Maandag 19/08/2019

Wetenschap

Alles wat u altijd had willen weten over dromen

Een slapende vrouw. Beeld GettyImages

We dromen dat het een lieve lust is. Soms herinneren we ons wat er zich in ons hoofd afspeelde. Meestal echter niet, en dan denken we ’s ochtends dat we die nacht niet gedroomd hebben. Fout. Bijna iedereen droomt bijna elke nacht. Nog meer weten? Lees dan verder.

Wat is dromen?

Een droom is een opeenvolging van beelden, ideeën, emoties en sensaties die zich doorgaans onbewust afspelen in ons brein tijdens sommige fasen van de slaap. Dromen kunnen onderhoudend, prettig, romantisch, verstorend, angstaanjagend en ronduit vreemd zijn. De dromer heeft slechts beperkte controle over de inhoud van zijn dromen.

Wanneer dromen we?

Als je acht uur slaapt, doorloop je ongeveer vijf slaapcycli per nacht. Elke cyclus van 90 minuten (soms tot 120 minuten) bestaat uit vijf stadia.

Eén: lichte slaap, onze ogen bewegen zachtjes, onze spieren eveneens (4 à 5 procent van onze slaap).

Twee: de ogen bewegen niet meer, hersengolven worden trager maar barsten af en toe wel los (45-55%).

Drie: extreem trage hersengolven (deltagolven), afgewisseld met kleinere maar snelle golven (4-6%).

Vier: bijna uitsluitend deltagolven, de ogen en de spieren bewegen niet meer. De fases drie en vier vormen wat we de diepe slaap noemen. Een persoon die dan plots wordt gewekt, is eventjes totaal gedesoriënteerd (12-15%).

Vijf: de remslaap, waarbij ‘REM’ staat voor Rapid Eye Movement, een slaapfase waarin we veelvuldig en snel met onze ogen knipperen, snel en onregelmatig ademen, en onze ledemaatspieren tijdelijk verlamd zijn. Het hart gaat sneller slaan, de bloeddruk stijgt, mannen krijgen doorgaans een erectie. De meeste dromen, en zeker de intense, spelen zich af gedurende die remslaap (20-25%).

Droomt iedereen? Hoe vaak?

Alleen wie lijdt aan het Charcot-Wilbrandsyndroom — een uiterst zeldzame aandoening waarbij je niet opnieuw beelden kunt oproepen in je hersenen — droomt nóóit. De rest van ons doet het wel drie tot zes keer per nacht. Neem het gemiddelde (4,5) en vermenigvuldig dit met het aantal dagen (365), en je komt aan 1.642,5 dromen per jaar (1.647 in een schrikkeljaar). Rekening houdend met de gemiddelde leeftijd (respectievelijk 79,9 en 83,1 jaar) betekent dit afgerond dat een man 129.758 dromen heeft en een vrouw 136.492. Sommige dromen duren een paar seconden, anderen een halfuur. Stel dat een gemiddelde droom tien minuten duurt, dan zit je al snel rond de 22.000 uur in een mensenleven. Dat is... tweeënhalf jaar.

Er is wel een verstorende factor: alcohol. Hoe meer we hebben gedronken, hoe erger onze slaap verstoord wordt en hoe minder we dromen.

Welk mechanisme zit erachter?

Tijdens onze dromen verplaatsen we data die we tijdens de dag verzameld hebben in de hippocampus, ons ‘geheugencentrum’, naar de neocortex, die ons functioneren stuurt (zintuiglijke waarnemingen, bewegen, redeneren, denken, spreken). Daardoor is ons geheugen de volgende dag weer vrij om nieuwe data te verzamelen. De neocortex beslist of de informatie uit de dromen wordt bijgehouden of definitief verwijderd.

In zijn ooit richtinggevende, maar tegenwoordig gecontesteerde boek Die Traumdeutung (‘De droomduiding’) uit 1899 noemde psychoanalist Sigmund Freud dromen boodschappen uit het onderbewuste. Vaak begint het, volgens hem, bij het onschuldig herbeleven van wederwaardigheden van de vorige dag, maar leidt het onveranderlijk tot betekenisvolle gebeurtenissen uit het verleden. En — Freud zou Freud niet zijn — draait het niet zelden rond seksuele verlangens. Neurologen zijn minder geïnteresseerd in de psychologische interpretatie van dromen, zij kijken puur naar de hersenactiviteit.

Waarom kunnen we onze dromen niet onthouden?

Omdat we vooral woordelijk denken, terwijl dromen voornamelijk uit (abstracte) beelden bestaan. Daardoor zijn we 95 procent van onze dromen al vergeten als de wekker weerklinkt. Alsof ze er niet geweest zijn. De dromen die we ons wél herinneren, zijn ofwel extreem bizar of ontzettend gewoontjes. Als je dromers vlak na de remslaap wakker maakt, herinneren ze zich wel nog wat ze ‘beleefd’ hebben.

Hebben we altijd al gedroomd?

De oude Egyptenaren deden het in elk geval al. Zij schakelden zelfs geoefende dromers in om veldslagen voor te bereiden of belangrijke beslissingen te kunnen nemen. De oude Grieken en Romeinen zagen dromen als geloofwaardige voorspellingen én als bezoekjes van overleden dierbaren. Een overgang tussen oud en nieuw dus. Toch was het wachten op Sigmund Freud en Carl Jung, op het eind van de 19de eeuw, voor de eerste wetenschappelijke droomtheorieën.

Waarover dromen we?

Alles wat ons op een of andere manier bezighoudt. Vrouwen dromen meer over familie, kinderen en het interieur van hun huis dan mannen. Meisjes hebben vaker angstdromen dan jongens. Zes op de tien mensen die net een dierbare hebben verloren, dromen frequent over hem of haar.

48 procent van de mensen die in onze dromen voorkomen, kennen we in het echt. Een op de drie herkennen we aan de sociale rol die de persoon vervult, bijvoorbeeld een politieman. Slechts 16 op de 100 personages in onze dromen herkennen we niet.

Klein meisje slaapt met teddybeer. Beeld GettyImages

Sinds de jaren vijftig dromen we vaker dat we kunnen vliegen. Dat zou weleens te maken kunnen hebben met de toename van het luchtverkeer en het gegeven dat intussen heel veel mensen al in een vliegtuig hebben gezeten. Mensen die een pijnlijke ziekte hebben, dromen vaker over pijn.

In een Amerikaans onderzoek werden 55 droomthema's opgelijst. In de top 5 staan, in volgorde: school-leraren-studeren, achtervolgd worden, seksuele handelingen stellen, vallen en te laat arriveren op een afspraak. Op de laatste vijf plaatsen: naar een andere planeet reizen, een dier zijn, een ufo zien, een abortus ondergaan, een voorwerp zijn.

Wat betekenen dromen?

Wetenschappers breken er al decennia hun hoofd over. Best mogelijk dat ons brein via een droom probeert te waarschuwen voor nakend gevaar en hoe we daar het best mee zouden omgaan. Zo zou de angstdroom dat je onvoorbereid en (letterlijk) naakt naar een examen op school moet — terwijl je al járen afgestudeerd bent — kunnen wijzen op een presentatie die je binnenkort moet geven op je werk en waarover je onzeker bent. Dromen dat je al je tanden verliest, zou kunnen betekenen dat je moet opletten dat je de dag nadien niets verkeerds zegt tijdens een belangrijke ontmoeting. Dat mensen van verschillende generaties op verschillende continenten ongeveer hetzelfde dromen is overigens minder vreemd dan het lijkt: genetisch is onze programmering vergelijkbaar. Het idee dat we naakt voor een groep staan, is in bijna alle culturen een reden om beschaamd te zijn.

Dromen helpen ons om te gaan met emoties door er herinneringen van te maken. Wat we in onze droom zien en meemaken, mag dan wel niet echt gebeurd of realistisch zijn, maar de emoties die eraan vasthangen wél. Daardoor probeert ons brein een gebeurtenis los te weken van het emo­tionele en er een herinnering van te maken. Andere theorieën stellen dan weer dat dromen helemaal niets betekenen: elektrische breinimpulsen zijn het, die losse gedachten uit ons geheugen plukken en er een scenariootje mee opbouwen. En als we ons dan toch iets herinneren als we opstaan, proberen we er zelf zin aan te geven.

Kunnen we dromen ‘sturen’?

Gedeeltelijk. Worden we overdag geconfronteerd met een probleem, dan zal ons brein proberen dat op te lossen, óók ’s nachts. Wie overdag een dutje doet halfweg een zware opdracht, maakt meer kans om die tot een goed einde te brengen dan wie tussendoor geen pauze nam. Er bestaat ook zoiets als lucide dromen: de dromer realiseert zich plots dat hij aan het dromen is en probeert zijn droom alsnog (bij) te sturen terwijl hij verder droomt.

Of kunnen dromen ons leven sturen?

Dokter Rosalind Cartwright onderzocht een halve eeuw lang droompatronen. Ze ontdekte dat depressieve mensen die ook over hun pijnlijke ervaring droomden, sneller van hun depressie af geraakten dan patiënten die er niet over droomden, omdat die met hun emotionele wanhoop bleven zitten. Zelfde vaststelling bij mensen met een posttraumatische stressstoornis. Als zij voor het slapengaan het geneesmiddel prazosine slikten, tegen hoge bloeddruk, hadden ze ’s nachts significant minder nachtmerries en konden ze overdag beter functioneren. En als onze hersenen tijdens het dromen creatieve oplossingen bedenken, kunnen we daar op het werk gebruik van maken. Volgens de legende is zo de befaamde tabel van Mendelejev tot stand gekomen, nadat de Russische chemicus eerst dagenlang gewroet had om die in wakkere toestand uit te werken. Dat leidde tot slapeloze nachten. Toen hij dan toch eens doorsliep, losten zijn hersenen het probleem tijdens de remslaap op.

Dromen we in kleur of zwart-wit?

Lang werd gedacht dat we in zwart-wit droomden, maar uit onderzoek rond de eeuwwisseling bleek dat 80 procent van wie jonger was dan dertig, aangaf dat ie in kleur droomde. Van wie zestig of ouder was, gaf slechts 20 procent aan in kleur te dromen. Een verklaring zou kunnen zijn dat zestigplussers zijn opgegroeid met zwart-wittelevisie, tachtigplussers zelfs met zwart-witfilm. Hun referentie was: zwart-wit. Wie na de jaren 60 geboren is, heeft alleen maar kleurentelevisie meegemaakt.

Droomt een blinde ook?

Ja, maar anders. Wie blind geboren werd en dus nooit heeft kunnen zien, droomt van aanrakingen, gevoelens, geuren en smaken. Wie blind geworden is, heeft ooit kunnen zien en kan dus wel beelden oproepen in zijn slaap. Voor wie doof geboren werd, geldt dan weer dat ze wellicht geen geluiden horen in hun dromen. En wie verlamd is van bij de geboorte, kan in zijn dromen stappen, lopen of zwemmen. De emotionele impact van een droom is voor al die mensen even groot.

Waar komt de term ‘nachtmerrie’ vandaan?

We moeten terug naar de oudheid, toen een elf ook ‘mara’ genoemd werd, wat zoveel betekende als: boze geest. De godin Mara stond erom bekend dat ze zichzelf ‘s nachts kon veranderen in een witte merrie met blauwe ogen en een rode koord om de hals, meestal gevolgd door negen veulens. Op schilderijen staat Mara soms ook afgebeeld met negen hoofden, in die tijd het getal van de duivel. Om Mara ‘s nachts weg te houden strooiden de mensen in de Middeleeuwen gerstkorrels rond hun bed, want volgens hen zou die het dan te druk hebben gehad met het tellen van de korrels. Een andere methode was het kruiselings voor elkaar zetten van klompen of een gebruikt broodmes door de manen van een merrie halen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden