Maandag 23/09/2019

Interview

Evolutiebiologe Karine Van Doninck: "Vrouwen minder ambitieus? Vreemde redenering"

Karine Van Doninck. Beeld Wouter Van Vooren

Hoog tijd dat wetenschappers uit hun ivoren toren komen, vindt professor Karine Van Doninck (41). Vorig jaar kreeg de evolutionair biologe als enige Belgische vrouw een prestigieuze Europese onderzoeksbeurs van 2 miljoen euro toegewezen om vanaf 1 oktober fundamenteel onderzoek te doen over aseksuele raderdiertjes. 

“Vaak krijg ik de vraag: 2 miljoen euro om op raderdiertjes te werken, wat ga je doen met al dat geld? Wel, heel veel. Waar moet ik beginnen om het uit te leggen?”

België blijft het slecht doen als het over de combinatie vrouwen en wetenschap gaat, bleek enkele weken geleden nog uit een OESO-rapport, maar aan Karine Van Doninck zal het niet gelegen hebben. Zelf was ze al op jonge leeftijd gefascineerd door biologie en ging ze het op haar achttiende aan de VUB studeren, ook al lag een mooie tenniscarrière toen eveneens in het verschiet: “Ik heb ooit nog tegen Justine Henin gewonnen.”

Ze studeerde er met grootste onderscheiding af als doctor in de biologische wetenschappen, werkte drie jaar als postdoc (iemand die zelfstandig wetenschappelijk onderzoek verricht na een doctoraat) aan de prestigieuze Harvard-universiteit, is sinds september 2007 professor aan de universiteit van Namen, haalde in 2013 een publicatie in het gerenommeerde wetenschappelijk tijdschrift Nature, en heeft nu een Europese beurs van 2 miljoen euro binnengehaald (een Consolidator Grant van ERC, European Research Council). Van de 2.305 voorstellen die de ERC-commissie ontving van wetenschappers die in Europa werken, hebben 314 het gehaald, en Van Doninck was de enige vrouw van de elf Belgische geselecteerde onderzoekers.

“Als professor aan een universiteit doe je veel meer dan lesgeven. Ik ben vooral onderzoeker. Er gebeuren zo veel mooie ontdekkingen aan de universiteiten waar veel te weinig over geweten is. Dat is vooral onze eigen fout. De meeste wetenschappers komen niet genoeg buiten en kunnen heel moeilijk in gewone taal over hun onderwerp praten. Maar onze onderzoeken worden gefinancierd met belastinggeld, de mensen moeten dus weten waar we mee bezig zijn.”

Tegen evolutieleer in

Raderdiertjes, daar is Van Doninck mee bezig. Meer bepaald de bdelloid rotiferen, organismen van nog geen millimeter groot die al minstens veertig miljoen jaar overleven ondanks het feit dat ze geen seks hebben. Nooit. Alle soorten bestaan enkel uit vrouwtjes. Aseksuele vrouwtjes, dus, die zichzelf klonen. Dat ze zich blijven klonen, een proces waar Van Doninck al meer dan tien jaar op aan het werken is, gaat compleet in tegen alles waar de evolutieleer voor staat.

Bdelloid rotiferen zijn te vinden in mossen en korstmossen. “Het zijn omgevingen waarin ze continu uitdrogen, en toch overleven ze omdat ze direct weer beginnen te leven als ze opnieuw met water in contact komen, zelfs na jaren uitgedroogd te zijn. Je kunt ze ook invriezen en nadien weer tot leven brengen. We hebben al bewezen dat het genetisch materiaal kapotgaat bij uitdroging en nadien hersteld wordt, maar nu gaan we ook bekijken of dat herstelmechanisme verandering teweegbrengt in het genoom en er dus eigenlijk een ‘nieuw’ organisme ontstaat.”

Raderdiertjes zijn een erg boeiend biologisch organisme om te leren hoe je extreme toestanden zoals uitdroging kunt overleven, zegt Van Doninck. “In de biologie heb je een aantal modellen voor genetisch onderzoek, zoals de mens, de muis, gist, bacteriën of de rondworm. Die modellen zijn zo belangrijk dat als je er een nieuw vindt en ontwikkelt, je er een Nobelprijs mee kunt winnen. (glimlacht) Ik denk dat raderdiertjes een nieuw modelorganisme kunnen worden, omdat er bijna geen levende wezens zijn die zo bestand zijn tegen extreme stress als uitdroging en invriezen.”

Van Doninck bestudeert de bdelloid rotiferen, beter bekend als de raderdiertjes. Deze organismen overleven al veertig jaar zonder dat ze seks hebben. Het zijn allemaal aseksuele vrouwtjes die zichzelf klonen en bestand zijn tegen extreme stress als uitdroging en koude. Beeld RV

Met de ERC-beurs zal Van Doninck dus trachten om van de bdelloid rotifeer een nieuw biologisch modelorganisme te maken. De beurs is ook een unieke kans om op lange termijn aan fundamenteel onderzoek te doen, zegt Van Doninck, en dat is essentieel voor de wetenschap. “Als je beurzen of budgetten probeert binnen te halen, is de vraag meestal welke toepassing je voor ogen hebt en wanneer die er zal komen. Maar een wetenschapper moet tijd en ademruimte krijgen om aan onderzoek te doen zonder noodzakelijk al aan mogelijke toepassingen te denken.”

Petrischaaltjes, water van het merk Spa en microscopen: het zijn essentiële ingrediënten in het laboratorium waar Van Doninck en haar team werken. Hoewel, zelf heeft Van Doninck amper nog een witte jas aan. “Jammer, maar ik heb bijna geen tijd meer voor het echte onderzoekswerk. Ik moet zorgen dat er publicaties zijn. Anders krijgen we geen beurzen meer en kan ik de onderzoekers en technici van mijn team niet betalen. Aan de universiteit heb je nu eenmaal geen vastbenoemd personeel in dienst.”

Denken aan toepassingen mag niet de essentie zijn van wetenschappelijk onderzoek, zegt u, maar toch zijn er intrigerende experimenten met rotiferen waar u aan deelneemt.

“We zijn betrokken bij een project van de ESA (European Space Agency). Astronauten in de ruimte worden blootgesteld aan stralingen, waardoor hun DNA soms beschadigd raakt. We gaan onze uitgedroogde dieren nu mee de ruimte in sturen en bekijken of zij hun kapot genetisch materiaal ook in de ruimte kunnen herstellen.

“Een tweede interessante toepassing zit in het domein van veroudering. Wij verouderen onder andere omdat onze cellen oxidatieve schade oplopen. Maar raderdiertjes blijken géén oxidatieve schade te ondervinden, of ze kunnen die efficiënt herstellen. We gaan proberen om dat mechanisme te ontrafelen. Blijkbaar hebben zij een arsenaal aan antioxidanten, terwijl wij veel geld betalen voor dure crèmes die een fractie antioxidanten bevatten. De toepassingen zullen er dus komen, maar ze zijn niet het doel, eerder zijn ze het toevallige gevolg van het fundamentele langetermijnonderzoek.

“Raderdiertjes vertonen overigens eenzelfde fenomeen als kanker, namelijk ongecontroleerde celdeling. Eigenlijk is ons diertje een soort levende kanker. Ik werk samen met onderzoekers van UZ Leuven die de genoomstructuur onderzoeken van kankerlijnen, en wij zien gelijkaardige rare structuren: chromosomen die zich herorganiseren. Ook in dat gebied zitten er misschien interessante ontwikkelingen aan te komen.

“Genoomanalyse is trouwens aan een serieuze opmars bezig. Binnenkort kunnen we voor minder dan 100 euro ons menselijke genoom laten screenen. Dat komt er echt aan. Als je mutaties van cellen in kaart kunt brengen, kun je ook zien of je meer vatbaar bent om borstkanker, pancreaskanker of andere ziektes te krijgen.”

Karine Van Doninck. Beeld Wouter Van Vooren

De vraag is wat er gebeurt als we dat allemaal weten.

“Waar ik soms voor vrees, is dat zulke informatie in handen komt van verzekeringen of werkgevers die ze misbruiken. Dan kan het gevaarlijk worden. Maar dat is stof voor ethici. Daar moeten wij ons als wetenschapper niet mee bezig houden. Een wetenschapper moet vooruitgaan. Ontdekken is fundamenteel voor ons. Kernreacties die energie opwekken was een prachtige wetenschappelijke ontdekking, maar de gevolgen van de toepassing ervan, de atoombom, zijn dramatisch. Toch mag dat geen reden zijn om wetenschap te stoppen. Wel om ethische comités op te richten die over die toepassingen moeten waken.”

U bent evolutionair biologe en geeft les over de theorieën van Darwin. Onlangs was er gebakkelei over een uitspraak van de Nederlandse Thierry Baudet, die zei dat vrouwen minder ambitieus zijn dan mannen. Niets raars aan die stelling, vonden sommigen, want volgens Darwin maken dominante mannen meer kans op seks en dus een nageslacht.

“Het klopt dat de vrouwtjes in de natuur vaak minder dominant zijn dan de mannetjes. Maar de vraag is of dat hetzelfde is als minder ambitieus. Meer zelfs, je kunt de stelling helemaal omdraaien. In de natuur zijn de mooiste dieren bijna altijd de mannetjes. Ze hebben de mooiste pluimen, de mooiste snavel, een groot gewei…

“De reden daarvoor is simpel. Bij de meeste dieren waar er seksuele voortplanting is, vindt seksuele selectie plaats en moeten de mannetjes vechten of een verleidingsparade uitvoeren om een vrouwtje te kunnen bevruchten. De vrouw heeft dus de macht om te kiezen. De man niet, die mag blij zijn dat hij gekozen wordt. En uiteraard kiest een vrouwtje de beste man. Omdat ze de beste kans wil om haar genen door te geven. De macht hebben om te kiezen, is dat minder ambitieus? Ik vind dat een vreemde redenering.”

Zelf hebt u veel opgegeven om topwetenschapper te worden, zei u daarstraks. Wat bedoelt u daarmee?

“Wetenschap is voornamelijk een mannenwereld. Maar ik ben er groot in geworden. Mijn vader was ook een erg passionele wetenschapper. (VUB-fysicus Walter Van Doninck was vicevoorzitter van het CERN, het Europees Centrum voor Nucleair Onderzoek, SMU) Hij en mijn moeder hebben er bij hun kinderen altijd op gehamerd dat we werk moesten doen dat we heel graag deden.

“Toen ik aan mijn doctoraat begon, wist ik dat ik naar het buitenland moest voor een postdoc. En ik wist naar welk labo ik wilde aan de universiteit van Harvard. Mijn toenmalige man, een kunstenaar, is meegegaan, wat heel fijn was, maar toen werd ik dertig en speelde het kindervraagstuk op.

“Voor mij was het duidelijk. Geen denken aan dat ik op dat moment aan kinderen zou beginnen. Ik was continu aan het werk in het labo en hard aan het schrijven aan publicaties. Als postdoc had ik ook geen jobzekerheid, want het was telkens afwachten of ik wel een nieuwe beurs kreeg. Geen situatie waarin ik toen een gezin wilde uitbouwen, en ik bleef uiteindelijk alleen in Boston.

“Ik heb er geen spijt van dat ik op dat moment voor mijn carrière heb gekozen, maar op het moment zelf dacht ik soms wel: shit. Rolmodellen waren er ook niet in Harvard. Sowieso waren er amper vrouwelijke professoren, en van degenen die er waren, had niemand kinderen. Zoveel opgeven voor de wetenschap, is het dat wel waard, vroeg ik me soms af.

“Maar dan ben ik terug naar Europa gekomen – eerst naar Frankrijk, dan naar België – en kwam ik hier mijn huidige man tegen en kregen we samen een kind toen ik 36 was. Ik wil ook tonen dat het kan, een topwetenschapper zijn en een kind hebben. Ik heb veel vrouwelijke onderzoekers in mijn labo, en ik wil niet dat zij dezelfde vrouwen als voorbeeld hebben als ik op Harvard. (glimlacht fijntjes) Ik vind het dus heel belangrijk om ambitieus te zijn als vrouw.

“Maar eigenlijk had ik mijn kind moeten kunnen krijgen op mijn dertigste. In Europa zijn de dingen wel veel beter geregeld dan in de Verenigde Staten. Misschien heb ik deze ERC-beurs zelfs deels gekregen dankzij mijn kind. Europa heeft namelijk beslist dat een vrouw per kind achttien maanden langer krijgt om de beurs aan te vragen, en de laatste twee jaren was mijn dossier nog sterker geworden.”

Is dat geen vorm van positieve discriminatie? En was u niet tegen quota?

“Ik ben tegen strenge quota voor vrouwen, dat klopt. Al was het maar omdat ik te veel gevraagd word als vrouwelijke wetenschapper. (lacht) Serieus, als ze mij vragen om mijn competenties, zeg ik ja, maar als het louter is omdat ik een vrouw ben, weiger ik.

“Maar die achttien extra maanden vind ik een erg goede maatregel. Die ERC-beurs is heel competitief. Dit jaar was er een slaagpercentage van slechts 13,8 procent. Tot een aantal jaren na je doctoraat kun je ze aanvragen, maar vrouwen die een kind hebben gehad zijn vaak een aantal maanden tot een jaar verloren en hebben dus minder publicaties kunnen verwerven in die periode.

“Waar ook nog in geïnvesteerd moet worden is kinderopvang op het werk. Hier op de universiteit van Namen is dat geregeld, en onderzoekers die tot laat moeten werken, krijgen zelfs voorrang op het administratieve personeel dat om 16 uur naar huis kan. Als je wilt dat er meer vrouwen in de wetenschap en academische wereld terechtkomen, moet je zulke maatregelen nemen.”

U hebt wel een nanny voor de kinderen. Dat kan niet elke vrouw met ambities zich permitteren.

“Dat is juist. Maar we delen onze nanny met de buren, zoveel kost het uiteindelijk dus niet. Drie avonden per week houdt zij zich twee à drie uur na school met de kinderen bezig. Tegen 19 uur zijn mijn man of ik altijd thuis. Dat zouden we niet anders willen.

"Maar los van de nanny ben ik vooral heel efficiënt. Bij mij gaan er weinig minuten verloren in een dag. Dat heb ik geleerd door toptennis te doen tijdens mijn tienerjaren. Ik trainde tien uur per week en ik moest vaak wedstrijden op verplaatsing spelen. Als kind van tien had ik dus al een erg strakke dagplanning: opstaan, touwtjespringen, naar school gaan, studeren, thuiskomen en huiswerk maken, trainen van 17 uur tot 19 uur, daarna nog huiswerk maken. Dus ja, dat ritme zit in mij.”

Wat zijn uw professionele ambities nog?

“Ik ben iemand die heel toekomstgericht plant, en ik weet dus welke job ik voor ogen heb nadat ik de komende tien jaar dit prachtige onderzoek zal hebben gedaan. Omdat ik voel dat ik iets moet teruggeven aan de maatschappij, is mijn droom om secretaris-generaal te worden bij het FNRS (Fonds de la Recherche Scientifique, de Franstalige tegenhanger van het FWO, Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, SMU).

“Het is een positie waar je wetenschap en politiek combineert. De budgetten voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek worden steeds kleiner. Maar ik wil blijven vechten voor dat geld. Daarom ben ik ook niet bang om naar buiten te treden. Hoe beter wetenschappers communiceren, hoe meer de mensen begrijpen waar wij mee bezig zijn en hoe groter het draagvlak voor subsidies dus zal zijn.”

Karine Van Doninck. Beeld Wouter Van Vooren
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234