Woensdag 25/11/2020

ColumnDe Schaal van Mulders

Een kat zonder snorharen is als een vis op het droge

Katten worden niet graag bij de snorharen getrokken.Beeld Shutterstock

Jean-Paul Mulders onderzoekt alles wat u bij de hersenkwabben kan grijpen.

Mijn dochter volgt boven in haar ­kamer Latijnse les via de computer. Als ik mij later iets zal herinneren van deze periode, dan zijn het de stemmen die spookachtig door het trappenhuis galmen. En ook de dood van Bob Van Staeyen van De Strangers. Als kind luisterde ik bij mijn grootmoeder naar hun platen. Bij wijze van afscheid zing ik nog een laatste keer ‘O mijnen ­blauwen geschelpte’, op de wijs van ‘Una paloma blanca’. Ik luister verbluft naar een ander lied met de opmerkelijke passage: ‘Allah is groot, maar ­ziekenkas is groter.’ Jeugdsentiment komt in vele gedaantes.

Terwijl ik dit schrijf en denk aan De Strangers, ligt de kat naast mijn laptop te slapen. Zij wijst mij er graag op dat werken overschat wordt. Als kind had ik de neiging katten bovennatuurlijke gaven toe te dichten. Ik was ervan overtuigd dat ze goede zielen konden onderscheiden van slechte, de ­toekomst voorvoelden en schimmen zagen van dode mensen.

Ook hun snorharen fascineerden mij. In de eighties tastte de wetenschap over snorharen nog in het duister. Mijn moeder zei mij dat je ze vooral niet mocht afknippen. Toen ik vroeg waarom, kwam het gevreesde ‘daarom’. Nu leef ik in het tijdperk waarin de meest sublieme kennis maar een paar klikken van je is verwijderd. Het internet geeft mij het antwoord dat mijn moeder mij schuldig moest ­blijven: een kat zonder snorharen is als een vis op het droge. Ze hebben die dingen hard nodig. Niet als versiering, maar als sensoren.

Het onderscheid tussen gewone haren en snorharen, lees ik, is een speciaal haarzakje dat een kokertje met bloed bevat: de zogeheten bloed­sinus. Als het snorhaar wordt beroerd, beweegt het bloed in de sinus. De zenuwen aan het uiteinde zijn zo gevoelig dat ze de miniemste luchtverplaatsing kunnen waarnemen. Wie dat weet, begrijpt ­beter het adjectief dat ik onlangs zag in de dierenspeciaalzaak. ‘Snorhaarvriendelijk’, stond daar bij een eetkom.

Bloedsinussen vind ik vernuftig, maar ze zijn minder toverachtig dan wat ik als kind geloofde. Katten vallen door de mand als fabeldieren. Ze scharrelen ook maar wat rond in de wereld, in de hoop aan voedsel en seks te komen. Hoogbegaafd zijn ze niet. Wijs naar iets en de kat kijkt naar je vinger in plaats van naar het aangewezene. Je kunt ­katten eindeloos achter een rode stip laten aanrennen, zonder dat ze ­doorkrijgen dat die uit een laser­pen komt. Op dezelfde manier ongeveer rennen wij mensen aan achter hersenschimmen, de waan van de dag en ­goden die we nooit gezien hebben.

Maar om bij snorharen te blijven: als een poes die onverhoeds kwijtraakt, kan de paniek ernstig toeslaan. Een student werd in Oostenrijk veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijk. Hij had in een zatte bui de snorharen van zijn kat afgeknipt en foto’s gepost van het dier, dat doodsbang in een hoekje zat.

Niet alleen Oostenrijkse studenten, maar ook kattenmama’s kunnen wreed zijn. Kittens worden doof en blind geboren, met snorharen die al volledig functioneel zijn. Om te ­voorkomen dat de jongen te ver van het nest afdwalen, bijt hun moeder soms een stuk van hun snorharen. Zo beperkt ze hun bewegingsvrijheid.

Ik denk aan mijn dochter, die ik er met geen macht ter wereld toe kan ­bewegen bij het fietsen een helm op te zetten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234