Zondag 22/09/2019

Voetbal

Ze loert weer om de hoek: de Genkse post-kampioenendepressie

Genk-coach Felice Mazzu kan zijn teleurstelling niet verbergen na de verloren wedstrijd tegen Zulte-Waregem. Beeld Photo News

Racing Genk heeft het altijd lastig in het jaar na de titel. Vraag maar aan de kampioenen van 1999, 2002 en 2011. ‘De parallellen zijn groot’, klinkt het bij die generaties. Maar wat kan de kampioen leren uit het verleden?

Het dartel voetbal van vorig seizoen is zoek. De 3 op 9 is magertjes. Voorlopig zet Racing Genk een traditie verder waarmee het liever vandaag dan morgen komaf zou maken – de drie campagnes na een titeljaar kleurden in Limburg grijs.

Kan dit Genk leren uit het verleden om te vermijden dat de geschiedenis zich herhaalt? We vragen het aan Jos Heyligen, die in 1999 succescoach Aimé Anthuenis opvolgde. Nog voor de lente mocht Heyligen toen beschikken. Negentien jaar later pikt die wonde nog steeds. “Ik stel je telefoontje op prijs. Maar ik praat er liever niet meer over. Het blijft een pijnlijke zaak. Ook nu nog.”

Al wil Heyligen wel één ding kwijt. “Toen Genk kampioen werd in 1999, had het Strupar en Oulare. Die zijn nadien getransfereerd. Zo’n duo vervang je niet zomaar. Als ik zie wat er nu gebeurt, zie ik veel parallellen met mijn periode. Ook nu zijn beslissende spelers vertrokken.”

Anticiperen

Het is een klassiek verhaal na een sterk seizoen. Sleutelspelers verkassen voor veel geld naar het buitenland. In het ene jaar heten ze Branco Strupar en Soulemane Oulare. Later worden dat Thibaut Courtois en Marvin Ogunjimi. Thomas Buffel, die 33 wedstrijden speelde in het kampioenenjaar van 2011, was er getuige van.

“Thibaut was van onschatbare waarde voor ons. Marvin maakte een pak goals. Dat scheelt.” Het seizoen dat erop volgde was zwaar. Met de hakken over de sloot plaatste Genk zich voor play-off 1 – al loodste Kevin De Bruyne Genk uiteindelijk naar plaats drie. “Na ons titeljaar heb ik spelers zien toekomen bij Genk die eigenlijk nooit hadden mogen komen. Jongens die niet in staat waren om voor de prijzen te spelen of in de Champions League overeind te blijven. Herinner je je die wedstrijd op Chelsea nog? Dániel Tözsér, een centrale middenvelder, moest daar noodgedwongen achterin spelen. We verloren zwaar.”

Al is Buffel er wel van overtuigd dat het huidige Genkse bestuur geleerd heeft van de fouten uit het verleden. “Kijk, je kan niet vermijden dat je na zo’n titel goede spelers verliest. Dat is het lot van een club als Genk. Maar ze probéren nu wel om hun beste voetballers te houden. Denk maar aan de contractverlengingen van Trossard en Pozuelo vorig jaar. Op dat vlak kan je de club echt niets verwijten. En ze anticiperen. Ito is afgelopen winter al gekomen. Dat is goed werk.”

“Hagi en Nygren hebben nu wel een aanpassingsperiode. Je kan natuurlijk sneller een ploeg bouwen met ervaren spelers die al bewezen hebben dat ze minstens in de Belgische competitie meekunnen. Maar dat past niet in de filosofie van de club. Ze kopen vooral jongere spelers aan, die zich kunnen ontwikkelen en op termijn van grote waarde kunnen zijn.”

Op termijn. Daar wringt het schoentje op dit moment. De resultaten in de nabije toekomst kunnen wel lijden, zegt Buffel: “Malinovskyi, Trossard, Maehle, Uronen... Al die jongens speelden al verschillende seizoenen bij Genk toen ze kampioen werden. Zo’n ploeg bouwen doe je niet op één-twee-drie.”

Transfer in het hoofd

De reden voor het zware jaar na de titel ligt overigens niet automatisch bij een exodus in de spelerskern. Na het tweede kampioenschap in 2002 dachten de Limburgers hun lesje geleerd te hebben. Geen enkele sterkhouder vertrok toen, herinnert Thomas Chatelle (146 matchen voor Genk) zich. “Sonck, Dagano, Thys, Skoko: iedereen bleef. Ook onze coach, Sef Vergoossen, was er nog. Maar toch waren onze prestaties een stuk zwakker dan het jaar voordien.”

“Het jaar na de titel zal altijd moeilijk zijn, ongeacht de club waarvoor je voetbalt. Als je de spelers houdt, kunnen ze verzadigd zijn. Blijft de coach, dan is er misschien nood aan een nieuwe wind. Maar omgekeerd heb je net stabiliteit nodig om resultaten te boeken.”

Die stabiliteit mist Genk op dit moment, zegt Chatelle. “Te veel factoren zorgen voor onzekerheid. Met Trossard, Malinovskyi en Pozuelo zijn er een pak goals verdwenen. Berge en Samatta zullen nog twee weken met een transfer in hun hoofd zitten. En er is met Felice Mazzu een nieuwe coach, die in het verleden succes heeft geboekt met een behoudende aanpak. Die filosofie moet hij nu aanpassen. Maar kan hij dat ook?”

“Een nieuwe trainer mag je zeker niet beoordelen op basis van die eerste speeldagen”, zegt Buffel. “Het is niet makkelijk om het jaar na een titel binnen te komen. Er zijn spelers die aan een transfer denken. Nieuwe jongens die ingepast moeten worden. Je moet alle jongens leren kennen. Mazzu heeft bij Charleroi toch het één en ander bewezen. Er is maar één optie. Geef hem tijd. Geef Génk tijd.”

Chatelle is het daarmee eens. Met de bedenking: “Je voelt wel dat Mazzu zoekt. Zowel mentaal – hoe moet hij met zijn spelers omgaan? – als op tactisch vlak. Hij moet zichzelf in vraag stellen. Maar hij verdient wel krediet. Voor een nieuwe coach is dit een lastige beginsituatie. Gelukkig heeft Genk met Croonen en De Condé jonge, bekwame bestuurders. Zij zullen hopelijk rustig blijven. Gezien de huidige gang van zaken kan het tot december duren vooraleer de ploeg op de rails staat. Maar drie maanden: da’s láng in het voetbal om de kalmte te bewaren.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234