Zaterdag 08/05/2021

InterviewHerman De Croo

Wederwoord van Herman De Croo, tijdens de vorige Ronde als enige beboet: ‘Ik leefde in de furie van de koers, ik heb aan dat masker niet meer gedacht’

null Beeld Jan De Meuleneir / Photo News
Beeld Jan De Meuleneir / Photo News

Herman De Croo (83) had voor zichzelf het beste plaatsje gezocht naast de oprit van zijn huis in Michelbeke, om naar de voorbijrijdende auto’s en renners te zwaaien op het moment dat de Ronde van Vlaanderen passeerde. De minister van Staat had helaas zijn mondmasker niet op, en hij kreeg daarvoor (als enige) een boete van 250 euro. Een reconstructie van de feiten, met verzachtende omstandigheden, dringt zich op. ‘Mensen vragen mij: ‘Burgemeester, heb jij die boete betaald?’ ‘Jazeker’, zeg ik dan. ‘Kijk hier maar.’’

“Ik volg de Ronde van Vlaanderen al ruim vijftig jaar”, zegt Herman De Croo. “Ik ben nooit naar de start gegaan. Ik heb ook geen enkele aankomst gemist, niet meer vanaf het moment dat de Ronde van Vlaanderen in Meerbeke arriveerde. De enige uitzondering was vorig jaar. Ik ben elk jaar naar Meerbeke gegaan. Omdat dat een mooie aankomst is. En omdat het hoofdkwartier voor één dag was gevestigd in de Eendenplas, een grote boerderij in het centrum van Meerbeke, die het ouderlijk huis van wijlen mijn moeder was. De De Croo’s zijn altijd in Michelbeke blijven wonen, maar in Meerbeke heb ik nog een beetje familie.”

“Ik kon vaak plaatsnemen in een volgwagen. Ik stapte dan in wanneer de koers hier in de buurt kwam. Ik mocht drie, vier keer meerijden met de chauffeur van ‘Blanc (Bob Lelangue, de vader van Lotto-CEO John Lelangue, was de chauffeur van Jean-Marie Leblanc, voormalig directeur van de Tour de France, red). Ik zat de laatste jaren vaak in de auto van de wedstrijddokter. Het is ongelooflijk om te mogen meerijden, als het kan. Ik weet natuurlijk, als er een accident is, dat het de prioriteit van de dokter is om hulp te bieden aan de renners, en niet om de koers te volgen.”

“Het is een heel uitdagende volging. Ik heb dingen gezien die ongelooflijk zijn en die ik anders nooit had gezien. Een renner die naast de auto van de dokter komt rijden en die dokter geeft hem dan al rijdend een pikuur in de bil voor god weet welke scheur of kleine val die hij gemaakt heeft. En dan weer inhalen, onder begeleiding van zwaantjes, om weer je plaats vooraan in de koers te kunnen innemen. Dat is een perfecte organisatie. Merkwaardig ook, hoe men weet waar iedereen is. Dat is alsof je in een net rijdt, dat over het parcours gaat. Een uniek gebeuren, een roes.”

null Beeld Jan De Meuleneir / Photo News
Beeld Jan De Meuleneir / Photo News

“Ik heb Cancellara zien vallen over een drinkbus in Nukerke. En die helikopters daarboven, de motoren daarrond, de camera’s. Er zijn maar een paar wagens die op bepaalde hellingen naar boven mogen. De Koppenberg of de Paterberg, daar mogen alleen de auto’s van de koersdirecteur en van de hoofdgeneesheer naar boven. En omdat de baan is voorbehouden voor de koers, zijn er geen tegenliggers. Dan is het ongelooflijk om met volle snelheid over die smalle betonweggetjes van twee en een halve meter breed in Etikhove of in Louise-Marie te scheuren. Dan moet je niet uit de auto gaan hangen, of je bent de helft van je kop kwijt. Dan moet ik van tijd tot tijd wel mijn ogen dichtknijpen. Maar voor de politicus die ik fundamenteel ben is dat toch geweldig, dat je dan door iedereen wordt herkend.”

“Ik was in 2006 voorzitter van de Kamer, de Ronde van Vlaanderen bestond negentig jaar en koning Albert werd uitgenodigd bij de aankomst in Meerbeke. De aankomst lag een beetje voor de kerk, op de Hallebaan. Ik volgde de koers weer in de auto van de wedstrijddokter. We kwamen kort na de winnaar over de streep, ik weet niet meer wie won (Tom Boonen, red.). Ik stapte uit na de overwinnaar, aan de volle grote tribunes. Ik heb mij gehaast om de koning te groeten, als eerste burger van het land. En heel die tribune begon te applaudisseren. Herman! Herman! Herman! Ik groette de koning en zei: ‘Sire, het spijt me dat ik u niet kon verwelkomen, maar u ziet het, hé.’ ‘Dat is toch eigenaardig, meneer de voorzitter’, zei de koning, ‘toen ik hier een kwartiertje geleden arriveerde heeft niemand Albert!, Albert!, Albert! geroepen.’ U weet dat koning Albert een heel groot gevoel voor humor heeft.”

“Ik heb de Ronde zien evolueren. Van mensen die op de ene heuvel staan om zich dan, langs kleine weggetjes, naar een ander bergje te haasten. Tot de tenten die er nu staan op de Oude Kwaremont. Nu zie je dames in feestkledij van de ene kant naar de andere kant van de weide hollen. Want nu is de Ronde in de laatste twee, drie uur een soort criterium geworden en rijden ze over dezelfde heuvels. Het is een heuvelbestorming, in moeilijke omstandigheden. Ze rijden vlug. Het zijn echt sterke, sterke mensen. En het is een gevaarlijke sport. Veel verder in die richting mag men niet meer gaan.”

Vindt u dat een verandering ten goede?

“Het heeft toch zijn limieten bereikt. Ik ben een keer tussengekomen op de Valkenberg. Een man heeft daar een herberg en die werd door de organisatie gevraagd om geld te betalen voor zijn stoep. Ik heb gezegd: dat gaat niet, die man heeft een herberg, gelijk wie mag daar op de stoep komen.”

“Ik ben geen expert van wielerwedstrijden, maar ik denk dat de Ronde van Vlaanderen nu een van de grootste wielerspektakels van de wereld is. Op zaterdag kan ik ook al niet van mijn oprit. Dan rijden hier 16.000 toerrijders voorbij, de helft daarvan komt uit het buitenland. Plus nog wat zwartrijders. Dat is sympathiek, het maakt Vlaanderen en België bekend.”

null Beeld Jan De Meuleneir / Photo News
Beeld Jan De Meuleneir / Photo News

Was u een van de mensen die het heiligschennis vond toen de Muur van Geraardsbergen uit de finale van de Ronde van Vlaanderen werd geschrapt?

“Het was een beetje moeilijk. Guido De Padt, de burgemeester van Geraardsbergen, en Marnic De Meulemeester, de burgemeester van Oudenaarde, zijn twee goede vrienden van mij. Brakel ligt tussen Oudenaarde en Geraardsbergen en Brakel is altijd goed bediend, met of zonder Muur van Geraardsbergen, met of zonder aankomst in Oudenaarde. Want de Ronde van Vlaanderen, dat is in feite de Ronde van Oost-Vlaanderen. En als je het nog een beetje beter aflijnt is dat de Ronde van de Vlaamse Ardennen. De Koppenberg, de Oude Kwaremont, de Muur van Geraardsbergen, de Berendries, de Molenberg, de Haaghoek, daar zit je in het hart van de Vlaamse Ardennen.”

“Twintig tot dertig kilometer van het parcours gaan over het grondgebied van Brakel. Ik was burgemeester wanneer Brakel in 2005 het eerste dorp van de Ronde werd. Toen is dat fameuze monument daar gekomen, dat onlangs verplaatst is omdat onder die rotonde een waterreservoir komt, onder de weg naar Ronse die ook wordt gemoderniseerd. Dat monument wordt nu geplaatst in een weide aan de berg van Parike, waar het ook mooi zal uitkomen.”

Dat was trouwens een zeer lelijk monument, als ik dat mag zeggen.

“Dat was gemaakt voor drie maanden. Er was een oproep gedaan om oude fietsen te verzamelen. De plaatselijke scholen hebben die aan elkaar gelast. En dat is daar blijven staan. Dat is trouwens wereldwijd bekend geraakt. We hebben geprobeerd om dat te repareren, dat was ook niet mogelijk. Mooi was het niet. Maar omdat het gewoon bleef staan, maakte het toch indruk.”

We moeten het over 18 oktober vorig jaar hebben, de dag dat de Ronde werd gereden in volle pandemie. En dat u als enige burger zonder mondmasker naar buiten kwam om de renners aan te moedigen.

“Vorig jaar heb ik de koers dus niet in een volgwagen meegemaakt. Ik volgde het een beetje op de radio, terwijl ik aan het werken was. Ik hoorde de helikopter ergens boven de Leberg circuleren. Ik dacht: oh la la, ik moet mij haasten. Ik heb mijn masker in mijn zak gestoken. Ik heb mij in de kouter naast mijn oprit gesteld. De renners komen hier met 70 km/u naar beneden. De koers was hier sneller dan ik had gedacht. Al die koersdirecteurs, die journalisten, zij kennen mij. Ze toeterden en salueerden. Ik stond daar helemaal alleen, geen kat te bespeuren in een straal van honderd meter. Enfin, ik heb het niet gemeten. Ik nam wat foto’s en toen belde Alexander (De Croo, zoon van Herman, red.) mij: ‘Ja maar, je draagt je masker niet!’ Ik had daar niet meer aan gedacht, mijn enthousiasme voor de koers was zo groot.”

null Beeld Jan De Meuleneir / Photo News
Beeld Jan De Meuleneir / Photo News

Ik dacht dat u een daad van burgerlijke ongehoorzaamheid pleegde. U bent een liberaal. En het was toch allemaal heel repressief, hoe die strenge maatregelen werden afgekondigd. En dat voor een wielerwedstrijd.

“Oh neen. Ik denk dat ik een natuurlijke verstrooiing heb gehad. Dat masker zat in mijn zak, ik droeg een dikke jas, ik stond daar helemaal alleen en iedereen claxonneerde naar mij. Ik leefde in de furie van de koers, ik heb aan dat masker niet meer gedacht.”

“En dan heb ik hier natuurlijk mijn transactie. Ik denk dat ik de enige ben die een boete heeft gekregen, op 7 januari 2021. Ik heb die boete betaald op 23 januari 2021. Mensen vragen mij: ‘Burgemeester, heb jij die boete betaald?’ ‘Jazeker’, zeg ik dan. ‘Kijk hier maar.’”

Herman De Croo wuift naar de Ronde, maar vergeet mondmasker te dragen. Beeld Sporza
Herman De Croo wuift naar de Ronde, maar vergeet mondmasker te dragen.Beeld Sporza

“Te streng, zegt u? Wij hadden geen ervaring, het was de eerste keer dat in zo’n lockdown een grote wielerwedstrijd zou plaatsvinden. Zonder publiek. Dat was een experiment, nooit gezien. Zelfs als ik beboet ben, heb ik me daar niet over opgewonden.”

“Ik vind dat Carina Van Cauter, de gouverneur van Oost-Vlaanderen, dat zeer goed heeft georganiseerd. Zij is de dochter van een kampioen, ze heeft een zoon die in zijn jonge jaren heeft gekoerst. Zij heeft dus beslist dat je in Oost-Vlaanderen alleen aan je eigen oprit naar de passerende renners mocht kijken. En dat een mondmasker dan verplicht was. Zeer eigenaardig, want bij het vertrek in Antwerpen liepen daar burgemeester De Wever en honderden andere mensen zonder mondmasker. Carina Van Cauter had gelijk om daar zeer streng op toe te zien. Ze heeft trouwens de Ronde van Vlaanderen gered, dat durf ik luidop zeggen. En dit jaar weer.”

U vond die boete niet absurd?

“Als ik niet degene was die ze had gekregen, zou ik zeggen: ja. Ik ben te bekend. Er zijn misschien honderd foto’s genomen van mij. Ik had meer moeten opletten, met mijn verantwoordelijkheid, mijn loopbaan, het feit dat ik Minister van Staat ben.”

We doen het zondag nog een keer op die manier…

“… Ik zal mijn masker dragen.”

Wat vindt u ervan dat de Ronde van Vlaanderen wordt gereden, nu we weer in een lockdown leven? Parijs-Roubaix wordt al voor het tweede jaar op rij geannuleerd.

“Ja, maar hier hebben we toch een geslaagde ervaring gehad. Dat maar één mens is beboet, en dat ben ik, is een voorbeeld dat alles goed verlopen is. Als men erin slaagt om de Ronde opnieuw te laten verlopen zoals vorig jaar, is dat het voor mij wel waard, dat men van tien uur ’s morgens tot vijf uur in de namiddag een masker moet dragen op straat om de renners te zien passeren. Het is een compromis.”

Wat gaat u komende zondag doen?

“Ik zal mijn masker dragen. Ik moet trouwens nog gaan kijken waar ik mijn panelen ga plaatsen: Herman De Croo groet de Ronde. Ik plaats die nu al dertig jaar. Ik was toen burgemeester. Ik ben Brakel niet, maar ik wil toch zeggen dat de Ronde van Vlaanderen welkom is in Brakel.”

null Beeld Jan De Meuleneir / Photo News
Beeld Jan De Meuleneir / Photo News
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234