Donderdag 05/08/2021

InterviewGreg Van Avermaet

‘Zelf had ik ook nooit gedacht dat ik zoveel schone koersen zou winnen’

‘Als ik moet kiezen tussen mijn carrière of die van Thibaut Courtois, zou ik toch lang moeten nadenken. Misschien verdien je als topvoetballer zelfs te veel, maar zelf mag ik ook niet klagen.’ Beeld Yves Perret
‘Als ik moet kiezen tussen mijn carrière of die van Thibaut Courtois, zou ik toch lang moeten nadenken. Misschien verdien je als topvoetballer zelfs te veel, maar zelf mag ik ook niet klagen.’Beeld Yves Perret

Voor het eerst in tien jaar staat Greg Van Avermaet (35) zondag als underdog aan de start van de Ronde van Vlaanderen. Hij hoopt oorlog te maken met zijn maatje Oliver Naesen, maar is beducht voor de sloophamer van Wout van Aert en Mathieu van der Poel. De olympische kampioen maakt nuchter de balans op van zijn carrière, maar is stellig: ‘Mij helemaal afschrijven? Dat zou ik toch nog niet doen.’

Voor de meeste wielerfans is Van Avermaet al ontiegelijk lang één van de eerste namen op het blad bij het invullen van hun wielerpronostiek. Greg staat garant voor een mooie reeks ereplaatsen, en in zijn superjaren 2016 en 2017 ook voor grote overwinningen. Maar in het geamputeerde koersjaar 2020 sputterde de motor, door pech en beslommeringen bij het intussen ter ziele gegane Team CCC. Ook dit seizoen bracht nog niet de grote remonte: vooral zijn inzinking in de Strade Bianche, op een zware grindstrook, leverde hem veel commentaar op. En dat deed meer pijn dan hij gewoonlijk laat zien.

Adrie van der Poel zei achteraf dat jij een probleem hebt. Vind je dat ook?

Greg Van Avermaet: “Problemen zijn er om opgelost te worden, zeker? Het was niet leuk om daar zoveel vragen over te krijgen. Bauke Mollema zat in dezelfde groep als ik, en hoewel hij de weken voordien in supervorm had verkeerd, moest hij zich niet verantwoorden voor zijn achttiende plaats. Maar als ik eens een mindere dag heb, springt de pers daar massaal op. Raar.”

Beschouw het als een compliment. We zijn zo’n inzinking van jou niet gewend.

Van Avermaet: “Ja, maar ik ben ook maar een mens, hè. De voorbije jaren waren de verwachtingen altijd hooggespannen. Ik heb die vaak ingelost, maar dan werd weer geschreven dat ik toch zo moeilijk won. Zo is het altijd iets. Ik kijk liever naar wat ik wél heb gewonnen: olympisch goud, Parijs-Roubaix, Gent-Wevelgem, twee keer de Omloop Het Nieuwsblad, de E3, ritzeges in de Tour, de gele trui gedragen… Ik ken veel renners die meteen zouden tekenen voor zo’n carrière. Zelf had ik ook nooit gedacht dat ik zoveel schone koersen zou winnen.”

Begrijp je ondertussen al wat er in de Strade Bianche is gebeurd?

Van Avermaet: “Het is niet mijn stijl om excuses te zoeken. Ik ben even over mijn toeren gegaan, terwijl Wout en Alaphilippe de schifting doorvoerden op die lange grindstrook. In de afdaling had ik even een gaatje moeten laten en bergop wilde ik er te snel weer naartoe. Zo blies ik mezelf op. Er zat niks anders op dan even te bekomen – best frustrerend. Daarna ben ik wel goed hersteld, maar toen was de koers al verloren.

“Het was wel schrikken dat ik daar zo’n patat kreeg. De jaren voordien had ik altijd mooie resultaten gereden in Toscane: twee keer podium. Ik was gestart met het idee om mee te doen voor de overwinning.”

Begin je daarna dan aan jezelf te twijfelen?

Van Avermaet: “De eerste dagen wel. Ik ben met een rotgevoel op de bus gestapt en was de hele avond erg ontgoocheld. Maar je mag daar niet in blijven hangen. Het heeft geen zin om je eigen put te graven. Ik heb geprobeerd om de twijfels weg te duwen en vooruit te kijken naar de volgende wedstrijden. Tenslotte was ik nog altijd in de top 20 geëindigd. En in Tirreno-Adriatico, waar ik twee keer in de top 10 eindigde, kreeg ik snel de bevestiging dat ik wél in orde was.”

Ook in Milaan-Sanremo kwam je met de besten boven op de Poggio. Had jij in het slot ook nog kunnen wegrijden, zoals Jasper Stuyven deed?

Van Avermaet: “Pff, ik was al blij dat ik bij die selecte groep zat. Ik was wel van plan om in de slotfase op het vlakke aan te vallen, maar Jasper verraste iedereen door al in de afdaling te gaan. Toen Kragh Andersen nog bij hem kwam, viel de puzzel perfect in elkaar. Zelf ging ik nog even in de achtervolging met Schachmann, maar ik kwam mezelf snel tegen in de wind. Daardoor had ik nadien ook geen sprint meer. Wat Jasper deed, was echt beresterk.”

Trekt de rest van het peloton zich op aan het feit dat Stuyven de ‘Grote Drie’ wist te verslaan?

Van Avermaet: “Sowieso. Het was zo’n moment dat Wout, Mathieu en Alaphilippe naar elkaar zaten te kijken. Zo’n situatie schept kansen voor ons. Maar in een zware koers als de Ronde van Vlaanderen zie ik dat niet gebeuren. Daar zijn de benen belangrijker dan de tactiek.”

De gemiddelde leeftijd in de kopgroep van de Strade Bianche was 24 jaar, terwijl dertigers zoals jij, Fuglsang, Stybar, Kwiatkowski en Valverde moesten lossen. Hoe verklaar je dat?

Van Avermaet: “Dit is gewoon een supersterke generatie. Al zou ik ons toch nog niet helemaal afschrijven, want er zit nog wel íéts in de tank. Misschien was het beeld anders geweest als die koers 50 kilometer langer was?

“Het is wel straf dat mannen als Bernal en Pogacar er op hun 20ste of 21ste al staan. Of neem Remco Evenepoel. Ik geloofde niet dat hij, als 19-jarige neoprof die recht van de junioren kwam, meteen alles kapot zou komen rijden bij de profs. Tot ik hem voor het eerst tegenkwam in koers, tijdens de Hammer Series in Valkenburg: hoewel ik in zijn wiel zat, voelde het alsof ik zélf op kop aan het rijden was!

“Wout en Mathieu zijn even indrukwekkend. Met hen erbij wordt het moeilijk voor mij om nog grote koersen te winnen. Ik ga zeker blijven proberen, maar ik zal al blij zijn als ik nog eens met hen naar de meet kan gaan om te sprinten voor de zege, al zijn die mannen natuurlijk wel heel snel. Voor het eerst sinds lang ben ik nu de underdog in de Ronde.”

Zijn hun ploegen niet kwetsbaar?

Van Avermaet: “Zo zwak zijn die niet, hoor. Van der Poel had in de Strade nog twee ploegmaats bij de beste vijftien: Gianni Vermeersch en Petr Vakoc. En voor Van Aert daar de koers openbrak, had Jumbo-Visma de boel netjes gecontroleerd.”

Maar in Milaan-Sanremo had Van Aert na de Cipressa geen ploegmaats meer. Ook in de Ronde zat hij vorig jaar al voor de Koppenberg alleen. Als jij dan al weg bent met een paar andere schaduwfavorieten…

Van Avermaet: “In zo’n scenario moeten we zeker geloven. Het zou mooi zijn als ik in de Ronde met een halve minuut voorsprong aan de laatste keer Oude Kwaremont kan beginnen. Daar zullen Wout en Mathieu wellicht geen mannetjes meer over hebben. Maar dan zullen ze nog altijd komen, hoor. En als ze voelen dat ze al vroeger in de verdediging worden geduwd, zijn ze ook niet te beroerd om de koers al van ver open te breken. Vorig jaar gebeurde het ook op de Koppenberg.

“Deceunink-Quickstep heeft wel meer pionnen: zij kunnen zeven kopmannen opstellen en één van hen al op 100 kilometer van de meet laten aanvallen. Olli (Naesen, red.) en ik zullen ook op een andere manier moeten koersen. Wij moeten niet wachten tot de laatste keer Kwaremont. Als Wout en Mathieu daar versnellen, wordt het moeilijk.”

Je palmares in de Ronde oogt indrukwekkend: tweede in 2014, derde in 2015, pech in 2016, tweede in 2017, vijfde in 2018 en tiende in 2019. Welke had je moeten winnen?

Van Avermaet: “Mogen dat er ook meer zijn? (lacht) Met wat geluk had ik er drie kunnen winnen. In 2014 reed ik samen met Stijn Vandenbergh een minuut voorop. Als hij daar mocht overpakken, rijden we met twee naar de meet. Helaas vroeg Quickstep hem om te slepen, waardoor Cancellara en Vanmarcke terugkwamen, en ik de sprint verloor tegen Cancellara.

“In 2016 brak ik na 150 kilometer mijn sleutelbeen. Mijn ploegmaat Quinziato had vlak voordien gezegd dat hij al stikkapot was, terwijl ik de pedalen nog niet had gevoeld. ‘Ik win vandaag, ik voel me super’, zei ik. Vijf minuten later lag ik op de grond. Vandaar mijn tranen. Ik wist dat ik er heel dicht bij zou zijn. Peter Sagan reed solo naar de meet, maar zonder die val hadden we waarschijnlijk tegen elkaar gesprint. En ik had hem dat jaar al geklopt in de Omloop en Tirreno. In 2017 viel ik samen met Olli en Sagan op de Kwaremont, nadat Peter achter een jas was blijven haken. Als je ziet hoe dicht ik daarna nog terugkwam op Gilbert, zat het er toen ook in. Maar ja, dat is allemaal praat achteraf.”

Je won vorig jaar wel de virtuele Ronde.

Van Avermaet: “Ja! Steek het mes nog wat dieper (lacht). Dat was leuk, en keihard afzien, maar het heeft niet dezelfde waarde, hè.”

‘Ik zou mijn gouden medaille op de Spelen voor niets willen ruilen, ook niet voor een Ronde van Vlaanderen.’
 Beeld BELGAIMAGE
‘Ik zou mijn gouden medaille op de Spelen voor niets willen ruilen, ook niet voor een Ronde van Vlaanderen.’Beeld BELGAIMAGE

SCHONE WAARDEN

Hoe voel je je bij je nieuwe ploeg AG2R-Citroën?

Van Avermaet: “Het was een beetje wennen, omdat ik 90 procent van het personeel en de renners niet kende. Maar de ploeg bestaat al lang, waardoor er een stevige structuur staat. Ze moeten alleen nog werken aan details. In de winter waren er wat problemen met de levering van het materiaal. Gelukkig is dat opgelost.”

Er wordt weleens meewarig gedaan over Franse ploegen.

Van Avermaet: “Ze zijn iets minder punctueel. De mentaliteit is: ‘Het komt wel in orde, maar misschien niet direct.’ Ik jaag mezelf daar niet te hard in op, want de grote lijnen zijn dik in orde.”

Je werkt nu met een nieuwe trainer: Jean-Baptiste Quiclet, die ook Naesen begeleidt. Zijn er grote verschillen?

Van Avermaet: “De aanpak is grotendeels dezelfde, maar hij legt andere accenten. Ik heb in de winter iets meer lange duurtrainingen gedaan. Ritten van minstens zes uur. Vroeger deed ik dat weinig, ik heb het liever korter en heviger. Toch heb ik me aan zijn schema gehouden. Het is niet slecht om op mijn leeftijd eens van aanpak te veranderen.”

Je hebt niet minder punch door die lange duurtrainingen?

Van Avermaet: “Nee. Mijn waarden zijn ongeveer hetzelfde als andere jaren.”

Haal je je topwattages van vijf jaar geleden nog?

Van Avermaet: “Alleen in een niet te lastige koers. Mijn piekwaarden zoals die in de Tourrit naar Rodez in 2015, waar ik de lange sprint bergop won tegen Sagan, heb ik al eventjes niet meer gehaald. Maar in harde koersen, met een opeenvolging van zware inspanningen, blijven mijn wattages hetzelfde. Daar haalt niemand zijn absolute piekwaarden, omdat iedereen al moe aan de finale begint. Daarom reken ik mezelf in de Vlaamse klassiekers nog zeker bij de tien besten.”

Wat denk je van de waanzinnige waarden die Van der Poel in de finale van de Strade Bianche trapte? Gemiddeld 439 watt in het laatste anderhalf uur, en 20 seconden lang 1.004 watt in de eindsprint. Dat eerste kan een goed getrainde wielertoerist een minuut volhouden, en 1.000 watt halen velen zelfs nooit.

Van Avermaet: “Dat zijn schone waarden, maar niet buitengewoon. Ik heb die ook wel ooit gereden (In Rodez duwde hij 913 watt gedurende een minuut, red.). Het straffe is wel dat Van der Poel dat kon na zo’n uitputtingsslag.”

Is het een opluchting dat je iets minder verantwoordelijkheid draagt dan bij CCC?

Van Avermaet: “Ja. Door omstandigheden was ik de enige kopman, waardoor ik eigenlijk overál moest presteren. Zelfs in bergetappes moest ik zo lang mogelijk blijven aanhaken om nog een paar World Tour-punten te sprokkelen. Dat was niet ideaal. Het tweede jaar hadden we wel een sterkere ploeg, met Trentin en Zakarin, maar door corona viel alles in duigen.”

Volgens José De Cauwer heb je vorig jaar zwaar geleden onder de perikelen bij je ploeg.

Van Avermaet: “Het was zeker een moeilijk jaar. Door corona moest onze sponsor, een schoenenfabrikant, een paar honderd winkels sluiten en ontstonden er financiële problemen. Dan versta ik dat wielersponsoring niet de hoogste prioriteit is. We moesten stevig inleveren en uiteindelijk hield de ploeg ermee op. Al die onzekerheid was niet leuk. Ik heb me dat aangetrokken, maar ik wil het niet gebruiken als excuus. In augustus begon ik goed aan het seizoen, met twee achtste plaatsen in de Strade en Milaan-Sanremo. Maar door mijn val in Luik-Bastenaken-Luik kon ik de Vlaamse koersen niet meer rijden.”

Toen BMC ermee ophield, kon je ook naar andere ploegen. Heb je geen spijt dat je er toen voor koos om je vertrouwde omkadering te volgen naar CCC?

Van Avermaet: “Eigenlijk niet. Ik vind loyaliteit heel belangrijk. Ik heb lang gewacht, in de hoop dat BMC kon doorgaan. Uiteindelijk werd er met CCC een nieuwe sponsor gevonden, maar die ploeg werd veel te laat gevormd. Als je eind augustus nog moet beginnen met renners vast te leggen, zijn de grote vissen al weg.”

VOETBALMILJONAIRS

Op welke overwinning ben je het meest trots?

Van Avermaet: “Mijn olympische titel. Er waren in mijn carrière veel momenten waarop het wat tegenzat, maar die dag viel alles in de plooi. Ik zou die overwinning ook voor niets willen ruilen, ook niet voor een Ronde van Vlaanderen. Je voelt ook dat de Spelen steeds harder leven in het peloton. De waarde van zo’n gouden medaille is enorm gestegen. Mathieu en Remco zitten daar ook al drie jaar mee in hun hoofd.”

Ben jij niet de eerste olympische kampioen die dat zo zichtbaar maakt, met die gouden stuurpen, gouden helm en gouden randjes op je shirt?

Van Avermaet: “Paolo Bettini en Samuel Sánchez deden dat ook al een beetje. Zoiets komt meestal van de sponsors. Ik hou niet van te veel show, maar die gouden accenten op mijn fiets vind ik wel geslaagd. Het is discreet en toch cool.”

Het parcours van de olympische wegrit in Tokio is opnieuw voer voor klimmers. Wat wordt jouw rol daar?

Van Avermaet: “Ik zal eerst mijn selectie nog moeten afdwingen. Als Sven (Vanthourenhout, bondscoach, red.) vijf betere renners vindt, moet ik thuisblijven.

“Nu, ik ben wél bereid om ook een andere rol op mij te nemen. Ik kan de jonge gasten bijstaan met mijn ervaring. Wout en Remco zijn zeker kanshebbers op dat zware parcours.”

Hoe kijk jij naar de burn-out van Tom Dumoulin?

Van Avermaet: “Ik begrijp hem wel. Het wordt onderschat hoeveel druk een renner zichzelf oplegt, en hoeveel druk er dan nog bij komt van de buitenwereld. Ik heb dat na de Strade ook weer meegemaakt.

“Van Dumoulin werd, zeker in Nederland, nog altijd verwacht dat hij de Tour zou winnen. Misschien legde hij voor zichzelf de lat ook zo hoog. Als je dan in een situatie terechtkomt waarin het door omstandigheden een tijd niet meer lukt, terwijl de vragen blijven komen en de druk stijgt, kan de veer breken.”

Neemt die druk bij jou soms ook het plezier weg?

Van Avermaet: “Ik probeer de druk niet de bovenhand te laten nemen. Maar sommige journalisten onderschatten welke impact ze kunnen hebben op onze moraal. Het is jullie job om kritisch te zijn, maar jullie mogen er gerust eens bij stilstaan hoe hard sommige woorden kunnen binnenkomen. Veel renners leven echt als een pater, zitten wekenlang op een berg om zich voor te bereiden, zien hun familie en hun kinderen niet... En dan vallen ze, worden ze ziek, of hebben ze eens een mindere dag, en worden ze de grond in geschreven. Dat je dan zoals Tom even op ‘escape’ wilt duwen, snap ik heel goed.”

'Met wat geluk had ik drie keer de Ronde van Vlaanderen kunnen winnen. ‘Ik win vandaag’, zei ik in 2016. Vijf minuten later lag ik op de grond.' Beeld Yves Perret
'Met wat geluk had ik drie keer de Ronde van Vlaanderen kunnen winnen. ‘Ik win vandaag’, zei ik in 2016. Vijf minuten later lag ik op de grond.'Beeld Yves Perret

In De Morgen zei je vorige zomer dat je een goed evenwicht hebt gevonden: ‘Ik leef er 100 procent voor, maar geen 300 procent.’

Van Avermaet: “Ik probeer het plezier voorop te stellen en niet té maniakaal te zijn. De woensdag voor de Strade Bianche was ik gefrustreerd, omdat er na een lange reisdag met allerlei covid-maatregelen geen eten was in het hotel. Het duurde lang voor we nog iets kregen. Maar ’s anderendaags kroop ik op de fiets voor de parcoursverkenning, in de mooiste omgeving die er bestaat, onder een stralende zon, met goeie benen… Voor geen geld ter wereld zou ik dat willen missen. Die topkoersen mogen rijden, als één van de favorieten, dat blijft mijn kinderdroom.

“Ik ben in Italië na de training ook even wijn en olijfolie gaan kopen voor thuis. Ik sluit mezelf niet op in een kamer, maar zoek graag een fijne bar om een koffietje te drinken met een stukje patisserie erbij. Is dat de beste voorbereiding? Misschien niet, maar het geeft me rust in mijn hoofd. Ik train nog altijd even hard, maar op momenten dat het kán, doe ik graag iets met mijn gezin, of ga ik iets eten. Het is daardoor dat ik zo’n lange carrière heb kunnen uitbouwen. Je moet plezier kunnen vinden in je job, en jezelf af en toe kunnen belonen na een goed resultaat. Anders hou je het niet vol.”

Van Aert werd in januari vader, zat bijna heel februari op een berg, kwam anderhalve dag naar huis, en vertrok daarna weer voor drie weken naar Italië. ‘Ik heb dat toch wat onderschat’, bekende hij.

Van Avermaet: “Het is makkelijker als je geen kinderen hebt. Met je vrouw kun je via het scherm nog een goed gesprek voeren, maar je kinderen wil je vastpakken. Dat gemis hakt er soms wel in. Wij zijn gemiddeld 250 dagen per jaar van huis. Het is cruciaal dat je vrouw dat begrijpt, en dat je thuissituatie stabiel is. Zelf was ik 30 toen we aan kinderen begonnen. Wout is er vier jaar vroeger bij. Het wordt voor hem zaak om het juiste evenwicht te vinden. Zolang de resultaten goed zijn, leef je op een wolk. Maar als het eens wat minder loopt, zal het zwaarder worden om die offers te blijven brengen.

“Een gezin kan wel voor mentale rust zorgen in mindere periodes. Het helpt om te beseffen dat er ook nog een wereld naast de koers is.”

Op je 17de was je keeper bij KSK Beveren. Denk je weleens aan het prinsenleven dat je als voetballer had kunnen hebben?

Van Avermaet: “Soms. Mijn passie voor voetbal was even groot als die voor wielrennen. Zo’n bomvol stadion betreden voor een topmatch, dat moet fantastisch zijn. Als ik moet kiezen tussen mijn carrière of die van Thibaut Courtois, zou ik toch lang moeten nadenken (lacht).”

Ook financieel is het een betere keuze.

Van Avermaet: “Als topvoetballer heb je misschien zelfs té veel. Zelf mag ik ook niet klagen. Maar goed, die mannen beginnen niet te sjotten met het idee om later zoveel miljoenen op hun bankrekening te hebben. Alles begint met passie. Om aan de top te raken, moet je veel overwinnen. De concurrentie is moordend. Er is maar één keeper van Real Madrid, hè. En als hij één keer flatert, staan de gazetten vol. Nog meer dan wanneer ik eens moet lossen (lacht).”

‘Met Wout en Mathieu erbij wordt het moeilijk voor mij om nog grote koersen te winnen.’ (Foto: aan de start van Kuurne- Brussel-Kuurne met Oliver Naesen en Mathieu Van der Poel) Beeld BELGA
‘Met Wout en Mathieu erbij wordt het moeilijk voor mij om nog grote koersen te winnen.’ (Foto: aan de start van Kuurne- Brussel-Kuurne met Oliver Naesen en Mathieu Van der Poel)Beeld BELGA

KOFFIE EN KRANT

Is het wielrennen fel veranderd sinds jij in 2007 prof werd bij Lotto?

Van Avermaet: “Het is veel professioneler geworden. Elk detail telt. Vroeger kreeg je een fiets, trainde je ongeveer hoe je wilde en lette je een beetje op je eten. ’s Avonds bij het eten werd er al eens bier of wijn gedronken. Hoogtestages waren alleen voor de klassementsmannen, en de trainingen waren minder specifiek: vijf uur bollen in de Vlaamse Ardennen met sprintjes op de hellingen. Dat is vandaag wel anders. Nu bestaat je trainingsschema uit blokken van x-aantal minuten met x-aantal watt. Die opdracht moet je exact uitvoeren. Iedereen werkt met voedingsspecialisten. Kledij en materiaal zijn superbelangrijk geworden. Bier en wijn zijn bijna verbannen op stages en in grote rondes. De omkadering en begeleiding zijn veel beter, maar het neigt stilaan naar het extreme.”

Je zou niet graag tien jonger zijn en nu aan het begin van je carrière staan?

Van Avermaet: “En nog tien jaar tegen Wout en Mathieu moeten koersen? Nee, merci! (lacht) Het is wel goed dat de jonge gasten tegenwoordig zo snel doorbreken. Daar kon ik in mijn beginperiode alleen maar van dromen. Toen waren er nog andere dingen in het spel.

“Als coureur ben je nu wel nog meer van huis dan vijftien jaar geleden, door al die stages. En onze sport wordt er ook niet bepaald veiliger op.”

Je gelooft niet in de nieuwe veiligheidsmaatregelen van de UCI?

Van Avermaet: “Die zijn op zich wel goed, maar zolang we op de openbare weg blijven koersen, kun je valpartijen niet vermijden. Er komen almaar meer obstakels bij: vluchtheuvels, wegversmallingen, rotondes, paaltjes,… Zelfs op het parcours van de Ronde van Vlaanderen, richting de Eikenberg. In wielergek Vlaanderen zouden ze bij het heraanleggen van een weg toch iets meer rekening mogen houden met de vele koersen die daar passeren? Wij moeten voortdurend van links naar rechts laveren. Als dat zo doorgaat, zit er op den duur niks anders meer op dan op afgesloten circuits of plaatselijke rondes te gaan koersen.”

Zou je je kinderen afraden om te gaan koersen?

Van Avermaet: “Nee. Als ze dat echt willen, zal ik hen steunen. Het blijft een mooie stiel.”

Maar soms ook een zware stiel?

Van Avermaet: “Als je vooraan meestrijdt, zie je verschrikkelijk af, maar word je beloond. Het ergste is afzien zónder beloning. Vallen en helemaal geschaafd naar de meet moeten rijden. Of vroeg lossen in een bergrit, en weten dat je met slechte benen nog over die cols moet. Als het weer dan nog tegenzit, en je in natte afdalingen zit te bibberen op je fiets, ben je niet graag coureur.

“Maar ik vergeet die negatieve ervaringen nogal snel. Soms geniet ik zelfs van mijn miserie. Laatst nog, in die zware etappe in de Tirreno, waar Mathieu zijn geweldige solo opvoerde. Het regende, het was koud en het hele peloton lag uiteen. Nibali kwam naast me rijden en klaagde over het gure weer en de slachtpartij die die jonge gasten weer hadden aangericht. Maar als wielerfan zat ik stiekem te genieten van dat spektakel.”

Opvallend moment: voor de beslissende klim, waar Pogacar demarreerde, ging je plots Wout uit de wind zetten.

Van Avermaet: “Haha, goed gezien. Als je zelf niet meer kunt winnen, kun je nog wel iets doen voor iemand die je het gunt. Maar in míjn koersen doe ik dat niet, hoor. Dat kun je niet maken tegenover je ploegmaats die een hele dag keihard hebben gewerkt. Dan moet je desnoods dwars door een vriendschap heen rijden, zoals ik een paar jaar geleden deed in de E3-Prijs met Olli.”

Hoe is het om nu samen met hem in de ploeg te zitten?

Van Avermaet: “Heel plezant. Het is handig om met hem in de finale te zitten, want dan kunnen we ‘spelen’.”

Wat vond je van zijn stunt in Parijs-Nice, waar hij een ontsnapping met tien Belgen opzette?

Van Avermaet: “Lachen, hè. Typisch Olli! In de Tour probeert hij soms ook mannetjes op te trommelen om samen te demarreren. Meestal lukt dat niet, omdat de belangen daar te groot zijn. Hij zorgt altijd voor sfeer.”

Bij de meeste topploegen worden ketonen gebruikt, een voedingssupplement dat het uithoudingsvermogen van topsporters met 1,5 procent zou verbeteren. Vind je het vervelend dat de Franse ploegen dat verbieden?

Van Avermaet: “Bwa, nee. Ik heb bij CCC een tijdje geëxperimenteerd met ketonen, maar ik reageerde daar niet zo goed op. Veel mensen denken dat je daar superhard van gaat rijden, maar ik merkte geen verschil. De opkomst van ketonen is voor mij een nadeel, omdat het renners helpt om na lange wedstrijd nog wat energie over te houden voor de finale. Dat is nu net mijn sterke punt, zónder ketonen. Mijn lichaam loopt na 200 kilometer niet leeg, zoals bij veel anderen. Hoe langer de wedstrijd duurt, hoe beter ik me begin te voelen.”

Wil je na je carrière in de koers blijven?

Van Avermaet: “Misschien. Ik wil zeker iets in de sport blijven doen. Mensen begeleiden. Of evenementen organiseren.”

Je bracht ook al drie koffies op de markt.

Van Avermaet: “Koffie is een passie. Tijdens de training kijk ik er altijd naar uit om nadien thuis mijn eigen verse koffie te zetten en de krant te lezen. Het is plezant dat ik die ook kan verkopen. Maar die markt is al te verzadigd om nog echt brokken te kunnen maken. Ik zie mezelf geen groot koffiebedrijf opstarten zoals Paul Van Himst.”

En fietsreizen organiseren, zoals Johan Vansummeren en Johan Museeuw vaak doen?

Van Avermaet: “Dat is wél een optie. Ik stippel graag mooie toerkes uit. Met tien man naar Toscane reizen, een tophotel uitkiezen, lekker eten, een week op die prachtige grindpaden fietsen en dan de renners zien passeren tijdens de Strade Bianche: dat zie ik wel zitten.”

Mogen we dan onze plaats al boeken?

Van Avermaet: “Oké, maar ik ga eerst toch nog een paar jaar koersen, hoor.”

‘De ronde van Vlaanderen’, Eén, zondag 4 april, 09.15 uur

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234