Zaterdag 01/10/2022

Voor u uitgelegdPeking 2022

Waarom Bart straks swingt in de massastart: van kromme messen tot een portie skeelervernuft

Op het afgelopen EK Afstanden ging Bart Swings met het goud aan de haal. Enkele snelle jongens uit de VS en Zuid-Korea waren er toen wel niet bij. Beeld ANP
Op het afgelopen EK Afstanden ging Bart Swings met het goud aan de haal. Enkele snelle jongens uit de VS en Zuid-Korea waren er toen wel niet bij.Beeld ANP

Op de massastart in het schaatsen moet het gebeuren voor Bart Swings. Onze landgenoot staat te boek als topfavoriet, met dank aan een formidabel herstelvermogen, iets krommere ijzers en een portie skeelervernuft. ‘Het tactische spel zit erin geslepen.’

Michiel Martin

Een garantie op vroege vluchters na het startschot; drie tussensprints die er niet echt heel veel toe doen; een tactisch steekspel in de finale waar een gebrek aan ploegmaats je zuur kan opbreken; een nerveus gewring in de laatste bochten, die met doodsverachting worden aangesneden. Gooi er nog een paar Franse kasteeltjes en het geneuzel van José De Cauwer tegenaan en je hebt een rit in de Tour. Gelukkig is de kans om in slaap te vallen in de zetel zo goed als onbestaand bij de massastart in het schaatsen. Of zoals de Amerikaanse wereldkampioen Joey Mantia die beschrijft: NASCAR on ice.

Exact de reden waarom de massastart zo’n tien jaar geleden werd ingevoerd als wereldbekerdiscipline en sinds 2018 een olympische discipline is. De kijkcijfers – en dus ook de sponsorbudgetten – liepen een decennium geleden sterk terug, zelfs in Nederland klonk het dat schaatsen ‘saai’ was geworden.

In tegenstelling tot het gebruikelijke duet bij de individuele nummers, is het bij de massastart wringen geblazen. In de halve finales wordt met twaalf gestart, een dik uur later maken de beste zestien schaatsers hun opwachting in de olympische finale. Elke wedstrijd bestaat uit zestien ronden, goed voor een afstand van 6,2 kilometer. Tussensprints na ronde 4, 8 en 12 leveren punten op die handig kunnen blijken voor een Olympisch diploma (top 8), maar niet voor een podium.

Lees ook

Bart Swings over zijn ambities op de Winterspelen:‘Zwaar ijs, dat heb ik graag’

De liveblog van De Morgen over Olympische Winterspelen: volg al het nieuws vanuit Peking

Dat klinkt een beetje verwarrend, maar niet als de Nederlandse Irene Schouten het uitlegt: “Wie de eindsprint wint is eerste, de nummer twee is tweede en de nummer drie derde.” Schouten is de topfavoriete bij de vrouwen, en wie voor goud gaat mag die tussensprints negeren.

Dat geldt ook voor onze landgenoot Bart Swings, die de laatste vijf schaatsseizoenen afsloot als leider in het wereldbekerklassement. Zijn Europese titel bewijst de hoogvorm, alsook de resultaten in de tien laatste wereldbekerwedstrijden: acht keer podium, drie keer winst. Dat de rest van de wedstrijden telkens op een andere naam kwam te staan, zegt ook wel nog iets anders over de massastart: zelfs met het beste kraslotje, blijft het een beetje een loterij.

Onderstaande simulatie toont het wedstrijdverloop van het EK in de Nederlandse schaatstempel Thialf. Het rode bolletje is Bart Swings, de uiteindelijke winnaar.

De vele tempowisselingen, en de verschroeiende opbouw naar de laatste ronde, zijn hieronder goed te zien. Het is een spel van ‘stoppen en gaan’. Coach Jelle Spruyt legt verderop in dit stuk uit hoe dat komt.

Opwarmbaan

“Ik kijk er met veel vertrouwen naar uit”, zegt Corné Lepoeter, voorzitter van de Belgische schaatsbond KBSF. “Bart is simpelweg de beste massastartschaatser van het moment.” Dat is voor de leek misschien bizar: hoe komt het dat iemand die zich op de individuele vijf kilometer (7de) en de tien kilometer (10de) in de subtop nestelt, zo excelleert op een nummer die daar qua afstand netjes tussenin valt?

Om te beginnen is er sprake van een heel andere dynamiek, vertelt Jelle Spruyt, een van de trainers van Swings. “De massastart is stoppen en gaan, je kan niet spreken van een constante inspanning.” Die wisselende inspanning is enerzijds te verklaren door de aanwezigheid van een slipstream. “Dat effect is heel groot. Ik heb Bart eens een rondje 28 (seconden, MIM) laten rijden op training in het zog van een schaatser, en nadien een rondje op kop. Zijn lactaatwaarde lag ruim drie keer hoger.”

Anderzijds zijn er de kortere bochten. In de massastart wordt de ‘opwarmbaan’ erbij genomen, een niet-gereglementeerd stuk ijs tussen het middenplein en de wedstrijdbanen. Daardoor zit er bij elke piste een unieke afwijking op de de officiële afstand van 387,36 meter per ronde.

“Door die scherpere bochten komt er veel meer druk op de benen, je kan je bijna niet inbeelden hoe zwaar die middelpuntvliedende kracht bij topsnelheden is”, zegt Spruyt. Met het blote oog – en een geodriehoek – licht je wel een tipje van de sluier op: de schaatsers hangen schuiner, om niet uit de bocht te vliegen.

Die wetmatigheden bepalen ook het slijpwerk van de ‘messen’ onder de schaatsen van Swings. De ronding van de ijzers – de cirkelboog die in het horizontale vlak van de schaats geslepen wordt – is minder vlak dan voor de individuele nummers. Ook is de kromming – in het verticale vlak – meer uitgesproken in het buitenste ijzer. Die aanpassingen verhogen het raakvlak in de bochten, waardoor je beter kan insturen en meer vermogen kan leveren.

Die balans tussen ronding en kromming is echter een delicate afweging. “Het rechte stuk is ook nog steeds 80 meter, slipstream of niet”, zegt Spruyt. “Je moet die meters nog steeds doorkomen zonder je benen op te blazen.” Het slijpen van de messen is een werk op maat van elke schaatser, “tot op een duizendste van een millimeter nauwkeurig”. En oh ja, ze zijn ook vlijmscherp. Vandaar dat de schaatsers zich voor de massastart in zwaardere, snijvaste pakken hijsen en een helm dragen.

Cartouche

Niet dat er zo vaak wordt gevallen, maar het risico is er natuurlijk wel tijdens zo’n nerveuze massastart. Zeker bij de vrouwen, waar de versnellingen net iets minder snedig zijn, zie je in de buik van het peloton soms het nodige duw- en trekwerk. Veel regels zijn er trouwens niet, behalve dat je geen bewuste ‘obstructie’ mag doen. “Je kan niet echt gediskwalificeerd worden, of je zou al je handschoenen moeten uitdoen en iemand een klap verkopen”, aldus de Amerikaanse schaatsster Ivanie Blondin.

De massastart wordt dan ook niet aangevat met een uitgekiend ‘pacing plan’, daarvoor is het nummer veel te volatiel. Op eenzelfde baan, in de Nederlandse schaatstempel Thialf bijvoorbeeld, is het verschil in eindtijd van een wereldbeker massastart tot een halve minuut door het wisselende wedstrijdverloop. Soms wordt er afwachtend gereden, soms gaat het hard vanaf de eerste meters.

Het lingo van de voorjaarsklassiekers kan je klakkeloos kopiëren: demarrages worden geneutraliseerd, en je hebt maar best een neus voor het goede moment want op zestien rondjes hebben de meeste renners maar één ‘cartouche’.

En dan komt het skeelerverleden van Swings uitstekend van pas. In Sport/Voetbalmagazine verklaarde hij ooit zijn enorme herstelvermogen als volgt: “Een zeldzame kwaliteit door van jongs af talloze puntenafvallingskoersen in het skeeleren af te werken. Daar moet je om de twee ronden sprinten, tien minuten lang.” Uit zijn testen zou blijken dat Swings bij de schaatsers met de beste longcapaciteit hoort.

Dat is volgens Spruyt ook de reden waarom Swings op allroundkampioenschappen de tweede dag vaak beter uit de verf komt dan zijn concurrenten – en een uurtje na een halve finale in de massastart misschien net iets frissere benen heeft voor de finale.

“En in het tactische spel met zijn tegenstanders heeft hij van niemand lessen te leren. Dat zit erin geslepen”, zegt Spruyt. Maar goed ook, want hoewel er een tactisch plan is – ‘wie moet ik in de gaten houden, op wie moet ik reageren, waar kan ik zelf aanvallen’ – ben je volgens Swings in het heetst van de strijd aangewezen op instinct. “Drie seconden nadenken zijn er drie te veel.”

Gunfactor

Het ideale scenario is gekend. Een wedstrijd die zwaar genoeg is om de pure sprinters – hou de Amerikaanse en Zuid-Koreaanse truitjes in de gaten – te doen zwichten, dan is Swings de snelste van het pak. Volgens zijn trainingsgenoot, de Nederlander Jan Blokhuijsen, is hij “een killer op het ijs”, maar daar is niet iedereen het mee eens. “Hij knapt soms nog te veel werk op in de koers”, zegt de Nederlander Arjan Stroetinga, die in 2015 de allereerste wereldkampioen op de massastart werd. “Met zijn capaciteiten wint hij eigenlijk nog te weinig.”

De vraag is of Swings op dat vlak niet gewoon op zijn grote manco botst: waar andere toplanden op twee schaatsers kunnen rekenen – en dus een iemand kunnen inzetten om het vuile werk op te knappen voor de kopman – moet Swings het voor België alleen doen. Het is een beetje het verhaal van Wout van Aert in Tokio dat dan opnieuw opduikt als doemscenario in Peking: geïsoleerd zitten, en iedereen die naar de topfavoriet kijkt om het gat te dichten.

De keren dat Swings de voorbije twee seizoenen naast het podium viel in de massastart, ging het telkens om een aanval van een mindere god. Is dat ook nu het grote gevaar? De Nederlanders bijvoorbeeld, hebben met ouderdomsdekens Sven Kramer en Jorrit Bergsma een koppel zonder sprintallures – ze móeten dus een gat slaan.

“Een spelletje blufpoker waarbij iemand zomaar kan wegrijden, ga je op de Spelen alleszins niet zien. Maar Bart moet inderdaad opletten dat hij zijn bord niet laat leegeten”, zegt Spruyt. Overigens kunnen de Nederlanders ook ongewild in de kaart van Swings spelen, door de wedstrijd zwaar te maken.

En wie weet is er wel die ene halve ploegmaat – de Duitser Felix Rijhnen rijdt bij dezelfde skeelerploeg – die op het juiste moment een kleine gunst verleent.

Swings zei het zelf al eerder in deze krant: “Je kan maar beter op een goed blaadje staan bij de meesten, anders raak je niet weg.” Die gunfactor, zou het tijdens de finale een rol kunnen spelen? “Bart ligt best wel goed in het peloton”, zegt Arjan Stroetinga. “Maar of ze hem daardoor het goud op een blaadje zullen geven? Niet op de Spelen. Dan denk je enkel aan jezelf.”

De halve finales van de massastart worden zaterdagochtend vanaf 8 uur verreden. Om 9.30 uur begint de finale.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234