Woensdag 02/12/2020

Interview

Wielertalent Lotte Kopecky: ‘Veel vrouwen kunnen hard rijden, maar niet sturen’

Lotte Kopecky : ‘Bij het winkelen heb ik de indruk dat mensen in mijn kar kijken en zich afvragen: ‘mag die dat wel eten?’. Wout van Aert zijn, hoe erg moet dat niet zijn?’Beeld Aurélie Geurts

Rit in de Giro, Belgische wegtitel, transfer naar een buitenlandse ploeg: Lotte Kopecky (24) heeft haar visitekaartje afgegeven in het mondiale wielrennen. ‘Er is niks erger dan een hele ploeg die zich voor jou uit de naad rijdt, waarna jij het verkloot.’

Eind oktober 2006. Het gezin Kopecky heeft de grote oversteek gemaakt van Schelle naar het Zilvermeer in Mol, waar Seppe, de oudste van drie kinderen, moet crossen bij de min-14-jarigen. Kleine zus Lotte, op haar eerste stalen Minerva-fietsje, start die 22ste ook. Seppe wordt vijfde na winnaar Laurens Sweeck, nu een subtopper bij de profs, Lotte wint bij de elfjarigen. De eerste kampioenentrui, die van de provincie Antwerpen, in een lange rij is binnen. Een dag later staat ze voor het eerst in de krant: een uitslag en een kort berichtje met haar naam in de titel. Op de gezamenlijke Antwerpse kampioenenfoto van 2006 staat bij de 13-jarige jongens een timide baasje, hij heet Wout van Aert.

BIO • wordt morgen 11 oktober 25 jaar, is geboren in Rumst • rijdt nu nog voor Lotto Soudal Ladies en volgend jaar voor CCC-Liv • heeft tien Belgische titels bij de elites in het baanwielrennen • werd de laatste twee jaar Belgisch kampioene tijdrijden en dit jaar ook op de weg • beste prestatie: winst in de zevende etappe van de Giro Rosa dit jaar, haar eerste overwinning in de UCI Women’s World Tour 

Lotte Kopecky van Steeds Vooraan Kontich, provinciaal kampioen bij de elfjarigen, herinner je je dat nog?

“Jawel. Ik reed graag cross. Voor wie denkt dat het een echte overwinning was: je rijdt tot en met de nieuwelingen samen met de jongens. Meestal werden we eraf gereden. Ik was dus niet de eerste in die wedstrijd, maar het eerste van twee elfjarige meisjes dat over de streep kwam. Samen met de jongens rijden en trainen, ik heb niks anders geweten. Op de topsportschool trainde ik ook vaak alleen met jongens en nu nog rij ik soms wedstrijden bij de junioren. Laatst nog in Landskouter, Jolien D’Hoore reed ook mee.

“Vóór die wedstrijd hoorde ik jongens zich hardop afvragen wat ik daar te zoeken had, dat ze mij eens gingen laten zien wat koersen was… Winnen van die junioren kunnen we niet, maar we kunnen ze wel af en toe pijn doen. Je hebt er altijd die het raar vinden dat ze ons dat toestaan, maar voor ons is het een prima training. We moeten toch een indruk hebben nagelaten, want nadien kreeg ik allemaal vriendschapsverzoekjes.”

Wielrennen was niet je eerste en ook niet meteen je grote liefde.

“Neen, en dat is misschien maar goed ook. Sporten, bewegen, dat zat er bij ons thuis wel in. Ik heb eerst gevoetbald, als spits bij FC Schelle. En ik heb basketbal gespeeld. Toen mijn broer ging koersen, had ik daar niet zo veel mee. Eigenlijk fietste ik niet graag, maar ik dacht: waarom niet, laten we dat eens proberen.

“Ik heb nooit druk ondervonden van thuis. Mijn vader vond dat we moesten koersen als we dat plezant vonden. Waren we gelost, dan was dat zo. Als we maar ons best hadden gedaan en ons hadden geamuseerd. Volgende keer beter.

“Mijn vader heeft mij er onlangs nog aan herinnerd hoe ik hem toen al zei dat het toch mooi zou zijn als je wereldkampioen zou kunnen worden en de Olympische Spelen halen. In 2016 mocht ik naar de Spelen voor de tijd- en de wegrit en in 2017 werd ik samen met Jolien wereldkampioen. Volgend jaar gaan we naar de Spelen met een serieuze medaillekans. Dat had ik nooit durven dromen.”

Het is dinsdag, daags voor de Brabantse Pijl. Alleen losrijden staat die dag op het programma voor Lotte Kopecky, die thuis ontvangt, beschermd door een labrador, twee zwarte katten en een mondmasker. Lotte Kopecky: “Wij worden twee keer getest vóór een grote wedstrijd en één keer voor een UCI-wedstrijd. Ik heb sinds augustus al wat wissertjes in mijn neus gehad. Ik weet van geen positieve testen bij de vrouwen. Bij de mannen ook niet, dat klopt, maar over de hele Tour de France geen enkele positieve test, geloof jij dat? Ik denk dat ze de test grondig of minder grondig kunnen doen, diep of minder diep. Ik heb die wisser al vooraan in de neus gehad, maar ze hebben hem ook al zo diep gestopt dat het een halve dag later nog pijn deed aan mijn sinussen.”

Was die lockdown in maart een beproeving?

“Ik vond het eerst erg vervelend. Al die mooie klassiekers die wegvielen. Daarna zag ik ook de voordelen: ik kon na jaren van koersen in de winter op de piste en in de zomer op de weg eindelijk eens rust nemen. Pas op, ik kan erg goed niks doen en als ik begin te kijken naar een serie, kan ik ook goed bingewatchen.

Zo heb ik alles van La casa de papel nog eens helemaal bekeken. Intussen zag ik collega’s hun training op Strava posten: die had 150 kilometer getraind, en die 160 kilometer. Ik dacht: doe maar. Willen jullie in augustus vliegen, mooi zo, ik wil in oktober vliegen.”

Je woont samen met je trainer Kieran De Fauw. Helpt dat?

“Dat ik privé rust heb gevonden, klopt. Ik voel mij momenteel goed in mijn vel, ik ben zelfverzekerder dan vroeger en ik ben gelukkig in die relatie. Dat zal allemaal wel zijn gevolgen hebben gehad voor mijn prestaties.

“Het grootste voordeel is dat ik mijn inbreng heb in wat ik doe. Ik ben zelf ook Trainer B wielrennen. Ik ken er wel iets van en ik doe niet om het even wat. Het is niet dat we ruzies hebben over hoe ik moet trainen. Wel soms een discussie: waarom vier uur met die blokjes uitgerekend nu, bijvoorbeeld. We scheiden dat: dan gaan we als atleet en trainer een uurtje zitten en spreken we alles door.

‘Waarom er zo weinig goede wielrensters zijn? Ik denk dat de meesten wel graag fietsen, maar dat ze niet graag afzien.’Beeld Aurélie Geurts

“Na de topsportschool heb ik mijzelf getraind. Ik werd vijfde in de Ronde van Vlaanderen en Jolien en ik werden wereldkampioen ploegenkoers. Ik dacht: waarom zou ik een trainer nodig hebben? Natuurijk heb ik toen fouten gemaakt. Vroeger was mijn devies: hoe meer, hoe beter. Nu train ik kwalitatiever en krijgen we van alle kanten wetenschappelijke input.”

Jij bent een product van de topsportschool. Heb je daar wat aan gehad?

“Jawel. Voor mij was dat het ideale traject. Baanwielrennen vind ik sowieso de beste opleiding. Het is de meest eerlijke discipline op de fiets, je traint heel gericht en je leert sturen. Dat komt van pas op de weg. Volgend jaar wil de UCI de pistemeetings in de zomer plannen en niet langer in de winter. Dat wordt vervelend voor wie ook op de weg wil rijden, maar ik wil het toch blijven combineren. Ik hou van de wielerbaan. Laatst hadden we nog een minimeeting in Aigle in Zwitserland, tussen het BK en de klassiekers, maar ik vond dat niet erg. Ik had er behoefte aan om weer wat beensnelheid te kweken en twee weken na Parijs-Roubaix hebben we alweer een EK baanwielrennen.

“Vijf jaar heb ik op de topsportschool gezet, waarvan vier jaar op internaat op de Blaarmeersen in Gent. Wij kregen nog les op een andere locatie, maar nu volgen ze les naast het internaat en honderd meter verder ligt de wielerbaan. Ideaal? (lacht) Misschien, maar wij hadden tenminste nog wat vrijheid. Het traject tussen de school en wielerbaan, dat vulden we zelf in. Zo konden we toch Gent een beetje ontdekken. De stad bedoel ik, de winkelstraten, niet de Overpoort. Die ken ik alleen van horen zeggen.”

Is dit het jaar van de doorbraak?

“Dat had 2017 moeten zijn, met die vijfde plaats in de Ronde van Vlaanderen en die wereldtitel, maar toen raakte ik geblesseerd: eerst een scheur in de hamstring en een jaar later een gebroken elleboog na een val. Ik heb het gevoel dat ik twee jaar ben verloren. Mentaal was dat een zware periode. Iedereen bestempelt je als het grote talent en hoewel je redelijke uitslagen rijdt, zit daar geen enkele uitschieter tussen. Dit seizoen heb ik een stap gezet. Ik ben ook vier kilo lichter dan vorig jaar, waardoor ik beter klim. Meer moet er voorlopig niet af: ik heb body nodig voor de piste.”

Op die topsportschool liep jij niet over van zelfvertrouwen. Je was zelfs heel introvert. Is dat veranderd?

“Het moet geleden zijn van de Chiro dat ik de luidruchtigste was. Op de topsportschool in Gent heb ik het eerste jaar geen tien woorden gezegd. Ik heb die behoefte niet meer om op te vallen. Ik weet wat ik wil en hoe minder mensen daar staan op te kijken, hoe comfortabeler ik mij daar bij voel.

“Op zich heb ik er geen probleem mee dat jij hier nu bent, maar ik voel mij wel ambetant als mensen te veel op mij letten. Als ik ga winkelen, heb ik de indruk dat ze in mijn kar kijken en zich afvragen ‘mag die dat wel eten?’. Stel dat ik Wout van Aert zou zijn, hoe erg moet dat niet zijn?

“Ik ga zo anoniem mogelijk naar de supermarkt. Geen koerskleren, geen logo’s van Lotto-Soudal. Anderzijds vind ik het plezant als mensen mij aanspreken en feliciteren. Ook als ik ga meerijden met de A-groep van wielertoeristen van Wippelgem, zal ik proberen op te gaan in de groep. Ik zeg weleens iets onderweg, ja, maar toch vooral als die naast mij eerst begint. En als de mannen vooraan echt beginnen te koersen, los ik.”

Hoe zit het nu voor volgend jaar? Mogen we schrijven dat je bij CCC-Liv gaat rijden?

“Het is van gisteren getekend.”

Vandaar die Porsche voor je deur.

(kijkt verbaasd)

Dat is een grapje.

“Ach zo. Neen hoor. Ik ga er wel iets op vooruit, maar nu ook niet heel veel. Ik kom wel in een betere ploeg. Marianne Vos vertrekt bij CCC en gaat naar Jumbo-Visma. Of ik de nieuwe Vos word? Haar palmares zal ik zeker niet evenaren, maar ik word wel hun kopvrouw. Dat is een hele verantwoordelijkheid: niks erger dan een hele ploeg die zich de naad uit het lijf rijdt, waarna jij het verkloot. Daar kan je een slecht gevoel aan overhouden.

Kopecky wint de zevende etappe van de Giro Rossa dit jaar.Beeld Photo News

“Daarom was ik zo blij met die Belgische titel en vooral die rit in de Giro Rosa. Twee dagen eerder was ik nog net ingehaald door Marianne Vos terwijl ik dacht dat ik ging winnen. De dag dat ik won, was mijn laatste kans op ritwinst en dan gebeurt het toch nog. Het is een goed moment om weg te gaan bij Lotto-Soudal. Emotioneel heb ik niks met hun structuur van volgend jaar. Het hele management en de omkadering verandert, dat maakt het een stuk makkelijker om hen achter te laten.”

Wat kun jij goed en wat kun jij niet goed?

“Als ik ergens móét zitten in een wedstrijd, zal ik daar zitten. Dat heb ik wel voor. En ik kan goed sturen. Heel veel vrouwen kunnen heel hard met de fiets rijden, maar kunnen niet sturen of niet in een peloton rijden. Dat is trouwens ook een probleem in de ploegenkoers, een relatief nieuwe discipline voor vrouwen. Wat ik daar soms zie aan fouten, om bang van te worden.”

Mag ik zelf invullen wat jij niet goed kunt? Jij weet niet wat er allemaal in je motor zit.

“Ik voel mij zelfverzekerder dan ooit. Dit jaar ga ik naar koersen als Gent-Wevelgem (nu zondag, red.) en de Ronde van Vlaanderen met de idee: ik zit in de beste vorm ooit, ik kan winnen en als er wordt aangevallen op veertig kilometer van het einde, moet ik gewoon meekoersen. Dat is al heel wat voor mij. Alleen: ik zal nooit op voorhand zeggen dat ik ga winnen.”

De Nederlandse vrouwen zijn de beste, waarom zij en niet jij?

“Dat weet ik niet. Ik denk dat de onderlinge concurrentie in die brede top hen sterker heeft gemaakt. Ik kom nu in een buitenlandse ploeg terecht en ik hoop bij te leren en te zien wat ik nog mis. Ik heb Marianne Vos wel al eens geklopt. Anna van der Breggen is een ander type en die ken ik niet goed. Annemiek van Vleuten ken ik beter. Zij heeft mij twee jaar geleden gevraagd of ik bij haar in de ploeg wilde komen en sindsdien sturen we wel eens een berichtje.

“Toen ik die rit in de Giro Rosa won, was zij even daarvoor gevallen, en had ze haar pols gebroken. Daarna heb ik haar een berichtje gestuurd om haar spoedig herstel te wensen. Waarop zij antwoordde: ‘Klote voor mij, maar jouw overwinning maakte de etappe toch een stukje mooier’. Na het BK stuurde ze dat ze had gekeken, dat ik de sterkste was en dat ik op de Tiegemberg vroeger had moeten demarreren.”

Waarom heeft vrouwenwielrennen de reputatie saai te zijn?

“Vind je dat? Er zijn toch al hele mooie topkoersen geweest? Oké, er is een verschil tussen de topkoersen en de koersen in België en zeker bij de jeugd. Het klopt dat die vaak saai zijn. Er zijn in België gewoon te weinig goede wielrensters, in elke categorie, van de jeugd tot de profs, om wedstrijd te maken. Nederland heeft tien-twintig toprensters, dus er wordt gekoerst. In België steken we er met twee bovenuit. Als je met diezelfde twee van in het begin koers maakt, ben je steeds met dezelfde vooraan. Dus wordt afgewacht en wordt pas aan het eind gekoerst. De vraag is dan waarom er zo weinig goede wielrensters zijn. Het klopt dat bij ons heel veel met de koersfiets wordt gereden, ook door meisjes en vrouwen. Volgens mij fietsen de meesten wel graag, maar zien ze niet graag af. Het is het enige wat ik kan bedenken.”

Het BK was een illustratie van je theorie: jij en Jolien D’Hoore rijden samen 50 kilometer voorop. Jij wint uiteindelijk een spannende sprint.

“Zij is de sterkere sprintster op papier, zij moet normaal altijd winnen, maar na een lastige koers kan ik ook sprinten. Mijn overwinning in de Giro Rosa was er ook één na een lastige etappe en met een finish op kasseitjes en licht bergop. Ideaal voor mij. Het BK was ook zwaar en daardoor kom ik in de sprint nog uit de verf.”

'Ik zit in de beste vorm ooit, maar ik zal nooit op voorhand zeggen dat ik ga winnen.'Beeld Aurélie Geurts

Jullie trainen samen om een olympische medaille te winnen in Tokio in de ploegenkoers. Werd er onderweg veel gepraat?

“Een keer of twee. (lacht) De eerste keer zei ze: ge gaat toch niet van achter mijn gat demarreren? En toen ik van achter haar gat was gedemarreerd, zei ze: rij nu maar op kop de Tiegem naar boven, anders rijd ik niet meer mee. Waarop ik antwoordde: er zitten er vier van mijn ploeg achter ons, als jij niet meer rijdt, komen zij terug. Waarna ze toch is gaan rijden.”

En verloor in de sprint. In de kranten verscheen: de wissel van de wacht. Geneer je je daarbij?

“Generen is een groot woord. Ik weet dat Jolien er veel waarde aan hecht dat ze beste is. Als zij zich daar beter bij voelt, mag zij gerust de leading lady zijn. Als wij een ploegkoers rijden en de pers wil ons spreken, dan zeg ik altijd: doe maar, Jolien. Zij vindt dat leuk en ik ben op mijn gemak.

“Met de uitslag van het BK van vorig jaar had ze meer moeite. Toen waren we een tijdje echt niet al te beste maatjes. Dat kwam omdat onze ploeg in dat BK reageerde op alles wat zij deed. Ten slotte won Jesse Vandenbulcke van Doltcini-Van Eyck, wat voor geen van beiden goed was. Ze was heel gefrustreerd. Dat heeft op onze relatie als ploegenkoerskoppel gewogen.

“Ik denk dat het dit jaar zuiverder was. Het was een eerlijke strijd en ik heb gewonnen, het had evengoed andersom kunnen zijn. Toen we elkaar in Aigle terugzagen, hebben we het niet meer over het BK gehad, neen. We hebben heel normaal gedaan tegen elkaar. We hebben elkaar nodig op de Spelen. Als we dat niet beseffen, zijn we allebei dom.”      

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234