Dinsdag 07/04/2020

Wetenschap

Belgische toxicoloog ontkent dat hij sjoemelde voor Monsanto: "Ik heb het onderzoek net geholpen"

Met Roundup draait Monsanto jaarlijks een omzet van 1,5 miljard euro. Het is de meest verkochte onkruidverdelger ter wereld.Beeld REUTERS

De Belg die zou hebben geholpen om de gevaren van onkruidverdelger Roundup te verdoezelen, weerlegt dat. Mark Martens, die vijftien jaar directeur toxicologie was bij Monsanto, wordt genoemd in interne mails die aangeven dat het bedrijf de wetenschap manipuleert.

In een Amerikaanse rechtszaak tegen Monsanto zijn vorige maand interne mails opgedoken die tonen hoe de chemiereus zelf een onderzoek schreef over glyfosaat, hoofdbestanddeel in 's werelds populairste onkruidverdelger Roundup, en hoe het bedrijf wetenschappers zocht om er hun naam onder te zetten.

"Een veel goedkopere oplossing zou zijn dat we enkel experts inhuren voor bepaalde onderdelen. We schrijven de teksten zelf, laten hen het redactiewerk doen en voegen hun namen toe", zo staat bijvoorbeeld in een mail uit 2015 van manager William Heydens. 

In dat verband wordt nu de Belgische toxicoloog Mark Martens geviseerd. Hij studeerde farmacie aan de Universiteit van Gent en doctoreerde er in de toxicologie. Na een paar jaar bij een farmaceutisch bedrijf werkte hij bijna tien jaar als inspecteur bij de voorloper van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid. Daarna was Martens vijftien jaar directeur toxicologie bij Monsanto Europe. Zijn naam prijkt in sommige uitgelekte mails. 

Bezorgdheid

Martens' oversten melden daarin dat ze niet tevreden zijn over commentaar van professor James Parry, vermaard toxicoloog aan de Universiteit van Swansea. Hij was door Martens aangetrokken voor advies voor Monsanto, nadat een Italiaanse studie in 1997 op genetische schade door Roundup wees. 

"Mark, denk je dat Parry een felle verdediger kan worden? Zo niet, dan moeten we ernstig beginnen te zoeken naar anderen", zo staat bijvoorbeeld in een mail van Heydens uit 1999.

Manager Stephen Wratten schrijft in de zomer van dat jaar: "Ik ben toch wat teleurgesteld door het rapport van Parry. (...) Ik heb niet de indruk dat hij zijn nek heeft uitgestoken voor iets dat controversieel is. Daarom zit er weinig waardevols in het rapport dat van pas zou kunnen komen. Ik hoop dat het niet te veel heeft gekost."

Medewerkster Donna Farmer meldt eind 2001: "Dus we gaan dokter Parry niet gebruiken – waarom stond Mark er dan op om met hem een band op te bouwen? Mark heeft dit niet goed aangepakt. Het heeft er bijna toe geleid dat ­Parry glyfosaat genotoxisch zou noemen. Dus moesten we nog studies uitvoeren om hem te plezieren."

Martens, die nu consultant voor chemiebedrijven is, ontkent niet dat er “aanvankelijk zenuwachtig is gemaild over de kritische houding van Parry”. Wel ontkent hij gesjoemel.

"Ik moest contacten opbouwen met experts die ons konden adviseren en tweede opinies geven bij vragen, niet om hen in te huren en te sturen in hun onderzoek, zoals nu wordt beweerd", vertelt Martens. "Die Italiaanse studie baarde ons zorgen en dus trok ik naar de vooraanstaande Parry. Hij uitte ook bezorgdheid en dat leidde intern inderdaad tot verbazing en nervositeit, omdat wij wel al zagen dat die studie rammelde. Zo kwam er maar drie muizen in voor. En de resultaten strookten niet met gelijkaardige onderzoek.”

Stress bij muizen

Dat Parry is gemanipuleerd, ontkent Martens evenwel. "Ik heb hem niet aan de kant gezet, maar uiteindelijk net zijn suggesties gevolgd door alle door autoriteiten goedgekeurde studies hierover te verzamelen en zelf bijkomend onderzoek te doen. Die resultaten vond Parry wel degelijk genoeg. Maar dat vervolg van het verhaal lees ik nu nergens", zo zegt de toxicoloog. 

"De uitkomst was telkens dat bij muizen die erg hoge dosissen Roundup in de buikholte krijgen ingespoten, toxiciteit en oxidatieve stress ontstaat door de sterke zeepmengeling die Roundup is, niet door het glyfosaat. Kregen de dieren het via de mond binnen, dan zijn die effecten er niet. Van genetische schade is geen sprake. Dat is in 2008 gepubliceerd."

Van die studie was Heydens, toxicoloog en dus tevens leidinggevende bij Monsanto, de eerste auteur. Bij Parry valt het niet meer te checken hoe een en ander verliep; hij is in 2010 overleden. 

WAT VOORAFGING

• In januari 2015 concludeert het Duitse Bundesinstitut für Risikobewertung (BfR) dat glyfosaat bij dieren geen carcinogene of mutagene kenmerken toont. Ook uit studies bij mensen werd geen bewijs gevonden voor verhoogd risico op kanker. 

• In maart 2015 categoriseert het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek IARC glyfosaat als 'waarschijnlijk carcinogeen voor mensen'. Volgens BfR was die beslissing gebaseerd op slechts een handvol studies. Ook de Europese en Amerikaanse autoriteiten EFSA en EPA, en het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) zijn het niet eens met het IARC.

• Amerikaanse boeren met een soort kanker die specifiek wordt genoemd door het IARC starten een rechtszaak tegen Monsanto.

 In maart lekken interne mails waaruit valt af te leiden dat Monsanto studies naar glyfosaat deels zelf schreef en wetenschappers inhuurde om er hun naam onder te zetten. 

 Sociaal-democratische en groene Europarlementariërs eisen een onderzoekscommissie naar die ‘Monsanto Papers’.

• Voor eind dit jaar moet de Europese Commissie beslissen of de licentie voor glyfosaat al dan niet met vijftien jaar wordt verlengd. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234