Zondag 20/10/2019

Wielrennen

Wout Van Aert tempert verwachtingen: ‘Ritten winnen? Parijs halen, ja’

Wout Van Aert. Beeld BELGA

Wout van Aert (24) won een tijdrit, hij won een massasprint en hij won de groene trui in het Critérium du Dauphiné. In de komende Tour de France zegt hij met een eenvoudige rol als helper vrede te willen nemen. ‘Mijn grote doel is Parijs te halen.’

Wout van Aert zou nu maar één ding willen: Que la fête commence. Laat het feest beginnen. Er is genoeg gezegd en geschreven, vindt hij, over zijn grote debuut in zijn allereerste grote ronde. Nog maar een maand geleden kwam het nieuws dat hij dit jaar de Tour zou rijden als een volslagen verrassing. En ondertussen reiken de verwachtingen al tot in de hemel. Ritwinst, winst in de tijdrit, wie weet kan Van Aert op een andere manier verbazen.

Dat komt natuurlijk door zijn verbluffende optreden in het Critérium du Dauphiné, waarin hij de beste tegenstanders versloeg, tot twee keer toe.

Groenewegen afzetten

Van Aert was net terug van een hoogtestage van twee weken in de Spaanse Sierra Nevada. Hoe hij daar presteerde, bleef niet onopgemerkt. Zijn selectie voor de Tour was haast het logische gevolg. Van Aert kreeg een rol als helper en zo vond hij het goed. Dat, zegt hij, is ook na de Dauphiné niet veranderd.

“Het is niet zo dat ik nu ineens naast Dylan Groenewegen en Steven Kruijswijk sta in de pikorde. Totaal niet. Ik voel me goed in een helpende rol.”

Het enige wat veranderd is, is zijn status binnen de eigen ploeg. “De ploegmaats weten nu wel beter wat ik kan. Als ik er nog bij ben na een lastige rit, krijg ik wellicht meer steun voor ritwinst. Dat heb ik nu wel afgedwongen, denk ik.”

Zijn taakomschrijving voor de komende drie weken ziet er nu zo'n beetje als volgt uit: “Ik zal degene zijn die de sprinttrein in positie tracht te brengen. Het is de bedoeling dat ik Dylan Groenewegen zo goed mogelijk vooraan afzet. Zodra het hectisch wordt, is het mijn rol en die van Tony Martin om Dylan voorin te houden. In het beste geval is dat tot de laatste kilometer. Maar een lead-out van kilometer vijf tot de finish, dat bestaat niet meer.”

Dat is nieuw voor Van Aert. Hij kan zelf wel sprinten, maar dat is niet hetzelfde als een trein op de rails houden. Hoewel: “Ik kan dat wel, positie houden. En het blijft gewoon hard fietsen.”

Groenewegen voor de vlakke ritten, Steven Kruijswijk wanneer het wat meer bergop gaat. Van Aert: “Dat is natuurlijk beperkt. Zo gauw het echt bergop gaat, moet Steven op George Bennett en Laurens De Plus kunnen terugvallen.”

Kans in Épernay

Nog een belangrijke rol krijgt Van Aert in de ploegentijdrit zondag. Met zijn ploegmaats doet hij mee voor de winst. “In het verleden heeft de ploeg daar al wat tijd verloren. Vorig jaar verloor Steven Kruijswijk een minuut. Dat moet dit jaar anders.”

Dat maakt al meteen twee grote afspraken in de eerste twee etappes van de Tour. Zaterdag mikt Groenewegen op winst in de sprint, zondag gaat de hele ploeg voor de zege. En maandag - Binche-Épernay - is een rit waarin de kenners kansen zien voor Van Aert zelf. “Zo is dat”, knikt hij. “Het is wel de bedoeling dat ik daar de finale rijd, die kans ga ik niet laten liggen. De gele trui? Daar kan ik echt niets over zeggen. Laten we eerst maar zaterdag en zondag afwachten. Misschien sta ik dan zo goed geklasseerd dat ik aan de gele trui kan denken. Ik vind het wel stom om dat nu al in mijn hoofd te steken.”

Er is een tijdrit, op 18 juli in Pau. Daar mag Van Aert natuurlijk ook zijn eigen kans gaan. “Dan draag ik mijn trui als Belgisch kampioen tijdrijden. Het zal ook mijn laatste tijdrit van 2019 worden. Ik ga van die dag wel genieten, denk ik.”

Geen druk

En toch. Zijn persoonlijke ambities reiken echt niet zo ver, zegt hij. “Het grootste doel voor mij is Parijs te halen. Er worden mij heel veel andere doelen aangepraat. Als ik de pers moet geloven, moet ik vijf ritten winnen (lacht). Ik wil gewoon de Tour uitrijden en de ploeg zo goed mogelijk helpen. Hopelijk word ik daarna ook een betere renner. Ik wil mezelf helemaal niet de druk opleggen van een resultaat. Ik heb er geen idee van hoe ik mij in de tweede en in de derde week ga voelen. Dat wil ik afwachten. In de Dauphiné lukte alles heel goed. De Dauphiné is maar een week, de bergetappes zijn anders. Ik wil niet te hard van stapel lopen. Een ronde van drie weken maakt me onzeker. Het is iets waarop ik niet kan trainen. Ik kan met alle goede cijfers een goede renner zijn. Maar dit is anders. Ik hoor verhalen dat de derde week niet meer zo leuk is (lacht). Als ik het schema van de laatste tien dagen bekijk, dan weet ik dat het voor een renner als ik vooral overleven wordt.”

Of hij het spannend vindt? Een beetje wel. Schrik heeft hij ook. “Dat is normaal.” Maar Van Aert wil zich niet gek laten maken. “Ze zeggen altijd: de Tour is een gekkenhuis. Maar hoeveel erger kan het zijn dan een WK veldrijden, waar een hele week lang alleen maar over mij en Mathieu van der Poel wordt geschreven? Dat is moeilijker dan met 176 renners aan de start staan.”

Van Aert en co trokken er in Ossendrecht en op het nabijgelegen vliegveld op uit om het ploegenwerk tegen de klok nog wat bij te schaven. Beeld Photo News
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234