Woensdag 16/10/2019

World of Tanks

De oorlogsgame die vecht voor het échte krijgsverleden

Beeld Wargaming.net

Met de vandaag gelanceerde Xbox One-versie van 'World of Tanks' bouwt het Wit-Russische gamebedrijf Wargaming.net zijn onlinesensatie verder uit. De miljoenen stromen binnen, a rato van één spotgoedkoop verkochte virtuele tank per keer. Maar een deel van die opbrengsten gaan ook terug naar wereldwijde initiatieven om het oorlogsverleden, waarop de games gebaseerd zijn, te bewaren.

Succesformules bestaan niet in de videogame-industrie. Behalve misschien hardnekkig blijven doen wat je graag doet. Voor het Wit-Russische Wargaming.net, dat aan het einde van de jaren '90 begon als een bescheiden ontwikkelaar van oorlogsgames maar ondertussen een miljoenensucces oogst met 'World of Tanks', betekende dat voluit gaan in hun passie voor WOII-oorlogstuig. Hoé voluit? U hebt geen idee.

Wargaming.net werd pas succesvol nadat het zijn model radicaal had omgegooid naar het zogeheten 'free to play'-model: hun games worden gratis verdeeld, maar spelers zijn er zo enthousiast over dat ze geregeld een kleine som geld - typisch een paar tientallen eurocent tot een euro - neertellen voor een nieuwe tank of een zwaarder stuk geschut. Omdat de speler constant met meerdere medestanders en tegenstrevers tegelijk op het slagveld zit, is het ook een erg competitief spel, waardoor het al sneller steek houdt om een klein bedragje te 'investeren' in zijn uitrusting.

Wargaming.net boert er goed mee: in 2014 haalde het bedrijf bijna een half miljard euro aan inkomsten binnen uit 'World of Tanks' alleen. Ondertussen is de (sputterende) opvolger 'World of Warplanes' gelanceerd, en staat ook derdeling 'World of Warships' in het werf.

Beeld Wargaming.net
Beeld Wargaming.net

Een deel van die opbrengsten wordt in 'speciale projecten' gepompt: oorlogsmusea en conservatie-initiatieven over de hele wereld, al dan niet ingezet door het bedrijf zelf, waar het échte wapentuig dat zo prominent aanwezig is in de drie games wordt bewaard en opgelapt voor het nageslacht.

Beeld Wargaming.net

Geen blanco cheque

De Brit Tracy Spaight, die bij Wargaming.net verantwoordelijk is voor die 'speciale projecten', overziet een afdeling die jaarlijks 'een substantieel bedrag' investeert in projecten als het Bovington Tank Museum in Groot-Brittannië, een opgravingsproject dat begraven Spitfirevliegtuigen probeerde boven de grond te halen op Birma, het Royal Air Force Museum in de Britse gemeente Cosford, en de tot een museum omgebouwde USS Iowa in de baai van San Francisco.

Bij ieder van die projecten brengt Wargaming.net niet alleen geld binnen, maar injecteert het ook een deel van de 'ervaring' van zijn games in de bezoekerservaring van al die projecten waarmee het samenwerkt. "Het is niet gewoon kwestie van een blanco cheque uit te schrijven", zegt Spaight.

"We willen dingen doén. Onze samenwerking zit uiteraard altijd ingewerkt in een marketingmatrix: het moet in zekere zin opbrengen. Maar getrouw zijn aan de geschiedenis maakt ook deel uit van ons dna. Als we dit willen blijven doen, moeten we ook iets teruggeven. We kunnen nieuwe voertuigen die we lanceren alleen maar accuraat nabouwen wanneer we erin hebben kunnen zitten, en erin en erover hebben kunnen rondlopen. Zonder de conservatie-inspanningen van musea kunnen we dat niet. En die inspanningen kosten geld."

Tracy Spaight, directeur 'speciale projecten' bij de Wit-Russische gamemaker. Beeld Wargaming.net
Beeld Wargaming.net

Te land

'World of Tanks', uit op de pc, de tablet, de Xbox 360-console en nu dus ook de Xbox One, is het paradepaardje van Wargaming.net: de titel die ondertusssen 120 miljoen geregistreerde gebruikers heeft, waarvan er bij piekmomenten meer dan een miljoen tegelijkertijd aan het spelen zijn. Het is ook vanuit deze allereerste game dat de belangrijkste conservatie-initiatieven van Wargaming.net werden ingezet.

Vanuit 'World of Tanks' is Wargaming.net bijvoorbeeld een belangrijke sponsor voor het Bovington Tank Museum, waar het bedrijf onder meer tankrestauraties hielp financieren en zijn technologie en zijn geld in een leercentrum pompte, waar ondertussen 40.000 mensen onderricht hebben gekregen over de geschiedenis van de tank als oorlogswapen. Vooral middelbare scholieren, die door het spelen van 'World of Tanks' vaak al uitkeken naar hun schooluitstapje - iets wat anders niet zo'n makkelijke opgave is.

"Tienerjongens zijn het allerlastigste publiek om te bereiken", zegt Richard Smith, directeur van het museum. "Maar via videogames zitten we recht daarop."

Het Tank Museum in Bovington. Beeld Wikimedia Commons
Beeld Wargaming.net

In de lucht (en onder de grond)

Een investering die Wargaming.net zichzelf getroostte voor 'World of Warplanes', zijn langverwachte opvolger die eind 2013 op de markt kwam, is iets gekker van aard. Want wat voor een gestoorde gek zet nu een miljoen euro opzij om, afgaand op een handvol nauwelijks betrouwbare getuigenverslagen van meer dan 65 jaar geleden, op zoek te gaan naar begraven Britse Spitfire-gevechtsvliegtuigen in Birma? Wel, wij kennen hem: Wargaming.net-ceo Viktor Kislyi zette twee jaar geleden, met zijn eigen geld, zo'n opgravingsproject op poten. Het resultaat: nougatbollen.

Alles wat ze vonden bij hun graafwerken in de buurt van de luchthaven van hoofdstad Rangoon was een grote begraven kist, die leeg bleek te zijn toen ze hem openden. Snel volgde een persmededeling, waarin Kisly aangaf dat hij niet langer geloofde dat er Spitfirevliegtuigen begraven liggen onder de Birmese grond. De mythe die ze onderzochten, dat de Britse bevelhebber Lord Mountbatten tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog een kleine vloot Spitfire-vliegtuigen teveel had besteld in de oorlog die de Britten in het land voerden tegen Japan en dat surplus dan maar besloot te begraven, bleek te mooi om waar te zijn.

Een (geënsceneerde) foto van wat Wargaming.net in Birma probeerde te bereiken: in kisten verpakte, gedemonteerde Spitfire-vliegtuigen opgraven. Beeld Wargaming.net

'World of Warplanes' heeft ook zijn eigen structurele samenwerking met een oorlogsmuseum. Wargaming.net pompte, vanuit de game, heel wat middelen in het Royal Air Force Museum in het Britse Cosford, waar het onder meer een Dornier 17-tuig hielp restaureren. "Het was de 'missing link' in de 'Battle of Britain', de oorlog om het luchtruim van Groot-Brittannië tijdens de Tweede Wereldoorlog", zegt Spaight trots. "Al die tuigen waren al neergehaald tijdens de eerste jaren van de oorlog."

Beeld Wargaming.net
Beeld Wargaming.net

Ter zee

Investeren in het oorlogsverleden vanuit 'World of Warships', de derde aflevering waarvan momenteel een bètatestversie online is, deed Wargaming al vroeg: toen de game nog maar net aangekondigd was, een vijftal jaar geleden, werkte het bedrijf al samen met het Amerikaanse 'Pacific Battleship Center' om de USS Iowa, een tot een drijvend museum omgebouwd slagschip in de baai van San Francisco, op te kalefateren tot een multimediale ervaring.

Vanuit de softwaretechnologie waarmee de 'World of'-games zijn gemaakt, werd de brug van het schip onder meer een digitaal theater, waar de slag om het Japanse atol Okinawa in een drie minuten durende digitale film wordt nagespeeld. Bovendien nam Wargaming de druk van tickets over - handig om zijn logo, en dat van 'World of Warships', aan een breed publiek te laten zien.

"Voor deze samenwerking was de USS Iowa een roestige schuit: het project zat in de mottenballen, en werd recht gehouden door een handvol vrijwilligers die de middelen niet hadden om het te restaureren", zegt Spaight. "Wij helpen om zijn minst om de deuren open te houden."

Beeld Wargaming.net
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234