Donderdag 25/04/2019

Klimaatdebat

Energie-experte Leen Govaerts: “De scenario’s liggen klaar. We moeten ze alleen uitvoeren”

Leen Govaerts. Beeld Thomas Sweertvaegher

Wie Leen Govaerts, manager smart energy en stedelijke ontwikkeling bij EnergyVille/Vito, bezig hoort, zou weleens kunnen denken dat het klimaat redden kinderspel is. “Er zitten aan de hele transitie die nodig is ook een hoop terugverdieneffecten”, klinkt het optimistisch.

Afspreken wil ze in het Brusselse Bluepoint, een hippe coworkingspace/congrescentrum met een gezellige techlounge op de vierde verdieping. Hier woont ze straks een lezing bij van het Internationaal Energieagentschap. “Een heel gerenommeerd instituut en toch gaan er grappige memes over rond onder energiewetenschappers”, lacht ze. “Het agentschap schat namelijk jaar na jaar de kostendaling van hernieuwbare energie fout in. Die daling gaat namelijk veel sneller dan dat ettelijke honderden wetenschappers kunnen voorspellen.”

Ook al is het grappig, het is vooral ook goed nieuws, vindt ze. Net als de opstoot van aandacht voor het klimaat, dankzij de bosbrossers en de klimaatmarsen. “Dat engagement van die jongeren, dat is heel fijn. Het is motiverend voor ons, die er al lang mee bezig zijn. En het is ook te hopen dat het debat dieper kan gaan. Het klimaat en de energietransitie die nodig is, lenen zich niet tot oneliners. Wat je ziet, is dat het debat al snel vernauwt. Voor of tegen kernenergie bijvoorbeeld. Dat is maar één aspect. Wat ontbreekt, is een systeemperspectief waarbij verschillende factoren samen bekeken worden.”

Waaraan ligt dat? Rik Torfs merkte onlangs op dat het probleem met experten, ook klimaatexperten dus, is dat ze bijzonder veel weten over één ding maar niet het totale plaatje zien.

Leen Govaerts: “Dat is nu net wat wij bij EnergyVille wél proberen te doen. We kijken wat de mogelijke technologie-, markt- en beleidsscenario’s zijn voor de energietransitie. Hoe gaan we van fossiele brandstoffen naar duurzame energievormen dus. Maar we zitten ook onder één dak met onderzoekers die bijvoorbeeld componenten ontwikkelen voor slimme sturing van de volgende generatie warmtenetten waarmee we huizen kunnen verwarmen. Daarnaast zijn er ook economen, architecten en sociologen. Die laatsten bekijken het eindgebruikersgedrag. Hoe komt het dat sommige technologieën wel ingang vinden en andere niet? Dat is een economisch verhaal, maar ook een sociologisch.”

Hoever staan jullie daarin? Bart De Wever (N-VA) zei onlangs dat we niet moeten wanhopen, dat slimme mensen uiteindelijk met oplossingen zullen komen. U behoort tot die slimme mensen. Dus is de vraag: hebt u een masterplan in de schuif liggen?

(lacht) “Ja. Er zijn wel degelijk scenario’s over hoe we de energietransitie in goeie banen kunnen leiden en ons klimaat zo kunnen verbeteren. Alleen gaat de ‘uptake’ van de technologie te traag en is er op lange termijn nog heel wat innovatie nodig om tot een echte lagekoolstofmaatschappij te komen. 

“Kijk naar renovatie. We weten hoe je een huis moet renoveren zodat het energievriendelijk en dus klimaatvriendelijk is. We hebben modellen om te bekijken wat je best doet in welk geval. In een dichtbebouwde omgeving bijvoorbeeld kan het logischer zijn om een collectief warmtenet te voorzien als je een duurzame energiebron hebt. Restwarmte van afvalverbranding bijvoorbeeld. Veel technologie is beschikbaar, maar echte doorbraken laten op zich wachten.”

Omdat het veel geld kost wellicht? De huizen die het hardst een renovatie kunnen gebruiken, worden ook vaak bewoond door mensen die het niet kunnen betalen. Er zijn wel renovatiepremies, maar je moet de werken wel eerst betalen om dan later een stukje te recupereren. Dat kan niet iedereen financieel aan.

“Klopt. Maar daar kan je creatieve oplossingen voor zoeken. In andere landen zie je bijvoorbeeld dat een overheid premies geeft die de investering voor een deftige renovatie dekken en die pas terugvraagt op het moment dat het huis in kwestie verkocht wordt. Of de premie moet terugbetaald worden naargelang de energiebesparing die gerealiseerd wordt.

“Ook op stedelijk niveau zijn er oplossingen. Voor stadsontwikkeling op een energiepositieve manier is ook veel geld nodig. Er is behoorlijk wat kapitaal beschikbaar, mensen die willen investeren. Alleen vinden zij niet altijd de goeie projecten. En anderzijds zijn er steden die plannen hebben, maar niet tot bij de investeerders geraken. Steden moeten hier goed bij gecoacht worden.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Hebben steden hier een grote rol in? Moet het om het klimaat te redden niet vooral op hogere niveaus gespeeld worden?

“Er is een samenwerking tussen alle niveaus nodig: het lokale, regionale en federale. Maar de rol van steden is ook belangrijk. De afgelopen jaren hebben we op twee vlakken maar weinig CO2-reductie gezien: transport en de bebouwde omgeving. Twee dingen waar lokale overheden veel impact op hebben. Door bijvoorbeeld autodeelsystemen te faciliteren of de parkeernorm te verlagen, wat wil zeggen dat er minder parkeerplaatsen worden voorzien per woonunits in nieuwe woonblokken.”

Zitten we niet een beetje in een bubble? Ja, er zijn de klimaatmarsen, maar er waren ook 450.000 bezoekers op het autosalon. Hoe krijg je iedereen mee?

“Prijsmaatregelen zullen daarin een belangrijke rol spelen. Het idee van een CO2-taks, daar sta ik achter. Wel op voorwaarde dat er sociaal gecorrigeerd wordt. Nu worden alle heffingen en taksen betaald via de elektriciteitsprijs. Daardoor betalen mensen die hun vervoer of verwarming elektrificeren mee. Dat is niet juist, eigenlijk zou je dat op je fossiele brandstoffen moeten doen. Mensen dus die hun huis verwarmen op gas, petroleum en houtkachels en met diesel of benzine rijden. Dat type van maatregelen, waarbij je je fiscaliteit grondig gaat herdenken, zal zeker een push in de juiste richting geven.”

Wat is volgens u de meest dringende maatregel die genomen moet worden?

“De plannen die er liggen moeten vooral uitgevoerd worden. Er is het Vlaams en Belgisch klimaatplan. De scenario’s liggen klaar. We moeten die nu ook uitvoeren.

“En op langere termijn moeten we vooral zorgen dat het kader duidelijk is. Neem nu de kernuitstap. Die is beslist. Maar het feit dat de discussie toch steeds blijft terugkomen, zorgt voor investeringsonzekerheid. En dat is erg vervelend.”

Dat die discussie terugkomt, heeft vooral te maken met de angst om zonder stroom te vallen. Niet zo verwonderlijk ook, want we werden nog niet zo lang geleden om de oren geslagen met verhalen over hoe het licht zou uitgaan, er afschakelingsplannen nodig waren en er eventueel stroomboten zouden aanmeren.

“Kijk. De energietransitie moet sowieso gebeuren. Hoe dan ook. We zitten met een verouderd park, dat moet vernieuwd. Omdat betrouwbaarheid essentieel is. We gaan dus sowieso moeten investeren. Ook als je beslist om oude gas- of kerncentrales langer open te houden. De beslissingen telkens voor je uitschuiven maakt dat het alsmaar duurder en moeilijker wordt. Nu de keuze maken voor hernieuwbare energie en daarin investeren zorgt ervoor dat we hier industrie creëren. Zonnepanelen, die komen nu vaak uit het verre China. Zorg dat je hier ook innovatie krijgt, dat je competitiviteit krijgt. Stimuleer bijvoorbeeld de chemische industrie om processen te ontwikkelen om CO2 uit de lucht te halen en om te zetten naar nieuwe brandstoffen.

“Dat is iets wat ik in het hele klimaatdebat vaak mis. Er zijn aan de hele transitie die nodig is en die veel geld zal kosten, ook een hoop terugverdieneffecten. We gaan windmolens moeten bouwen, zonnepanelen moeten leggen, batterijen op een milieuvriendelijke manier produceren en laadpalen zetten. Daar heb je volk voor nodig, daar zijn bedrijven voor nodig. Als je alle terugverdieneffecten meetelt, krijg je een positief financieel resultaat. Alleen zit dat resultaat op de langere termijn, terwijl je vandaag wel moet investeren. Daar zit de moeilijkheid.”

In Knack had Damien Ernst, de klimaatdeskundige van de universiteit van Luik, het over een global grid, een wereldwijd duurzaam energienetwerk, waardoor je dus een overschot aan zonne-energie uit pakweg Mexico kan doorsluizen naar landen waar minder zon is. Is dat sciencefiction?

“Of dat technisch haalbaar is, kan ik moeilijk inschatten, het kostenplaatje is wellicht bijzonder hoog. Maar aan dat idee wordt in Europa wel gewerkt, de zogenoemde Europese copperplate. Dat is hetzelfde idee, maar dan voor Europa. In het noorden heb je veel wind, in het zuiden heb je veel zon. Door alles te verbinden, krijg je een optimalisatie over heel Europa. We evolueren dus wel in die richting.

“Iets waar we hier al mee kunnen starten, is het uitwisselen van energiestromen. Je hebt huizen die goed georiënteerd zijn voor zonne-energie en je hebt er die minder goed liggen. Het kunnen uitwisselen van elektriciteit met je buren kan heel nuttig zijn. Dan kan je hele systemen opzetten waarbij er een uitwisseling is die ook intelligent aangestuurd kan worden. Zelflerende slimme systemen die weten op welke uren mensen thuis zijn en weten wie wanneer welke energiebehoefte heeft. Daar moeten we naartoe.”

De jonge klimaatactivisten van Youth for Climate willen een commissie van experten oprichten samen met de Vlaamse bouwmeester om tot echt concrete scenario’s te komen. Is dat niet dubbelop met wat jullie doen?

“Ik wou hen daar nu niet mee lastigvallen, want die zijn wellicht overbevraagd. Maar we gaan dat weleens bekijken. We zijn namelijk net gestart met een observatorium voor energietransitie, waarbij honderden onderzoekers van veertien instellingen uit heel België samenwerken en hun expertise bundelen. We doen dat met middelen uit het energietransitiefonds dat minister van Energie Marie-Christine Marghem (MR) oprichtte voor onderzoeksprojecten rond de materie. Op die manier willen we het debat voeden, met kennis, feiten en cijfers. Dat lijkt heel erg op wat de jongeren willen.”

Laatste vraag, wat doet u zelf in uw persoonlijke leven voor het klimaat?

“Ik woon in een lage-energiewoning, die verwarmd wordt met een warmtepomp, en ik ben heel fier dat ons bedrijf gekozen heeft voor elektrische leasewagens. Ons gezin heeft wel nog een tweede wagen, maar die kan hopelijk binnenkort weg. En dan zijn we fossielvrij.

“Niet dat ik wil pochen, hoor. Ik besef heel goed dat ik nog veel meer kan doen. Ik eet bijvoorbeeld nog altijd graag een dikke biefstuk.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.