Dinsdag 22/10/2019

De schaal van Mulders

Als het op sexappeal aankomt, zijn schaalmodellen de tegenvoeters van tatoeages en navelpiercings

Astronaut Edwin 'Buzz' Aldrin op de maan. Beeld EPA

Jean-Paul Mulders onderzoekt alles wat u bij de hersenkwabben kan grijpen.

Apollo: Lunar Module ‘Eagle’. Het schaalmodel ligt al jaren te wachten om aaneengelijmd te worden. Ik kocht het van de man die de laatste schaalmodellenwinkel van de stad had, een kerel met een verwilderde blik die eindeloos over twee­paardjes kon uitweiden. Hij was de laatste van de Mohikanen. 

Schaalmodellen werden zo onrendabel dat hij op een matras in zijn winkel moest slapen, omringd door Stuka’s en vliegdek­schepen. Op een dag sloot de shop, en is de man met de noorderzon verdwenen.

Soms kwam ik het bouwpakket in de kast tegen. Ik had geen tijd om het te openen, druk als ik was met in leven te blijven. Ik was niet van plan ooit nog een schaalmodel te maken. Als het op sexappeal aankomt, zijn ze de tegenvoeters van tatoeages en navelpiercings: zowat het laatste waarover je op een first date moet beginnen te praten.

Toch lijkt het moment nu aangebroken om het kind in mij een laatste keer aan de slag te laten gaan met vloeibare plastiek­lijm. ‘De Apollo maanlander Eagle landde op 20 juli 1969 op de maan’, staat er zuinig op de doos te lezen. ‘Astronaut Neil Armstrong zette toen als eerste mens voet op de maan.’ Straks is dat exact een halve eeuw geleden.

Het was het spul waar jongensdromen (m/v) van gemaakt worden. We wilden allemaal astronaut worden, en op de speelplaats bouwden we ruimte­schepen aangedreven door zes Porsche-motoren. Veel later pas zagen we de film First Man. Astronauten bleken gekken die speelden met hun leven. Voor hetzelfde geld had er op het maanoppervlak een verhakkelde arend met een paar lijken gelegen.

De maanlanding leverde geen nieuwe medicijnen op, noch heeft ze de wetenschap geweldig vooruitgeholpen. Veel werd daar niet aangetroffen, behalve wat stenen die zo dood als een pier zijn.

En toch: wat een prestatie! Voor het eerst in de geschiedenis raakten mensen iets aan waar al hun voorgangers alleen maar verlangend naar konden staren.

De wereld is kleiner geworden sinds 1969. Neil Armstrong is dood, maar op Twitter kan ik zomaar Buzz Aldrin volgen – de tweede mens die voet op de maan zette. Als Buzz iets post, klimmen de likes als de score op een dolgedraaide flipperkast. “Ik liep op de maan voor de gsm was uitgevonden”, schrijft de astronaut met iets dat aarzelt tussen narcisme en weemoed. Hij zegt dat hij nog vaak naar de sterren­hemel staat te kijken: dat wondere uitspansel ‘dat tegelijk een kaart is en een tijdmachine’.

Het vreemde aan de astronauten is dat ze tegelijk zo gewoon waren en zo bijzonder. Van de slordige 106 miljard mensen die tot dusver leefden, hebben er maar twaalf op de maan rondgehuppeld. Dat zijn minder mensen dan er een oorlog ontketenden of de Tour de France wonnen.

‘Schaal 1:100’, staat er op het doosje van mijn maanlander. Het ding wordt dus amper zeven centimeter hoog, onaanzienlijker dan mijn kopje koffie. Het doet mij denken aan de astronaut die de opkomende Aarde verborg achter zijn duimnagel: “Daar zaten de belangrijkste dingen in mijn leven. Mijn familie, mijn vrouw, mijn ouders. Emotioneel was dat het absolute hoogte­punt. Voor de rest was ik daar alleen omdat het Koude Oorlog was.”

Zoals vaker valt fantasie tegen eens ze aaneengelijmd is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234