Zaterdag 26/11/2022

AchtergrondWetenschap

Alles wat we wisten over oorsprong lactose-intolerantie is fout: ‘Soms worden de symptomen vooral door angst opgewekt’

Een Chinese vrouw bekijkt pakken melk in een supermarkt in Shanghai. In Azië zou ruim 90 procent van de bevolking lactose-intolerant zijn. Beeld anp
Een Chinese vrouw bekijkt pakken melk in een supermarkt in Shanghai. In Azië zou ruim 90 procent van de bevolking lactose-intolerant zijn.Beeld anp

Alles wat we dachten te weten over de oorsprong van lactose-intolerantie is fout, leert een nieuwe wetenschappelijke studie. De verwarring die nog steeds bestaat over de intolerantie, wordt vandaag gretig uitgebuit door aanbieders van dubieuze tests. ‘Soms worden de symptomen vooral door angst opgewekt.’

Jorn Lelong

“We dachten allemaal dat we degelijke theorieën hadden om te verklaren hoe lactosetolerantie zich verspreid heeft”, zegt Mark Thomas, hoogleraar evolutionaire genetica aan het University College in Londen. “Maar nu blijkt dat die eigenlijk allemaal waardeloos waren.” Het is slechts een van de conclusies na de publicatie van een grootschalige studie van Bristol University en University College London, die verscheen in het prestigieuze wetenschappelijk tijdschrift Nature.

Hoe komt het dat zoveel mensen, vooral Europeanen, de eigenschap verworven hebben om melksuiker te verteren? Die vraag houdt wetenschappers al decennia bezig, want biologisch gezien is het een vreemd verschijnsel. Melk bevat lactose, ook melksuiker genoemd, die verschilt van de suiker in fruit en ander zoet voedsel. Baby’s produceren in hun darmen een enzym dat die lactose uit moedermelk kan afbreken. Maar eenmaal de zoogfase voorbij is, produceren kinderen steeds minder van dat enzym.

Zo wordt een groot deel van de wereldbevolking op latere leeftijd lactose-intolerant: ze produceren te weinig lactase om de melksuiker af te breken. Bacteriën in de dikke darm gaan die melksuiker vergisten, waardoor lactose-intolerante jongeren of volwassenen die te veel melk, yoghurt of kaas binnenkrijgen last kunnen krijgen van een opgeblazen gevoel, winderigheid of diarree.

Toch verschilt die lactose-intolerantie erg van regio tot regio. In Afrika kan driekwart van de mensen geen melksuiker verteren, in Azië zou zelfs ruim 90 procent van de bevolking lactose-intolerant zijn. Een ander verhaal is het in Noord-Europa, waar slechts zo’n 5 procent van de bevolking te weinig lactase aanmaakt om grote hoeveelheden melk te verteren.

Veel theorieën

In de loop der jaren verschenen tal van theorieën over waarom die lactose-tolerantie zich verspreid zou hebben. Een van die theorieën baseert zich op het feit dat mensen in Noord-Europa minder vitamine D aanmaakten omdat de zon er minder sterk schijnt. De evolutie zou dan voordeel gegeven hebben aan mensen die melksuiker konden verteren, want de calciumrijke melk zou dat vitaminetekort compenseren. Alleen verklaart die uitleg niet waarom de mutatie ook vaak bij mensen in Zuid-Europa, het Midden-Oosten of Afrika terug te vinden is.

Ook andere gangbare theorieën gingen ervan uit dat de voedingswaarde van melk een cruciale rol speelde in de verspreiding van lactosetolerantie. Mensen die lactose beter konden verwerken, kregen extra voedingsstoffen binnen en kregen volgens de survival-of-the-fittesttheorie een voordeel. In de Europese bevolkingsgroepen waar sinds het ontstaan van landbouw veel zuivel geconsumeerd werd, zouden zij na verloop van tijd de meerderheid uitmaken. “Eigenlijk leidden alle theorieën tot dezelfde hypothese: hoe meer melk er geconsumeerd werd in een bevolkingsgroep, hoe sneller de mutatie zich zou verspreiden”, zegt Thomas.

Om die theorie te testen, brachten ze de melkconsumptie in Europa tussen 7000 voor en 1500 na Christus in kaart. Ze deden dat door samen met tientallen archeologen te zoeken naar restanten melkvet op 13.000 eeuwenoude potscherven van 554 archeologische vindplaatsen. Daarnaast bekeken ze het DNA van 1.700 prehistorische Europeanen en Aziaten.

Wat bleek? Al van in het Neolithicum (7000 jaar voor Christus) dronken Europeanen op grote schaal melk. De mutatie die het volwassenen mogelijk maakt om lactose af te breken, bleek al meer dan vijfduizend jaar geleden voor te komen, maar bleef lange tijd een zeldzaamheid. Rond 1000 voor Christus was een aanzienlijk deel van de bevolking al lactosetolerant, en zou de mutatie zich met een snelheid verspreiden die in de evolutie maar zelden voorkomt.

“De eigenschap om melksuiker te kunnen verteren, bleek elke generatie mensen ongeveer een 5 procent hogere kans te geven om volwassen te worden en zich voort te planten”, zegt Thomas. Experts die thuis zijn in natuurlijke selectie weten: dat is een spectaculair voordeel. Alleen lijkt er van dat voordeel vandaag weinig over te schieten. Uit een analyse van de gegevens van 300.000 Britten, bleek dat vandaag amper noemenswaardige gezondheidsverschillen zijn tussen mensen die de mutatie hebben en zij die dat niet hebben. En dat was bij onze voorouders lange tijd net zo goed het geval.

Natuurlijke selectie kon dus niet verklaren waarom het plots zoveel voordeliger werd om lactose te kunnen verteren. Dus kwamen de onderzoekers met twee nieuwe hypotheses. “Ons idee was: als je een gezond persoon bent en krijgt last van winderigheid of diarree, dan is dat hoogstens een beetje gênant”, zegt Thomas. “Maar als je ernstig ondervoed bent of blootgesteld wordt aan ziektekiemen, kan diarree tot de dood leiden. Vandaag is diarree nog steeds een belangrijke doodsoorzaak bij ondervoede mensen.”

Dus namen ze opnieuw de proef op de som, en keken ze of de mutatie die mensen in staat stelt om melksuiker te verteren zich sneller verspreidde in tijden van hongersnood of infectieziektes. Dat bleek ook: het voorkomen van infectieziektes bleek de verspreiding van de mutatie 284 keer beter te voorspellen dan constante natuurlijke selectie, hongersnoden zelfs 689 keer beter. “Het lijkt er dus op dat de mutatie zich veel sneller verspreidde in tijden van infecties of hongersnoden dan tijdens betere periodes.”

Intolerantiehype

Het grootschalige onderzoek zet niet alleen heel wat bestaande theorieën over de oorsprong van lactosetolerantie op zijn kop, het leert ook interessante dingen over lactose(in)tolerantie vandaag. Zo ontdekten de onderzoekers op basis van data van 300.000 Britten dat mensen zonder de mutatie evenveel melk drinken als mensen die wel de mutatie hebben. “Hoewel twee derde van de wereldbevolking dus niet over de mutatie beschikt, blijken lang niet al die mensen ook echt last te ondervinden van lactose.” Met andere woorden: wie niet genoeg lactase produceert, is daarom niet noodzakelijk meteen lactose-intolerant.

Op dat vlak is China aan een interessant experiment bezig. “Ik heb een droom dat alle Chinezen, vooral de kinderen, elke dag een halve kilo zuivelproducten kunnen eten”, verkondigde premier Wen Jiabao in 2006, in een bijzondere variatie op de historische speech van Martin Luther King. Sindsdien kent zuivel een spectaculaire opmars in China: tussen 2006 en 2010 steeg de consumptie met maar liefst 42 procent. Sinds de uitspraak van Jiabao hanteerde het land een voedingsadvies van 300 gram zuivelconsumptie per dag. In mei werd dat verhoogd naar 300 tot 500 gram. Opvallend, in een land waar volgens studies 92 procent van de bevolking niet genoeg lactase produceert. “Toch lijken ze er weinig last van te hebben”, zegt Thomas. “Als ik vrienden of collega’s uit China daarover spreek, lijkt niemand zich lactose-intolerantie als een probleem te zien.”

Ook bij ons leidt de afwezigheid van de mutatie lang niet altijd tot duidelijke klachten. “Tenzij ze grote hoeveelheden melk drinken, kunnen ook veel mensen die in principe lactose-intolerant zijn, zonder grote problemen enige melksuiker binnenkrijgen”, zegt gastro-enteroloog Danny De Looze (UZ Gent), die het boek Lactose, gluten & co schreef. Zo wordt yoghurt doorgaans beter verdragen dan melk, hardere kazen bevatten zelfs amper lactose. “Als mensen echt last ondervinden van lactose, gaat dat bijna altijd hand in hand met andere darmproblemen, bijvoorbeeld prikkelbaredarmsyndroom.” Ook mensen bij wie de darmen beschadigd zijn door een infectie als salmonella, kunnen meer last krijgen van lactose-intolerantie.

Toch stelt De Looze vast dat er een ‘intolerantiehype’ bezig is. Zo krijgt hij steeds meer patiënten over de vloer die bij zichzelf tal van voedselintoleranties vastgesteld hebben, waaronder lactose, door middel van intolerantietests van commerciële labo’s. Het kan gaan om bloedtesten, haartesten of testen die ‘trillingen’ in het lichaam registreren. Het kostenplaatje van zo’n test kan, afhankelijk van het type, tussen de 70 en enkele honderden euro’s liggen. “Helaas zijn de meeste van die testen waardeloos”, zegt De Looze. “Ze zijn immens populair, maar er is geen wetenschappelijke evidentie voor. Ik zeg altijd tegen mijn patiënten: ‘Als zo’n test niet terugbetaald wordt door de ziekenfondsen, is het wellicht verstandiger om ervan weg te blijven’.”

Het is een fenomeen dat zich niet beperkt tot lactose-intolerantie. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen bleek dat twee op de drie mensen die beweren een voedselallergie te hebben, waarschijnlijk niet allergisch zijn. Ook allergie-diëtist Kris Gillis ziet mensen steeds vaker naar intolerantietests grijpen, in een poging om verklaringen te vinden. “Het zijn vaak mensen die reële klachten hebben en geen medisch antwoord krijgen. Het gevaar is alleen dat ze op basis van die testen veel meer voedingsmiddelen gaan schrappen dan nodig, waardoor er een kans op ondervoeding ontstaat.” Gelukkig zijn er betrouwbaardere manieren om een lactose-intolerantie vast te stellen. Een klassieke methode is om lactose een tijdje weg te laten uit het dieet, en vervolgens te herintroduceren. Een andere manier is om met een ademtest te kijken of er waterstof in iemands adem aanwezig is, wat erop kan wijzen dat de lactose niet goed verteerd is.

Symptomen door angst

Daarnaast zien artsen dat zodra mensen de diagnose van lactose-intolerantie krijgen, ze soms onderhevig zijn aan het zogenoemde nocebo-effect. Dat betekent dat negatieve verwachtingen tot symptomen leiden. “Zo zie je dat mensen op de bijsluiter van geneesmiddelen lactose zien staan en symptomen ontwikkelen, terwijl de hoeveelheden die daarin zitten echt minuscuul zijn. Soms worden die symptomen dus vooral door angst opgewekt, maar dat maakt het natuurlijk niet minder vervelend”, zegt De Looze.

Het is bekend dat melksuiker vaak gebruikt wordt als bindmiddel in tabletten en capsules. Ironisch genoeg soms ook in geneesmiddelen voor maag- en darmklachten. Slechts een miniem deel van de intolerantie-lijders zou daar last van mogen ondervinden. “Mochten alle mensen met lactose-intolerantie last krijgen van pillen, zouden die niet door de klinische tests raken”, zegt Michaël Storme van de Apothekersbond. “Voor de mensen bij wie dat toch het geval is, raden we altijd aan om het gesprek met hun apotheker daarover aan te gaan. Meestal bestaan er alternatieven zonder lactose.”

Dat is dan ook het lastige aan intoleranties: het is een individuele zoektocht naar waar iemands individuele tolerantiegrens ligt. “Bij sommige mensen is het emmertje sneller vol dan bij andere”, zegt Gillis. “Bovendien gaat zo’n intolerantie echt in golfbewegingen, bijvoorbeeld omdat ook stress een grote rol speelt.”

Dat kan het verwarrend maken voor patiënten. “In het begin zag ik echt door de bomen het bos niet”, zegt Ophélie (26), bij wie op haar 21ste lactose-intolerantie vastgesteld werd. Door gebrek aan voorlichting van haar arts ging ze op Facebook-groepen speuren, waar ze getuigenissen en tips zag voorbijkomen van anderen die nog veel gevoeliger waren aan lactose. Pas toen ze begeleiding zocht bij een diëtiste, leerde ze dat er nog veel meer mogelijk was dan ze dacht. “Ik verschoot toen die me vertelde dat ik wel nog jonge kaas mag eten, terwijl ik jarenlang alleen maar dure lactosevrije kaas gekocht heb. Ik zal vast niet de enige zijn die na mijn diagnose te voorzichtig werd.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234