Zondag 18/08/2019
Het C-Space Project in de Chinese Gobi-woestijn wil een omgeving creëren waarin jongeren en toeristen kunnen ervaren hoe het is om op Mars te leven.

Interview Martin Rees

Astronoom Martin Rees: ‘Tegen eind deze eeuw wonen er allicht al avonturiers op Mars’

Het C-Space Project in de Chinese Gobi-woestijn wil een omgeving creëren waarin jongeren en toeristen kunnen ervaren hoe het is om op Mars te leven. Beeld REUTERS

Zijn onderzoek naar zwarte gaten inspireerde astronoom Martin Rees (76) tot het futurologische boek Over de toekomst, vol existentiële vragen voor de mensheid, de aarde en het universum. ‘Ooit reist een elektronisch brein door de ruimte.’

Als we Lord Martin Rees spreken, zijn er ook in Londen al enkele dagen klimaatprotesten aan de gang. De Astronomer of the Queen, zoals de eretitel luidt van de voornaamste Britse sterrenkundige, heeft enkel lof voor de actievoerders. Ze hebben hetzelfde doel als hij beoogt met zijn futuristische boek Over de toekomst: ervoor zorgen dat de mensheid overleeft.

“We moeten klimaatbetogingen verwelkomen, vooral als en omdat ze worden gedragen door jonge mensen”, zegt hij. “Velen onder hen zullen in de tweede helft van de eeuw nog leven. Het zou van onze generatie onethisch zijn om hun toekomst te hypothekeren, ook vanuit economisch perspectief. We moeten ons zorgen maken over hun levenskansen. Het risico is dat er, als er niets verandert, onherstelbare schade aan de aarde en de mens wordt toegebracht. In mijn boek hamer ik erop dat we nog te veel op korte termijn denken. Politici denken enkel aan de volgende verkiezingen…”

… terwijl ze volgens u moeten denken: hoe leven we in 2050?

“Ja, want we gaan ook in een nog dichtbevolktere wereld leven. We zijn nu met 7,7 miljard. Door onze hogere levensverwachting is een stijging naar 9 miljard waarschijnlijk. Toch ben ik daar niet te bezorgd over. Dankzij nieuwe landbouw- en voedingstechnologie zou iedereen te eten moeten hebben. We zullen meer proteïnevoeding uit insecten halen, en artificieel vlees eten – een ontwikkeling die gelukkig goed vordert.”

Zullen we tegen dan wel genoeg energie hebben om dat eten ook te koken?

“Ik ben voorstander van een win-winaanpak, door nu zoveel mogelijk R&D-investeringen te doen in allerlei soorten zuivere energie. Hoe sneller dat gebeurt, hoe beter. Denk aan India, waar nu nog veel gekookt wordt met houtskoolvuurtjes. Zij hoeven geen fossiele centrales te bouwen om te moderniseren maar zouden in één keer een reuzensprong moeten kunnen maken naar zuivere energiebronnen – net zoals Azië en Afrika als continenten zonder landlijnen plots de overstap maakten van niets naar mobiele telefonie.”

Martin Rees: ‘‘Je kunt je op zeer lange termijn een toekomst voorstellen met entiteiten van vlees, bloed en elektronica.’ Beeld Getty Images

Wat is voor u de meest aangewezen energiebron?

“Wind en zon, denk ik, maar je kunt ook geografisch variëren. Zo is de westkust van het Verenigd Koninkrijk hier, met zijn tien meter hoge golven, zeer geschikt voor getijdenlagunes en dito stuwdammen. Elders biedt geothermie (energiewinning uit diep in de aarde gelegen warmtereservoirs, red.) mogelijkheden. Het belangrijkst is misschien de ontwikkeling van langdurige opslagbronnen voor energie én manieren om dat veel sneller te verdelen dan nu, via een veel globaler netwerk. Zonne-energie uit Noord-Afrika en Zuid-Europa kan dan snel het donkere Noorden helpen. Je kunt je zelfs inbeelden dat het Chinese Belt and Road Initiative (Chinees infrastructuurproject om oude zijderoutes weer tot leven te wekken, red.) klimaatneutrale energie uit Europa exporteert naar Oost-Azië.

“Het is een grote uitdaging natuurlijk, maar ze hoeft niet groter te zijn dan de aanleg van globale spoorlijnen in de 19de eeuw.”

Technologieën om energie op te slaan, denk maar aan batterijen, worden wel gemaakt met grondstoffen die ook schaarser worden. Hoe lost u dat dilemma op?

“We moeten inderdaad beseffen dat ook grondstoffen plots uitgeput kunnen zijn. Daarom moeten we nooit stoppen met te vernieuwen. Daarom denk ik ook dat we nieuwe kernenergie-technologie niet mogen uitsluiten. Ik denk dan vooral aan onderzoek naar kleine, modulaire reactoren van de vierde generatie die veiliger, minder vervuilend en goedkoper zijn dan wat er nu bestaat – al besef ik dat dit controversieel is in veel landen. Ook onderzoek naar kernfusie verdient investeringen. Dat kost geld, maar je moet het afzetten tegen de honderden miljarden die we nu nog uitgeven aan fossiele brandstoffen.”

Intussen probeert ook de mens zelf zich weerbaarder te maken met biotechnologie, genoom-onderzoek… U waarschuwt in uw boek dat we in onze drang naar vooruitgang de ethische grenzen uit het oog verliezen.

“Met bio-, gen-, cyber- en AI-technologie zal de mens moeten leren omgaan. Ze vormen allemaal enorme opportuniteiten maar ook gevaren als ze misbruikt worden. Er zijn ontzettend veel ethische uitdagingen. Zo zijn we allemaal voorstander van genome editing (vorm van genetische manipulatie waarbij DNA wordt ingevoegd, verwijderd, gewijzigd of vervangen in het genoom van een levend organisme, red.) om ziektes te genezen maar als het gebruikt zou worden om het wezen van de mens zelf te veranderen, zijn er natuurlijk grote ethische zorgen. Zo heeft ingrijpen in de kiembaan (zich door be­vruch­ting steeds voort­zet­ten­de reeks van ge­slachts­cel­len, red.) niet alleen gevolgen voor het individu maar ook voor het nageslacht.”

Bio

• Geboren in York, VK, op 23 juni 1942
• Astronoom, astrofysicus en kosmoloog aan Cambridge, waar hij collega was van wijlen Stephen Hawking
• Auteur van meer dan 500 wetenschappelijke publicaties, vooral over zwarte gaten en gammaflitsen
• Schrijft ook populair-wetenschappelijke boeken, zoals From Here to Infinity (2011) en nu Over de toekomst (uitgeverij thomasrap.nl)
• Astronomer Royal (eretitel voor de voornaamste astronoom in het VK) sinds 1995
• Lid van het Hogerhuis sinds 2005
• Gewezen voorzitter van de Royal Society, ’s werelds oudste wetenschappelijke vereniging
• Aan Cambridge stichtte hij ook het Centre for the Study of Existential Risk, dat bedreigingen voor het voortbestaan van de mensheid onderzoekt

Wat is uw grootste zorg?

“De catastrofale impact van de mens, die collectief onze planeet ingrijpend verandert, of als individuen nieuwe, krachtige, technologieën zouden misbruiken. Mijn zorg is: wat er wetenschappelijk gedaan kan worden, zal altijd ergens door iemand worden uitgevoerd. We leven in een globaal dorp, waar altijd dorpsidioten zullen zijn. De kans op een kernwapenexplosie blijft bestaan, zeker in regionale conflicten tussen kleinere kernwapenstaten waar men minder beheerst zou kunnen reageren dan tijdens de Koude Oorlog. We hebben niet veel tijd meer om ervoor te zorgen dat zoiets wetenschappelijk onwaarschijnlijk wordt.

“Tot nu hebben regeringen of terreurgroepen bijvoorbeeld ook nooit biologische wapens ingezet omdat de gevaren te groot zijn dat ze ook hun eigen groep treffen. Mijn nachtmerrie is dat er op een dag een of andere fanaticus toch een biologisch wapen inzet – een of ander dodelijk pathogeen – omdat hij of zij gelooft dat er te veel mensen op de wereld zijn. Om dat risico te verkleinen moeten we een moeilijke evenwichtsoefening zoeken tussen vrijheid, privacy en veiligheid.”

Wie moet de ethische grenzen afbakenen?

“Wetenschappelijke panels, maar daarin moeten niet enkel wetenschappers zitten maar ook ethici, en wat mij betreft ook burgers en politici... Een van de problemen is wel dat de regulering van al deze ontwikkelingen zeer moeilijk zal worden. Zelfs als je tot richtlijnen komt, zal het bijna onmogelijk zijn om ze af te dwingen. Dit soort onderzoek kan door enkele mensen gedaan worden in piepkleine labo’s, waar niemand van op de hoogte is.”

Dat geldt ook voor artificiële intelligentie. Is te voorkomen dat deze technologie tegen ons wordt gebruikt?

“Verlammende cyberaanvallen door een natie of kleine groepen zullen op grote schaal versterkt kunnen worden met behulp van artificiële intelligentie, dat miljarden paswoorden tegelijk aankan. We kunnen dat maar tegengaan door AI zoveel mogelijk voor ons te laten werken en ons te laten verdedigen, door AI de elektriciteitsnetwerken veilig te laten werken, of verkeersstromen in goede banen te laten leiden bijvoorbeeld. Toch moeten we voorzichtig zijn, en ook ethische vragen stellen. Willen we dat AI op een dag beslist of we een lening krijgen op basis van ons koopgedrag, of dat we nog geopereerd mogen worden, of we de gevangenis in of uit moeten, enzovoorts?”

Hoe vermijd je dat AI de mensheid plots gaat manipuleren, buiten onze controle om?

“Dit is een scenario waar men verontrust om kan zijn, dat AI op een dag ‘uit zijn doos ontsnapt’, zeg maar. In het wereldje van AI-experts zijn de verschillen in bezorgdheden wel groot. Enerzijds heb je mensen als tech-ingenieur en futuroloog Ray Kurzweil, die ooit waarschuwde dat de machines het over dertig tot veertig jaar van de mens zullen overnemen; anderzijds heb je MIT-robotica-professor Rodney Brooks, die niet gelooft dat AI een bedreiging is, maar dat het enkel fout kan lopen door een menselijke stupiditeit.”

Illustratie van het ruimtetuig BFR van Elon Musk, de man van Space X. Zijn bedoeling is menselijke nederzettingen op de Maan, Mars en andere planeten te krijgen. Beeld AFP

U ziet ongebreidelde AI-toepassingen in de ruimte?

“Mijn kernpunt is dat het praktische argument om mensen heel ver in de ruimte te sturen zwakker wordt omdat robots toch maar intelligenter worden. In de toekomst zullen we veel kleine ruimtetuigen héél ver in het heelal kunnen laten reizen of robots grote structuren in de ruimte kunnen laten bouwen, zonne-energiecollectors bijvoorbeeld, gigantische ruimtetelescopen in de ruimte, things like that.”

Welke plek ziet u nog voor de explorerende en experimenterende mens in de ruimte?

“De Europese en Amerikaanse ruimtevaartorganisaties – ESA en NASA – moeten wat mij betreft niet langer investeren in bemande missies. Die zijn te risicovol. Het Spaceshuttle-programma had 135 succesvolle missies maar twee kwamen ook tot ontploffing, met telkens zeven doden tot gevolg (Challenger en Columbia, red.). Telkens zorgde dit voor trauma’s, onderzoeken en veel te lange pauzes in de ontwikkeling. Wél moeten we het bemand ruimte-onderzoek overlaten aan privébedrijven, zoals SpaceX (van Elon Musk, red.). Zij kunnen een faalpercentage van 2 procent aanvaardbaar maken voor vrijwilligers, die al gewoon zijn om hoge bergpieken te beklimmen of in een wingsuit van klippen te springen. Daarom moeten we niet praten over ruimtetoeristen maar over ruimte-avonturiers.”

U voorspelt dat juist deze ruimte-avonturiers voor het einde van de eeuw andere planeten gaan bevolken. Hoe zal hun leven eruitzien?

“Tegen het einde van de eeuw zullen er hoogstwaarschijnlijk al avontuurlijke mensen leven op Mars. Ik geloof niet in een massamigratie naar Mars om de aardse problemen te ontlopen, zoals wijlen mijn collega en vriend Stephen Hawking. Ik denk dat dit te gevaarlijk is. Terravorming (proces waarbij de atmosfeer en het klimaat van een andere planeet of hemellichaam bewust worden veranderd zodat deze voor mensen bewoonbaar wordt, red.) op Mars is veel moeilijker dan de uitdagingen van klimaatverandering op aarde. Er is geen planeet B voor gewone mensen die geen risico willen nemen.

“Toch denk ik dat we de idee moeten verwelkomen dat er pioniers zullen zijn op Mars, en dat zij, in tegenstelling tot wij op aarde, geen regels in acht moeten nemen inzake experimenteren met genetische modificatie, AI-implantaten, enz. Het is denkbeeldig dat ze ook hun lichamen zullen moeten verbinden met elektronische machines om te kunnen overleven in de extreme omgeving waarin ze zich zullen bevinden. Good luck to them! Als we ons een postmenselijk wezen kunnen inbeelden in de toekomst, dan zal het ontwikkeld worden door die mannen op Mars, eerder dan op aarde, waar ethische regels remmend gaan werken.”

Rees en Stephen Hawking: ‘Stephen was meer een doemdenker dan ik. Hij geloofde dat we op een dag de hele bevolking op aarde zullen moeten evacueren naar Mars.’ Beeld NASA

Wat blijft er dan over van ‘de mens’?

“Als de Mars-pioniers op een dag in staat zullen zijn hun geheugen te downloaden in een computer, zoals Kurzweil ook aanneemt, kan er zoiets ontstaan als een ‘elektronisch brein’. Als dat zelfstandige capaciteiten ontwikkelt, en mogelijk onsterfelijk wordt, kunnen er situaties ontstaan waarbij dat brein niet op een planeet zoals Mars zal willen blijven maar interstellair gaat reizen in het universum.

“Je kunt je dus op zeer lange termijn een toekomst voorstellen met intelligente elektronische machines, of entiteiten van vlees, bloed en elektronica die heel anders worden dan wij mensen. Dit zou geen darwinistische evolutie zijn maar ‘seculier intelligent design’ (natuurkundig, door de mens ontworpen; het tegenovergestelde van het goddelijk intelligent design waar creationisten mee dwepen, red).

“Het e-brein zou ook veel sneller evolueren. De darwinistische evolutie duurde miljoenen jaren, nu zouden er binnen een technologische tijdschaal van enkele eeuwen heel wat wezens met menselijke of bovenmenselijke intelligentie kunnen ontstaan die anders zijn dan ons.”

Als ‘deep space’ verkend zal kunnen worden door bemande of elektronische missies, kunnen ze dan ook op andere levensvormen botsen?

“De zoektocht naar leven elders in de ruimte blijft een van de meest fascinerende vraagstukken uit de wetenschap. De volgende decennia zullen we meer leren over het antwoord. We weten nu al dat er in ons sterrenstelsel één miljard planeten zijn die lijken op de onze en waar er mogelijk ook water is. Uiteraard doet dit de vraag rijzen of er daar ook leven is, in een of andere vorm – al is dat niet noodzakelijk intelligent leven, of aliens met ogen op stokjes zoals de sciencefiction ons wil doen geloven (lacht).

“We zullen zo ook veel beter leren begrijpen hoe leven begon op aarde, want ook al weten we dat er een darwinistische evolutie was, weten we nog altijd niet precies hoe het complexe chemische proces verliep naar het eerste metaboliserende geheel dat we een leven noemen. Binnen twintig jaar weten we wellicht of we een zeldzaam toeval waren, of dat er ook elders gelijkaardige processen zouden kunnen zijn ontstaan.

“Als astronomen leren we ook steeds scherper te kijken naar de duizenden planeten rond onze sterren. Enkele exoplaneten zijn ongeveer even groot als de aarde en liggen ongeveer even ver van hun ster als wij van de zon. Binnen enkele decennia zullen we ook in staat zijn te kijken welk licht daar aanwezig is en of er mogelijk een bewijs is voor een biosfeer, mogelijk groen en dus mogelijk ook leven.

“Dit zal moeilijk zijn want hun licht is vaag in vergelijking met de sterren waar ze omheen draaien. Ik stel veel hoop op de toekomstige waarnemingen van de Europese Extreem Grote Telescoop die men nu bouwt op een bergtop in Chili. Daar zal naast de juiste instrumenten een spiegel inzitten met een diameter van 39 meter (de grootste optische telescopen tot nu hebben een diameter van 15 meter, red.)”.

In het Amerikaanse tv-programma ‘The Incredible Bionic Man’ proberen twee robotici een ‘mens’ te bouwen met onder meer de meest gesofisticeerde prothesen, een kunsthart en synthetische longen. Beeld Henry Bourne

Onlangs nam men vanaf Hawaï ook het interstellaire object ‘Oumuamua’ waar, dat abnormaal versnelde en afweek van een traject dat gedicteerd had moeten worden door de aantrekkingskracht van onze zon. Ernstige wetenschappers opperden dat het mogelijk artificieel zou zijn. Wat vond u van hun stelling?

“Het was een boeiend object om te onderzoeken maar de data waren voor mij uiteindelijk te onzeker. Er werd ook een hype rond gecreëerd. Dit gezegd zijnde, we moeten alert blijven om in de ruimte mogelijk artificiële objecten te onderscheiden, en ook moeten we blijven luisteren naar mogelijke signalen. Het valt niet uit te sluiten dat we ooit iets artificieels vinden dat afkomstig kan zijn van een of andere beschaving uit de ruimte die al lang is uitgestorven, zoals er later ook in de ruimte nog resten van onze satellieten kunnen rondzweven als de mensheid al lang is uitgestorven.”

U bestudeerde uw hele carrière zwarte gaten in de ruimte. Hoe betekenisvol was de duidelijkste visuele voorstelling van een zwart gat tot nu toe, door de Event Horizon-telescopen (EHT)?

“Dit was vooral een enorme technische verwezenlijking omdat ze data samenbrachten van acht grote telescopen op diverse plaatsen in de wereld. Het is een stap vooruit. Er was wel niets dat mij verbaasde. We hadden al goede redenen te geloven dat er daar, in het Virgo-cluster (sterrenstelsels op 53,8 miljoen lichtjaren van hier, red.), een superzwaar zwart gat was met fonteinen (van hete gassen en subatomaire deeltjes, red.) die er uit sproeiden.”

Welke onopgeloste vragen hebt u als ervaren astronoom dan wel nog over zwarte gaten?

“Het grootste deel van mijn carrière wijdde ik aan het onderzoeken van extreme fenomenen zoals de zwarte gaten, of het inklappen van de zwaartekracht, wat zorgt voor krachtige magnetische velden die alles in een sterrenstelsel overstijgen. In de voorbije dertig jaar onderzocht ik al hoe de krachtigste objecten in ons universum, zoals quasars (actief centrum van een sterrenstelsel met een zeer hoge helderheid, red.) en gammaflitsen (heftige uitbarsting van hoogenergetische gammastraling, afkomstig van verre sterrenstelsels, red.), energie krijgen in relatie tot zwarte gaten. We moeten nog meer weten hoe zwarte gaten zich vormen en groeien in interactie met hun sterrenstelsel.”

Als mensen zijn wij daar heel nietig tegenover. Zijn wij ons voldoende bewust dat de aarde en de zon op een dag ook kunnen verdwijnen als gevolg van extreme ruimtefenomenen?

“Het is denkbeeldig dat er een gammaflits dicht bij ons zonnestelsel kan plaatsvinden, wat een groot effect zou kunnen hebben op de atmosfeer. De waarschijnlijkheid dat zoiets tijdens ons bestaan zou gebeuren is wel héél laag. We kennen nu genoeg van de astronomie om de kans hierop te berekenen, net zoals we ook al de waarschijnlijke inslag van asteroïden op de aarde kunnen voorspellen.”

U draagt de eretitel Astronoom van de Queen, en zetelt zo ook als Lord in het Britse Hogerhuis. Wat vindt u van het zwarte brexit-gat dat de Britse politiek nu opslokt?

“Ik vind het betreurenswaardig en beschamend. Ik ben persoonlijk een fervente Remainer. Niet alleen om wetenschappelijke maar ook om culturele redenen is Europa voor ons erg belangrijk. Ook door de geopolitieke uitdagingen die ons te wachten staan, is dit het slechtst mogelijke moment om de eenheid van Europa te verzwakken. Europa moet een progressieve kracht zijn, een bastion dat vergelijkbaar kan zijn met andere grootmachten. Ik hoop nog altijd dat we tijdens de huidige afkoelingsperiode de brexit kunnen vermijden.”

Tot slot, u las de afscheidsrede op de begrafenis van uw vriend en collega Stephen Hawking. Hoe zal u zich hem herinneren?

“Ik was twee jaar jonger dan Stephen en ontmoette hem eerst als student. In die tijd dachten we dat hij door zijn ziekte nooit zijn doctoraat zou kunnen afwerken. Het is verbazingwekkend wat hij heeft bereikt, en wat voor iconisch figuur hij werd. Desondanks bleef hij altijd bescheiden en maakte hij veel grapjes.

“Ik had de eer om hem zijn hele carrière gekend te hebben. Mijn werk was meer gebaseerd op fenomenologische observaties, hij was diep theoretisch. Stephen was wel meer een doomster dan ik, want hij geloofde dat we op een dag de hele bevolking op aarde zullen moeten evacueren naar Mars. Hij zal altijd een inspiratie blijven, ook omdat hij aantoonde dat een beperking je niet mag tegenhouden. Vergeet nooit zijn advies op de Paralympische Spelen van Londen in 2012, waar hij zei: ‘Kijk niet naar je voeten, kijk naar de sterren.’”

Martin Rees, ‘Over de toekomst’, Thomas Rap, 272 p., 21,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden