kwam met de goedkeuring van de abortuswet een einde aan Amy’s strijd, red.). Maar het was wel de reden waarom ik op mijn achttiende voor de VUB had gekozen: omdat het vrij onderzoek en Poincarés citaat (‘Het denken mag zich nooit onderwerpen...’, red.) er in de statuten verankerd lag.”

Tournaye, die naar eigen zeggen hemel en aarde heeft bewogen om zich te laten ontdopen, huldigt in zijn dokterspraktijk nog steeds één heilig principe: het individuele recht op zelfbeschikking van de mens. “Onze euthanasiewetgeving, bijvoorbeeld, dat is iets om heel trots op te zijn. Wij staan op dat vlak heel hoog aangeschreven in de medische wereld.”

Veel van uw werk is ook vandaag nog afhankelijk van het maatschappelijke draagvlak en politieke besluitvorming. Is dat nooit frustrerend?

“Nee, dat maakt het juist interessant! Wat wij doen, laat niemand onberoerd.

“In het UZ Brussel aanvaarden we veel patiënten die elders niet geholpen worden. Dat is misschien minder goed voor onze statistieken, maar ik hou wel van een uitdaging. (lacht) Als ik een vrouw van 42 die overal is weggestuurd tóch aan een baby kan helpen, dan geeft dat extra voldoening. En als alle opties uitgeput zijn, dan moet je kunnen zeggen dat het tijd is om met behandelingen te stoppen. Hoe moeilijk dat ook is.”

U krijgt veel ‘laatste-kanspatiënten’ over de vloer. Betekent dat ook dat u vaak slecht nieuws moet brengen?

“Er staat bij mij geen doos Kleenex op het bureau zoals bij de psychiaters, maar er wordt veel gehuild in mijn bureau, ja. Ik ben de eerste die het zal aangeven als een zaak uitzichtloos is. Je mag nooit iemand onrealistische verwachtingen geven.”

Vindt u het recht op een kind absoluut?

“Nee. Ik heb ook de vrijheid om sommige aanvragen te weigeren. We kunnen ons beroepen op een gewetensclausule – destijds in het leven geroepen voor dokters in katholieke ziekenhuizen die weigerden om lesbische vrouwen te behandelen met ivf. De enige prioriteit voor mij is het welzijn van het kind.”

Zo was er een gedetineerde die zaad wilde inbanken, maar hij bleek veroordeeld voor pedofilie.

“Dat is een extreem voorbeeld, maar het is echt gebeurd. Ik hoop dat mensen beseffen dat wij niet zomaar aan elke vraag van een patiënt voldoen.

“Ik beslis ook niets in mijn eentje. Wij hebben een ethische reflectiecel met dokters, psychologen, kinderpsychiaters, verpleegsters. Dat zijn soms pittige discussies.”

Ook single vrouwen die met donorsperma zwanger willen worden, moeten na een intake-gesprek groen licht krijgen van het comité.

“Een Française die paracommando is wilde in haar eentje een kind opvoeden terwijl ze negen maanden per jaar in het buitenland op missie is. Haar mama wilde wel helpen, maar woonde driehonderd kilometer verder. Je kunt je soms niet voorstellen wat voor aanvragen we krijgen.”

Maar diezelfde vrouw kan op café een man mee naar huis nemen en een kind verwekken, zonder dat ze aan iemand toelating moet vragen.

“Klopt, wie zijn wij om te beslissen wie er een kind verdient en wie niet? Wij zijn God de Vader niet. Maar wij mogen als team wel beslissen dat we aan een bepaald project niet willen meewerken.”

Krijgt u wel eens het verwijt dat u aan luxegeneeskunde doet?

“Ik kan u verzekeren: mensen met een niet-ingevulde kinderwens, zijn voor de rest van hun leven getekend. Dat psychisch lijden valt absoluut niet te onderschatten. Daar wordt niet genoeg over gepraat, het is een taboe. Terwijl de impact op een mensenleven enorm is.”

Het overgrote deel van de vrouwen die bij u komen voor een vruchtbaarheids­behande­ling, zouden dit nooit nodig hebben gehad als ze op tijd aan kinderen waren begonnen. Is dat geen ongemakkelijke vaststelling?

“Dat klopt, maar het laatste wat we moeten doen is vrouwen daarover een schuldgevoel aanpraten. Niemand gelooft dat wachten tot je veertigste om een kind te krijgen de allerbeste optie is. Maar het leven is wat het is, en je hebt niet alles in de hand.

Beeld Bob Van Mol

“Vandaag zag ik een vrouw van 39 jaar. In een ander centrum was ze botweg weggestuurd omdat ze in premature menopauze zou zijn. Dat leek mij een voorbarige conclusie, maar na alle onderzoeken moest ik haar meedelen: de kans dat u ooit van een baby zult bevallen van een eigen eicel, ligt niet hoger dan 20-25 procent. Dat is een harde boodschap, hoe diplomatisch je dat ook probeert aan te brengen. Maar wat gaan we doen? Vrouwen pushen om jong aan kinderen te beginnen, als ze nog geen vaste relatie hebben en geen job?”

Wat denkt u van werkgevers als Google en Apple die in de VS vrouwelijke werknemers aanbieden om op hun kosten hun eicellen te laten invriezen? Dat zet vrouwen toch onder druk om te focussen op hun carrière en hun zwangerschap uit te stellen?

“Ik zie geen probleem, als niemand daartoe verplicht wordt. Natuurlijk mag dat niet leiden tot discriminatie van werkneemsters die wél beslissen om zwanger te worden. Werkgevers zullen altijd rekening moeten houden met moeders en vaders die zwangerschapsverlof opnemen, of je nu 20, 30 of 40 bent.”

Het CRG in Jette was het eerste centrum in België dat met zogenoemde social freezing startte, in 2009. Steeds vaker worden eicellen ingevroren om niet-medische redenen. Om de tikkende deadline uit te stellen. Het zorgde destijds voor controverse, ook binnen de afdeling. “Ik was toen geen voorstander”, geeft Tournaye toe. “Ik geloofde in het motto ‘Een slimme meid krijgt haar kind op tijd’.” Maar een presentatie van Guido Pennings, professor bio-ethiek, zorgde voor voortschrijdend inzicht, zoals dat dan heet. “Welke opties kun je bieden aan een vrouw van 41 die niet zwanger geraakt? Eiceldonatie. Als we die vrouw een eicel kunnen geven van haar tien jaar jongere zelf, dan is dat toch de wenselijke optie? Oké, in een ideale wereld zou het niet nodig zijn. Invriezen wordt te veel gezien als een wondermiddel, maar het is een grote investering voor de patiënt en het geeft geen garantie op een kind. Je moet het zien als een brandverzekering met onvolledige dekking. Je hoopt dat je het niet nodig zult hebben.”

Waar bent u zelf nog niet helemaal uit?

“Donoranonimiteit, dat is een moeilijk vraagstuk. Ik begrijp dat sommige kinderen willen weten wie hun biologische ouder is, en daarmee in de knoop liggen. Maar ik zie ook welke problemen je creëert als je wettelijk geen anonieme donors meer zou toelaten – er is nu al een enorme schaarste. In het Verenigd Koninkrijk hebben ze anonieme donatie bij wet verboden, met als gevolg dat vrouwen via allerlei websites zoals Pride Angel op zoek gaan naar zaaddonoren. Aan wat voor menselijk experiment beginnen we dan?”

Hoe groter de medische mogelijkheden, hoe meer ethische dilemma’s er bij Tournaye en zijn collega’s op tafel komen. “Ik heb niets liever”, lacht Tournaye. “Ik word graag uitgedaagd en ik discussieer graag.” De allereerste zogenaamde donorbaby’s of saviour babies zagen het levenslicht in het labo van Jette. Door middel van de HLA-techniek worden embryo’s zodanig geselecteerd, dat de nieuwe baby bijvoorbeeld als beenmergdonor kan dienen voor een ziek broertje of zusje. “Het werd soms voorgesteld alsof wij een kindje maakten dat enkel voor wat ‘wisselstukken’ diende. Maar nee. Als er nog een kinderwens is bij de ouders, waarom zou je er dan niet voor zorgen dat dat broertje of zusje als donor kan optreden voor dat zieke kind?

“En nee, we kunnen niet zomaar door embryoselectie ‘designerbaby’s’ op maat laten maken, zoals het vaak wordt voorgesteld. Wie het risico loopt om een erfelijke aandoening door te geven, kan wel ‘goede’ embryo’s laten selecteren voor ze worden teruggeplaatst in de baarmoeder. 

“Vroeger kon je enkel tijdens de zwangerschap testen of de foetus een bepaalde aandoening heeft, zoals het syndroom van Down, via ingeburgerde methodes als de vlokkentest en vruchtwaterpunctie. Maar ouders kwamen zo jarenlang voor de moeilijke beslissing om de zwangerschap al dan niet af te breken. Wij kunnen op vraag van de patiënt de diagnose preventief doen, voor de zwangerschap.”

Herman Tournaye: ‘Empathie voor patiënten, geen probleem. Maar smalltalk aan de koffiemachine, vragen hoe het gaat thuis met de kindjes, het komt niet in mij op. Daar probeer ik aan te werken.’ Beeld Bob Van Mol

Evolueren we naar een situatie waar erfelijke ziektes in de westerse wereld helemaal verdwijnen? En vooral: is dat een wenselijk scenario?

“Ik werk in een humanistisch ziekenhuis. Ik geloof dat mensen zelf de juiste keuzes kunnen maken. Mijn functie is enkel de juiste informatie geven. Maar ook hier primeert voor mij het welzijn van het kind. Als je hoort over peperdure medicatie voor bepaalde heel zeldzame ziektes, dan zou ik verkiezen om die ouders en dat kind dat leed te besparen.

“Onlangs kwam een Nederlands koppel na een aantal mislukte pogingen bij ons terecht voor ivf. Blijkt dat de man polycystische nierziekte heeft, een dominante erfelijke afwijzing die hij met 50 procent zekerheid zal doorgeven aan zijn kind. Door embryoselectie kunnen wij die man een gezond kind garanderen. Maar hij wil geen PGD-behandeling (pre-implantatiediagnostiek is een genetische screening van de embryo’s voor ze worden teruggeplaatst, red.), hij wil een gewone ivf. Dan zeg ik sorry, daar doen we niet aan mee.”

Vindt u dat die man geen recht heeft op een – mogelijk ziek – kind?

“Als arts kan ik dat niet voor mezelf verantwoorden: een kind op de wereld zetten dat zo goed als zeker nierdialyse of een niertransplantatie zal nodig hebben, en een groot deel van zijn of haar leven invalide zal zijn. Wij hebben de tools in handen om een kind al dat leed te besparen. Bedenk ook eens hoeveel dat kost aan de maatschappij, daar valt toch ook iets voor te zeggen?”

Omdat er in zijn vakgebied elke week nieuwe – al dan niet geloofwaardige – doorbraken in het nieuws komen, willen we van Tournaye weten van welke innovaties hij zelf enthousiast wordt. Een patiënte die ooit eierstokweefsel had laten invriezen voordat ze – met succes – voor borstkanker behandeld werd, kreeg recent wat van dat weefsel ingeplant. Niet als vruchtbaarheidsbehandeling, maar om haar menopauzeklachten te verlichten. “Dat is heel nieuw, we zijn aan de eerste experimenten. Maar het potentieel is groot. Vrouwen komen rond hun 51ste in de menopauze, en worden met een beetje geluk 100 jaar. Stel je voor dat we op termijn van alle vrouwen een klein stukje eierstokweefsel kunnen inbanken, om hen de tweede helft van hun leven misschien een hogere levenskwaliteit te geven.”

Voorts wil Tournaye vooral inzetten op de “softe, gevoelsmatige aspecten” van zijn branche. “Dat is veel moeilijker. Een techniek op punt stellen, dat kan ik wel. Maar hoe kun je het hele vruchtbaarheidstraject voor de patiënt comfortabeler maken? Er zijn jonge patiënten die wel te vinden zijn voor bijvoorbeeld korte consultaties via Skype, maar dat mag niet van de ziekteverzekering. Innovatie in de ziektezorg is een ramp. Men wil gewoon geen verandering.”

In afwachting heeft Tournaye wel gezorgd voor een mooi kunstwerk aan de muur in de wachtzaal, en mooiere zetels. “Niet die kille standaard ziekenhuisstoeltjes. Mensen die bij ons komen voor een vruchtbaarheidsbehandeling, moeten vooral niet het gevoel krijgen dat ze ziek zijn of gestraft worden.

“Ik was ooit op bezoek bij dokter Edwards, de man van de eerste proefbuisbaby (de in 2013 overleden Engelse fysioloog Robert Edwards, red.). Zijn praktijk zat in een oud Engels landhuis, met stemmig sfeerlicht, een open haard en een grote leren Chesterfield-sofa. Dat is een mooie setting om mensen te helpen. Wij zitten hier ook in een prachtig kader te eten, en niet in een cafetaria met tl-licht: dat geeft een heel andere beleving.”

“Ik mag nog minstens acht jaar werken”, besluit Tournaye. “Waar is de volgende uitdaging?”, vraagt hij zich af. “Ik werk met topmensen, ik hoop dat ik vooral hén kan laten schitteren. Ik ben hier nu aan het woord, maar ik vind het verkeerd om alle aandacht te claimen. Een academische carrière is als een sneeuwbal: in het begin is het heel hard knokken om naam te maken, maar daarna rolt dat vanzelf. Als er nu een paper uitkomt, vind ik het minder belangrijk of mijn naam daar nu mee op staat te blinken of niet. Laat de jongere mensen maar eens wat pluimen op hun hoed steken.”

Na jaren van zaaien, is het tijd om te oogsten. Dat maakt ook dat er meer tijd is voor een gezinsleven. “Als je baas bent, kun je wat beter plannen.” Hij kan moeilijk verbergen hoe trots hij is dat zijn oudste dochter geneeskunde is gaan studeren; ze zit in haar tweede jaar chirurgie. “Maar ik ben even trots op de andere twee, die een artistieke richting zijn ingeslagen.”

Zijn tweede dochter studeerde kunstgeschiedenis, de oudste zoon heeft muzikaal talent en volgde een jaar slagwerk op het conservatorium. De twee kleintjes van de ‘tweede worp’ zijn bijna 6 en 8. “Mijn oudste kinderen hebben vroeger niet altijd mijn volle aandacht gekregen, en mijn scheiding is voor niemand plezant geweest, dat besef ik. Ik merk dat ik met de jongste twee veel bewuster bezig ben.”

U was zelf een erg goede student, terwijl u zichzelf een ADHD’er noemt.

“‘Herman kan niet stilzitten’ stond er op mijn rapport. ‘Het is mijn stoel die beweegt’, zei ik dan. Je kunt dat ook als een kracht zien. Ik denk niet dat ik concentratieproblemen heb, ik krijg gewoon heel snel dingen gedaan. Ik moet leren om wat meer geduld te hebben. Op het werk bijvoorbeeld, heb ik de neiging om alles snel even zelf te doen. ‘Laat mij nu doen’, zeggen anderen dan. ‘Zelfs als het iets langer duurt.’”

Thuis kan hij zijn energie kwijt in zijn omgebouwde hoeve, met boomgaard en moestuin van 40 are. De enige hulp die hij duldt in de groentetuin komt van de mama, 90 jaar, die al eens op haar knietjes onkruid komt wieden. Een geneticus zou er een behoorlijke kluif aan hebben. Tournaye: “Zij is ook een ADHD’er volgens mij.”

Ter plaatse rust bestaat niet. De lat kan altijd hoger. In het archief van De Morgen vonden we een interviewtje terug met Tournaye als winnaar van de National Geographic-fotowedstrijd. Vandaag herinnert hij zich vooral één ding: hij had drie foto’s ingestuurd, en het was niet zijn beste beeld dat bekroond werd: het paard dat hij fotografeerde op de Greater Patagonian Trail in Chili, dát had moeten winnen.

Iemand die zo hard alles voor elkaar heeft, lokt maar één grote vraag uit bij ons. Waar is het ooit misgelopen? Waren er nooit moeilijke periodes? Er waren wat strubbelingen, ja, met zijn vorige baas. “Toen was ik gebeten: ik ga me niet van de rails laten rijden. Uiteindelijk ben ik hem opgevolgd als diensthoofd.”

Van dokter naar manager, het was niet de simpelste overgang. “Ik ben iemand die graag alles zelf doet, ik wilde raadplegingen en operaties blijven doen. Ik heb moeten toegeven aan mezelf dat dat niet realistisch is. Nu doe ik één dag per week consultaties, en verder heb ik leren delegeren.

“Mijn vrouw klaagt weleens dat ik een lage emotionele intelligentie heb. Empathie voor patiënten, geen probleem, dat behoort tot mijn taak. Maar smalltalk aan de koffiemachine, vragen hoe het gaat thuis met de kindjes, het komt gewoon niet in mij op. Daar probeer ik aan te werken. Dingen als verjaardagen, die vergeet ik. Maar werknemers hebben dat blijkbaar wel nodig, een persoonlijke touch.”

Wacht, uw grootste tekortkoming is het feit dat u uw 190 werknemers niet allemaal een verjaardagskaart stuurt?

“Ondertussen wel hoor, mijn secretaresse houdt een kalender bij.

“En de verjaardag van mijn vrouw staat daar inmiddels ook tussen.” (lacht)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234