Dinsdag 20/08/2019

Smart city

Digitale wolken pakken samen boven onze steden: hoe hou je ze onder controle?

Beeld Lévi Jacobs

Wie een slimme stad wil, heeft een cloud nodig. Geen wolk waar regen of sneeuw uitvalt, maar een digitale versie die met slimme software de stad leefbaarder maakt. Maar wie controleert die digitale wolken?

Soms vraagt een mens zich af: hoe moeilijk kan het zijn? Terwijl je na één swipebeweging en één tik op de applicatie ‘Mijn vrienden’ in een oogopslag kunt zien waar je vrienden uithangen, slaagt noch De Lijn, noch NMBS erin om een snel, duidelijk overzicht te geven waar bussen of treinen zich bevinden. #fail

Smartphones hebben de lat enorm hoog gelegd op vlak van gebruiksvriendelijkheid en snelheid. Dat is voor een groot deel te danken aan de software op onze slimme telefoons, maar ook de cloud speelt een belangrijker rol. Wie een foto maakt met zijn iPhone en daar 's avonds naar terugkijkt op zijn iPad zonder de twee fysiek met elkaar te verbinden, slaat zijn foto's op in de cloud van Apple. De cloud is een wollige term voor servers vol data die je gemakkelijk kunt opvragen.

Gebruiksvriendelijkheid en snelheid zijn twee eigenschappen waar ook burgemeesters graag mee uitpakken in hun stad. Van slimme verkeerslichten, over intelligente mobiliteit tot slimme afvalophaling. Als iedereen in de stad een smartphone met zich meedraagt, kan het toch niet zo moeilijk zijn om dat te extrapoleren naar een volledige smart city gestuurd uit de cloud.

Kijk naar Quayside, een buurt van 50.000 vierkante meter die de Canadese stad Toronto in oktober van vorig jaar in bruikleen gaf aan Sidewalk Labs. Dat bedrijf is een onderdeel van Alphabet, de paraplu waar ook Google onder opereert.

Het doel? Een slimme stad à la Google. Bedenk om het even welke gekke toepassing waar zelfs de regisseurs van de sciencefictionfilm Minority Report niet aan dachten en Sidewalk Labs belooft het. Een stad vol sensoren die informatie over verkeer, geluid, luchtkwaliteit, energieverbruik, verplaatsingspatronen en afvalophaling moeten helpen registreren. Alle verzamelde data moeten leiden tot constante optimalisatie van de stedelijke omgeving.

Bovendien zullen camera’s het bedrijf helpen om de stad ook fysiek te veranderen. Genieten mensen van de verschillende bankjes in het park of blijkt uit data-analyse dat die bankjes beter meer naar het zuiden gericht worden? Gebruiken mensen het pop-upziekenhuis wanneer de griepepidemie oplaait? Zit die kruidenierswinkel wel op de ideale plek? Zijn de klanten mensen van in de buurt of zijn ze vooral op doorreis?

Over computerkracht om al die verschillende data te registreren en door te sturen naar hun servers om er algoritmes op los te laten, hoeft Sidewalk Labs zich geen zorgen te maken. Als deel van een van de grootste technologiebedrijven ter wereld kan het een beroep doen op een batterij aan servers en slimme datawetenschappers die staan te trappelen om zich uit te leven. In dat stukje Toronto heeft Sidewalk Labs alles voor het zeggen, controle die stadsbesturen niet zomaar willen overgeven aan een zusterbedrijf van allesweter Google.

(Lees verder onder de foto)

De Canadese eerste minister Justin Trudeau bekijkt stadsmodellen van kinderen bij de lancering van het Sidewalk Labs project in Toronto. Beeld REUTERS

Topje van de ijsberg

Daarom rolde Sidewalk Labs begin deze week het Coord uit, dat is een platform waar elke stad mee aan de slag kan zonder meteen alle controle over te hevelen. De platform moet alle mobiliteitsdiensten in een stad samenbrengen. Dat moet coördinatie tussen verschillende mobiliteitsoplossingen binnen steden gemakkelijker maken. “Wij zijn geen mobiliteitsdienst”, zei Stephen Smyth, de CEO van Coord. “Wij zijn het softwareplatform dat alle spelers verbindt.”

Die aankondiging leek hard op die van Jim Hacket, CEO van Ford. Hij liet begin januari weten dat de Amerikaanse autoconstructeur grotere ambities heeft dan enkel auto’s bouwen. Het bedrijf wil een open platform creëren dat niet alleen auto’s met elkaar moet connecteren, maar ook alles waar die wagens mee in contact komen. Denk aan fiets- en autodeelnetwerken, taxidiensten en openbaar vervoer. De naam is toepasselijk Transportation Mobility Cloud.

Smart city-kenner Ingrid Reynaert van technologiefederatie Agoria wijst erop dat de twee voorbeelden maar het topje van de ijsberg vormen. “Op dit moment zien we wereldwijd een wildgroei aan initiatieven die technologie ontwikkelen die steden kunnen helpen in het uitbouwen van hun slimme component.” Reynaert telde er voor haar onderzoek meer dan 700. “Het gaat dan vooral om bedrijven zoals Cisco, Microsoft, Amazon, Google, IBM, Huawei, Bosch of Siemens.” 

Tegelijkertijd experimenteren steeds meer Vlaamse steden met smart city-toepassingen en zijn ze op zoek naar de ideale infrastructuur.

Dat bedrijven zoals Bosch, Siemens of Ford - die we in de eerste plaats kennen van de elektrische zagen, wasmachines en wagens die ze produceren en verkopen - nu volop inzetten op softwaretoepassingen voor een slimme stad is volgens technologieondernemer Jurgen Ingels een logisch gevolg van digitalisering.

“Vroeger kon je perfect auto’s van A tot Z bouwen en daar een bedrijf mee uitbouwen, maar dat volstaat vandaag niet meer. Elk bedrijf moet als een platform denken. Dat wil zeggen dat Ford niet enkel auto’s wil bouwen, maar de autosnelweg wil exploiteren om te overleven.”

Die autosnelweg is een metafoor voor servers vol data – of de cloud – die je kunt gebruiken om nieuwe diensten op aan te bieden. Als Ford niet alleen weet hoe zijn auto's gebruikt worden, maar ook wanneer mensen op zoek gaan naar een deelauto kan het daarop inspelen met een ideale Ford-deeldienst. “Hoe meer mensen en bedrijven gegevens achterlaten op die snelweg, hoe interessanter dat wordt voor Ford.”

Dezelfde redenering kun je doortrekken voor om het even welk ander bedrijf dat in de 21ste eeuw nog een rol van betekenis wil spelen. En wat geldt voor bedrijven, geldt voor steden en overheden. De belangen voor die laatste zijn alleen nog een stuk groter.

Ecosysteem

“De smart city-markt is ongelofelijk groot”, zegt professor Pieter Ballon (VUB/Imec). Hij verwijst naar een van de populairste smart city-domeinen van het moment: mobiliteit. “Stel dat overheden zich niet als platform leren gedragen, dan rijden er in de toekomst zelfrijdende wagens rond die hun data enkel delen met technologiespelers zoals Google en Uber. Dat zijn twee bedrijven die daar op dit moment zwaar in investeren.”

Door zulke bedrijven hun gang te laten gaan, verlies je volgens Ballon in de toekomst alle grip op je stad. “Google en Uber zullen beter kunnen inschatten waar de knopen zitten in onze ruimtelijke ordening. Ze zullen dankzij de data die ze via die zelfrijdende auto’s verzamelen ook beter op de hoogte zijn van de luchtkwaliteit in de stad en bijgevolg de gezondheid van zijn inwoners.”

Steden moeten dus dringend een strategie bedenken om de regie van hun stad in handen te houden. Een eerste voorwaarde om een slimme stad te kunnen runnen, is dat je alle digitale informatie die er in je stad gegenereerd wordt, verwerkt krijgt. Die data neemt niet alleen in hoeveelheid toe, maar ook in grootte. Vroeger bestond data vooral uit lijntjes tekst, ondertussen sturen camera’s foto's en bewegende beelden door.

Dankzij verzamelde data van zelfrijdende wagens zal Uber beter kunnen inschatten waar de knopen zitten in onze ruimtelijke ordening Beeld AP

“Door een beroep te doen op clouddiensten moeten overheden niet zelf een enorm datacenter bouwen en kun je gebruik maken van de nodige veiligheidssystemen die ook van uit de cloud worden aangeboden”, zegt Alexis Malchair van Cisco, een wereldleider op vlak van IT en netwerken.

“Je kunt in een gedigitaliseerde wereld niet alles zelf doen”, bevestigt Jurgen Ingels. “Iedereen heeft belang bij een ecosysteem waar iedereen elkaar vertrouwt.” 

Zelfs concurrenten zijn door digitalisering soms op elkaar aangewezen om samen te werken. Kijk naar Netflix, dat is een van de grootste klanten van Amazon Web Services, dat zijn de servers die Amazon aanbiedt aan individuen en bedrijven om hun data op te slaan. Dat is opvallend, zeker als je weet dat Netflix en Amazon tegelijkertijd ook een soort concurrent zijn in de entertainmentsector. Ook Amazon produceert steeds meer films en series en bouwt met Prime een streamingdienst uit.

Stad als platform

Maar vooraleer de hoeveelheid aan data voor steden een probleem wordt, liggen er voor overheden nog andere drempels. “Smart city-initiatieven zijn nog heel lokaal en niche. Interessante informatie zit verspreid bij overheden, overheidsbedrijven, intercommunales en andere. Die silo’s moet je doorbreken om echt stappen te zetten”, zegt Malchair.

Pieter Ballon is al twee jaar bezig om die silo’s omver te werpen. Hij kreeg de opdracht van Vlaams minister van Innovatie Philippe Muyters (N-VA) om dertien centrumsteden en Brussel klaar te maken voor Smart Flanders. Die steden zullen in het voorjaar een charter ondertekenen waarin ze afspraken maken over technische standaarden voor data. Het is ook de bedoeling dat er een afgestemde filosofie komt over hoe steden veilig en transparant zullen omgaan met realtimedata en hoe ze die gegevens zullen openstellen voor bedrijven.

Ballon hoopt dat Smart Flanders de geesten verlicht om ook snel stap twee te zetten. Om in Vlaanderen een vuist te kunnen maken, is het cruciaal dat bijvoorbeeld MIVB, De Lijn en de NMBS hun data openstellen.

Vraag is of die open data niet net de deur openen voor grote technologiereuzen om nog meer voorsprong te nemen op steden? Moeten we die data niet net afschermen van zulke giganten om de privacy van burgers te beschermen? Jurgen Ingels is overtuigd van niet. “Door als overheid een opendatabeleid te voeren, creëer je zelf een platform en bepaal je zelf de spelregels. Op die manier krijgt een kleine start-up evenveel kans als Google om een slimme mobiliteitsapp te maken. Iedereen kan toepassingen bouwen. Maar je wordt niet afhankelijk van Google als platform.”

Het mooiste voorbeeld van wie die opendatastrategie al enkele jaren succesvol toepast, is Barcelona. De Catalaanse hoofdstad investeert al jaren miljoenen euro’s in de ontwikkeling van CityOS. Dat kun je vergelijken met het besturingssysteem op je smartphone, maar dan op stadsniveau. CityOS rijgt alle bestaande en toekomstige smart city-diensten of apps aan elkaar. Denk aan sensoren die het waterverbruik in steden gereduceerd hebben, maar ook aan een geïntegreerde app waar alle mobiliteitsvoorzieningen in verwerkt worden met een duidelijk ticketingsysteem.

CityOS wordt niet ontwikkeld door de stad zelf, maar door een consortium aan bedrijven met onder andere het Amerikaanse technologiebedrijf Cisco, het Spaanse telecombedrijf Tellnex Telecom en de Franse nutsgroep Engie. Daarrond bewegen nog een hele groep kleine, innovatieve start-ups en lokale kmo’s. In dat systeem controleren burgers constant of er geen misbruik gemaakt wordt van inzichten, zij bepalen bovendien welke projecten voorrang krijgen in de slimme stad.

Zoeken naar je trein op de huidige infoschermen. Om in Vlaanderen een vuist te kunnen maken, is het cruciaal dat bijvoorbeeld MIVB, De Lijn en de NMBS hun data openstellen. Beeld Photo News

En mensen?

Alexis Malchair van Cisco wijst erop dat het smart city-verhaal in de eerste plaats niets met technologie te maken heeft. “Het gaat om beleid. Wat wil je als overheid bereiken? Hoe ga je burgers betrekken?”

Bij Microsoft treden ze die visie bij. Om te weten wat je als overheid wil bereiken, kun je als bestuur wel een beroep doen op technologie. “Je kunt dat organiseren met wat wij een Citizen Relationship System noemen”, zegt Johan Torfs van Microsoft. “In elke stad heb je verschillende doelgroepen: inwoners, mensen die enkel komen werken, toeristen enzovoort. Je kunt die smart city-technologie inzetten om naar die groepen te luisteren. Denk aan het monitoren van alle sociale media om hen betere diensten te leveren. Op die manier kun je als stad beslissingen nemen in functie van mensen.”

Want ja, in heel dat slimmestadverhaal vol sensoren, servers en algoritmes zitten ook nog mensen. Hebben die überhaupt iets te winnen bij die virtuele slimme wolken boven de stad? Worden zij niet verplicht om persoonlijke gegevens te delen voor diensten die ze eigenlijk niet willen?

“Heel wat smart city-oplossingen kunnen gebouwd worden met sensordata, daar hoef je als individu geen persoonlijke gegevens voor af te staan”, zegt Ingrid Reynaert van Agoria. Daarnaast moet de De Europese Verordening Gegevensbescherming of GDPR persoonsgebonden gegevens van burgers beschermen. Voor elke toepassing die je bouwt waarbij je persoonlijke data gebruikt, heb je in principe toestemming nodig van de burger.

“Data moeten altijd eigendom blijven van burgers en overheden”, benadrukt Joan Van Loon van IBM, “Dankzij goed uitgedachte smart city-initiatieven ontstaat er een soort co-creatie tussen burger, overheid en bedrijven. Daardoor zullen burgers alle soorten data naar waarde leren schatten.”

Denk aan de asymmetrie die vandaag bestaat op een sociaal netwerk zoals Facebook. Het bedrijf van Mark Zuckerberg verzamelt gegevens over gebruikers, terwijl die gebruikers bitter weinig te weten komen over hoe de interne keuken van Facebook precies draait. “Die verhouding mag in de slimme stad niet ontstaan.”

++++++++++++++++

Wat is de cloud?

Het principe is heel eenvoudig: individuen en bedrijven die hun data opslaan op andermans server. Op die server bieden technologiespelers zoals Amazon, Google en Microsoft serverruimte, rekenkracht, data- en systeembeveiliging. In vele gevallen bieden zulke bedrijven nog extra diensten aan tegen betaling. De technologietrio heeft zo specifieke smart city-toepassingen, die het aanbiedt in de cloud. Naast die grote drie proberen bedrijven zoals Ford, Huawei, Bosch en Siemens steden te overtuigen met een smart city-cloud.

3 toepassingen van grote spelers

1. Coord

Alphabet richt zich met dit project vooral op mobiliteit. Het wil alle mobiliteitsopties in kaart brengen en coördineren zodat je als burger steeds in real time alle informatie hebt over wegen, taxi’s, deelplatformen en openbaar vervoer.

2. Smart City Solutions on AWS

Amazon wil burgers sneller bedienen, het milieu beter beschermen aan de hand van data en verspilling tegengaan. New York gebruikt de cloud om met behulp van camerabeelden en input van burgers de infrastructuur van de stad in kaart te brengen en aanpassingen te doen waar nodig.

3. Microsoft CityNext

Steden kunnen de cloud van Microsoft inzetten om beter te communiceren met burgers, het onderwijs te innoveren en de steden duurzamer en veiliger te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden