Dinsdag 22/10/2019

Stephen Hawking

De Belgische vriend van Stephen Hawking: "Gingen we eten dan zei Stephen: ik kan tenminste eten en praten tegelijk"

Thomas Hertog is een Belgische theoretisch natuurkundige en als hoogleraar verbonden aan de KU Leuven. Beeld Franky Verdickt

In het bureau van Thomas Hertog liggen stapels uitgeschreven conversaties met de vorige week overleden Stephen Hawking. In twintig jaar tijd vervelde de Belg van leerling tot collega en vriend van een van ’s werelds grootste genieën. ‘Hij was als het Orakel van Delphi.’

Op de zesde verdieping van het departement natuur- en sterrenkunde (KU Leuven), op de Campus Arenberg III in Heverlee, sloft Thomas Hertog door een ouderwetse, sepiakleurige gang. Een tl-lamp trilt en breekt het licht. Aan de muur hangen tekeningen van radio­golven en de bekertjes aan de waterpomp zijn op. Collega’s lopen de man gehaast voorbij. Ook 13,8 miljard jaar na de oerknal is er geen tijd te verliezen. En nog altijd komen de wijzen uit het Oosten. Op naamkaartjes lees je Umamahesh Thupakula, Yejun Li en Asteriona Netsou.

Hertog schrijdt verder, geeuwt en kijkt naar de grond. Hij is in gedachten verzonken: “Ik kom zo meteen.” Sinds de dood van zijn voormalige mentor is niets nog hetzelfde. Zijn leven is door elkaar geschud en het duurt even voor de vlokken gaan liggen. Hij wrijft zich de ogen uit en leunt achterover op de bureaustoel.

“Er is nu heel wat te doen rond onze laatste paper en aangezien de coauteur er niet meer is, moet ik het woord voeren. Stephen verloor zijn stem in de jaren 80, maar mijn god, wat was hij een meester in de communicatie. Dat besef ik nu. Eén oneliner en de zaak was beklonken. Ik kan dat niet.”

De telefoon rinkelt. Die zal dat tijdens het gesprek nog een paar keer doen.

“Ik heb na mijn doctoraat gedaan wat Stephen me opdroeg. Toen zei hij: ’Vertrek maar, reis ver, ontdek, leer bij, lees veel, doe maar.’ Wat ik ook deed. Na een omzwerving in Amerika vonden we elkaar terug, en waren de verhoudingen veranderd. Het was niet meer meester-leerling. We vonden elkaar terug als collega’s in onze passie voor de oerknal.”

Is die laatste paper, waarin jullie een model voorstellen om het bestaan van niet één, maar meerdere universums te onderzoeken, jullie ultieme werk, de bekroning van twintig jaar samenwerking?

“Voor mij is dat het sluitstuk van een jarenlange dialoog met Stephen. Een dialoog die vertrok vanuit zijn vroegere werk in de jaren 80, waaruit het idee van een multiversum opborrelde. Dat er dus meer dan één universum is. Nu, twintig jaar later, proberen we de weg te plaveien om die these te onderzoeken, om meer grip te krijgen op dat idee, om dat multiversum te kneden tot een testbaar, wetenschappelijk model van onze kosmos.

“Dat Stephen er niet meer is, dat hij de publicatie van deze paper niet meer heeft gehaald, daar zit ook een zekere schoonheid in. Hij is verdwenen, maar zijn werk leeft voort.”

Ook al gedacht aan David Bowie en Blackstar, zijn laatste album?

“Ja, meteen. De vergelijking met Bowie klopt, denk ik. Ook na zijn overlijden beheerst Stephen het debat. Alsof hij ons nog iets meegeeft vanuit de dood.”

Heeft hij nog geprobeerd de publicatie te halen?

“We hebben ons niet per se gehaast. Dat gaat niet in dit soort onderzoek.”

Was Hawking op het einde van zijn leven überhaupt nog in staat om eraan te werken?

“Nee. De laatste maand kon hij zijn spraakcomputer niet meer bedienen en viel de verbale communicatie helemaal weg. Het afwerken van de paper vereiste daarom een doorgedreven vorm van niet-verbale communicatie. Voorheen konden we nog met de wenkbrauwen en de mond werken, zo betekende een wenkbrauw omhoog ’ja’ en een beweging met de mond ’neen.’ Nadien lukte ook dat niet meer en sprak Stephen alleen nog met de ogen. Iedere beweging met de ogen kreeg een specifieke betekenis.”

Besefte hij dat het einde naderde?

“Ook al was praten niet meer mogelijk: ik kon uit alles afleiden dat hij het voelde aankomen. Hij bleef werken tot het absoluut niet meer kon. Zelden heb ik iemand zo diep zien gaan. Wetenschap was altijd zijn houvast, datgene wat zijn leven zin gaf. Hij wist dat een leven zónder wetenschap van weinig waarde was voor hem.”

Hoe neem je afscheid van iemand die door de hele wereld wordt geclaimd?

“Niet, ik kom niet toe aan verwerken. Dat is voor later, neem ik aan. Het is een vreemde situatie waarin nu dankbaarheid overheerst. Ik heb kunnen meewerken aan een enorm oeuvre van een bijzonder man. Dat is hoe ik mij nu voel.

“Ik wist van de familie (Stephen Hawking heeft drie kinderen, MD) dat zijn toestand erg snel achteruitging, dus vertrok ik een paar weken geleden voor de laatste keer naar Cambridge, naar de plek waar hij woonde. De plek ook waar ik hem indertijd als masterstudent leerde kennen. Dat was een van de meest intense en intieme momenten uit mijn leven. Ik bracht een paar avonden met hem door, wetende dat ik hem nadien nooit nog zou terugzien. Ik vertelde en Stephen antwoordde met zijn ogen. Ik kan moeilijk onder woorden brengen wat ik daar heb ervaren.

Thomas Hertog op bezoek bij Stephen Hawking in Cambridge: ‘Ik heb leren praten, schrijven en denken als Stephen.’ Beeld Archief

“Niet alleen voor mij was die sterfdag Stephens meest uitgesproken act of communication. Die dag sprak de hele wereld over kosmologie, over zwarte gaten, over de oerknal. Hij had niks liever gewild, denk ik, dan zo’n afscheid. Zijn collega’s namen het wereldwijd van hem over. Dat was een prachtig eerbetoon.”

Voor de buitenwereld was Stephen Hawking een populair, in zichzelf opgesloten genie. Een cultfiguur. In hoeverre verschilt dat beeld van de werkelijkheid?

“Stephen was geen enigma. Hij was ook niet teruggetrokken, maar net heel open, met veel humor, veel relativering. Stephen Hawking was, ondanks alles, lichthartig. De eerste keer dat ik hem ontmoette, als sollicitant in de hoop bij hem te kunnen doctoreren, werd een televisie binnengerold om naar zijn passage in The Simpsons te kijken. Korte tijd later, tijdens datzelfde gesprek, kwam een oerknalmodel van een andere wetenschapper ter sprake en zei Hawking over die man: 'He’s a monkey on a typewriter.'  Tja, dan wist ik meteen dat dat doctoraat een fantastisch avontuur zou worden.

“Die lichthartigheid trok hij ook door naar het wetenschappelijk onderzoek. Tijdens onze samenwerking wist ik vaak niet heel precies wat hij aan het typen was op zijn stemcomputer. Dat kon gaan over de oerknal en gravitatie, maar evengoed bereidde hij een grap voor.”

Heeft zijn spierziekte niet geleid tot eenzaamheid? Hij was de man van de (noodgedwongen) oneliner, van de kwinkslag, maar hoewel de hele wereld luisterde als hij sprak, kan ik me niet van de indruk ontdoen dat de zogenaamde opvolger van Einstein wegkwijnde door de steeds grotere obstakels die ALS opwierp.

“Er cirkelden honderden mensen rond Stephen, maar toch moet hij, zeker in de laatste jaren van zijn leven, wel eenzaam geweest zijn. Maar daar heeft hij zelden of nooit over gesproken.”

Hij kon ALS altijd relativeren. Dat is althans de perceptie.

“ALS was aanvankelijk geen bepalende factor in zijn carrière. Echt niet. Dat heb ik ook zo ervaren: het was moeilijk communiceren, maar er was geen barrière tussen ons. Akkoord, hij kon maar een zestal woorden per minuut tikken in die tijd, maar dan wachtte ik gewoon even. Meer niet. Voor Stephen was ALS gewoon een feit, geen obstakel dat permanent moest overwonnen worden. ‘It’s not so bad’, zei hij me ooit. ’I'm a slow thinker.’ Maar op praktisch vlak werd het wel moeilijker natuurlijk. Na de diagnose waren er nog twee gamechangers in zijn leven: de tracheotomie uit de jaren 80, waardoor hij zijn stem verloor, en het niet langer kunnen besturen van zijn rolwagen.

“Na de tracheotomie dacht iedereen: ’Het is gedaan met Hawking, die kan niet meer wegen op de kosmologie.’ Maar hij zette door en de montage van de eerste stemcomputer op zijn rolstoel maakte alles terug mogelijk. Gingen we lunchen, dan zei Stephen: ’Ha! Ik kan tenminste eten en praten tegelijk.’ Maar toen hij in 2002 de muis van zijn computer niet meer kon bewegen en die voortaan met zijn kaakspier moest bedienen, verloor hij nogmaals veel van zijn onafhankelijkheid.

Thomas Hertog. Beeld Franky Verdickt

Dan kon hij ook de rolwagen niet meer bedienen. Zijn bewegingsvrijheid was definitief ingeperkt.”

Hoe kwam hij tot rust? Wetende dat hij nooit echt alleen was.

“Je kunt Stephen catalogeren als een workaholic. Er was altijd wel een link met de wetenschap, ook als hij sprak over klimaatverandering of de brexit. Daar is een logische verklaring voor: omwille van de fysieke beperkingen had hij de mogelijkheid niet om andere hobby’s of passies uit te diepen.

“Voor Richard Wagner maakte hij wel tijd, en volgde ik gedwee. Terwijl ik aan mijn doctoraat werkte, reed hij soms de kamer binnen en zei:
‘Tonight, we go to the opera.’ Met andere woorden: jij en ik. Ooit reden we samen naar de opera van Londen. We hadden tickets voor Götterdämmerung van Wagner, een voorstelling over het einde van de wereld. Ik zat aan het stuur en Stephen was de copiloot. Hij was zogezegd de gps en gaf de weg aan, maar natuurlijk reed ik sneller dan hij via de stemcomputer kon volgen. Sloeg ik de verkeerde weg in, dan zag ik het afkeurend gezicht van Stephen.”

Hawking groeide uit tot een icoon in de westerse, populaire cultuur met een gastrol in The Simpsons en een hologram van zichzelf in Star Trek, maar wist hij veel af van die cultuur? Was hij een man van die wereld?

“Ja, natuurlijk.”

Kende hij pakweg Manchester United?

“Euh, hij wist wel dat dat een voetbalclub is, maar dat interesseerde hem – en mij – niet. Hij leek zich haast te kunnen ontspannen door aan de oerknal te denken.”

Jullie persoonlijke band is niet gebaseerd op ontspanning?

“We bestudeerden de oorsprong om onze bestaande wereld te begrijpen, en onze plaats in deze kosmos. Het is die gedeelde interesse die ons bij elkaar bracht. Onze relatie was gestoeld op de liefde voor kosmologie. Uiteindelijk was onze samenwerking vrij intiem. Ook James Hartle (bekend, Amerikaans natuurkundige, MD) maakte deel uit van die samenwerking, en die drie-eenheid, die cocon, trok zich niks aan van de buitenwereld.

“Soms werd Stephen gevolgd door een cameraploeg, maar zaten wij met drie aan tafel en praatten en rekenden eindeloos over het multiversum. Voor ons was er dan geen buitenwereld, alleen de wiskunde, de fysica en de wil om iets te weten. Onze relatie was puur en kende geen verborgen agenda, geen afgunst, geen jaloezie. Het is die puurheid en schoonheid die fundamenteel onderzoek zo mooi maakt.”

Thomas Hertog. Beeld Franky Verdickt

Het privéleven van Hawking leed wel onder dat wetenschappelijke werk en de bijbehorende bekendheid. Zijn kinderen kregen twee scheidingen te verwerken.

“Ik denk dat vooral die bekendheid, veel meer dan zijn wetenschappelijke passie, moeilijk om dragen was. De hele wereld keek door de lens van Hawking naar het gezin. Dat werd ook duidelijk in de biopic The Theory of Everything, gebaseerd op het boek van zijn eerste vrouw, Jane Wilde.

Alles veranderde na zijn boek
A Brief History of Time, uitgebracht in 1988. Stephen genoot ook van die aandacht. Meer nog: hij maakte er gebruik van om de kosmologie te vulgariseren, te populariseren. Hij zocht niet alleen naar een alomvattende theorie die alles verklaart, maar hoopte zo ook de nieuwsgierigheid van de buitenwereld te prikkelen. Opdat iedereen zou wíllen weten waar wij vandaan komen. Zijn missie was dus tweeledig.

“Toen hij na die tracheotomie dankzij de stemcomputer alsnog kon praten, moet hij gedacht hebben: ’En nu gaan we full force vooruit!’ Dus reisde hij de wereld rond, ontmoette wereldleiders als Bill Clinton en Tony Blair, en kreeg in Los Angeles bezoek van de filmsterren uit Beverly Hills.

“Vorig jaar nog gingen we samen de paus bezoeken. Uiteindelijk was de overkoepelende missie van Hawking om de mensheid dat bredere kosmische perspectief bij te brengen, zodat we met z’n allen hoeders van Spaceship Earth worden.”

Besefte hij hoe slim hij was?

“Voor hem was de zoektocht naar de oerknal een gewone job, het was zijn dagtaak. Net zoals iemand anders in een winkel werkt.”

Maar hij besefte toch dat hij als een soort Einstein werd beschouwd?

“Ja, en hij gebruikte die perceptie om zijn boodschap te verspreiden. Toen hij een paar jaar geleden langskwam in Leuven om een lezing te geven, waren duizenden mensen geïnteresseerd in tickets. Natuurlijk ging dat ook om zijn persoon. Toch zei hij: ’Maar Thomas, mensen zijn gewoon geïnteresseerd in het universum!’ Hawking was een meester in de communicatie.”

James Hartle is intussen 78 jaar, Hawking is niet meer: de aandacht verschuift naar u.

“Ik sta er niet alleen voor. Hier op de campus alleen al werkt een heel team aan kosmologische vraagstukken.”

Kunt u Hawking overtreffen?

(lacht) Nee, dat kan ik niet.”

Waarom niet?

“Omdat Stephen de gave had tussen de lawines aan data en modellen de juiste vragen te stellen.”

Dat moet toch uw doel zijn? Of niet? Zodra u dat niveau hebt bereikt, kunt u  maar beter streven naar de ultieme theorie.

“Dat wel, maar simpel is dat niet. Als theoretisch fysicus moet je kunnen rekenen, maar het genie schuilt in de juiste conceptuele aannames. En daarin was Stephen ongeëvenaard.”

U bent een Hawking-adept. Als een van de weinige wetenschappers praat u vrijelijk op de Amerikaanse radio, neemt u plaats in televisiestudio’s, geeft u  interviews.

“Ik heb leren praten zoals Stephen, leren schrijven zoals Stephen, leren denken zoals Stephen. Dat was noodzakelijk om ook in de moeilijke omstandigheden van de laatste jaren te kunnen blijven samenwerken en publiceren. Ik heb me ingeleefd in de persoon Stephen Hawking en wil zijn legacy verder zetten. Dus praat ik openlijk over onderzoek.

Stephen Hawking in 2015. Beeld EPA

“Vijf jaar geleden zou ik me bij de publicatie van een nieuwe paper terughoudend hebben opgesteld. Nu niet meer. Nu denk ik mee na over manieren om kosmologie de huiskamer in te krijgen. Via literatuur, theater, documentaires: alles helpt. Wetenschap is een deel van onze cultuur. Het maakt ons tot wie we zijn. Bovendien draait de wereld op haar bevindingen. Het is dus van groot belang dat wetenschap en het brede publiek elkaar blijven vinden, begrijpen en vertrouwen.”

U hebt nu bijna de leeftijd die Hawking had toen hij A Brief History of Time schreef.

“Misschien moet ik me ook tot het grote publiek richten en mijn bevindingen opschrijven.”

Hebt u een dagboek waarin alles staat neergepend?

“Een dagboek niet, maar thuis, in mijn bureau, liggen stapels uitgeschreven conversaties van de voorbije twintig jaar. Vaak schreef ik een bepaalde uitspraak van Stephen op en besefte pas een paar jaar later wat hij daarmee bedoelde. Hij was als het Orakel van Delphi.”

Wat als zijn modellen ooit nonsens blijken?

“Die kans bestaat. Meer nog: dat zit er aan te komen. Ooit pleeg ik een broedermoord. Hoop ik.”

Hopen?

“Onze laatste paper gaat voor het eerst in tegen onze ideeën van decennia geleden. Dat is logisch. Wetenschap is voortschrijdend inzicht. De theorie van Newton werd aangepast en vervangen door die van Einstein, die ook al is bijgeschaafd. Ooit moeten de theorieën van Stephen op de schop, denk ik. Als blijkt dat er wél grenzen zijn aan ons heelal, dan is dat zelfs een serieuze broedermoord die ik pleeg.”

U kunt het werk van Hawking zelf tenietdoen?

“Stephens ‘no boundary’-model van de oerknal is toch nog sterk gebaseerd op de noties van tijd en ruimte. Maar tijd en ruimte hebben geen betekenis bij de oerknal. Ik ben ervan overtuigd dat we iets radicalers nodig hebben om de aard van de oerknal ten volle te vatten. Een soort wiskundige, abstracte, tijdloze toestand waaruit ruimte en materie zich kristalliseren.”

Makkie.

(lacht) Wel, begin er maar aan.”

Trekt Hawking zijn eigen opgedane kennis in twijfel in die laatste paper?

“Hij trekt die kennis niet in twijfel, maar geeft de wetenschap de kans om dat te doen. Ach, hij zou niks liever willen dan een nieuwe doorbraak, ook als die zijn werk corrigeert. Niks is voor altijd.”

Misschien schuilt het antwoord wel in uw bureauladen, thuis.

“Ik zal al wat Stephen mij heeft verteld ooit wel eens herlezen. Dat zal pijn doen, maar ook deugd. Te weten dat die man mijn leven mee heeft gevormd.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234