Donderdag 01/12/2022

AchtergrondWetenschap

Een kernoorlog of een opstand van de techniek: hoe loopt het af met de mensheid?

null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Hoe loopt het af met de mensheid? Ecologisch verval, een kernoorlog, extreem vulkanisme of ‘gewoon’ evolutie tot een andere soort: scenario’s voor het einde van de mens zijn er genoeg.

Maarten Keulemans

Dáár. Dat plukje verwilderde, scharrelende wezens tussen de overgroeide ruïnes van de stad – dat moeten ze zijn. De allerlaatste mensen op aarde. Al zullen ze het zelf niet doorhebben, dat ze de laatsten zijn.

Een groepje in lompen gehulde, schuwe apen, de haren verwilderd en vies, de lichamen gehavend en krom: dat is alles wat er nog over is. Hoogwaardige technologische kennis hebben ze allang niet meer, hun vermogen om te lezen zijn ze al generaties geleden verloren. Praten doen ze slechts nog in korte, stompe zinnen. En leven doen ze van dag tot dag, jagend, zoekend, scharrelend.

Een klein duwtje nog, een ramp of ziekte misschien, en het is allemaal voorbij. De planeet waar de laatste millennia de mens domineerde, wordt dan weer wat hij in de eindeloze miljoenen jaren daarvoor ook al was: een aardbol gehuld in stilte, hooguit nu en dan doorbroken door het getjilp van vogels, het ruisen van de wind of de roep van een dier.

Hoe het zover kon komen? Het is lastig te zeggen. Acht miljard zielen telt de menselijke bevolking. En hoewel er allerlei rampen denkbaar zijn die het in zich hebben de mens ernstig te decimeren, is het ingewikkeld er een voor te stellen die de mens tot de laatste persoon uitroeit.

Verzwolgen door de ‘rode dwerg’

Of nou ja, ook weer niet. Vast staat immers dat de planeet – en zelfs het heelal – niet eeuwig bestaat. Over zo’n vijf miljard jaar bereikt de zon het eind van zijn levenscyclus, een ramp waarbij onze ster geleidelijk zal opzwellen tot een reusachtige ‘rode dwerg’ die de aarde waarschijnlijk zal verzwelgen. Maar de ellende begint al over een jaar of 900 miljoen: geleidelijk zal de opbrandende zon de aardse chemie verstoren, waardoor de fotosynthese stilvalt en het plantaardig leven sterft. Wacht nog wat langer en ook het oppervlaktewater kookt weg, waardoor de dampkring dik en onleefbaar heet wordt.

Vluchten naar een andere planeet dan maar? Op de zéér lange termijn is ook dat slechts uitstel. Onvermijdelijk en definitief is immers ook het einde van het heelal zelf. Ver, onvoorstelbaar ver in de toekomst, zal het universum instorten tot een hete ‘Big Crunch’ of juist van binnenuit uiteen worden gedrukt in een zogeheten ‘Big Rip’ – kosmologen zijn er nog niet helemaal uit welke van de twee de beste kaarten heeft. Een andere mogelijkheid is dat het heelal simpelweg steeds leger en kouder wordt, als de sterren een voor een opbranden, en er steeds meer materie wordt opgezogen door zwarte gaten. Een ijskoude, donkere leegte is het resultaat. Tot ook de laatste mens, of wat we tegen die tijd ook zijn, ten onder gaat aan de schaarste aan energie en materie.

Maar wacht. Eerst maar eens zien te overleven in het hier en nu. Zo’n 50 procent kans dat de mensheid het einde van deze eeuw niet eens haalt, betoogt de Britse supersterrenkundige Martin Rees in zijn boek Onze laatste eeuw. Het avontuur van de mens loopt op zijn einde, we hebben hooguit nog tien eeuwen om te maken dat we hier wegkomen, stelde ook kosmoloog Stephen Hawking, kort voor zijn eigen einde.

‘Planeet met koorts’

Veel meer dan geleerd klinkende gokjes zijn dergelijke prognoses niet – niemand weet immers wat de toekomst te bieden heeft. Maar er zijn grofweg drie gedachten die telkens terugkeren.

De eerste: een algehele ecologische instorting van de natuur. Stel de eindtijdvraag aan publicist en universitair docent aan de Universiteit van Twente Femke Nijboer, en ze stuurt je een cartoon van een mannetje in de auto op. In het eerste plaatje, anno 1990, stoort het mannetje zich nog aan alle insecten op de voorruit, in het jaar 2020 zijn de insecten weg. Maar in het laatste plaatje, het jaar 2050, is ook de automobilist verdwenen. Weggevaagd uit het aardse bestaan, de verdwijnende insecten waren een voorteken.

null Beeld Urban Cycling Institute - Facebook
Beeld Urban Cycling Institute - Facebook

Het is maar ‘een gevoel’, benadrukt Nijboer desgevraagd. En ze snapt ook wel dat de planeet geen denkend, levend wezen is, of zoiets. Maar toch. “Soms heb ik het idee dat de planeet koorts heeft en ons eruit gaat zweten, als een soort nare infectie”, verwoordt ze. “Daarom komen er nu virussen, daarom is er klimaatverandering, daardoor komt er ruzie. Alles hangt aan elkaar vast.”

Er is inderdaad nogal wat gaande. Volgens de somberste prognoses kan de zeespiegel de komende eeuwen met zo’n 15 meter stijgen, worden steeds grotere delen van de wereldbol onbewoonbaar door verdroging en verwoestijning, en zal van alle nu levende soorten planten en dieren een derde al in 2070 mogelijk zijn uitgestorven. Mensheid, zie het maar eens te overleven.

Maar filosoof Ralf Bodelier, die net een boek schreef met de veelzeggende titel Lang leve de mens, wijst erop dat dergelijke prognoses wél zijn gebaseerd op de aanname dat de mensheid al die narigheid in weerloze passiviteit ondergaat, als een kwetsbaar bergplantje op een helling. Maar de mens redt zich wel, denkt Bodelier. “We staan inderdaad voor enorme uitdagingen. Tegelijk gaat het juist zeer goed met de mensheid. We blijken steeds beter in staat ingewikkelde problemen op te lossen. En de voorwaarden om nieuwe problemen op te kunnen lossen, worden steeds beter.”

Zo neemt de armoede af, gaan steeds meer kinderen naar school, verbetert de gezondheid en lijkt zelfs het einde van de wereldwijde bevolkingsgroei in zicht: volgens de laatste prognoses piekt de wereldbevolking rond het jaar 2060, op 9,8 miljard zielen. “De afgelopen eeuw hebben we er 6 miljard mensen bij gekregen”, rekent Bodelier voor. “En dat viel samen met ongekende economische en technologische vooruitgang. Dan kunnen die anderhalf miljard mensen extra de komende honderd jaar er ook nog wel bij, zou je denken.”

Moet alleen niet “Poetin in een gekke bui toch op die knop drukken”, zegt Bodelier. “Dan hebben we een enorm probleem.” Ziedaar terugkerende ramp nummer twee: een totale kernoorlog, waarbij men haast alle 13.000 kernbommen die de wereld telt, in paniek tegelijk op elkaar afvuurt. “Wederzijds gegarandeerde vernietiging”, zoals die gedachte in militair potjeslatijn officieel heet.

Want vernietiging is het. Dat werd duidelijk in 1983, toen wetenschappers met in de gelederen onder meer de beroemde kosmoloog Carl Sagan becijferden wat een volledige kernoorlog over en weer precies betekent. Waarschijnlijk is de rookontwikkeling genoeg om grote delen van de aardbol langdurig in een jarenlange ‘nucleaire winter’ te dompelen. Zonlicht zou niet meer doordringen tot het aardoppervlak, de fotosynthese zou nagenoeg stilvallen, de temperatuur kelderen.

En dat terwijl de bommen zelf de grote steden hebben vernietigd, collectieve voorzieningen zoals ziekenhuizen en hulpdiensten zijn weggevaagd, de energie- en voedselvoorziening stokt en er overal dood en verwonding is. “Kunnen de overlevenden, met hun sociale- en overheidsstructuren in puin, dat het hoofd bieden?”, vragen fysici Richard Wolfson en Ferenc Dalnoki-Veress zich af, in een vorig jaar verschenen overzichtsartikel. “Of zou er een ieder-voor-zich-houding ontstaan, die de noodzakelijke samenwerking voor een wederopbouw voorkomt?”

Een opstand van de techniek

Toch valt zelfs dan te betwijfelen of het de mensheid de das omdoet, vindt paleontoloog Jelle Reumer (Universiteit Utrecht), auteur van diverse sombere boeken en essays over onze toekomst op aarde. “Er zijn overal zo verschrikkelijk veel mensen, ik denk niet dat je die allemaal uitroeit”, zegt hij. “Ook na zoiets als een meteorietinslag zullen er altijd restpopulaties overblijven. Ergens op aarde, in een uithoek waar men er minder last van heeft. Dat zag je ook na de meteorietinslag die de dino’s uitroeide: diverse soorten, waaronder de kleine beestjes met veren, hebben het overleefd.”

Is er de komende eeuw dan geen enkele ramp denkbaar waartegen de mensheid zéker niet bestand is? Zeker wel. Zoals wereldramp nummer drie waarover veel te doen is: een opstand van, jawel, de techniek. Niet zoals in de films, met Terminator-achtige robots die ons te lijf gaan of ijzeren inktvissen die ons willen gebruiken als batterij. Maar eerder door een ongelukkig bedrijfsongeval, aldus een scenario dat in detail werd doordacht door de Zweeds-Britse filosoof Nick Bostrom.

Zijn favoriete voorbeeld is dat van een volledig geautomatiseerde paperclipfabriek, bestuurd door geavanceerde, kunstmatig intelligente software. Zou zo’n besturingssysteem zijn taak – ‘maak paperclips!’ – tot in de uiterste consequenties doorvoeren, dan zou de computer weleens tot de conclusie kunnen komen dat de enige manier om ongestoord paperclips te kunnen blijven maken is om de planeet te zuiveren van de mens.

Met alle gevolgen van dien. Via allerlei doldwaze avonturen zou dat culmineren in een explosie, een met de lichtsnelheid uitdijende “bel van techniek met de aarde als middelpunt”, zoals Bostrom eerder zei. “Een bubbel, die alles op zijn pad omzet in computers, in nanotechnologie of een andere technologie waar we nog niet aan denken.” En in een heleboel paperclips natuurlijk.

Het probleem is dat het scenario wel erg veel speculatieve stappen opstapelt. “Hier ben ik helemaal niet bang voor”, reageert Nijboer. Zo zou in een kunstmatige intelligentie uiteindelijk ook zoiets ontwaken als moreel besef, is een van de kritiekpunten: gij zult niet doden, ook niet tijdens het paperclips maken. Los daarvan: een zogeheten ‘algemene’ kunstmatige intelligentie, die zelf nieuwe taken bedenkt en uitvoert, bestaat nog niet – en het is de vraag of die wel denkbaar is.

Hoe eindigen we dan wel? Als we de milieurampspoed doorstaan, geen kernoorlog ontketenen en de computers te vriend houden? Een reusachtige meteoriet misschien? De kans erop lijkt niet al te groot, niet in het laatst omdat astronomen tegenwoordig een oogje in het zeil houden en een dreigende ramp misschien kunnen afwenden. Natuurlijk: een rondzwervend zwart gat kan onze planeet verzwelgen, een kosmische ‘gammaflits’ kan de aarde steriliseren.

Een vulkaanuitbarsting van tienduizenden jaren

Griezelige maar realistische bestaansgevaren, in een heelal zoals het onze. Maar wat tegen dergelijke scenario’s pleit, is de statistiek. De aarde bestond voordat wij ten tonele verschenen ook al zo’n 4 miljard jaar. Weinig kans dus, dat uitgerekend onze generatie het einde ervan meemaakt.

Vulkanisme dan misschien? Dat is zo’n gekke gedachte nog niet, vindt de Nederlandse aardwetenschapper Bas van de Schootbrugge (Universiteit Utrecht), expert op het gebied van uitsterfgolven. Extreem vulkanisme is immers een van de beruchtste veroorzakers van uitsterfgolven in het prehistorische verleden. “Supervulkanen zoals die van Yellowstone Park in Amerika kunnen in een klap hele continenten onbewoonbaar maken. Vooral door de grote hoeveelheden as”, vertelt Van de Schootbrugge.

Nóg groter kan ook. Daarvoor moeten we wachten op de eruptie van een ‘vloedbasalt’, een soms wel tienduizenden jaren aanhoudende, zeer grootschalige vulkaanuitbarsting die de dampkring volpompt met toxische vulkanische dampen en de zeeën zuurstofloos en doods maakt. Tijdens de meest beruchte supervulkaanuitbarsting van allemaal – 251 miljoen jaar geleden, op de grens van de tijdperken het Perm en het Trias – kwam zo’n 83 procent van alle soorten om het leven.

Zelfs dan is het de vraag of het wel genoeg is om de gehele mensheid uit te roeien. Ook 251 miljoen jaar geleden waren er overlevenden. En de slachtoffers die verdwenen, waren plompe hagedissen, vissen en amfibieën. Niet denkende apen zoals wij, die bij een megavulkaanuitbarsting binnen gaan zitten schuilen.

Want dat blijkt telkens opnieuw onze grootste troef. Zoals roofdieren het jagen als specialisme hebben, en nachtdieren biologisch zijn aangepast om te leven in het donker, zo is het specialisme van de mens om te overleven op plekken en in omstandigheden waar een aap eigenlijk helemaal niet thuishoort, aldus de Britse zoöloog Jonathan Kingdon in zijn biografie van de menselijke soort Lowly Origin.

We zijn het enige tropische dier dat het net zo makkelijk uitzingt in de ijzige kou van Siberië als op de bergtoppen van Nepal. Dankzij ons verstand en onze techniek zijn we de enige aap die sneller gaat dan de jaguar, hoger vliegt dan de adelaar, dodelijker is dan de sabeltandtijger. We zijn de ‘kunstmatige aap’, een diep technisch wezen, zoals archeoloog Timothy Taylor tien jaar geleden betoogde in het gelijknamige boek, The Artificial Ape.

‘Nu is het een andere soort’

Misschien, denkt Reumer, ligt ons einde wel besloten in die ene natuurkracht die nog onverbiddelijker is dan vulkanen of meteorieten: de evolutie zelf. Die van generatie op generatie voortknauwende kracht van binnenuit, die vissen omvormt tot landdieren, zoogdieren verandert in zeebeesten, en die de machtige dinosauriërs een doorstart gunde als kippen. “De evolutie gaat altijd door”, weet Reumer.

Dat geldt uiteraard ook voor de mens. Zo zijn er in ons DNA veranderingen geslopen waardoor we in staat zijn om ook als volwassenen koemelk te drinken en zetmeel af te breken – stuk voor stuk evolutionaire aanpassingen aan een bestaan als boer, we evolueren nog steeds.

Gemiddeld bestaan zoogdiersoorten zo’n 20.000 jaar. En er zijn twee manieren waarop het kan aflopen, vertelt Reumer. “Je kunt uitsterven op de manier waarop de dodo en de mammoet zijn uitgestorven, zonder nakomelingen achter te laten. Of je kunt evolueren. Net zolang totdat je het punt bereikt waarop je zegt: nu is het een andere soort geworden.”

Zo verging het veel van onze voorouders: ze verdwenen, maar gaven hun DNA door aan hun nazaten. “Er zijn nooit twee neanderthalers geweest die samen een homo sapiens als kind kregen”, zegt Reumer. “Maar homo sapiens kwam er wel. En we dragen nog steeds een paar procent neanderthal-DNA met ons mee.”

Waar dat toe zou leiden? “Een homo futuricus, of zo”, zegt Reumer. “Over 10.000 of 20.000 jaar heb je weer mensen rondlopen met heel andere eigenschappen. Welke? Ik heb er totaal geen beeld bij. Geen flauw idee.”

Zo ontglipt de mensheid de wetenschap, voorbij die horizon waarachter alles speculatief wordt en geen wetenschapper kan kijken: de verre, verre toekomst. Misschien vertimmeren we ons genetische bouwplan en worden we onsterfelijke, door de ruimte zwevende vogels, zoals de visionaire fysicus Freeman Dyson zich voorstelde. Of misschien versmelten we met onze techniek en kunnen we straks bestaan los van dat kwetsbare, vleselijke lijf waarin we leven, om maar eens een thema te noemen dat in veel sciencefiction terugkeert.

“Ik ben momenteel een beetje een doemdenker wat de mensheid betreft. En dan ineens weer niet en stel ik me een heel fijne nieuwe toekomst voor”, verwoordt Nijboer haar twijfel. “Maar alles komt goed. Sowieso met de planeet komt het weer goed. Met ons? Ik weet het niet.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234