Woensdag 11/12/2019

Interview

“Eén kind dat wordt opgegeten door een krokodil is wereldnieuws, een halvering van de kindersterfte niet”

Beeld Camilla Lindqvist

We zijn rijker en gezonder dan ooit tevoren, maar toch dénken we dat we er enorm op achteruitgaan. Niemand heeft meer gedaan om ons dat te laten inzien dan de Zweedse professor Hans Rosling. Met zijn humoristische TED Talks vol duizelingwekkende statistieken bereikte hij een miljoenenpubliek. Vorig jaar overleed hij aan kanker, maar zijn zoon en schoondochter, Ola Rosling en Anna Rosling Rönnlund, maakten het boek af waaraan hij tot zijn laatste snik heeft gewerkt en zetten zijn strijd verder. “Door de wereld te leren begrijpen, kun je een beter mens worden.”

Is het deel van de wereldbevolking dat in extreme armoede leeft de afgelopen twintig jaar bijna verdubbeld, gelijk gebleven of bijna gehalveerd? Nog niet één op de tien mensen geeft het juiste antwoord: bijna gehalveerd. Stel twaalf van zulke vragen en gemiddeld hebben we er maar twee goed. Zelfs Nobelprijswinnaars en politici scoren er slecht op. 

De mens wordt geplaagd door vooroordelen, waardoor we de wereld verkeerd begrijpen. We zien eerder het slechte dan het goede. We zijn bang voor terroristische aanslagen, terwijl cijfers aantonen dat er meer mensen sterven door een val van het keukentrapje. Daarom zijn we compleet verbaasd als we ontdekken dat er vandaag meer democratie en minder honger is. Of dat er de jongste jaren minder doden vallen door rampen of conflicten. Dat is wat Anna Rosling Rönnlund kwam vertellen op het Dept Festival in Amsterdam. Ze nam het boek Feitenkennis: 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt mee, dat ze schreef met haar man Ola en schoonvader Hans Rosling. Het boek is het slotstuk van een hechte samenwerking van achttien jaar, waarin ze met z'n drieën zijn TED Talks schreven en bouwden aan het succes van Gapminder, een bureau voor datavisualisatie met klanten als Google en de Verenigde Naties.

Ligt het aan ons, journalisten, dat mensen zo weinig weten over de wereld?

Anna Rosling Rönnlund: “Welnee, helemaal niet. De meeste journalisten zijn fatsoenlijke mensen. Jullie hersenen werken gewoon hetzelfde als die van alle andere mensen. En daardoor maken jullie dezelfde fouten. Méér zelfs: jullie scoren slechter dan gemiddeld op onze feitentest met meerkeuzevragen.”

Hoe komt dat?

“We verlangen van journalisten dat ze artikels brengen die wij interessant vinden. Die gaan niet over de gestage vooruitgang in de wereld, maar over spannende gebeurtenissen waarover we ons opwinden. Een kind dat in een pretpark door een krokodil wordt verslonden is groot nieuws, maar we lezen nooit dat het percentage kinderen dat sterft voor z'n 5de verjaardag in de laatste 25 jaar is afgenomen met 56 procent.”

U noemt Feitenkennis een zelfhulpboek.

“Data als therapie! Het maakt inzichtelijk hoe onze hersenen informatie over de wereld ontvangen en verwerken. Het boek leert je om een ander, breder perspectief te hanteren wanneer je het nieuws leest of een discussie voert.”

Maakt het ook betere mensen van ons?

“Ja, volgens mij wel. Als je denkt dat het steeds slechter gaat met de wereld, kun je gefrustreerd en depressief raken. Je kunt gaan denken dat het geen zin heeft om te streven naar verbetering, om een goed doel te steunen of om voor het milieu te zorgen. Waarom zou je ook, als onze pogingen toch geen enkel effect hebben? Doordat wij in ons boek laten zien dat er zoveel positieve ontwikkelingen zijn, ben je beter in staat om de wereld om je heen te begrijpen.”

Dus u bent een optimist.

“Nee. Een optimist ziet alles altijd positief in, maar dat is een beetje dom. Er kan van alles gebeuren: een financiële crisis, een wereldwijde pandemie, klimaatverandering. Momenteel gaat het goed, maar we moeten er rekening mee houden dat de stijgende lijn een keertje ophoudt. Al zijn er op dit moment veel gegevens die een pessimistische blik niet rechtvaardigen.”

Hans Rosling was een fenomeen. Hoe denkt u dat mensen hem zullen herinneren?

“Ik denk dat de meesten hem herinneren als een energieke, gedreven man, die héél graag wilde dat mensen de wereld beter zouden begrijpen.”

Al bots je daarbij wel op een groot probleem, vond Anna Rosling. Hoe aantrekkelijk je data ook presenteert, het blijft allemaal erg abstract. Statistieken gaan over trends, maar wat zeggen die over het dagelijkse leven van dik 7 miljard mensen? Daarom bedacht ze Dollar Street: een lange, denkbeeldige straat waarin alle wereldbewoners wonen als straatgenoten. De allerarmsten wonen aan het begin, met een laag huisnummer, de superrijken wonen op het laatste stukje. Ter info: alleen al door in België te wonen, behoort u tot de superrijken.

Lees ook

Nee, we zijn niet met te veel op deze planeetEr komen steeds meer mensen op de wereld, en ze willen allemaal hiernaartoe. Dat is het heersende idee. Nu de feiten.
   

Een hele batterij aan fotografen legde vast hoe het leven is voor honderden families in tientallen landen, arm en rijk, en alles daar tussenin. Tienduizenden foto's op Gapminder.org/dollar-street tonen hun slaapkamer, keuken, speelgoed, boekencollectie, handen, vervoersmiddel en zelfs hun toilet.

We reizen verder dan ooit, de televisie toont ons exotische plekken. Zo'n fotoverzameling is toch niet nodig om de wereld te kunnen zien?

“Ja, we reizen veel. Maar zelfs áls we naar armere landen reizen, zijn we geneigd om aan 'onze kant' van de straat te blijven. We reizen all-inclusive, bezoeken alleen de trekpleisters en dineren in de beste restaurants. Zien we als toeristen hoe het leven er echt is? Dollar Street bewijst van niet.”

Hoe helpt dit project ons om de wereld beter te begrijpen?

“In de media zien we doorgaans de extremen, maar in Dollar Street zien we dat veruit de meeste mensen ergens in het midden wonen. Bovendien zie je dat de belangrijkste factor die bepaalt hoe mensen leven niet religie of cultuur is, maar inkomen. Als je in de hoogste inkomensgroep zit, ziet je slaapkamer of keuken er ongeveer hetzelfde uit, of je nu in België, Burundi of Bolivia woont.

“De foto's tonen ook de graduele verandering als je verderop in de straat gaat wonen. Voor de eerste groep is het vervoersmiddel een paar blote voeten, daarna een fiets, dan een motorfiets en bij de vierde groep is het een auto. Of neem gebitsverzorging. In de eerste groep gebruikt iemand modder en een vinger, in de tweede groep gebruikt iemand een stokje, het gezin in de derde groep deelt een tandenborstel en in de vierde groep hebben alle gezinsleden een eigen tandenborstel.”

Waarom vindt u het zo nuttig om te denken in vier groepen?

“Eigenlijk is vier al een flinke oversimplificatie. Maar het is beter dan de onderverdeling in het arme Zuiden en het rijke Westen. Als we de wereldbevolking opdelen in vier groepen, wonen er maar 1 miljard in de eerste groep, waar ze iedere dag hout sprokkelen om hun grauwe pap of rijst op te koken, op de vloer slapen en hun behoefte doen in een gat in de grond. Er wonen ook maar 1 miljard mensen in de vierde groep, waarin wij zitten. Daar tussenin zijn er nog 3 miljard mensen die een gasfornuis hebben en van wie de kinderen 's avonds hun huiswerk kunnen maken bij een peertje als er stroom is. En er zijn nog eens 2 miljard mensen in de derde groep: zij moeten vrijwel iedere dag hard werken, maar beschikken wel over stromend water, een koelkast en kunnen wellicht ook eens op vakantie gaan: een dagje naar het strand.”

Waarom is inzicht in al die groepen zo belangrijk?

“Mensen zijn geneigd te denken in tegenstellingen: niet alleen in arm en rijk, maar ook in goed en slecht, licht en donker, wij tegenover de rest, alles met een flinke kloof ertussen. Dat is een uiterst slechte manier om de wereld te begrijpen, want de grote meerderheid bevindt zich tussen die extremen. Als we dat niet inzien, krijgen we nooit een goed beeld van de wereld.”

Concreet: wat moeten we doen?

“Je hoeft de grafieken en cijfers niet uit je hoofd te leren. Het is beter om te begrijpen hoe je het best kunt omgaan met feiten en data. Bedenk dat de meerderheid in het midden zit. Bedenk dat een positieve trend het nieuws vaak niet haalt, maar een tijdelijke neergang of een incident wél. Bedenk dat we het bangst zijn voor gevaren waarvan we het minst te vrezen hebben. Schrik niet van grote getallen, maar zie de dingen in verhouding. Accepteer dat er altijd verandering is, ook als die traag verloopt. Realiseer je dat er nooit één verklaring is. En vooral: wees nederig en nieuwsgierig.

“Het is eigenlijk niets anders dan een statistische manier van denken, maar dat mag je ab-so-luut nooit zeggen. Mensen háten statistiek!” (lacht)

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234