Dinsdag 29/09/2020

Lichaam

De wetenschap achter zweten

Beeld © Zoonar.com/Danil Roudenko

Hijgen, zweten, puffen: in de zomer laten we ons massaal van onze klamste kant zien. Toch zijn niet bij iedereen de transpiratievlekken even omvangrijk. Hoe komt het sommigen overmatig zweten, en anderen bijna niet?

De voorbije weken glibberden we langs elkaar heen als passievruchtpitjes in de schil. De broeierige temperaturen zorgden ervoor dat we emmers zweet verloren. Dat is volkomen normaal, aangezien zweet het lichaam helpt om af te koelen. Toch maakte het zeer diverse arsenaal aan rorschachvlekken op kledingstukken duidelijk dat de ene transpireerder de andere niet is.

Van een charmant beneveld voorhoofd tot een buitensporige okselvijver: de manier waarop we zweten hangt af van verschillende factoren, weet Chris Callewaert van het Centrum van Microbiële Ecologie en Technologie (CMET) van het UGent.

“De hoeveelheid zweet die je produceert staat in verband met je metabolisme, met je hormonen en met je lichaamsoppervlakte. Ook een ongezonde levensstijl en de hoeveelheid voedsel die je tot je hebt genomen spelen een rol.”

Met andere woorden: iemand die net een calorierijke barbecue achter de kiezen heeft zal zijn tuinstoel zompiger achterlaten dan iemand die een bescheiden insalata caprese verorberde. “Wanneer je jezelf aan tafel hebt laten gaan, geven je mondreceptoren een signaal aan de hypothalamus in de hersenen dat er een grote hoeveelheid (vettig) eten aankomt die veel energie zal vrijmaken, en dat je lichaam dus maar best afkoelt.”

Ook zij die doorgaans meer stress ervaren, komen klammer voor de dag dan de meer relaxte medemens. Dat heeft volgens Callewaert een evolutionaire oorsprong. Stress triggert de fight or flight-reflex. “Als een dier meer zweet produceert, gaat de vochtige vacht of huid ervoor zorgen dat het sneller kan vluchten tussen de struiken en de bosjes. En de geur houdt roofdieren ook wat meer op afstand.”

We kunnen er inderdaad niet omheen: het aroma van de zomer dringt zelfs via het opaakste mondmasker onze neusgaten in. “Steriel zweet heeft eigenlijk geen geur”, zegt Callewaert. “Wat je ruikt wordt bepaald door de lipiden, hormonen en aminozuren die je onder je oksel produceert, én van de bacteriën die daar leven. Dat is per persoon verschillend, en is afhankelijk van onder andere je lichaamsomvang, je (on)gezonde voedingspatroon maar ook je geslacht. Mannen hebben doorgaans meer bacteriën van het geslacht corynebacterium, die een ietwat zurige geur afgeven, terwijl vrouwen meer stafylokokken herbergen, die meer naar ajuin ruiken.”

Volgens Callewaert valt er een breed scala aan okselgeuren op te tekenen. Hij kan het weten. Zijn onderzoek naar lichaamsgeuren leverde hem de bijnaam Dokter Oksel op. “Het is niet allemaal kommer en kwel. Sommige oksels geuren inderdaad muf, anderen dan weer wat pikanter of wat meer naar boter, maar okselgeur kan ook goed ruiken, een beetje floraal zelfs.” En wat met de claim dat het zweet van je lief nooit stinkt? “Dat is een tikje geromantiseerd, al zit er wel een grond van waarheid in. We zullen instinctief op zoek gaan naar een partner die anders ruikt dan wijzelf, die andere bacteriën en andere metabolieten herbergt, en dus waarschijnlijk andere genen heeft – wat de kans op een gezond kind dus vergroot.”

Of hoe botergeur en ajuinenstank op meer dan één vlak compatibel zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234