Donderdag 17/10/2019

Wonen

Een kas van een huis: in de eerste serrewoning is het altijd zomer

Groenten kweken kan het hele jaar door. Beeld Luc Roymans

In Zweden en Nederland bouwden ze al huizen in een tuinkas. En sinds kort heeft België ook zo’n ecologische serrewoning. Staat het huis van de toekomst in het West-Vlaamse Menen?

Bericht aan iedereen die deze zomer naar Italië op vakantie gaat: dat mediterrane klimaat kun je gewoon mee naar huis nemen. De Toscaanse vergezichten zijn misschien ver te zoeken in een verkaveling, maar de Noord-Italiaanse temperaturen zijn wél mogelijk in de achtertuin. Het codewoord is ‘serre’. Door een doodgewone maar gigantische tuinkas óver je huis en je tuin te plaatsen, kweek je met het grootste gemak citroenen en pomodori in Dilbeek, Kontich en Lovendegem. Óf in Rekkem. Want daar staat de eerste ecologische, zelfvoorzienende kaswoning van België. Als we komen aanrijden, zien we de immense glazen kas al van ver staan tussen de vlakke West-Vlaamse velden. Buiten is het zonnig, maar fris, amper 10 graden. Maar als we de kas binnenstappen, is het alsof Firenze bij Menen ligt. Het kwik stijgt hier tot 25 graden.

De heer des huizes heeft nog net geen korte broek aan als hij de voordeur opendoet, maar het had gekund. Die heer is architect Koen Vandewalle, die het huis ook zelf ontwierp. Hij woont hier sinds januari samen met zijn vrouw en hun vijf kinderen. Zij zegt: “Natuurlijk wist ik dat Koen nogal out of the box denkt. Maar toen hij me de eerste schets voor ons nieuwe huis toonde, moest ik toch even slikken. Waarom niet een gewoon huis, dacht ik.” Maar intussen is zijn vrouw helemaal overtuigd. En we snappen waarom. De lente begint hier een paar maanden eerder dan in de rest van België. Al is dat eigenlijk niet de reden waarom Koen Vandewalle dit huis tekende, vertelt hij: “Als tiener droomde ik er al van om onafhankelijk te zijn. En met dit huis wordt dat werkelijkheid.”

Met ‘onafhankelijk’ bedoelt hij: zelfvoorzienend. De glazen kas fungeert als chauffage, de zonne­cellen leveren alle stroom, uit de kranen stroomt regenwater en hun afvalwater filteren ze zelf voordat het in de beek stroomt. Bovendien is het huis gebouwd volgens het cradle-to-cradleprincipe: als je het afbreekt, kun je alles opnieuw gebruiken. Koen vertelt honderduit terwijl we – zónder jas – koffie drinken in de overdekte tuin. Plots schuift het glazen dak open. “We hebben hier ons eigen weerstation. Zodra het in de serre warmer dan 25 graden wordt, openen de dakramen automatisch. Warme lucht stijgt en ontsnapt zo naar buiten. Een standaardtechniek uit de kassector”, legt Koen uit. “Bijna alle planten in onze tuin zijn eetbaar, of hebben een ander nut. Zo is deze boom onze parasol in spe. Ook de rest van de planten, zoals de druivelaars, zullen aangename schaduw en verfrissing geven als ze volgroeid zijn. Maar, eerlijk is eerlijk, ’s zomers zal het wellicht te warm zijn om onze tuin te gebruiken. Maar dat is ook zo voor wie een veranda heeft. Ons huis is zo gebouwd dat het er ’s zomers lekker fris blijft. Onder meer dankzij de witte gevel en de drie­dubbele vensters. Als het dan toch nog te warm is, hebben we een aircotoestel. Op zonne-energie natuurlijk.”

Groente aan de achterdeur

Het idee van Koen Vandewalle is bijzonder, maar niet origineel. Het komt van de Zweedse architect Bengt Warne (1929-2006). Die bouwde al in 1976 een grote tuinkas rond zijn huis in Saltsjöbaden. Omdat hij naast zijn achterdeur groenten wilde kweken. Én omdat hij naar manieren zocht om minder te moeten stoken in de koude Scandinavische winters. Zijn ‘Naturhus’ is vandaag nog steeds een voorbeeld voor al wie ecologisch wil bouwen en niet terugdeinst voor een radicale aanpak. Intussen staan er wereldwijd meer dan honderd, de meeste in Scandinavië, maar ook in Duitsland, Nederland en sinds kort dus ook in België. Het idee lijkt surrealistisch, maar de voordelen zijn legio. De kas creëert een mediterraan microklimaat rondom je huis. En het beschermt je huis én je (groente)tuin tegen regen en wind. Je kunt hier dus veel meer soorten telen en over een langere periode dan in een gewone lochting. Een waterdicht dak van dakpannen of roofing is overbodig, net als een regelmatige schilderbeurt van je gevel die afziet door wind en regen.

Als het warmer wordt dan 25 graden, schuiven de dakramen vanzelf open. Beeld Luc Roymans

De meeste volgers van Bengt Warne wonen in Zweden. Neem nu het jonge koppel Marie Granmar en Charles Sacilotto (onderste foto hiernaast). Zij kochten in een buitenwijk van Stockholm een oud zomerhuisje. Eigenlijk totaal ongeschikt om permanent te bewonen, tenzij je je failliet wil stoken. Maar zij bouwden een serre rond hun groot uitgevallen blokhut. Omdat ze geen dak meer nodig hadden, maakten ze daar een immens terras. Pinterest-proof quoi. Ook het project van Benjamin en Ingrid Marie Hertefølger (foto boven) is ronduit fotogeniek. En avontuurlijk. Want dit koppel woont met hun vier kinderen in het Noorse dorpje Gildeskål, boven de poolcirkel. Lees: in extreme weersomstandigheden. Hun koepelkas omsluit hun houten huis met drie verdiepingen en beschermt ook tegen sneeuw, wind en vorst. En zo kunnen ze zelfs kiwi’s, komkommers, tomaten en abrikozen kweken. Een beetje zot zijn ze wel, want ze lieten hun originele familienaam veranderen naar Hertefølger, Noors voor ‘hartvolgers.’ Het Zweedse consultancybureau Emulsionen, gespecialiseerd in kashuizen, vat het concept bondig samen: zelfvoorzienende huizen die geen afval, maar voedsel produceren. En die energie creëren in plaats van verbruiken.

Ook dichter bij huis schoot de Bengt Warne-filosofie wortel, zoals bij onze noorderburen. Architect Thomas Dill bouwde onlangs samen met ontwerper Gerald Lindner (van cc-studio) een cohousing-versie in het upcoming Amsterdam-Noord. Beneden hebben ze elk hun bureau, erboven allebei een huis. De glazen schil maakt er een energieneutraal verhaal van. Wie denkt dat zo’n stolp over je huis beklemmend voelt, moet hier eens binnenkijken. De huizen zijn bewust compact gehouden: 74 m², zodat het snel opwarmt en de ecologische voetafdruk beperkt blijft. Maar doordat alle ruimtes aan weerszijden uitkomen op de verschillende terrassen (samen goed voor 90 m²) wordt het woonoppervlak verdubbeld. “Acht maanden per jaar is het in de semibuitenruimtes 18 graden,” vertelt Dill. “Gevoelsmatig leven we buiten, maar wél met de voordelen van binnen. We leven nu meer op het ritme van de seizoenen. Net als vroeger.”

Maar niet elke kaswoning is een succesverhaal. Interieurdecoratrice Helly Scholten woonde van 2015 tot 2018 met haar gezin in een experimenteel kashuis, grotendeels gemaakt van recupmaterialen en ontworpen door studenten van de Rotterdamse Hogeschool. “Het binnen-buitenleven was heerlijk, vooral in de lente en de herfst. Maar in de winter was het bitter koud. In theorie zouden we onze houtkachel slechts twee weken per jaar moeten stoken, maar in de praktijk brandde hij, van oktober tot april, 24 uur per dag. En dan nog was het ijskoud. Geen enkele plant overleefde de eerste winter. En ’s zomers was het bloedheet, tot wel 66 graden. Onhoudbaar.” Hoe dat kon gebeuren? Onder meer omdat de keuken en eethoek bloot onder het serredak (uit enkel glas) zaten. Een betere — en warmere — optie is in het goed geïsoleerde huis zelf. Bovendien lag het terras met de keuken op het zuiden waardoor het ’s zomers ondraaglijk heet werd.

Zonder verwarming

De pionier op Nederlandse bodem was architectenbureau KSWA. Zij tekenden in de jaren negentig een reeks kashuizen voor de volledig ecologische woonwijk Lanxmeer in het stadje Culemborg. “Het stadsbestuur schreef een wedstrijd uit. En wij kwamen met het idee van kaswoningen”, vertelt Peter Wienberg, die intussen zijn eigen bureau startte. “Het waren de eerste kaswoningen in Nederland. En een van de eerste keren dat het geen particulier initiatief was, maar een projectconcept. In drie reeksen bouwden we achttien kaswoningen.” Momenteel worden er in het eerste volledig zelfvoorzienende dorp van Nederland, ReGen Villages in Almere, ook kashuizen gebouwd.

Terug naar Rekkem. Vandewalle bouwde het huis zodat hij aan iedereen kan laten zien dat wonen in België zónder verwarming wel degelijk mogelijk is. “Ik ben al lang bezig met duurzaam en energiezuinig bouwen, maar het is niet makkelijk om mensen daarvan te overtuigen.” Voor wie nog niet gelooft in de kracht van de zon, een paar cijfers: de zon levert evenveel energie als 10 miljoen vaten olie per seconde, per wereldburger. De wolken houden bijna de helft van het zonlicht tegen. Maar tóch levert de zon 10.000 keer meer energie dan wat we allemaal samen nodig hebben. Een gebied zo groot als Nederland vol zonnepanelen levert genoeg stroom voor de hele wereld. Met andere woorden: we zitten dus met een overschot in plaats van met een tekort. Alleen moeten we die energie wel opvangen.

Beeld Luc Roymans

Nooit meer een ‘gewoon’ huis

Is dit kasconcept nu het huis van de toekomst? Als het aan Vandewalle ligt, alvast wel. “Na dit project kan ik geen gewoon huis meer bouwen”, meent hij. Maar is de Belg wel klaar voor zo’n experimentele kaswoning? “Niet iedereen, natuurlijk. Maar het klimaat houdt steeds meer mensen bezig en dit kan een deel van de oplossing zijn. Sinds ik mijn huis opengesteld heb, kreeg ik al vier nieuwe projecten binnen: in Grimbergen, Cadzand en twee in Wallonië. Allemaal nieuwbouwprojecten, behalve één iemand die een huis in een bestaande kas wil bouwen.”

Toch hebben we nog een paar bedenkingen bij zijn enthousiasme. Want hoewel Vandewalle de meest ecologische materialen gebruikte en al zijn energie zelf opwekt, staat zijn huis wél op een autolocatie. Lees: amper bereikbaar met openbaar vervoer. Bovendien palmt zijn kas véél vierkante meters in, ook niet echt goed voor zijn voetafdruk. Met de betonstop in het achterhoofd, vragen we ons af of dit concept ook geschikt is voor renovatieprojecten. En of het vertaalbaar is naar de stad? “Zeker, maar dat vergt een collectieve aanpak: een paar rijhuizen samen nemen en het hele bouwblok als één geheel aanpakken”, meent Vandewalle. “Zomaar een kas over een bestaand huis zetten, is moeilijk. Omdat je hittebestendig moet zijn. En dus liever van hout dan van baksteen omdat steen warmte heel lang vasthoudt.” Hoe dat te rijmen valt met onze aangeboren baksteen in de maag, moet nog blijken.

Koen Vandewalle en Samia Wielfaert runnen samen een adviesbureau rond kaswoningen: Kaseco,  Kaseco.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234