Maandag 26/08/2019

Diego, de honderdjarige die dankzij zijn seksdrive zijn soort redde

Door honderden nakomelingen te verwekken behoedde Diego, een reuzenschildpad op de Galapagoseilanden, zijn soort voor uitsterven. Dat kunststukje was helaas niet weggelegd voor een andere schildpad, Lonesome George.

Reuzenschildpad Diego zorgde voor honderden nakomelingen, en denkt nog lang niet aan stoppen. Beeld NYT

Het Charles Darwin Research Station op de Galapagoseilanden. Van alle reuzenschildpadden op deze eilanden, waar de evolutietheorie ontstond, hebben er maar een paar een naam gekregen die de geschiedenis is ingegaan.

Zo was er Popeye, die opgroeide en leefde op een Ecuadoraanse marinebasis. Er was Lonesome George, die de wijfjes die zijn pad kruisten in zijn verblijf maar bleef mijden. En er is dus Diego, een oud mannetje dat totaal het tegenovergestelde van George is.

Blijde terugkeer

Diego is de vader van honderden nakomelingen – 350 volgens voorzichtige schattingen, 800 volgens optimistische tellingen. Het is hoe dan ook goed nieuws voor de soort, Chelonoidis hoodensis, die in de jaren 70 ei zo na uitgestorven was. Er bleven toen nog maar een paar tientallen over, voornamelijk wijfjes. Toen kwam Diego, die in 1977 van de San Diego Zoo naar de Galapagoseilanden terugkeerde.

Hij zal zich tot zijn dood blijven voortplanten, zegt Freddy Villalva, die Diego en veel van zijn nakomelingen verzorgt in het broedcentrum van de onderzoeksinstelling. De schildpadden worden meestal meer dan 100 jaar oud.

De verhalen van Diego en George illustreren hoe belangrijk de Galapagoseilanden – een provincie van Ecuador – zijn als internationaal evolutielaboratorium. Heel vaak hangt het voortbestaan van een volledige soort, die al miljoenen jaren bestaat, hier af van de vraag of één of twee exemplaren de volgende dag halen of niet.

Diego en zijn kroost maken deel uit van een van de grootste inspanningen om de schildpaddenpopulatie op de Galapagoseilanden in stand te houden. De schildpad, die zo’n 100 jaar oud is, is een van de voornaamste motoren achter de bijzondere wederopstanding van de hoodensis-soort. Op dit moment leven er ongeveer duizend van op Española, een van de Galapagoseilanden.

Harde klap

Zijn verhaal vormt een groot contrast met dat van Lonesome George, wellicht een van de bekendste bewoners van de Galapagoseilanden toen hij in 2012 op ongeveer 100-jarige leeftijd overleed. Zijn soort, Chelonoidis abingdonii, bestaat alleen nog maar op T-shirts en ansichtkaarten, omdat George, die in 1971 op het eiland Pinta werd gevonden door een slakkenbioloog, in gevangenschap nooit nakomelingen verwekte.

Naar schatting 11 van de 115 bekende diersoorten zijn uitgestorven sinds wetenschappers gegevens begonnen bij te houden op de Galapagoseilanden. Maar door de uitbouw van een nationaal park en de inzet van wetenschappers is het uitsterven van nog meer diersoorten uitzonderlijk geworden. Daarom was de dood van George ook zo’n harde klap.

Wetenschappers deden al wat ze konden om meer nakomelingen uit George te krijgen. Pas na zijn dood wees een autopsie uit dat een gebrek aan potentie niet het probleem was, maar een anatomische aandoening van zijn geslachtsorgaan. “We praten er niet graag over”, zegt James P. Gibbs, een professor biologie gespecialiseerd in de bescherming van gewervelde dieren aan het New York College of Environmental Science and Forestry in Syracuse en een van de meest vooraanstaande schildpaddenexperts, half lachend.

Dr. Gibbs was op de Galapagoseilanden om het opgezette lichaam van George terug te brengen, dat permanent bewaard zal worden in een soort mausoleum op een van de eilanden.

Meeneemmaaltijd

Zowel George als Diego hadden kleinere schilden dan andere soorten, en een lange nek om beter bij de weinige cactussen te geraken die op het winderige eiland groeien. In zekere mate waren die kleine schilden een juk voor beide huizen: de abingdonii en de hoodensis waren een makkelijke prooi voor de boekaniers en walvisvaarders die in de voorbije eeuwen aanmeerden op de eilanden en die de traag bewegende en kwetsbare schildpadden beschouwden als makkelijke maaltijden die ze konden meenemen op hun boot.

Het hielp ook niet dat de reuzenschildpadden een jaar lang kunnen overleven in de romp van een schip en zo een permanente bron van voedsel zijn. Met honderden werden ze opgeslagen in het ruim, soms werden ze massaal overboord gekieperd om gewicht te verliezen.

Een van de mensen die zich overvloedig voedde met schildpad, was Charles Darwin. “We leefden compleet op schildpaddenvlees, de borstplaat, geroosterd met vlees erop, is heel lekker; en van de jonge schildpadden maak je heerlijke soep”, schreef Darwin in 1839, ongeveer op het hoogtepunt van de grote schildpaddenslachting, toen 200.000 dieren werden vermoord op de Galapagoseilanden.

Uiteindelijk leidden vinken hem naar de evolutietheorie, niet schildpadden. “Misschien heeft hij zijn beste studieobjecten wel opgegeten”, zucht dr. Gibbs. 

© The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden