Donderdag 16/09/2021

InterviewKris Van Der Mieren

Zo gaan Van Aert, Evenepoel en co. de strijd aan met de Japanse hitte

Wout Van Aert. Beeld BELGA
Wout Van Aert.Beeld BELGA

De Olympische Spelen in juli en augustus, dat is Tokio op z’n heetst en z’n vochtigst. Zware omstandigheden waaraan de wielrenners in het openingsweekend als eerste atleten langdurig aan worden blootgesteld. Bondsdokter Kris Van Der Mieren legt uit hoe Van Aert, Evenepoel en co. de strijd aangaan met het ongenadige zeeklimaat. Voorbereiding is alles. Hitte is de nieuwe hoogte.

Welke klimatologische omstandigheden wachten in Tokio?

“Het WK in Qatar, vier jaar geleden, was al een mooie voorproef. Ook daar was het warm, warmer zelfs dan hier in Japan. Maar wel iets minder vochtig. In Tokio ligt de gemiddelde vochtigheidsgraad in deze periode rond de 80 procent en klimt het kwik makkelijk naar 30 graden en meer. Qua impact op zowel gezondheid als prestatievermogen is de combinatie van beide factoren doorslaggevend. De optelsom van temperatuur en luchtvochtigheid vertaalt zich in de hitte-index. Volgens mijn berekeningen komt die index in Tokio uit op om en bij de 46. Dat is al niet meer onschuldig, daarmee beland je in de alarmzone.

“Ter vergelijking: op een gemiddelde hete Belgische dag bedraagt de hitte-index hooguit 30 à 35. Dan voelt het weliswaar ook onweerachtig, zwoel en plakkerig aan. Maar het grote verschil zit hem dus in die extra vochtigheid, eigen aan deze Aziatische regio.”

Zijn onze Belgische (weg)wielrenners daarop voorbereid?

“Zo goed als het kan. Atleten die in de buitentemperatuur korte(re) inspanningen leveren – ik denk aan 100- of 200-meterlopers – slagen daar iets makkelijker in. Voor duursporters, en daar horen wielrenners bij, is dat echt wel een uitdaging. Er zijn oefensessies georganiseerd en metingen gedaan in de hittekamers van onder meer de UGent en de Bakala Academy aan de KU Leuven, waar de klimatologische situatie van Tokio op een kunstmatige manier werd gesimuleerd. Sommigen verteerden dat heel goed, anderen schrokken er toch wel een beetje van hoe snel een menselijk lichaam in zulke omstandigheden aan vermogen en inspanningscapaciteit verliest.

“Acclimatisatie is belangrijk, vandaar de vroege afreis van Evenepoel en Vansevenant. De Tou-rgangers, zoals Van Aert, zijn niet meer in de mogelijkheid om die aanpassingstraining te doen. Het zou te veel extra energie van hen vragen. In de meest ideale der werelden was het van in het begin van de Ronde van Frankrijk snikheet geweest. (lacht) Maar soit, het was niet zo. Het wordt voor iedereen een zware dobber.”

Hoe kunnen de renners zich vooraf wapenen tegen de hitte?

“Gewoon trainen in de hitte, buiten of op de rollen, is het meest voor de hand liggend. Maar ook saunabezoeken zijn aanraders. Of eens wat vaker in een heel warm bad gaan liggen. Ons lichaam is niet zo slim dat het de precieze warmtebron kan detecteren en een onderscheid daarin kan maken. Van waar de warmte komt, is niet belangrijk, het past zich wel aan. Renners hebben, elk op hun eigen manier, dag na dag gewerkt met de tools, de ‘truken van de foor’ zeg maar, die hen door ons of hun ploeg werden aangereikt.

“Maar hier in Tokio wordt het een ander paar mouwen. Er zal nog wel regelmatig worden getraind. Maar ook geen acht uur per dag. De rest van de tijd doorbrengen in aircogekoelde kamers is geen goed idee. Dat benadeelt de acclimatisatie. Probleem is dat we, door de strenge covidmaatregelen, niet zomaar naar hartenlust kunnen buitenlopen en -zitten. Daarom proberen we in de tuinen van de hotels ons eigen ‘perkje’ te claimen en af te bakenen. Hoe meer de atleten buiten kunnen leven, hoe beter.”

Remco Evenepoel. Beeld BELGA
Remco Evenepoel.Beeld BELGA

Welke koeltechnieken zijn nog mogelijk de dag van de wedstrijd?

“In de bevoorrading werken we met zogenaamde ice slurry’s: ingevroren isotone drank die door een mixertje wordt gehaald en zo in de drinkbussen wordt gedaan. Dat smelt weliswaar binnen de 20, 30 minuten na aanname maar blijft wel lekker fris om te drinken. Op die manier houd je de kerntemperatuur van je lichaam koel. In koers zullen de bevoorradingsmogelijkheden eerder beperkt zijn. Bidons ophalen aan de volgwagen en ‘waterdragen’ op zich worden niet simpel.

“Als het van in het begin oorlog is, moet er omzichtig met de krachten worden omgesprongen. Elke inspanning kan er een te veel zijn. De combinatie van zoveel mogelijk energie sparen en zoveel mogelijk afkoelen wordt een logistieke challenge, die we ter plekke zullen moeten finetunen. IJsvesten voor de start zijn zeker een optie. Sommigen gebruiken ook ijsblokjes in nylonkousen om rond de polsen te doen of in de nek te leggen. Voor elke renner afzonderlijk houden we ons aan zijn eigen gebruiken en gewoonten.”

Hoe gaan onze kopmannen Van Aert en Evenepoel om met extreme hitte?

“Goed, denk ik. Wout sowieso, dat merk je wel in de Tour. En Remco is uitstekend voorbereid. Als je de vijf ‘hardste koppen’ van het peloton opnoemt, zijn Van Aert en Evenepoel er zeker bij. Daarmee bedoel ik: zulke mannen gaan daar niet snel over klagen, ze maken van elke noodsituatie het beste. Dat is een enorm voordeel. Het zit wel goed met onze twee kopmannen. Ze zijn klaar om te knallen.

“Hét grote verschil met het WK 2017 in Qatar is dat in Tokio geen jeugd actief is. De thermoregulatie bij volwassenen staat veel beter op punt dan bij jongeren. Profs hebben, eenmaal de 20 voorbij, ook al veel meer ervaring met dit soort toestanden. Iedereen kent de risicosignalen die ze van hun lichaam kunnen krijgen. Mocht het nodig zijn, zal ik niet aarzelen om in te grijpen. Maar om eerlijk te zijn: ik verwacht geen ernstige medische problemen. We gaan natuurlijk ook uit van het worstcasescenario. (lacht) Voor hetzelfde geld is het 10 graden frisser, waait er een zacht briesje of regent het. Ideaal, zou je dan denken. Maar het tegendeel hoeft niet per se een nadeel te zijn. Het gaat tenslotte om de koers winnen. In die zin bestaan geen slechte omstandigheden. Enkel lastige.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234