Donderdag 21/11/2019

Vrouw

De terreur van de biologische klok

Beeld Nina Vandeweghe

Een bewijs dat ze echt bestaat, is er niet. Maar toch horen veel vrouwen haar tikken: de biologische klok. Waarom raken ze zo in paniek als ze, eenmaal de 30 gepasseerd, nog geen moeder zijn? Is dat überhaupt het hoogste goed in het leven, een kind baren?

"Mijn beste jaren! Verspild!” Mannen hoor je dat na een relatiebreuk niet roepen. Maar vrouwen begrijpen meteen waar het over gaat: onze voorraad eitjes is beperkt, weten ze. Als ze voorbij de 30 nog een nieuw lief moeten zoeken, zich ervan vergewissen dat hij of zij een goede vader of meemoeder zou zijn, én ook nog eens op tijd zwanger worden, is het misschien al te laat. Die race tegen wat we de biologische klok noemen, bezorgt veel vrouwen slapeloze nachten: elk jaar worden ze minder vruchtbaar, leren ze. Tik. Tak.

Wat opvalt in alle berichtgeving over dit onderwerp, is hoe het steeds alleen maar over vrouwen gaat. Zij lijden aan ‘rammelende eierstokken’, zij worden eens de 30 gepasseerd en masse overvallen door een dwingende kinderwens. Nochtans is er geen overtuigend biologisch bewijs voor dat fenomeen, geen hormoon dat bij vrouwen een plotse kinderwens doet ontspruiten. Toch lijken alleen zij die luid tikkende biologische klokken in hun voortplantingsorganen mee te dragen.

Dat merkte ook de Amerikaanse schrijfster en historica Moira Weigel: zij ging daarom de geschiedenis van het concept ‘biologische klok’ onderzoeken. Wetenschappers gebruikten de term aanvankelijk om slaap- en waakritmes te beschrijven. In zijn huidige betekenis dook de term voor het eerst op in de late jaren 70. ‘De klok tikt voor de carrièrevrouw’ kopte The Washington Post in 1978, er voor het gemak van ­uitgaand dat álle vrouwen kinderen willen. Het discours van journalist Richard Cohen werd razendsnel opgepikt. Kranten en tijdschriften ontploften van de tranerige doemverhalen van vrouwen die spijt hadden er niet aan begonnen te zijn toen het nog kon. Niet toevallig, vermoedt Weigel, waren er in 1978 meer vrouwen dan ooit carrières aan het opbouwen.

Die artikels over de biologische klok impliceerden dat vrouwen nog zulke professionele broekpakken konden dragen als ze wilden, ze zouden toch nooit ontsnappen aan de biologische realiteit. Hun lichamen zouden op een gegeven moment gaan smachten naar bevruchting. Dat moet op tijd gebeuren, schreven en schrijven journalisten, zwaaiend met onheilspellende cijfers. ‘Baby vs. career’ prijkte in 2002 op de cover van Time Magazine. Vrouwen móéten kiezen, dat is vandaag nog steeds de boodschap. Want, las ik in Flair, ‘je vruchtbaarheid neemt na je 35ste in snel tempo af’. In de vrouwenbladen bots je nog steeds regelmatig op getuigenissen van vrouwen die overwerkt, kinderloos en alleen achterblijven.

Vertekend beeld

Een Amerikaanse onderzoekster, professor Jean Twenge, legde vaak geciteerde cijfers over leeftijd en vruchtbaarheid onder de loep. De cijfers die de media en zelfs veel gynaecologen hanteren – vanaf 27 daalt de vruchtbaarheid, vanaf 35 gaat het steil naar beneden – merkte ze, zijn gebaseerd op één onderzoek uit 2004.

Die studie vertrok van historische Franse geboortecijfers. Van 1670 tot 1830. Lang voor antibiotica, de pil en goede gynaecologische kennis.

Er zijn overigens opvallend weinig gedegen studies naar leeftijd en natuurlijke vruchtbaarheid, zegt Twenge. De meeste cijfers komen van patiënten die fertiliteitsklinieken bezoeken – dat geeft natuurlijk al een vertekend beeld.

Haast onmogelijk

Bovendien, stelt Twenge, is het haast onmogelijk om alle variabelen binnen de hele populatie in kaart te brengen. Hoeveel koppels krijgen geen kinderen omdat ze niet willen? Wie zit aan de anticonceptie? Hebben de koppels seks op vruchtbare dagen? Zo is het erg moeilijk om een volledig beeld te krijgen van hoe het nu exact zit met leeftijd en vruchtbaarheid.

Maar zelfs met die bedenkingen in het achterhoofd vond Twenge nog een heleboel studies die een genuanceerder geluid laten horen. Een studie uit 2004 volgde 770 Europese vrouwen met een kinderwens. Binnen het jaar was 86 procent van de 27- tot 34-jarigen zwanger, en nog een mooie 82 procent van de 35- tot 39-jarigen. Volgens een Deense studie uit 2013 met 2.820 vrouwen, raakte 84 procent van de 20- tot 34-jarigen binnen het jaar zwanger, en nog 78 procent van de 35- tot 40-jarigen. Een andere Amerikaanse studie uit datzelfde jaar volgde 38- en 39-jarigen die al eerder zwanger waren geweest – 80 procent van de vrouwen met een normaal gewicht raakte binnen de zes maanden weer zwanger.

Petra De Sutter, fertiliteitsarts bij het UZ Gent en senator voor Groen, vindt de bedenkingen van Twenge interessant. “Maar”, zegt ze,”het blijft onmiskenbaar zo dat vruchtbaarheid daalt met de leeftijd. Als je er de cijfers van donorinseminaties bij pakt – wat dus bij alleenstaanden of ­lesbische koppels niets te maken heeft met onvruchtbaarheid – dan zie je het ook. Wel is het zo dat het allicht meer de ovariële leeftijd dan de kalenderleeftijd is die een effect heeft op de kans. De ovariële leeftijd heeft te maken met de ovariële reserve, die voor elke vrouw anders is. Dat is genetisch bepaald en meet je door middel van het AMH, het Anti-Mülleriaans Hormoon. De eierstokken kunnen sneller of trager verouderen dan de rest van het lichaam.

“Ook andere zaken kunnen een invloed hebben op de vruchtbaarheid: een vrouw van 40 in perfecte gezondheid loopt minder risico dan een vrouw van 30 die rookt. Suikerziekte en overgewicht zijn eveneens risicofactoren. De knik ligt bij elke vrouw elders.”

En wat met het risico op afwijkingen bij de vrucht? Dat stijgt inderdaad met de leeftijd, zegt Twenge. Maar minder drastisch dan je zou denken, als je afgaat op de doemberichten. Bij 35-jarige vrouwen blijkt 99 procent van de foetussen bij een vlokkentest chromosomaal normaal. Bij 40-jarige moeders is dat nog 97 procent, en bij 45-jarigen 87 procent. Heel veel van die ‘abnormale’ foetussen verliezen de moeders vanzelf. Met de invoering van steeds betere bloedtesten, zoals onlangs de NIPT-test, kan dat risico steeds beter ingeschat worden.

Veel te weinig seks

Maar toch: steeds meer vrouwen worden zwanger na een vruchtbaarheidsbehandeling. Een flinke 7 procent van de vrouwen, volgens het jaarverslag van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie uit 2015. De stijgende leeftijd van de moeder is volgens alle in de media geciteerde experts een belangrijke oorzaak. Maar volgens De Sutter speelt ook mee dat mensen heel snel de weg vinden naar fertiliteitscentra, wetende dat behandelingen terugbetaald zullen worden. Te snel, soms: “Er zijn koppels bij wie het door lichamelijke problemen echt niet lukt. Maar we raden toch altijd aan om minstens een jaar te proberen en dan zeker voldoende betrekkingen te hebben. Sommigen hebben dus veel te weinig seks om op korte termijn zwanger te worden.”

Beeld Nina Vandeweghe

“Vrouwen beginnen, eens de 30 gepasseerd, te panikeren en hun leven anders te organiseren, bang gemaakt door al te pessimistische data”, concludeert Twenge. “Maar pas vanaf je 40ste gaat de vruchtbaarheid echt drastisch achteruit. Als je de 35 al voorbij bent, kun je veel goed­maken door voldoende seks te hebben, tijdens de ei­sprong.”

Feit blijft dat we onze lichamen niet kunnen overstijgen. Vruchtbaarheid daalt met de leeftijd. Punt.

Fertiliteitsexperts pleiten daarom regelmatig voor bewustwordingscampagnes: Herman Tournaye (UZ Brussel) beweerde vorig jaar nog in deze krant dat hij het hoog tijd vond voor een ‘Een slimme meid krijgt haar kind op tijd’-campagne. Veel vrouwen steigeren bij die zin. Een slimme meid wordt geacht én aan haar carrière te werken, én een geschikte partner te vinden, én zich voort te planten, en dat allemaal tegelijk.

Maar zelfs een slimme meid kan haar leven niet altijd zo strak regisseren. “Toen ik op mijn 38ste op controle ging, gaf mijn gynaecoloog me een veeg uit de pan”, vertelt Barbara. “Dat ik ‘zo’n trage’ ben en ‘toch best eens een beter lief zocht’, want ja, de tijd dringt. Alsof ik dat zelf voor het kiezen heb!”

We krijgen onze kinderen dan ook steeds later. Volgens Kind & Gezin staan de geboortes bij twintigers op het laagste peil sinds de Tweede Wereldoorlog. Steeds meer vrouwen laten daarom hun eitjes invriezen, zodat ze later, eens ze die job en die partner hebben, toch nog zwanger kunnen worden. Maar dat is een dure ingreep, die bovendien geen garantie op succes biedt. Idealiter zou je je eitjes zo jong mogelijk in de vriezer moeten steken, op een moment dat de meeste vrouwen nog niet de financiële ruimte hebben om de ingreep te betalen.

Bovendien verandert die mogelijkheid niets aan de maatschappelijke realiteit: (jonge) kinderen en een veeleisende baan blijven voor vrouwen lastig te combineren. “We mogen de verantwoordelijkheid niet bij individuele vrouwen leggen”, zegt Petra De Sutter. “De politiek kan ook een rol spelen. Zorg bijvoorbeeld voor betere kinderopvang in grote bedrijven en overheidsinstellingen. Of maak bij bevorderingsprocedures verplicht dat de tijd die een vrouw heeft gespendeerd aan zorg voor de kinderen, niet negatief wordt ­beoordeeld.”

En de mannen?

We zijn al een half artikel verder, en de mannen zijn nog steeds buiten schot gebleven. Ja maar, die kunnen hun zaad verspreiden zolang ze nog een stijve kunnen krijgen, toch? Niet altijd: ook de mannelijke vruchtbaarheid neemt af met de leeftijd, al is het dan minder snel dan bij vrouwen.

En ook de kwaliteit van het zaad daalt, waardoor het risico op geboorteafwijkingen stijgt. Volgens de Amerikaanse Society of Reproductive Medicine ligt het vruchtbaarheidsprobleem in 40 procent van de gevallen bij de vrouw, bij 20 procent weten ze het niet. Maar in 40 procent van de gevallen is het dus de man die niet kan bevruchten.

De paniekverhalen over vrouwen die te laat aan kinderen beginnen, zijn zo uit de lucht te plukken. Over onvruchtbare mannen wordt zelden gerept. Eenzame uitzondering is de dappere vriend van illustratrice Eva Mouton, die in de media erg openhartig is over hoe zwaar de fertiliteitsbehandelingen op haar wogen. “Ik ben verminderd vruchtbaar,” zegt haar partner, “en mannen zouden daar vaker over moeten praten.”

Er zijn natuurlijk wel mannen die lijden onder een om wat voor reden dan ook onvervulde kinderwens, maar hun verhalen lees je niet. Door die stilte te doorbreken, zouden we duidelijk kunnen maken dat niet álle verantwoordelijkheid voor de reproductie in de vrouwenschoot ligt.

Halina Reijn

Voor wie er niet in geslaagd is alles op tijd voor elkaar te krijgen, weegt de onvrijwillige kinderloosheid vaak zwaar. Toen actrice Halina Reijn daar over getuigde, regende het reacties van lotgenotes. Weer bleef het opvallend stil onder de mannen.

Het verdriet van ongewenst kinderloze vrouwen is begrijpelijk: ze groeien op in een wereld die vrouwen nog steeds vooral als moeders ziet. Zelfs politica Hillary Clinton beschrijft zichzelf op haar Twitter-account in de allereerste plaats als ‘Wife, mom and grandma’. Ter vergelijking: echtgenoot Bill, vader en groot­vader van hetzelfde kroost, beschrijft zichzelf op Twitter alleen maar als ‘Founder Clinton Foundation and 42nd President of the United States’.

Die dubbele standaard voelt essayiste Rebecca Solnit voortdurend – zij is tevreden kinderloos. “Het had evengoed anders kunnen lopen, maar ik heb geen kinderen”, schrijft ze. “Ik heb daar nooit onder geleden. Ik heb een goed, liefdevol leven. Ik heb een partner. Ik ben graag tante. Ik schrijf!”

Toch krijgt ze na interviews heel vaak vragen uit het publiek, over haar ongebruikte baarmoeder en hoe ze zich daar bij voelt. Na een lezing over Virginia Woolf was de eerste vraag die ze kreeg of ze het geen doodzonde vond dat Woolf zich niet had voortgeplant. Woolf, die een oeuvre heeft nagelaten dat duurzamer is dan een nageslacht! Niemand stelt zich die vraag bij een ­kinderloze mannelijke schrijver. Vrouwen die nooit de moederrol spelen zijn eigenaardiger, zieliger ook, dan mannen die nooit vader worden.

Vrouwelijke identiteit

Het is dus niet gek dat vrouwen meer dan mannen zo’n sterke kinderwens voelen: kinderen worden hen nog steeds gepresenteerd als het enige mogelijke pad naar ware vervulling. Geluk betekent, leren vrouwen: al je bordjes draaiende weten te houden: partner, kroost, vastgoed en een spannend seksleven. Maar heel veel vrouwen hebben al die dingen en voelen zich nog steeds miserabel, merkt Solnit.

Moederschap, schrijft ze, is de kern van de vrouwelijke identiteit, want we geloven dat kinderen de beste manier zijn om je liefde ten volle te ontplooien. Maar er zijn zo veel dingen om lief te hebben die níét je eigen kinderen zijn. Vrouwen kunnen schrijven en uitvinden, politiek bedrijven en aan activisme doen. Onderwijzen. Vrienden helpen. Die dingen valideren we te zelden als de daden van liefde die ze ook zijn. Als vormen van liefhebben die de samenleving ook ten goede komen.

Als vrouwen zouden leren dat het moederschap niet de enige weg naar geluk is, zouden ze de levensjaren waarin ze zich niet hebben voortgeplant, misschien niet zo snel ‘verspild’ noemen. Zou het getik van hun biologische klok het kleine plezier van het alledaagse leven niet overstemmen. Zou een kinderloos leven gewoon een ander levenspad zijn, in plaats van een tragisch lot. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234