Donderdag 26/05/2022

AchtergrondWielrennen

Waarom het peloton steeds rapper koerst: nooit werd sneller gereden dan in het voorbije seizoen

Supertalent Tadej Pogacar rijdt de boel aan flarden in de jongste Ronde van Lombardije. Beeld AFP
Supertalent Tadej Pogacar rijdt de boel aan flarden in de jongste Ronde van Lombardije.Beeld AFP

‘Het gaat alleen maar sneller’, klonk het in het wielerpeloton het voorbije seizoen. Klopt dat ook? Jawel, zo leren de cijfers. Hoe kan dat? En ook: is dat verdacht?

Ann Braeckman

“Een hoop renners rijdt gewoon veel sneller dan ik”, vertelde Thomas De Gendt van Lotto Soudal bij Sporza voor de start van de negende etappe in de Tour de France. “Nochtans reed ik bij de start van een etappe een van mijn beste 10-minutenwaarden ooit. Normaal rijd ik daarmee de boel aan stukken, nu kan ik amper mee. Het algemene niveau ligt gewoon veel hoger.”

De Gendt vertoeft momenteel in wintermodus, maar staat enkele maanden later nog steeds achter zijn uitspraak. Terecht, zo leren de cijfers. De voorbije tien jaar ging het geen enkele keer sneller in het peloton. In vergelijking met vorig jaar koersen de renners 1,12 km/uur rapper in World Tour-koersen. “Eén grote verklaring heb ik er niet voor, al merk ik wel dat deze jonge generatie heel sterk is”, zegt hij daar nu over tegen De Morgen. “Toen ik prof werd, had je enkele jaren nodig om succes te boeken. Ervaring en koerswijsheid speelde een rol. Je had als oudere renner een voorsprong op die jonge gasten, maar nu zie je dat zij ons nu al pijn doen.”

Hoe kan dat? “De talentdetectie staat veel meer op punt”, verklaart topsportcoach Paul Van Den Bosch van Energy Lab. “Vroeger werd in de eerste plaats naar de resultaten van een jonge renner gekeken, maar wie goed rijdt bij de jeugd, doet het daarom niet automatisch goed bij de profs. Nu koersen ze al op jonge leeftijd met wattagemeters en heb je enorm veel data voorhanden. Je weet perfect wie je koopt en hoe je die renner kan inzetten in je ploeg.”

Het is een proces dat al langer bezig is. “Ze leven al veel jonger als prof”, beaamt sportdokter Maarten Meirhaeghe van Lotto Soudal. “Door die wattagemeters is de sport meer datadriven geworden. De jongeren die nu doorstromen, koersen al op een hoog niveau en dat zorgt ervoor dat het algemene niveau ook bij de profs beter wordt. Het aantal renners dat hard kan rijden is daardoor toegenomen.”

Deceuninck-QuickStep-dokter Yvan Vanmol is al decennia actief in het wielrennen. “In elke sport wordt vooruitgang geboekt”, stelt hij. “Het gaat om het totaalplaatje: voeding, aerodynamica, materiaal, trainingen, coaches. Het zijn allemaal factoren die verbeterd worden en op het eind van de rit win je zo misschien 2 à 3 procent. Dat het peloton nu 1,12 km/uur sneller rijdt, is volgens mij toch vooral te verklaren door de uitzonderlijk sterke generatie waar we nu mee te maken hebben. Cadel Evans of andere Tour-winnaars van die periode (Evans won in 2011, AB) zouden vandaag niet eens in de top 20 eindigen van het klassement. Je zit met een uitzonderlijk sterke lichting: Tadej Pogacar, Mathieu van der Poel, Julian Alaphilippe, Wout van Aert, Tom Pidcock.”

Ook de manier van koersen zorgt volgens Vanmol voor een hoger gemiddelde. “Vroeger durfde alleen onze ploeg vroeg in de koers de knuppel in het hoenderhok te gooien”, stelt hij. “Maar vandaag zie je dat bij veel meer teams en in veel meer wedstrijden. Wielrennen draaide vroeger om ‘doseren’ waardoor je veel gesloten koersen kreeg. Er wordt nu agressiever gekoerst. Een peloton kan in principe een klassieker rijden met 47 km/uur, maar ze deden dat niet omdat er tactisch werd gekoerst. Nu was zelfs het WK een open koers met aanvallen op 200 kilometer van het eind. Deze generatie toprenners wil koersen. Ik heb 40 jaar ervaring en koers is nu veel boeiender dan ooit.”

Opvallend: het koersgemiddelde is naar omhoog, tegelijkertijd gaat het aantal wedstrijddagen per renner naar beneden. In 2019 koersten de renners uit de top 100 nog gemiddeld 83 dagen per jaar, in 2021 lag dat op 75. “Renners doen nu veel meer stages en gerichte trainingen”, zegt Maarten Meirhaeghe. “Ze komen meer uitgerust aan de start van een wedstrijd. Ze zijn niet alleen frisser, maar ook meer gemotiveerd om te koersen. Doordat er minder kansen zijn om zich te tonen, gaan ze in de wedstrijden die ze wel rijden aanvallender koersen.”

“Het verklaart zeker waarom we nu veel langere finales hebben”, meent ook Oliver Naesen (AG2R-Citroën). “Je hebt veel meer frisse coureurs aan de start. Breng dat samen met de goesting van die gasten om te koersen, een echte topgeneratie, en je krijgt automatisch een hoger gemiddelde.”

Volgens Naesen wordt er nog meer gepiekt dan vroeger. “Wielrennen is een duursport en je ziet dat renners meer en meer evolueren naar atleten zoals in andere duursporten. Een marathonloper piekt ook maar één, misschien twee keer per jaar naar een groot doel. Kijk eens naar Wout van Aert, die heeft maar 50 koersdagen op de teller (49, AB). Als dat het succesrecept blijkt van de toppers, zal deze tendens zich steeds verder doorzetten, ook bij de ‘mindere’ coureurs. Gerichter trainen, stages doen en tijdig rust nemen om dan te pieken naar een bepaald doel.”

Marginal gains, het was het codewoord bij het Team Sky van Bradley Wiggins, Chris Froome en Egan Bernal. Het team ging als een van de eerste op een zeer wetenschappelijke manier te werk, alle details werden geoptimaliseerd. Intussen werkt elke ploeg op een wetenschappelijke basis. “Er is een enorme evolutie in de sportwetenschap,” weet Paul Van Den Bosch, “elke stap in het proces wordt verbeterd en een renner is nu 24 uur per dag bezig met zijn job. Het gaat niet alleen om training, maar ook om voeding, core stability, ademhalingsoefeningen, stretching, slaapanalyse enzovoort. Kijk naar Victor Campenaerts. Hij is maniakaal bezig met details, maar het levert resultaat op.”

De sport kent een meer wetenschappelijke benadering. “Vroeger deed een renner alleen in de winter aan core stability”, legt Meirhaeghe uit. “Nu doen ze dat het hele jaar omdat ze beseffen dat ze daardoor een betere aerodynamische houding kunnen aannemen op de fiets en ze meer kracht kunnen genereren. De voorsprong die Team Sky vroeger had is weg. Elke ploeg werkt met een diëtist, trainer, performance coach en heeft oog voor alle details. Dat gaat van gepersonaliseerde matrassen tot hydratatieschema’s op basis van individuele zweettesten.”

Ze koersen sneller en het ligt alleen aan de wetenschap, betere talentdetectie en een uitzonderlijke generatie met een agressieve koerstactiek? U fronst de wenkbrauwen, want het wielrennen torst nu eenmaal een dopingverleden met zich mee. Doet er soms ook een nieuw wondermiddel de ronde? In Radio Peloton blijft het daarover opvallend stil. Ja, er werden wel wat vragen gesteld bij de prestaties van Bahrain Victorious. De inval in de Tour de France kwam er niet voor niks, maar doping werd ook daar niet gevonden.

Wat moed geeft: het bloedpaspoort laat weinig ruimte. Betrapte renners presteerden vroeger heel wisselvallig, terwijl je nu een generatie ziet die vrijwel het hele seizoen goed is en die ook al won bij de jeugd. Toch zijn er nog altijd renners die zich vragen stellen. Tien dagen geleden drukte Arnaud Démare van Groupama-FDJ zijn bezorgdheid uit. “Ik zeg alleen wat veel mensen zien”, liet hij optekenen in Le Parisien, “en veel renners voelen hetzelfde als ik. Koersen tegen iemand die sterker is dan jezelf maakt deel uit van de sport, maar dit seizoen, van Parijs-Nice tot het eind van het jaar, ging het zo snel. In één jaar tijd merk je een enorm verschil. Je ziet gewoon dat niet iedereen dezelfde restricties heeft. Wij mogen met de ploeg geen ketonen gebruiken, net zoals enkele andere ploegen die lid zijn van het MPCC (Beweging voor een geloofwaardiger wielrennen, AB), maar niet iedereen in het peloton is zoals ons en dat zorgt voor verschillen.”

Ketonen, een soort superbrandstof voor het lichaam, zorgen er niet voor dat er ruim 1 km/uur sneller wordt gereden. “Ik denk niet ze zo’n grote invloed hebben”, klinkt het zowel bij Thomas De Gendt als bij Oliver Naesen. Bovendien zijn ketonen niet verboden en maakt het voor veel renners deel uit van het pakket voedingssupplementen die ze nemen. “Het is een toegelaten product”, zegt teamarts Vanmol. “Het bevordert de gezondheid van de renners en wordt in andere sporten gebruikt. Neen, dat maakt het verschil niet. Je maakt me bovendien niet wijs dat renners die bij MPCC-ploegen koersen geen gebruikmaken van ketonen. Velen doen dat wel, maar dan achter de rug om van hun ploeg.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234