Vrijdag 24/05/2019

Plasticsoep

De hoeveelheid plastic in zee is sinds 2000 aanzienlijk toegenomen; het meeste is afkomstig van visserij

Een zeeschildpad doet zich tegoed aan een plastic bekertje. Beeld Imageselect

De hoeveelheid plastic in de Noordelijke Atlantische Oceaan en de Noordzee is vooral sinds de eeuwwisseling sterk toegenomen. Een groot deel bestaat uit vistuig, blijkt uit onderzoek dat deze week verscheen in Nature Communications.

Britse wetenschappers gebruikten een verrassende methode om de plasticvervuiling van de afgelopen zestig jaar in kaart te brengen. Ze doken de archieven in en bekeken de logboeken van collega’s van tochten met onderzoek naar plankton. Dat gebeurde met een torpedovormig apparaat dat achter een schip in zee hangt en plankton opvangt. Telkens als dat apparaat verstopt raakte of als de propeller blokkeerde, werd een aantekening gemaakt en gemeld wat de oorzaak was. Steeds vaker was dat plastic afval – zakken, touwen, netten, tape.

Lees ook: Hoe stoppen we met plastic?

Planktonrecorders zijn tussen 1957 en 2016 meer dan 12 miljoen kilometer door de oceaan gesleept. De logboeken geven een indruk van de hoeveelheid plastic die deze jaren ronddobberde in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan en aangrenzende zeeën, waaronder de Noordzee.

Vanaf het eerste geregistreerde vis­net in 1957 is een toename van het aantal vastgeraakte stukken plastic te zien. Die toename valt samen met de exponentiële groei van de wereldwijde plasticproductie en wordt in de jaren 90 en vooral na de eeuwwisseling sterker. Na 2000 zijn jaarlijks tien keer meer hinderlijke stukken plastic in de logboeken bijgeschreven dan in de jaren 50.

Een aanzienlijk deel van de geregistreerde stukken plastic bestaat uit materiaal uit de visserij: netten en lijnen. Het aandeel van het vistuig loopt op tot 55 procent van het geregistreerde plastic. Vooral in de Noordzee werd de afgelopen twintig jaar opvallend veel vismateriaal gevonden.

“Dit is misschien een afspiegeling van de zorgvuldigheid waarmee vissers omgaan met hun netten”, zegt Erik van Sebille, hoofddocent oceanografie aan de Universiteit Utrecht. Hij is niet betrokken bij het Britse onderzoek. De onderzoekers wijzen er in hun publicatie op dat netten en lijnen eerder aan de planktonvanger blijven hangen dan veel andere voorwerpen.

Origineel

Van Sebille prijst het onderzoek om de originele aanpak, maar wijst ook op beperkingen. “Het beslaat slechts een klein deel van de oceanen. Het onderzoek zegt niets over de vervuiling elders in de wereld. En het geeft geen antwoord op de vraag waar al het plastic blijft dat in zee terechtkomt – dat kun je ook niet verwachten. Het overgrote deel van dat plastic verdwijnt uit het zicht. Vervalt het tot microplastics en zakt het naar de bodem? Spoelt het aan op kusten? We weten het nog steeds niet.”

De Nederlandse uitvinder Boyan Slat deed enkele jaren geleden onderzoek naar de plasticvervuiling in de Stille Oceaan tussen Hawaii en de Amerikaanse westkust. Daaruit bleek dat het aandeel van de grote stukken plastic – waaronder ook vistuig − onverwacht groot was. Het team van Slat meldde deze maand in het tijdschrift Marine Biodiversity in 2016 ten minste veertien walvissen te hebben waargenomen in een deel van de Stille Oceaan waar zich veel plastic heeft verzameld, de zogeheten Great Pacific Garbage Patch.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.