Maandag 27/01/2020

Archief van Zoo Antwerpen voortaan toegankelijk in het Felixpakhuis

Beeld UNKNOWN

Het volledige verleden van de Zoo van Antwerpen is sinds deze week raadpleegbaar in het stadsarchief, in het Sint-Felixpakhuis. De Morgen praatte met de man die dat meer dan dertig jaar beheerde, Fernand Schrevens. Over tijgers die over muurtjes springen, directeurs die met olifanten te voet uit Brussel komen en sinjoren die op dieren schieten.

Helemaal toevallig kwam Schrevens destijds niet in de Zoo terecht. "Ik studeerde graduaat bibliotheekwetenschappen, maar heb me naast boeken altijd voor biologie geïnteresseerd. Hier vond ik de twee samen. Bovendien is het nog een aparte werksfeer, je zit niet opgesloten in een kamer van vier op vier, je werkt midden in een van de mooiste dierentuinen ter wereld."

Over die tuin kan hij ondertussen uren vertellen. En ook nu nog - hij ging enkele jaren geleden op pensioen - blijft hij een veel gevraagd man voor bijdragen aan expo's, voor artikels. Vorig jaar was er nog Zoo beeldig, een boek over beelden en gebouwen van de dierentuin. Er was het evenement Dierbaar Antwerpen, dat gretig putte uit zijn kennis en de documenten die hij zo lang beheerde.
Het Museum Plantin-Moretus riep zijn hulp in voor de expo Wonderlycke dieren op papier in de tijd van Plantin, want ook daarover wisten ze naast het Centraal Station het een en ander.

"Naast het archief had de Zoo een vrij goede bibliotheek, die tot de jaren tachtig publiek toegankelijk was. Daarin lag een hele collectie zeer waardevolle werken, die in permanente bewaring zijn gegeven aan de stadsbibliotheek.

Zo ligt daar het unieke manuscript van het Walvisboeck van Adriaen Coenen, uit 1558, met het eerste echt wetenschappelijke werk over potvissen. In het tweede stuk beschrijft Coenen fantasierijker vissen en zeecreaturen, een zeebisschop bijvoorbeeld." De auteur verhaalt in dat laatste geval over een in Polen in 1431 gevangen vis die zo lang en breed was als een bisschop en getooid was met mijter, staf, kazuifel, alle rekwisieten die horen bij de waardigheid. Op voorspraak van zijn collega-bisschoppen wordt het dier uiteindelijk weer naar zee gebracht, waar het de menigte zegent en wegzwemt.

Coenens rijk geïllustreerde werk is eigendom van de Zoo sinds zijn stichtingsjaar, want toen al had de dierentuin een aardige dierencollectie, vooral dan in boek- en opgezette vorm.

Artis


De eerste aanzet tot de Zoo is terug te brengen tot 1840, toen de latere burgemeester Frans Loos op familiebezoek in Amsterdam dierentuin Artis zag. Dat moest Antwerpen ook hebben. 1,6 hectare hoveniersgrond buiten de stadswallen werd daartoe aangekocht, met ingang langs de Carnotstraat. Drie jaar later werd de Maatschappij officieel boven de doopvont gehouden, op 21 juli 1943.

"Ondertussen had men een geschikte directeur gevonden, in de figuur van Jacques Kets, een zoöloog, maar ook een taxidermist met internationale faam. Hij had onder andere het paard van Willem van Oranje opgezet dat in de slag van Waterloo gedood was. Hij nam de job aan, op voorwaarde dat er een museum gebouwd werd voor zijn collecties, zijn rariteitenkabinet, zijn waardevolle boeken én zijn opgezette dieren. Het eerste gebouw van de kersverse Zoo in 1844 was dus zijn museum, met vooraan twee kleine kooien met de eerste dieren, kleine roofdieren, civetkatten, lynxen of zo."

"Vijfentwintig centiemen als ik me niet vergis, zoveel bedroeg in die begindagen de inkom. Dat was veel geld", knikt Schrevens, "maar de Maatschappij was er toen in hoofdzaak voor de gegoede burgerij, en die werd ook afgeschermd. Wie zich in werkplunje aan de ingang aanbood, kwam er niet in. Kindermeisjes moesten de dierentuin twee uur voor de aanvang van concerten in de kiosk verlaten."

Alles voor het volk van stand, al waren er grenzen. "Op een bepaald moment verbood de raad van bestuur wandelstokken, omdat de heren de dieren daar vaak mee plaagden, zelfs mishandelden, sloegen door de tralies heen. Lang heeft dat verbod echter niet standgehouden. In de negentiende eeuw kon men zich immers geen heer zonder wandelstok voorstellen."

Tijger doodt man en paard


Ook het gewone volk gedroeg zich trouwens niet altijd zachtaardig. "Wie niet tot de selecte gemeenschap van de dierentuin behoorde, bezondigde zich soms aan vandalisme. Zo staat er vermeld dat er van buiten de muren zelfs geschoten is op de dieren en de glasramen van het museum."

Vekemans trok ooit zelfs op safari in de stad. "In 1868 stond een houten kooi met tijger klaar voor transport naar de Londense dierentuin. Tegen de ochtend geraakte het beest uit zijn kooi, het wipte over de muur van de Zoo en heeft daar man en paard gedood. Vekemans heeft het zelf met een geweer achternagezeten. In de Sint-Annagang kon hij het neerschieten. 'Zjefke van de zjolozjie' was daar ook bij."

Dat Jefke is legendarisch, aldus de bibliothecaris. "Hij kwam hier in 1845 aan als negerslaaf op een schip met een lading vogels voor de Zoo. Eigenlijk was de jongen - hij was toen nog maar tien jaar - een geschenk dat men meegenomen had van de Afrikaanse westkust. Men liet hem dopen en hij kreeg de naam Jozef Möller. Hij kreeg werk als opzichter bij de afdeling vogels, maar omdat hij zo goed presteerde, werd hij bevorderd tot portier. Hij is hier later trouwens getrouwd en kreeg een dochter. Die is vertrokken naar China en werd concubine van de keizer."

Alles was nieuw en exotisch, en terwijl een mens zo jarenlang een attractie werd, alsof het een wild dier betrof, werden een orang-oetan wel heel veel vreemde vaardigheden toegedicht. "In 1847, vier jaar na de stichting al, kwam hier de eerste mensaap toe. De mensen hadden geen idee wat ze zich daarbij moesten voorstellen en al snel deden er vreemde verhalen de ronde. Ik herinner me een krantenartikel uit die tijd waarin geopperd werd dat het dier met mes en vork kon eten, dat die orang-oetan graag een glas champagne nuttigde en op zondag mee aan tafel schoof bij de directeur."

Eind negentiende eeuw al had de Zoo een uitgebreide collectie apen, maar in 1881 gebeurde er een ramp. "Het apengebouw brandde af, 79 dieren stierven in de vlammen. Daarop is een nieuw verblijf voor de apen opgetrokken, met vlak daarnaast een koeienstal, in Vlaamse neorenaissancestijl - dat gebouw staat er trouwens nog, tegen de Ommeganckstraat. Men dacht destijds - vraag me niet waarom - dat koeien in de buurt tbc bij apen kon voorkomen. Later is daar een heuse melkerij uit gegroeid, met tot 24 koeien. De melk werd tegen verminderde prijs met paard en kar bedeeld bij behoeftigen, zieken- en bejaardentehuizen in de stad. Dat heeft bestaan tot de jaren dertig."

Gust


Legendarisch is nog een mensaap, gorilla Gust. "In 1952 geboren aan de monding van de Kongostroom. Hij is hier grootgebracht met de fles, door de befaamde oppasser Samson. Door de klimaatwisseling had het dier hier veel last van kwaaltjes. Daarvoor riep men niet de hulp in van een dierenarts, maar van kinderarts Vertruyen. Later heeft Gust trouwens nog een loodvergiftiging opgelopen, omdat hij zat te pulken aan de pas geverfde tralies van zijn kooi."

De verhalen krijgt u er in het Felixpakhuis niet bij. Die moet je bijeen puzzelen uit stoffige dossiers, notulen, ledenlijsten, facturen en briefwisseling, maar die zijn nu wel makkelijk opvraagbaar voor ieder die het wil. Schrevens is blij met het nieuwe onderkomen van zijn papieren beroepsgezel. "Hier ligt het archief goed", zegt hij overtuigd. "Oorspronkelijk werd het in de Zoo bijgehouden op een zolder. Mettertijd werd het zo uitgebreid en zwaar dat men vreesde dat de plankenvloer het zou begeven. Het is dan verhuisd naar drie grote kelders, onder de Marmeren zaal, de Verlat- en de Looszaal. Ideaal was dat helemaal niet. Hier is de acclimatisatie uitstekend, er is personeel dat het verwerkt, het publiek kan het opvragen. Beter kan niet."

Voor de boeken van de Zoo moet men in de stadsbibliotheek zijn, het archief staat netjes gecatalogeerd en beschreven op felixarchief.be. Tot eind juni is daar ook een bescheiden expo, met vier vitrinekasten over het Zooarchief. Stukken uit de fotoverzameling zijn niet opvraagbaar, maar zijn al een tijdje te zien op de mooie beeldbank van zooantwerpen.be, waaruit de foto's bij dit stuk trouwens komen. (Kris Jacobs)

De legendarische gorilla Gust Beeld UNKNOWN
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234