Zondag 15/12/2019

Klimaatopwarming

De staat van het klimaat: gaat de wereld naar de haaien of is het allemaal flauwe praat?

Beeld BELGAIMAGE

Dat de aarde opwarmt, daar zijn we het allemaal – op één bewoner van het Witte Huis na – over eens. Maar over de gevolgen van die opwarming zijn de meningen verdeeld. Humo en De Morgen gaan bij een uitgelezen panel van internationale specialisten op zoek naar eerlijke antwoorden: de zeven plagen van de klimaatopwarming, en wat de mens eraan kan doen. “Als ik de krant lees, denk ik: de feiten zijn al erg genoeg, waarom moeten we nog overdrijven?”

1. Stijging van het zeeniveau

Waarom stijgt het zeeniveau?

Philippe Huybrechts, glacioloog aan de VUB en lid van het VN-klimaatpanel IPCC: “Voornamelijk door het afsmelten van ijskappen en gletsjers. Gletsjers zijn onze beste klimaatindicator. Ze reageren met vertraging op het klimaat van vijftig jaar geleden. Zelfs als de opwarming vandaag stopt, zullen ze zich nog kilometers terugtrekken alvorens te stabiliseren. Door de opwarming zullen heel wat van onze gletsjers onherroepelijk verdwijnen. Dat is spijtig, maar de gevolgen zijn niet zo dramatisch.

“Momenteel ligt er op aarde landijs met een equivalent van 65 meter zeeniveau: 56 meter op Antarctica, 7 meter in Groenland en ongeveer 25 centimeter aan berggletsjers en kleinere ijskappen. Dus als alle berggletsjers ter wereld afsmelten, stijgt het zeeniveau met 25 centimeter.”

Niet alleen de gletsjers smelten, maar ook de ijskappen.

“Ja, maar dat gaat heus niet zo snel. En smeltend zee-ijs heeft géén effect op het zeeniveau.”

Jacques van Nederpelt, landbouwkundige aan de universiteiten van Amsterdam en Utrecht: “Men gooit al het ijs ter wereld graag op één hoopje. Maar een ijsklontje dat in een vol glas water smelt, doet het glas niet overlopen. Dat is de wet van Archimedes. Alleen ijs dat op het land ligt en in zee terechtkomt, zoals de ijskappen van Groenland en Antarctica, voegt water aan de oceaan toe. De ijsmassa op Antarctica is kilometers dik en vele miljoenen kubieke kilometers in omvang. Die ijsmassa brokkelt voorlopig aan de randen af. Landinwaarts merken we het tegenovergestelde effect: door de opwarming van de dampkring valt daar meer sneeuw, waardoor de ijskap aangroeit.”

Onlangs zag ik in de krant een hertekende landkaart: Gent lag aan de zee en Nederland was zo goed als verdwenen. Hoe realistisch is dat?

Huybrechts: “Als ik zulke dingen lees, dan denk ik: de opwarming van de aarde is op zich al erg genoeg, waarom moeten we ze ook nog overdrijven?

Kijk, momenteel zitten we met een stijging van het zeeniveau van ongeveer 3,5 millimeter per jaar. Tegen 2100 zal de zeespiegel tussen de 30 en 80 centimeter gestegen zijn, maar daar beschermen we ons nu al tegen, door dijken te verhogen. Pas wanneer het water met meer dan drie meter stijgt, zullen grote rivieren als de Maas, de Rijn en de Schelde niet langer kunnen afwateren, waardoor ze zullen overstromen.

Zelfs áls de opwarming van de aarde zich doorzet, wat nog altijd geen zekerheid is, dan zal het nog honderden jaren duren voor Vlaanderen verzuipt. De kans dat het nooit zover komt, lijkt mij groter.”

De stijging van de zeespiegel zorgt wel al voor problemen: in de Stille Zuidzee staat het water verschillende eilandbewoners al aan de lippen.

“Dat valt helaas niet meer te voorkomen. Een temperatuurstijging van 2 graden is te veel voor atollen die maar een halve meter boven het zeeniveau liggen. Ik vermoed dat ze tegen het einde van de eeuw worden ontruimd.”

Van Nederpelt: “Die eilanden staan er beroerd voor, al wonen er maar een paar duizend mensen. Men zoomt er graag op in omdat de beelden erg dramatisch zijn, maar we moeten eerlijk zijn: op wereldschaal heeft dat niet zoveel te betekenen.”

Een opgedroogd meer in India Beeld thinkstock

2. Voedsel

Onze voedselproductie is erg gevoelig voor de klimaatverandering. Regen, droogte, hittegolven, vriesperiodes en overstromingen beïnvloeden de oogst of de groei van de veestapel. Internationale rapporten waarschuwen al langer voor een dreigende instabiliteit in onze voedselproductie.

Richard Tol, hoogleraar klimaateconomie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en sinds 1994 lid van het VN-klimaatpanel IPCC: “Dat is een negatieve boodschap, terwijl de laatste modellen net positief zijn: ze tonen aan dat de voedselopbrengst onder invloed van een gemiddelde klimaatverandering zal toenemen. Dat komt door de zogenaamde CO2-bemesting: meer CO2 in de lucht doet planten sneller groeien en maakt ze water-efficiënter. Dezelfde modellen laten ook zien dat de negatieve gevolgen van de klimaatverandering de positieve gevolgen van de CO2-bemesting pas op het einde van deze eeuw zullen tenietdoen. Op de korte termijn hebben we dus niets te vrezen.”

Heeft die CO2-bemesting ook een impact op de kwaliteit van de gewassen?

Kristie Ebi, directeur van het Center for Health and the Global Environment aan de Universiteit van Washington: “Ons onderzoek toont aan dat het volume van rijst en graan wel stijgt, maar dat de concentratie proteïnen, ijzer en zink daalt. De algemene kwaliteit van onze graangewassen kán op termijn dalen, maar alleen als we tegen die tijd nog geen oplossingen hebben gevonden.”

Tol: “In de landbouw is er al duizenden jaren een voortdurende technologische vooruitgang. Er is geen reden om aan te nemen dat die plots zou stoppen. Er is een grote bezorgdheid over Afrika, maar op dezelfde grond en in hetzelfde klimaat kun je daar vandaag al met een betere techniek tien keer zoveel uit het land halen.”

Ik las dat de impact van de klimaatverandering op onze voedselkwaliteit een half miljoen doden per jaar zal eisen.

Ebi: “Dat is een kortzichtige voorspelling. Jaren geleden voorspelde men voor sommige delen van de wereld een enorme achteruitgang in de landbouwproductie. Zulke studies gingen ervan uit dat boeren jaar na jaar hetzelfde gewas zouden kweken, zelfs na twee mislukte oogsten. Maar boeren zijn toch niet dom? Na een mislukte oogst zoeken ze een ander gewas om hun familie te voeden.”

Door de opwarming zouden de arctische gebieden vergroenen en zouden er enorme landbouwgebieden in Canada, Rusland en Scandinavië vrijkomen. Zorgt dat voor een toename van de globale voedselproductie?

Jorgen Eivind Olesen, klimaatexpert aan de Universiteit van Aarhus en voormalig lid van het IPCC: “Ik schat dat de toename in totale productie op wereldschaal niet meer dan 5 of 10 procent zal bedragen. Rusland kan zijn landbouwcapaciteit dankzij de klimaatverandering nu al verdriedubbelen, maar doet dat niet wegens corruptie en slecht beleid. En in Canada en Noorwegen, landen die ook bevoordeeld worden door de klimaatverandering, maakt de landbouw maar een klein deel uit van de totale economie.”

Ebi: “Het volstaat niet om zomaar naar de landkaart te kijken en nieuwe gebieden als landbouwgrond te bestempelen. Die studies nemen zelden de kwaliteit van die grond in rekening, noch de aanwezigheid van voldoende water of zelfs maar de hoeveelheid daglicht die een plant nodig heeft om te groeien.”

Tol: “De bodem is er door de eeuwenlange koude van lage kwaliteit. Het zal nog tienduizend jaar duren voor je daar iets kunt verbouwen. Bovendien zijn veel van die regio’s onherbergzaam en onbereikbaar, wat de transportkosten de hoogte injaagt. Het lijkt me verstandiger om na te denken over alternatieve landbouwtechnieken, dicht bij grote bevolkingscentra.”

Olesen: “In Groenland kijken ze echt wel uit naar het moment dat het land ijsvrij wordt. Weet u trouwens hoe men de klimaatverandering daar noemt? Klimaatverbetering!”

Is er een verband tussen klimaatverandering en hongersnood?

Tol: “Neen. De studie van econoom en Nobelprijswinnaar Amartya Sen uit de jaren 70 is intussen meermaals herhaald en bevestigd. Hongersnood komt alleen voor in dictaturen en kolonies, nooit in een democratie. De voorbije eeuwen is er altijd voldoende voedsel op de wereld geweest. Het probleem is nooit de hoeveelheid, maar de verdeling ervan.”

Heeft de Vlaamse landbouw last van de voorspelde temperatuurstijging van 2 graden?

Jeroen De Waegemaeker, onderzoeker bij het ILVO Expertisecentrum Landbouw en Klimaat: “Zo’n temperatuurstijging biedt de Vlaamse landbouw de kans om vroeger te zaaien én te profiteren van langere groeiseizoenen en minder vorstdagen. Dat kan een grotere oogst opleveren. Door de temperatuurstijging zal de Vlaamse landbouw bovendien kunnen inzetten op nieuwe teelten zoals wijnteelt of subtropische gewassen zoals quinoa en soja.

Maar deze ‘kansen’ wegen niet op tegen de negatieve gevolgen. We verwachten grillig weer: langere periodes van droogte en heftiger periodes van regenval, met meer kans op wateroverlast. Sommige factoren kunnen we op dit moment onvoldoende inschatten. Doen de voorspelde droogteperiodes zich voor in de lente of de zomer? Voor de groei van een plant maakt dat veel uit.

We kunnen het klimaat in 2050 of 2100 onmogelijk nauwkeurig voorspellen. Daarom moeten we bij positief nieuws een slag om de arm houden. Zo kan een temperatuurstijging ook nieuwe planten- en dierziektes aantrekken.”

3. Gezondheid

Houden klimatologische veranderingen ook gevaren in voor de volksgezondheid, bijvoorbeeld in de vorm van nieuwe ziektes?

Ebi: “Dat lijkt me eerder voer voor een spannende Hollywoodfilm. Ons interesseert vooral welke impact een temperatuurstijging van 1,5 of 2 graden op bestaande ziekten zal hebben. Op sommige plaatsen zullen muggen hun habitat en dus ook de overdracht van bepaalde ziektes kunnen vergroten. Op andere plaatsen wordt het dan weer te warm en te droog om een ziekte als malaria te verspreiden.”

Tol: “Malaria is nog altijd meer een armoedeziekte dan een klimaatziekte. George Bush en Bill Gates hebben veel middelen vrijgemaakt voor medisch onderzoek naar malaria. Op dit moment zijn we in de derde stage van het onderzoek naar een malariavaccin. Door de verspreiding van muggennetten is het aantal malariadoden de voorbije vijftien jaar met de helft verminderd. Nu zit er een vaccin aan te komen dat voor 97 procent effectief is.

Men waarschuwt wel voor een verhoging van tekenbeten, die beestjes voelen zich beter in een natter en warmer klimaat. Eén van de oplossingen is dokters zo opleiden dat ze de ziekte tijdig herkennen. En de bevolking moet leren om na een boswandeling het lichaam te controleren.”

Ebi: “Al die uitdagingen hoeven geen probleem te zijn, als we besluiten om de informatie van klimaatwetenschappers te gebruiken om in actie te schieten.”

Beeld david de vleeschauwer

Een paar graden warmer: het klinkt in België niet als een marteling.

Ebi: “Er zijn zeker voordelen aan de klimaatopwarming verbonden. Zo was ik onlangs voor een project in de Himalaya. De bevolking daar geniet van de langere zomers. Ik ontmoette er een boer die zijn appels zoeter vond omdat ze langer konden groeien. Zo zal iedereen wel een voordeel kunnen ontdekken.”

Zorgt een warmer klimaat voor meer hittegolven en dus ook voor meer hittedoden?

Tol: “Ja, maar tegelijk is er een afname van het aantal koudedoden. In landen als België en Nederland zijn er traditioneel meer koude- dan hittedoden. Dat komt deels door koudestress en deels omdat we de winter binnenshuis, dicht bij elkaar, doorbrengen en dus makkelijker besmettelijke ziektes overbrengen. Warmte zorgt in onze contreien dus voor een positieve uitkomst.”

4. Natuurrampen

Krijgen we door de klimaatopwarming te maken met meer en zwaardere natuurrampen?

Tol: “Niet meer stormen, wel zwaardere. Dat geldt trouwens niet alleen voor Amerika, maar voor de hele wereld.”

Men stelt vaak dat de rijkere landen profiteren van de klimaatopwarming en de armere landen het nog harder te verduren krijgen.

Ebi: “Dat is niet altijd zo. Kijk maar naar de natuurrampen die de VS teisteren: orkanen, overstromingen en bosbranden. In Europa veroorzaakten de hittegolven van 2003 70.000 doden. Rijkere landen hebben meer middelen om zich tegen de veranderingen te wapenen, maar immuun zijn ze niet.”

Tol: “Eén week vóór orkaan Katrina sprak ik toevallig met een expert over de kwetsbaarheid van New Orleans. Hij zei toen dat een ramp onvermijdelijk was. New Orleans staat bekend als een stad met een slecht bestuur en veel corruptie. Men heeft er nooit ernstig aan dijkenbouw of -onderhoud gedaan. Er was zelfs geen evacuatieplan. Voor orkaan Harvey in Houston net hetzelfde. Men bouwt er twee prachtige reservoirs om de overstroming van de stad te voorkomen, en vervolgens bouwen ze die reservoirs vol huizen.

Bij zulke rampen moet je je altijd afvragen: welke schade is veroorzaakt door het weer, en welke door wanbeheer? Die twee houden elkaar goed in evenwicht.

Puerto Rico werd maanden geleden vernield door orkaan Maria. Men heeft daar nog altijd geen stromend water of elektriciteit. Dat heeft niets met Maria te maken. President Trump beschouwt het eiland niet als een Amerikaanse staat, waardoor er geen hulp op gang komt. Idem voor de bosbranden in het westen van de Verenigde Staten. Ja, de kans op een bosbrand wordt groter door de klimaatopwarming. Maar er worden steeds meer huizen in bosgebied gebouwd en dus is de schade groter. Ironisch genoeg ook door een betere brandbestrijding: door jarenlang kleinere bosbranden met succes te bestrijden, ligt er meer dood hout in het bos, waardoor de branden nu langer en heviger zijn.”

5. De kosten

Is het mogelijk om de economische kosten van de klimaatopwarming te berekenen?

Tol: “Dat is een bijzonder complexe berekening, omdat de gevolgen zich in elke sector laten voelen.”

Kan de klimaatopwarming ook een positief effect hebben op de economie, dankzij de uitbouw van de alternatieve energiesector?

Tol: “Tot nu was de industrie van zonne- en windenergie niet levensvatbaar. Zodra de overheidssubsidies wegvielen, trok de industrie zich terug. Dat lijkt nu te veranderen: alternatieve energie zou over een tiental jaar economisch rendabel kunnen zijn.”

Volgens Kristof Calvo (Groen) creëert de alternatieve energiesector tienduizenden groene jobs.

Tol: “Dat is onzin. Er is hoogstens een verschuiving, want in de fossiele industrie gaan jobs verloren. In de alternatieve industrie heeft men voor dezelfde hoeveelheid energie honderd werknemers nodig, tegenover tien in de fossiele. Maar de energieprijs blijft dezelfde. Als we al banen creëren, dan zijn het slechtbetaalde.”

Welke rol speelt de financiële sector in de strijd tegen de klimaatopwarming? Ze kan leningen voor vervuilende projecten duurder maken of fossiele producten uit beleggersportefeuilles weren.

Tol: “Het idee dat beleggingsfondsen zich uit vervuilende industrieën terugtrekken, is vooral een pr-verhaal. Het klinkt goed in de media en het maakt een bedrijf aantrekkelijk voor aandeelhouders, maar het werkt averechts. Fondsen die zich terugtrekken uit ‘bruine’ energiebronnen, verlagen zo de prijs ervan. Bijgevolg zullen investeerders met minder scrupules ze voor een prikje opkopen.”

6. Vluchtelingen

De klimaatopwarming bracht een nieuw fenomeen met zich mee: de klimaatvluchteling. Volgens sommige bronnen zal de klimaatverandering de grootste vluchtelingencrisis aller tijden veroorzaken.

Stefan Kröpelin, klimaathistoricus van het Africa Research Center aan de Universiteit van Keulen: “Toen ik veertig jaar geleden voor het eerst naar Egypte ging, leefden er twintig miljoen mensen. Nu zijn dat er bijna honderd miljoen. Dat zorgt voor tal van conflicten, waardoor mensen op de vlucht slaan. Dat is de dramatische situatie in veel Afrikaanse landen. Ik hou niet van het woord ‘klimaatvluchteling’, omdat het de negatieve impact van de klimaatopwarming in Afrika schromelijk overschat. Het heeft eerder te maken met een exponentiële bevolkingsgroei en een overmatig gebruik van natuurlijke bronnen. Die mensen vluchten omdat ze te veel kinderen hebben die ze niet langer kunnen voeden, omdat hun landbouwgronden uitgeput en overbewerkt zijn, of omdat ze al jaren verwikkeld zijn in een conflict over water. De waarheid is dat de klimaatopwarming een minimale invloed heeft op de situatie in Afrika. Er is altijd een politieke en economische achtergrond.”

U schreef eerder al dat sommige Afrikaanse landen moedwillig profiteren van de klimaatproblematiek.

Kröpelin: “Nogal wat Afrikaanse leiders weten dat de klimaatopwarming een gevoelig thema is in het Westen. Ze zullen niet twijfelen om de kwestie op de agenda te zetten in gesprekken met onze leiders.

Onlangs zag ik een documentaire over de stranden van Ghana. Men beweerde dat de klimaatopwarming er hevig huishield: de kusten erodeerden er zienderogen. Maar dat is onzin! Elke geoloog weet dat de erosie in Ghana een heel andere oorzaak heeft, namelijk de oceaanstroming. Ik zat met stijgende verbazing te kijken hoe men in die documentaire lokale vissers liet opdraven om de negatieve klimaatboodschap te verspreiden.”

Beeld AFP

In de media duiken nochtans om de haverklap foto’s op van een uitgedroogde, Afrikaanse akker en daaronder een verwijzing naar de klimaatverandering.

“Ook dat is een misverstand. Die droge, gescheurde akkers zijn bijna altijd het gevolg van een conflict tussen lokale boeren. Ik ken geschillen tussen stammen die al duizenden jaren aanslepen.

Een groeiende bevolking heeft meer voedsel nodig en dus meer landbouwgebied en water. Daarom gaan ze nabijgelegen rivieren en meren nog meer aftappen. Als gevolg daarvan zie je die typische scheuren in de uitgedroogde bedding. Men zoekt de oorzaak dan snel bij de klimaatopwarming, maar de waarheid is andersom. Door de hoge temperaturen bestaan er in de Sahara geen permanente meren. Ze ontstaan en drogen weer op. Het feit dat er scheuren zijn, wijst er dus op dat er net een meer was. Zo’n foto in de krant is dus goed nieuws.”

Van Nederpelt: “Je hoort vaak dat Afrika droger wordt, maar die stelling snijdt wetenschappelijk gezien geen hout. Als het warmer wordt, kan de atmosfeer meer vocht opnemen. Dat is een natuurkundige wet. Er valt vandaag al meer regen in de Sahel. Op satellietbeelden van landen als Burkina Faso is duidelijk te zien hoe de natuurlijke vegetatie de laatste decennia naar het noorden is opgeschoven. Men roept altijd maar dat het er droger wordt, maar dat klopt niet: er is steeds meer regenval.”

Kröpelin: “Tien jaar geleden klonk het in de media dat de Sahara naar Europa zou opschuiven en dat de hele wereld droger wordt. Maar het tegendeel is waar: de regenval neemt overal toe!

Ik werk al decennia in de droogste streken van de Sahara in Egypte, Libië, Tsjaad en Soedan. Het is het droogste gebied op aarde. Sinds eind jaren 80 zie ik er nieuwe vegetatie, vogels en kleine knaagdieren terugkomen op plaatsen waar ze zich dat niet eens meer konden herinneren. De lokale bewoners vertellen me elk jaar dat er in de zomer nog nooit zoveel regen is gevallen.”

Waarom horen we daar zo weinig over?

Kröpelin: “Er is een gebrek aan data. Wetenschappers gaan minder ter plaatse omdat de regio politiek onstabiel is en bovendien is het er in de zomer te heet. In de hele Sahara is bijna geen enkel meteorologisch station te vinden! Nochtans is het een gebied zo groot als de Verenigde Staten. De waarheid is dat we niet weten wat daar aan de hand is. Ik ben écht de laatste wetenschapper die er nog veldwerk verricht.”

In een VN-rapport staat dat het Tsjaadmeer nog een twintigste is van wat het in 1963 was, en het wijst daarvoor ook naar de klimaatopwarming.

Van Nederpelt: “Begin jaren 80 woonde ik in een dorp vlak bij het Tsjaadmeer, voor landbouwkundig onderzoek. Toen ik het gebied enkele jaren geleden opnieuw bezocht, was het er opmerkelijk groener geworden. Ook het waterpeil stond een stuk hoger dan toen.

Er zijn jaren geweest dat het Tsjaadmeer kromp, maar dat had vooral te maken met de onttrekking van water uit de Chari-rivier voor de enorme rijstvelden in de regio. Ook de enorme groei van de bevolking en de verstedelijking is nefast voor het waterpeil. Nu heerst er hongersnood in Noordoost-Nigeria en weer is het de schuld van de klimaatopwarming. Maar de hongersnood heeft vooral te maken met de terreurgroep Boko Haram, die op het platteland mensen heeft verdreven.”

Kröpelin: “Ook de Kaspische Zee in Rusland, het grootste meer ter wereld, zou verdwijnen door de klimaatopwarming, maar in werkelijkheid zijn de uit hun voegen gebarsten katoenplantages in de omgeving de grote boosdoener. Dat hebben de Russen en de omliggende landen nu trouwens goed begrepen, want ze zijn die industrie flink aan het afbouwen. Gevolg: het meer wordt weer groter.”

7. Uitstervende dieren

De oorspronkelijke inheemse vogelsoorten op Hawaï zijn bijna volledig uitgeroeid. Men dacht eerst dat ze niet tegen de hogere temperaturen bestand waren, tot bleek dat ze besmet waren met vogelmalaria. De muggen die de ziekte overbrachten, kregen door de warmere temperaturen plots toegang tot hun territorium.

Søren Faurby, biogeograaf aan de Universiteit van Göteborg die al jaren onderzoek voert naar het uitsterven van diersoorten: “Die vogels in Hawaï moesten hun nesten altijd maar op grotere hoogte bouwen, tot ze niet meer hoger konden. Uitstervende diersoorten bevinden zich altijd in een kwetsbare positie, klimaatverandering is slechts het laatste duwtje over de rand van de afgrond. De beschermde gebieden waar soorten zich kunnen bewegen, worden alsmaar kleiner. Om te overleven zouden ze moeten afzakken naar minder warme regio’s. Maar door menselijke activiteiten en bewoning is dat vaak niet meer mogelijk. Tijdens de laatste ijstijd waren er veel rendieren in Zuid-Europa. De aarde warmde op en alle rendieren trokken naar het noorden. Mochten ze dat niet hebben gekund, dan waren ze ook uitgestorven.”

De algemene aanname is wel dat diersoorten honderd tot duizend keer sneller dan normaal uitsterven.

“We lezen voortdurend dat diersoorten uitsterven als gevolg van de klimaatopwarming, maar dat klopt niet helemaal. Het is bijzonder moeilijk om de exacte reden te achterhalen. Zo ging men er lange tijd van uit dat de klimaatopwarming aan de basis lag van het verdwijnen van verschillende dier- en vogelsoorten in Australië. Maar een nieuwe studie heeft aangetoond dat de gewone huiskat veel meer schade aanricht. De huiskat is een invasieve soort. Inheemse dieren zijn het niet gewend om te worden opgejaagd door een kat en kunnen zich niet verdedigen. Mocht het klimaat alleen de oorzaak zijn, dan zou de grootste uitstervingsgraad logischerwijze voorkomen in delen met de grootste klimaatverandering. Maar zulke bewijzen vinden we niet.”

Van Nederpelt: “De mens neemt steeds meer ruimte in ten nadele van de dieren. Dat is te wijten aan verstedelijking, maar ook aan boskap voor landbouw. Dat heeft niets met klimaatverandering te maken. Een groot gedeelte van de dierenwereld heeft trouwens niet zozeer last van te hoge, maar eerder van te lage temperaturen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234