Dinsdag 23/04/2019

Psychologie

Dokter Google biedt nu ook therapie, is dat een goed idee?

Beeld Getty Images/iStockphoto

Zelf meester worden over de meting én het herstel van je mentale problemen? Het klinkt als een dubieus verkooppraatje, maar is wel degelijk het doel van steeds meer publieke therapiesites. Maar zijn we daar ook effectief mee geholpen?

We leven in bijzondere tijden. Alpacatherapie is echt een ding, keramiekcursussen zijn volzet vanwege hun rustgevend potentieel en aquariums worden geboost als antidepressivum 2.0. Online zegevieren allerlei goeroes met opruimchallenges en soul journeys, en werden zelftests bijna synoniem voor diagnose. Quatsch of niet, dat laten we even terzijde. Maar duidelijk is dat de Belg koortsachtig op zoek is naar hulp bij zijn kronkels en krochten. Dat heet geen verbazing: volgens een studie uit 2013 is de kans één op de vier dat ook u niet goed in uw vel zit. En als we de verwachtingen mogen geloven, schetst de komende studie van 2018 zelfs nog een somberder beeld.

Toegegeven, dat alles is inmiddels een open deur – stress en burn-outs domineren al langer het gemiddelde gesprek aan de schoolpoort of koffiemachine, en bijgevolg ook het lijstje van Google Trendwords. Wél nieuw is dat e-therapie niet langer het privéterrein is van zelfverklaarde lifecoaches, maar ook officiële instanties zich scharen achter de trend. Zo werd online zelfhulp een belangrijk stokpaardje van minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CV&V), met een hele reeks gesubsidieerde zelftests en therapiesites als resultaat. 

Een kleine bloemlezing: Fitinjehoofd.be biedt testjes om steviger in het leven te staan. Op noknok.be kunnen jongeren zelf hun veerkracht versterken. Thinklife.be, dat niet meer actief is, werd een e-cursus voor omgaan met zelfmoordgedachten. Depressiehulp.be, cannabishulp.be, alcoholhulp.be en gokhulp.be bieden zelfs complete modules om op eigen houtje te genezen. En sinds november is er ook #ikbenik, waarmee zelfs de socialistische mutualiteiten ‘de Vlaming mentaal fitter willen maken.’ Allemaal delen ze dezelfde incentives: op termijn een ontruiming van de tjokvolle wachtkamers bij de geestelijke gezondheidscentra, alsook een preventiemiddel voor het hoge aantal zelfmoordgevallen in ons land.

“We merken dat een grote groep vooral kampt met lichte psychische problemen. Voor hen is online zelfhulp een laagdrempelige en flexibele oplossing”, vertelt Siska Germonpre, bezieler van #ikbenik. “Het is snel, anoniem en gratis. Zonder wachttijden kan je gemakkelijk zelf aan de slag.” Alvast een grote fan is de 38-jarige boekhoudster Tanja, die de module voor werkende ouders testte. Een geavanceerd programma doorspekt met zelftests, getuigenissen en oefeningen loodst je daarbij naar het ultieme doel: met een opgekrikte eindmeting de draad weer oppikken. “Als werkende mama is het evenwicht behouden niet evident. Doordat de tests specifiek daarop toegespitst zijn, steken ze me een hart onder de riem. In het verleden ging ik al zowel naar een psycholoog als mindfulnesscoach, maar toch waren de praktische tips voor mij een eye-opener.  Misschien kan ik hierdoor mijn bezoekjes aan de psycholoog wel afbouwen, in de toekomst.” 

Met die hoop is Tanja niet alleen. Al 3.800 mensen vulden de zelftest in, hoewel de website nog maar een kleine maand online staat. Op Thinklife.be en Depressiehulp.be werkten al een duizendtal mensen aan zichzelf, en op noknok.be en Fitinjehoofd.be werden respectievelijk zo’n 37.500 en 147.500 sessies opgestart. Dat zijn indrukwekkende cijfers, maar ze komen ook met een lastige vraag: kunnen de warme woorden van een psycholoog dan echt zomaar vervangen worden door de montere voice-over van een introductiefilmpje?

Zelfredzaamheid

“Toen ik pas begon, reageerden heel wat psychologen huiverig. Ze dachten immers dat net de empathische relatie met de psycholoog ervoor zorgt dat mensen genezen”, herinnert geneesheer en stressdeskundige Paul Koeck zich. In 2008 pionierde hij al met Mijn kwartier, een populair zelfhulpprogramma voor stress, angst en depressie. “Maar volgens mij geldt dat enkel voor wie niet genoeg motivatie haalt uit zichzelf. Ik denk dus dat het verschil niet ligt in medische kwaliteit, maar wel de voorkeur van de patiënt. Voor sommigen is niet de sociale steun, maar wel de vorm, snelheid, en flexibiliteit doorslaggevend.”

Zo iemand is de 42-jarige Kathleen, die twee jaar geleden wegzakte in een burn-out. Net in die uitzichtloosheid werden de dagelijkse tests voor haar een essentiële houvast. “Een psycholoog zie je meestal maar om de maand, maar tussendoor heb je niemand om mee te spreken. Als je dan gewoon thuiszit, duurt dat erg lang. Een ander voordeel was dat ik niet nog eens mijn verleden moest oprakelen. De psycholoog waar ik eerst naartoe trok, deed me alleen maar huilen. Online kon ik zélf de oplossing vinden, en voelde ik me op korte termijn al beter.”

Koeck spreekt natuurlijk vooral voor zijn eigen winkel, maar ook metastudies komen tot dat verrassende resultaat: online zelfhulp kan wel degelijk evenwaardig zijn aan face-to-face begeleiding. Al geldt dat niet zomaar voor iedereen, benadrukt hoogleraar in de klinische psychologie Patrick Luyten (KU Leuven). “Vooral patiënten die sowieso al erg zelfredzaam zijn hebben er baat bij, en meestal enkel als ze aan milde klachten lijden. In percentages blijft die populatie voorlopig rond de 5 à 10 procent. Dat merk je bij bijna alle websites rond mentale gezondheid: 80 tot 90 procent stopt ermee voordat het programma is afgerond.”

Toch is dat nog geen reden om de zelfhulphype volledig neer te sabelen, vindt onderzoeker naar onlinehulp Herwig Claeys (Arteveldehogeschool). Integendeel: dat zowel de overheid als een ziekenfonds nu met geld over de brug komen, vindt hij een geweldige zaak. “Met beperkte inspanningen kunnen we toch een aantal mensen helpen. Het is de filosofie van trapsgewijze zorg: eerste de minst intrusieve manier inschakelen, en pas als dat niet werkt een stapje verder. Uiteindelijk gaat het ook niet om reusachtige budgetten. Depressiehulp bijvoorbeeld kost maar zowat 300.000 euro per jaar.”

300.000 euro voor 1.000 opgestarte sessies aan een uitval van 80 procent, een kleine rekensom maakt dat voordelige kostenplaatje toch betwistbaar. Maar meer dan dat komt die trapsgewijze zorg vooral met een ethisch staartje. Immers, als de patiënt in eerste instantie zelf op zoek moet naar de juiste hulp én oplossing, is het dan ook zijn schuld wanneer dat gewoon niet lukt? 

“Conceptueel lijkt dat allemaal evident, maar als je naar de logica erachter kijkt, leg je wel een erg grote claim op persoonlijke verantwoordelijkheid”, bevestigt hoogleraar ethiek Willem Lemmens (Universiteit Antwerpen). “Het gaat om mensen die sowieso al meer kwetsbaar zijn, minder autonoom functioneren en dus nood hebben aan steun. Als je net hen oproept tot responsabilisering, lijkt het mij niet onlogisch dat daarbij schuldgevoelens ontstaan. Het heeft iets cynisch dat mensen die de kluts kwijt zijn, eerst een zelfscreening moeten doen om de drempel te verlagen.”

Individualisme

Dat overkwam de 24-jarige pr-consulente Emma, die bij depressiehulp.be ten rade ging toen pesterijen op het werk hoog opliepen. Maar hoe verder ze doorklikte, des te sterker ze met haar eigen onmacht geconfronteerd werd. “Als er dan staat ‘praat er met iemand over’ klinkt dat simpel, maar voor mij is dat niet evident. Hetzelfde met tests als ‘denk na over wat je die dag verwezenlijkt hebt’: soms had ik daar echt geen antwoord op. Ik voelde me extra mislukt, en daarover zat ik dan ook nog eens te piekeren.” 

Baat het niet dan schaadt het niet, zou je kunnen denken, maar toch gaan ervaringen als die van Emma verder dan dat. De therapie werkt niet enkel averechts, maar ondermijnt soms ook het geloof in het hele arsenaal aan hulplijnen,  stelt Patrick Luyten. “Iemand die denkt ‘dit is niets voor mij’, veralgemeent dat al snel naar de rest van de hulpverlening. Daarom geloof ik zelf vooral in online tools wanneer ze ingezet worden bij blended care. Daarbij worden gewone gesprekken gecombineerd met online werk. Onderzoek toont aan dat dat wél vaak even effectief is als pure gesprekstherapie.”

Naar goede gewoonte staat Nederland daarin al een pak verder dan België – wie ginds met een lading internethuiswerk van de psycholoog terugkeert, is al lang geen uitzondering meer. Bij ons experimenteren vooral geestelijkegezondheidscentra al met het terugschroeven van het aantal fysieke sessies, en onlinetherapie als vervangend tussendoortje. Klinkt heel progressief, al heeft die ommezwaai ook een dark side: ze wordt mede gevoed door een fikse kostenbesparing. Psychische klachten zijn immers verzuimoorzaak nummer één, en dat betekent stijgende kosten op een moment dat de overheid net de broeksriem wilde aanhalen. 

Voor de ene heet dat productiviteitswinst, maar volgens Lemmens is het vooral een triomf van twee illusies. “Enerzijds dat de mens zichzelf het beste kent, en anderzijds dat je met een simpele procedure jezelf kan genezen. Gesprekken zo vervangen door onlinetools lijkt me vooral een symptoom van een zeer individualistische samenleving. Dan vind ik het belangrijker om dat geld te investeren in langdurige therapieën, bijvoorbeeld.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.