Zondag 16/06/2019

Dieren

De hond: 's mans beste vriend én therapeut

Roxy, met voorsprong de koddigste therapeut in woon-zorgcentrum De Linde in Waarschoot. Beeld thomas legreve

Een dier is zoveel meer dan een dier. Steeds vaker worden (huis)dieren ingezet als therapeut voor wie een last te dragen heeft, fysiek én emotioneel.

De hond is ’s mens beste vriend, zegt het adagium. Dat is vandaag, op Werelddierendag, uiteraard niet anders. Meer nog: die vriendschap gaat tegenwoordig nog een stuk dieper dan vroeger. Steeds vaker worden honden, maar ook katten, konijnen, ezels, schapen, alpaca's, papegaaien, dolfijnen en tal van andere beestjes ingezet als therapiedier. Zij verlichten allerhande lasten die de mens soms moet dragen. 

Die beestjes worden al langer ingezet als blindegeleidedieren, of om mensen met diabetes of epilepsie te waarschuwen voor een nakende aanval. Tegenwoordig fungeren ze steeds vaker als emotionele steun voor bijvoorbeeld kinderen met leerproblemen, mensen met autisme, angstaanvallen of depressies, oud-strijders met een posttraumatische stressstoornis... Het lijstje is nagenoeg eindeloos. Een emotional support animal heet dat dan.

Stressmedicijn

Voor dat soort hulp kan je terecht bij professionals, bijvoorbeeld vzw Therapiedieren. Die heeft een duidelijke doelstelling: dieren inzetten om mensen te helpen. Vandaag verenigt de vzw een zestigtal mensen en organisaties die bezig zijn met die therapiedieren. Voorzitter is Inge Pauwels, die zelf ook de Toscanzahoeve uitbaat, een 'holistisch dierengedragscentrum'.

"Dat zijn niet altijd klassieke huisdieren. Zo was er vroeger ook een buizerd. Daarmee probeerden we kinderen met weinig zelfvertrouwen een duwtje in de rug te geven", zegt Pauwels. "Vaak komen mensen bij ons terecht voor stressgerelateerde klachten, maar ook niet-erkende ziekten. Het contact met de dieren maakt de meeste mensen rustiger."

De dierentherapie is intussen een echte sector geworden, al ontpopt ook het 'doodgewone' huisdier zich vandaag vaak tot pseudotherapeut. Zo ziet ook Elien Van de Walle het. Haar kat en konijn, toepasselijk Poes en Konijn genaamd, zijn haar emotionele steunen en toeverlaten. Tijdens haar depressie, eerder dit jaar, en haar paniekaanvallen staan Poes en Konijn paraat. 

"Ze zijn erg aanhankelijk bij mij, en ik bij hen", zegt ze. "Tijdens mijn depressie kwam ik amper mijn bed uit. Poes en Konijn voelden dat en kwamen bij me liggen. Bij paniekaanvallen begint Konijn met zijn achterpoten te stampen. Poes verschanst zich dan op de trap en kijkt me van daar aan. Dan weet ik dat ik moet kalmeren, voor hen. Natuurlijk krijg ik heel veel steun van mijn vriend en mijn vrienden, maar op die momenten zijn Poes en Konijn zó belangrijk voor mij."

Elien Van de Walle met Poes en Konijn, veel meer dan huisdieren. Beeld thomas legreve

Nauwere banden tussen mens en dier, het is moeilijk dat níét toe te juichen. En toch liggen er valkuilen. Zo kampt de sector met enkele problemen. Een eerste zie je bij dolfijnen die worden ingezet als therapeut. Bijvoorbeeld als een autistisch kind met hen mag zwemmen. Uiteraard blijft de felle kritiek op de manier waarop dolfijnen in gevangenschap leven, ook daar van toepassing. De leefomstandigheden van de therapiedieren zijn uiteraard altijd een belangrijk element.

Een tweede probleem vinden we in het wetboek. Of beter nog: vinden we daar net níét. Voor de centra die hulphonden opleiden, bijvoorbeeld voor blinden of diabetici, gelden duidelijke regels en erkenningen. Voor wie therapiehonden wil opleiden of inzetten, zijn die er niet. In principe kan u uw eigen hond morgen al inzetten als therapiedier, als beestje en baasje daar nu voor geschikt zijn of niet.

Pipo's

"Dat zet de deur open voor pipo's die niet weten wat ze doen. Terwijl je echt wel kennis van dieren en EHBO nodig hebt", kaart Inge Pauwels aan van vzw Therapiedieren. "Als een dier in paniek is, stuurt het duidelijke signalen uit. Als je die niet herkent, kan het dier uithalen, ook al is het goed getraind. Zulke risico's mag je echt niet nemen."

Terwijl het werkveld een wettelijk kader vraagt, zoekt de academische wereld een wetenschappelijk draagvlak. Therapiedieren blijken namelijk wel efficiënt, dat geven toch de meeste 'patiënten' aan. Maar niemand weet precies hoe of waarom. "We hebben meer nodig dan enkel die subjectieve waarneming. We moeten het echt hard kunnen maken, bijvoorbeeld door te onderzoeken wat dat doet met cortisol- of oxytocinewaarden", zegt Nienke Endenburg, psycholoog bij het departement dier in wetenschap en maatschappij aan de Universiteit Utrecht. "Pas als we weten hoe het precies werkt, kunnen we die therapie veel gerichter inzetten. En als we bewijs hebben, worden die behandelingen misschien ook terugbetaalbaar door de verzekeringen. Nu draait die sector bijna volledig op giften en donaties. Dat is niet ideaal."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden